
Omtrent liefde en dood, een afscheid
Erwin Mortier
Amsterdam / Antwerpen: De Bezige Bij
2017
104 blz.
Drie maanden na het overlijden van Jef Geeraerts en acht jaar na de dood van diens vrouw Eleonore, begint Mortier met het vastleggen de herinneringen van zijn man Lieven en hemzelf aan hun vriendschap. Dat leidt tot een zeer persoonlijk, intens en goed geschreven boek.
Opmerkelijke passages
- “Ik kan niet anders dan brokkelig aan ze terugdenken, op dit moment. Ze laten een leegte achter waaruit nu eens kilte waait, dan weer weemoed. Gemis is niet statisch. Verdriet en een vreemde, bezonken berusting wisselen elkaar af. En ook wel woede, omdat ik de dood niet beheers en hij zich in geen enkele vorm laat dwingen. Hij is de vormloosheid zelf.” (5)
- “Ik wil droefenis kunnen omzetten in verdriet, want verdriet biedt mogelijkheden en openingen om de stilstand van de treurnis te overkomen. Ik wil kunnen lachen en grienen tegelijk, zoals het hoort. (…) Als we de doden niet uit de kamers van onze ziel verdrijven, blijven ze hangen. We moeten ze verbannen om ze te kunnen verwelkomen in onze herinneringen als wat ze geworden zijn: aflijvigen, dierbaren die bestaan hebben, maar er voorgoed niet meer zijn. (…) Die tijdelijke ballingschap is noodzakelijk om hun wederkomst te garanderen. Anders kan het gemis op slinkse wijze zijn eigen doffe bladzijden tussen elke pijn of vreugde in schuiven, en voor je er erg in hebt word je door de doden bewoond in plaats van hun gastheer te zijn. Dit is een uitdrijving, maar alleen om hen te kunnen weerzien.” (9–10)
- “Tijdens elke wandeling zal de echo galmen van voetstappen die ontbreken.” (16)
- “Zou schrijven iets anders kunnen zijn, of mogen willen zijn, dan een krachtig verwoorde onmacht?” (66)
- “Ik heb het gevoel dat alles nog moet beginnen, dat ik nog maar met mijn pink in de oceaan van taal heb geroerd en met mijn kleine teen in de mensenzee. Er zijn nog zoveel woorden die hun dampkring niet voor me hebben geopenbaard, zoveel stiltes blijven ongewogen.” (79)
- “Als er een hiernamaals bestaat, liever niet wat mij betreft, maar als het dan toch niet anders kan, dan hoop ik dat het geen uitzicht op dit ondermaanse biedt. Ik wil niet vanop een wolkje getuige zijn van de treurnis van wie ik moet achterlaten. Veel liever zou ik hem willen omringen als een vorm van warmte. Wanneer de droefenis onverwacht opwelt, zou ik als een streling door zijn haar willen trekken en mijn lippen in zijn hals drukken. Meer niet.” (83)
- “Geluk of geborgenheid regende niet overvloedig op hem neer in zijn jeugd.” (95)
Lees ook:
Leesimpressie: Op een andere planeet kunnen ze me redden door Lieke Marsman
Leesimpressie: Herinneringen aan mijn uitgevers door LH Wiener

