Met Jeroen Brouwers verliest de Nederlandse literatuur een van zijn allergrootste schrijvers

  • 0

Misschien hielden ze in België wel nog meer van hem dan in Nederland. Op 11 mei overleed schrijver, essayist en polemist Jeroen Brouwers, 82 jaar oud. In beide landen putten collega zich uit om hun bewondering voor de grote meester uit te spreken. Tijdens zijn lange carrière – Brouwers werkte ruim 60 jaar aan een oeuvre dat uiteindelijk zo’n 70 titels omspant – was hij een voorbeeld en inspiratie voor opeenvolgende generaties jonge schrijvers.

Jeroen Brouwers is op 11 mei op 82-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleden. Dat maakte zijn uitgeverij Atlas Contact dinsdag bekend.

Jeroen Brouwers / Foto: Michiel Hendryckx via Wikimedia Commons

Levensloop

Brouwers werd op 30 april 1940 in Batavia in het toenmalige Nederlands-Indië geboren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandde hij in het Japanse interneringskamp Tjideng. In 1948 kwam hij naar Nederland, waar hij tot zijn zeventiende in katholieke kostscholen verbleef. Na zijn dienstplicht werkte hij enkele jaren in de journalistiek. Tussen 1964 en 1976 woonde hij in Brussel en werkte hij bij uitgeverij Manteau. Daarna zou hij zich, eerst in Nederland en daarna opnieuw in België, volledig aan het schrijven wijden.

Oeuvre

Brouwers debuteerde in 1964 met de verhalenbundel Het mes op de keel. Voor zijn eerste roman, Joris Ockeloen en het wachten (1967), ontving hij de Vijverbergprijs. Zijn grote doorbrak kwam met Bezonken rood (1981), dat inmiddels meer dan vijftig keer is herdrukt. Deze beknopte roman vormt het tweede deel van Brouwers’ Indiëtrilogie, tussen Het verzonkene (1979, Multatuliprijs 1980) en De zondvloed (1988, F. Bordewijk-prijs 1989). Bezonken rood werd in zo’n tien talen vertaald, waaronder ook in het Japans, wat gezien het onderwerp opmerkelijk is. In 1993 ontving Brouwers de Constantijn Huygens-prijs. De essaybundel Vlaamse leeuwen (1994) werd bekroond met de Gouden Uil voor non-fictie en de roman Geheime kamers (2000) met de Multatuliprijs, de AKO Literatuurprijs én de Gouden Uil. In 2007 werd aan Brouwers de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend voor zijn gehele oeuvre, maar die wees hij van de hand. Met Het hout (2014) won hij de ECI Literatuurprijs, en met zijn laatste roman, Cliënt E. Busken (2020), de Libris Literatuur Prijs 2021. Behalve literaire prijzen kreeg Brouwers door de jaren heen ook nog andere onderscheidingen, zoals de Geuzenprijs (Vlaanderen, 1982) en de Orde van de Vlaamse Leeuw (1992) “voor prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen”. In 1993 werd hij onderscheiden met het Ridderschap in de Belgische Kroonorde. In 2018 ontving hij een eredoctoraat van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Jeroen Brouwers schreef zo’n zeventig romans, verhalenbundels en essays. Zijn romans hebben een sterk autobiografisch karakter en werpen, zoals Bart Vervaeck in het Kritisch Lexicon van de moderne Nederlandse literatuur schrijft, “licht op de nachtzijde van het bestaan”. “Ze put uit de donkere kelders van de auteur.” Dood, liefde, erotiek, geweld, herinnering en schrijverschap zijn terugkerende thema’s. Met Het hout schreef Brouwers de eerste Nederlandse roman over seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk. Met zijn laatste roman, Client E. Busken, verschenen in 2021, toen Brouwers al 80 jaar oud was, ontroerde hij zijn lezers door een blik in de gedachten van een dementerende man. Ook in deze roman zegevierde echter de taal. Brouwers’ romans zijn uiterst knap opgebouwd, met allerlei motieven, spiegeleffecten en interne verbanden. In dit verband heeft Brouwers regelmatig zijn schatplichtigheid aan het werk van Harry Mulisch erkend. Zoals de schrijver het in Bezonken rood stelde: “Niets bestaat dat niets iets anders aanraakt.”

Naast romans schreef Brouwers uit essays, polemieken en brieven. Zijn magnum opus als essayist is De laatste deur (1893; herziene editie 2017), een bundel diep ingevoeld portretten van zelfmoord in de Nederlandse letteren. Een ander hoogtepunt zijn de twee delen Kroniek van een karakter (1987), brieven aan collega’s, vrienden en soms ook vijanden. In deze brieven trekt Brouwers stilistisch alle registers open.

Na Cliënt E. Busken kondigde Brouwers aan dat hij “met emeritaat” was; een nieuwe roman zat er niet meer in. Na zijn overlijden kondigde uitgever Sander Blom echter in het televisieprogramma Nieuwsuur aan dat Atlas Contact 1 juli komt met een boek met autobiografische fragmenten uit zijn Brouwers oeuvre, een “autobiografie in fragmenten”, onder de titel Alles echt gebeurd.

Polemiek

Brouwers was regelmatig betrokken bij literaire relletjes. “Waar Brouwers komt, is gedonder”, werd er wel eens gezegd. Brouwers was kritisch en een enorme mopperaar, maar hij hield niet van half werk. Voor hem stond het belang van de literatuur voorop.

In de jaren tachtig ontstond er een polemiek rond Bezonken roman, de autobiografische roman waarin de ik-verteller terugkijkt op de jaren die hij als kleine jongetje samen met zijn moeder in een Japans concentratiekamp doorbracht. In het romanheden is de verteller er slecht aan toe. De traumatische ervaringen uit zijn jeugd werken nog steeds door en hebben eigenlijk zijn hele leven verwoest. Collega-schrijver Rudy Kousbroek, die in de oorlogsjaren ook in een Jappenkamp had gezeten, was woedend over dit boek, omdat hij vond dat Brouwers de hachelijke situatie in het kamp had overdreven, wat andere Indische Nederlanders die hetzelfde hadden meegemaakt, verplichtte om het beeld af te zwakken en te zeggen dat het weliswaar erg geweest was, maar niet zó erg. Brouwers stelde zich echter op het standpunt dat hij als schrijver geen objectief beeld van de werkelijkheid hoefde te geven; hij liet de werkelijkheid zien zoals hij die ervaren en onthouden had.

“Ik ben geboren in 1940 en vandaag of morgen, – al kan dit best nog jaren duren, – ga ik dood”, schreef hij in Vliegenboek (1991). “In de tussentijd heb ik boeken geschreven. Dit is alles. Van ‘biografie’ wil ik niets weten. De boeken die ik heb geschreven zijn mijn biografie: zij zijn de voetstappen die ik nalaat op mijn weg. Al mijn boeken zijn autobiografisch en niettemin alle gelogen – ik schrijf dan ook niet historie, maar literatuur: de mijne. Ik ben de verhalen die ik vertel.”

De P.C. Hooftprijs, de grootste literaire prijs van Nederland, heeft Brouwers nooit gekregen. Wel werd hem in 2007 de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend, een prijs die in het leven is geroepen door de Taalunie en die dat jaar door de Belgische koning overhandigd zou worden. Aanvankelijk accepteerde Brouwers de prijs, maar later wees hij hem alsnog van de hand, omdat het bijbehorende geldbedrag van 16.000 euro volgens hem niet in overeenstemming was met het prestige van de prijs. De Vlaamse minister Anciaux zou het met hem eens dat de prijs opgehoogd moest worden, maar de Nederlandse minister Plasterk weigerde. Anciaux zou zelfs een nieuwe prijs verzonnen hebben, de prijs voor Vlaams-Nederlandse Culturele Samenwerking (t.w.v. 25.000 euro), zodat hij Brouwers toch de eer kon geven die hem toekwam. En Brouwers kreeg gelijk: in 2009 werd de Prijs der Nederlandse Letteren opgehoogd naar 40.000 euro, maar toen kon hij hem niet meer krijgen. Dat het de schrijver in deze kwestie niet om het geld ging, spreekt uit het feit dat hij datzelfde jaar wel de Tzumprijs voor de beste literaire zin van 2007 in ontvangst nam, waaraan een geldbedrag van 52 euro was verbonden, en ook de Cultuurprijs van zijn woonplaats Zutendaal, volgens Brouwers een prijs van “0,0 euro”. “Nou, dat vind ik een sympathieke prijs.” In Zutendaal is overigens een heus Jeroen Brouwers-monument te vinden.

Literaire held

Jeroen Brouwers was vooral een fenomenaal stilist. Hij kon een hele dag aan één zin werken. Andere schrijvers bewonderden zijn vakmanschap en zagen hem als een voorbeeld. Na zijn overlijden hebben veel schrijvers hem hulde gebracht.

Opmerkelijk genoeg kwamen er meerdere reacties uit de Belgische politiek. “[Brouwers] vond dat ‘van (...) geschriften de vonken (moeten) afspatten, men moet er zijn tengels aan branden.’ Hij voegde steevast de daad bij het woord. We zullen zijn scherpe pen missen”, aldus de Belgische premier Alexander De Croo. De Vlaamse minister-president en minister van Cultuur Jan Jambon noemde Brouwers “een grote Nederlandse auteur met een indrukwekkend oeuvre dat door veel Vlamingen werd verslonden”. Vanuit Nederland reageerde staatssecretaris Gunay Uslu van Cultuur op Twitter.

“Voor mij is hij de grote één”, verklaarde de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst op Radio 1. “Hij is mijn literaire vader. Ik voel mij vandaag dus vreselijk verweesd en ik vind het ontzettend droevig dat ik in mijn leven nooit meer voor het eerst een zin van Jeroen Brouwers zal lezen. Mijn leven is er armer op geworden. […] Hij maakte zinnen waarbij je zou gaan denken dat het Nederlands een taal is met meer naamvallen dan het Pools. […] Dat waren bouwwerken, zowel de romans als die afzonderlijke zinnen. Bouwwerken waarbij de piramides onnozele legoblokjes lijken.”

Tom Lanoye memoreert Brouwers als “een heel straf en bijzonder schrijversleven. […] Het was iemand van het grote gebaar, de duidelijke taal en – als het nodig was – de karwats.” Ook Lanoye werd door Brouwers geïnspireerd. “Het is iemand die toont wat mogelijk is met het Nederlands, als je wil schrijven. In die zin heeft hij bijzonder veel mensen geïnspireerd.” Het maakte Brouwers volgens Lanoye een “writer’s writer”, “een schrijver waar veel schrijvers dol op waren.”

Buro: IG
  • 0
Top