Museum in oorlogstijd

  • 0

Voor Nederland begon de Tweede Wereldoorlog met de Duitse inval op 10 mei 1940. Vier dagen later maakte het bombardement op Rotterdam een einde aan het Nederlandse verzet tegen de invasie.

Vijf jaar later, op 5 mei 1945, werd in hotel De Wereld in Wageningen het einde van de oorlog bezegeld. Daarom worden in Nederland op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht en wordt op 5 mei Bevrijdingsdag gevierd. Ook dit jaar.

....................................

Omstreden verleden. Museum Boijmans Van Beuningen en de Tweede Wereldoorlog
Ariëtte Dekker, Hanna Leijen, Albert J. Elen, Mieke Fransen, Lisette Sulenta
Museum Boijmans Van Beuningen, 2018
ISBN:9789069183060
180 pagina’s, € 25,-

....................................

In het najaar van 2018 was in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam de tentoonstelling Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad te zien. Wie de tentoonstelling bezocht, kwam allereerst onder de indruk van de verwoestingen die tijdens het bombardement van 14 mei 1940 zijn aangericht.

Duitse bommenwerpers vernietigden toen in een kwartier bijna de gehele historische binnenstad van Rotterdam. Daarbij kwamen naar schatting 650 tot 900 mensen om en werden ongeveer 80.000 mensen dakloos.

De tentoonstelling wierp echter ook vragen op over de rol van Museum Boijmans en in het bijzonder museumdirecteur Dirk Hannema tijdens de oorlog.

Hannema gold in de jaren dertig en zelfs nog tijdens de oorlog als een succesvolle en dynamische museumdirecteur. Onder zijn leiding werd de collectie aanzienlijk uitgebreid en hij wist allerlei rijke weldoeners aan het museum te binden.

Hannema was echter ook wat men toen “deutschfreundlich” noemde.

In de naoorlogse periode zou de associatie met Hannema het museum nog jaren blijven aankleven. Hoewel waarschijnlijk maar weinig mensen wisten wat er precies was gebeurd, riep de naam van het museum bij velen de vage notie “fout in de oorlog” op.

Museum steekt hand in eigen boezem

Het is dan ook goed dat het museum het eigen verleden nu eens grondig heeft laten doorlichten. Aanleiding voor de tentoonstelling Boijmans in de oorlog was de afronding, begin 2018, van het herkomstonderzoek naar de kunstcollectie van het museum.

Dit onderzoek past in een landelijk project, waaraan een groot aantal Nederlandse musea heeft meegewerkt, en dat zich richt op kunstwerken in museaal beheer die vanaf 1933 zijn verworven of tussen 1933 en 1945 van eigenaar zijn verwisseld.

In Duitsland begonnen de vervolging van Joden en de confiscatie van hun eigendommen immers al toen de nationaalsocialisten daar in januari 1933 aan de macht waren gekomen, en in Oostenrijk na de Anschluss in maart 1938.

Ná de oorlog was de aandacht voor het opsporen van roofkunst en het terugbezorgen van deze werken aan de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen heel groot.

Deze aandacht zakte echter weg na het verstrijken van de claimdatum op 1 juli 1951. Veel kunstwerken die toen wel teruggevonden waren, maar nog niet waren teruggegeven, belandden daarna in musea of overheidsgebouwen. Sinds ongeveer twee decennia is er hernieuwde aandacht voor mogelijke specimen van roofkunst in openbaar bezit.

Het nieuwe Museum Boijmans in het Museumpark aan de Mathenesserlaan, ca. 1935 / Foto: Museum Boijmans van Beuningen

De tentoonstelling Boijmans in de oorlog werd begeleid door de publicatie van het boek Omstreden verleden. Museum Boijmans Van Beuningen en de Tweede Wereldoorlog, grotendeels van de hand van economisch-historisch onderzoeker Ariëtte Dekker. Hierin schetst Dekker de geschiedenis van het museum tijdens het Interbellum en tijdens en kort na de oorlog.

Achterin doen verschillende auteurs verslag van zeven casussen uit het herkomstonderzoek. Aan dat onderzoek was tegelijk met de Boijmans in de oorlog-tentoonstelling elders in het museum een afzonderlijke expositie gewijd. In dezelfde periode verscheen ook een biografie over Hannema door Wessel Krul.

Geld speelde geen rol

Hét “Boijmans Van Beuningen” heette aanvankelijk Museum Boijmans. Het museum was bij de oprichting in 1849 vernoemd naar de Utrechtse rechter en kunstverzamelaar F.J.O. Boijmans, wiens nalatenschap de basis van de museumcollectie zou gaan vormen.

In 1935 verhuisde het museum naar het moderne gebouw van stadsarchitect Ad van der Steur dat we nu nog kennen (en dat overigens binnenkort aan een grondige renovatie onderworpen zal worden).

Dat dat gebouw er is gekomen, was níet te danken aan de landelijke overheid. Rotterdam was volgens een tijdgenoot “op museaal gebied door de Regeering zeer stiefmoederlijk behandeld”. En dat terwijl de stad een museum zo nodig had!

Het ging Rotterdam economisch voor de wind. Maar er werd dan ook keihard gewerkt, en het gevolg was “een rumoerige, jachtige omgeving, die de menschen half verdooft”. Het museum moest een tegenwicht vormen tegen “het zwoegen en sjouwen en het duffe kantoorleven van een groot deel der bevolking”.

Kort na het bombardement gaf museumdirecteur Dirk Hannema Rotterdamse kunstenaars opdracht de verwoestingen in de stad vast te leggen. / Foto’s: Elize Zorgman

Gelukkig wist museumdirecteur Hannema de nieuwe elite voor zijn museum te interesseren. Deze Rotterdamse havenbaronnen kochten niet alleen kunstwerken voor hun eigen verzameling, maar ook om aan het museum in bruikleen te geven.

En ze bundelden hun krachten om samen grote aankopen te doen. Een van hen was D.G. van Beuningen. Na zijn dood in 1955 zouden zijn kinderen zijn hele kunstverzameling – een van de belangrijkste van zijn tijd – aan het museum schenken. De naam van het museum werd toen uitgebreid tot “Boijmans Van Beuningen”.

In de jaren dertig werd de markt overspoeld met kunst. Aan de ene kant werden slachtoffers van de economische crisis gedwongen hun kunstwerken van de hand te doen. Aan de andere kant begonnen Joden in Duitsland bezittingen te verkopen om geld te krijgen om te vluchten, of omdat ze die spullen toch niet konden meenemen.

Ook begon de Duitse overheid bezittingen van gevluchte Joden te verkopen. Door het grote aanbod daalden de prijzen, en dat stelde verzamelaars als Van Beuningen in staat hun slag te slaan.

Tegelploegen trokken erop uit om waardevolle tegeltableaus uit beschadigde gebouwen te redden. / Foto: Elize Zorgman

Een overijverige museumdirecteur

Museum Boijmans bleef tijdens het bombardement van 14 mei als bij toeval gespaard. Bij latere bombardementen zou het museum twee keer licht beschadigd raken. De collectie werd aanvankelijk grotendeels ondergebracht in schuilkelders in Zandvoort en Heemskerk.

In 1942, met de aanleg van de Atlantikwall, werd er uitgeweken naar een berging in de Sint-Pietersberg in Maastricht. Ook belangrijke werken uit privécollecties zoals die van Beuningen werden daar ondergebracht. Ze zouden in juli 1945 op een binnenvaartschip triomfantelijk naar de havenstad worden teruggebracht.

Museumdirecteur Dirk Hannema wierp zich na het uitbreken van de oorlog op als hoeder van het culturele erfgoed van Rotterdam. Zijn museum werd een verzamelplaats voor waardevolle cultuurhistorische objecten als standbeelden en smeedijzeren hekken.

Hij stuurde er “tegelploegen” op uit die tussen de ruïnes interessante tegeltableaus moesten opsporen en uitkappen. Later zou hij ook tekenaars en schilders uitsturen om te vast te leggen hoe de stad er na de bombardementen uitzag.

Ook beeldhouwwerken uit de openbare ruimte kregen voorlopig een veilig plaatsje in het museum. / Foto’s: Elize Zorgman

Als museumdirecteur deed Hannema weinig verkeerd. Uit de aard van zijn functie kon hij er bijvoorbeeld niet onderuit dat hij af en toe een hoge Duitse officier moest rondleiden. Dat overkwam meer museumdirecteuren. Daarbij probeerde hij regelmatig zijn invloed aan te wenden om kunstenaars en andere relaties – Joods of niet-Joods – te helpen die problemen met de bezetter hadden.

Wat Hannema echter wel te verwijten viel, was zijn “bijzondere ijver” om binnen het nieuwe bestel hogerop te komen. Zijn grootste fout was dat hij er niet voor terugschrok zitting te nemen in de schaduwregering van Anton Mussert, als “Gemachtigde voor het Museumwezen”.

In de praktijk stelde dat weinig voor. Maar hij kwam hierdoor wel als collaborateur te boek te staan. Hannema zou op 8 mei 1945 gearresteerd en gevangengezet worden. Tot een veroordeling kwam het uiteindelijk niet. Op 5 maart 1947 werd de aanklacht tegen hem “vervallen” verklaard.

Na de oorlog zou Hannema’s reputatie als museumdirecteur verder afbrokkelen toen bekend werd dat enkele schilderijen van Johannes Vermeer, die onder zijn bewind voor veel geld waren aangekocht, in werkelijkheid het werk waren van meestervervalser Han van Meegeren.

Een van de werken waarvan de herkomst is onderzocht: de tekening Godsvertrouwen van Jan Toorop uit 1907. De erven van de Joodse verzamelaar Ernst Flersheim hebben jaren moeten strijden om deze tekening terug te krijgen. De tekening is in 2001 aan een kleinzoon van Flersheim teruggegeven. / Foto’s: Elize Zorgman

Meegevoerd naar Rusland

In het kader van het herkomstonderzoek zijn de afgelopen jaren ruim 6000 kunstwerken uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen onderzocht.

In de meeste gevallen bleek het werk niet uit roofkunst afkomstig te zijn. Toen het boek Omstreden verleden ter perse ging, waren er zo’n twintig werken die wél een problematisch verleden leken te hebben of waarover nog onvoldoende bekend was.

De verwachting dat de Duitsgezinde Hannema veel roofkunst aangekocht zou hebben, bleek niet uit te komen. Er waren meer problemen met werken uit de collectie van Beuningen, maar die deed zijn aankopen altijd via reguliere kunsthandelaren.

Een ingewikkeld verhaal is dat van de verzameling tekeningen van Franz Koenigs, een Duitse bankier en kunstverzamelaar die zich na de Eerste Wereldoorlog in Nederland had gevestigd. Koenigs had deze verzameling aan het Boijmans in bruikleen geven.

Dat werd een probleem toen Koenigs financieel in zwaar weer belandde en hij de tekeningen die zich in het Boijmans bevonden, als onderpand gebruikte voor een lening die hij niet kon terugbetalen. Zoals wel vaker was het Van Beuningen die de tekeningen aankocht zodat ze voor het museum behouden bleven.

Na de Duitse inval in mei 1940 kwamen er diverse Duitse kunstliefhebbers naar Nederland, op schattenjacht. Een van de eersten was Rijksmaarschalk Hermann Göring. In juli 1940 kocht hij voor een schijntje van de reële waarde de complete boedel van de gevluchte Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker op.

Adolf Hitler stuurde Hans Posse, directeur van de Staatliche Gemäldegalerie in Dresden, om kunst aan te kopen voor Hitlers geplande Führermuseum in het Oostenrijkse Linz. Alleen al in dat eerste oorlogsjaar zouden de Duitsers in Nederland voor 15 miljoen gulden aan kunst kopen.

Na een deal tussen Van Beuningen en Posse ging een deel van de verzameling van Koenigs in 1941 naar Dresden. Daarvandaan werden de tekeningen in 1945 door het Sovjetleger als oorlogsbuit naar Moskou gebracht en opgeslagen in het Poesjkin-museum.

Onder Choesjtsjov belandde een deel in Kiev; deze tekeningen zijn in 2004 door Oekraïne aan Nederland teruggegeven. Er moeten zich echter nog honderden tekeningen uit de Koenigs-collectie in Rusland bevinden. Teruggave van deze waardevolle tekeningen staat al jaren hoog op de diplomatieke agenda.

Renovatie

Mede dankzij de verzamelwoede van de Rotterdamse havenbaronnen uit het Interbellum behoort Museum Boijmans Van Beuningen tot de top van de Nederlandse kunstmusea.

Het museum biedt een indrukwekkend overzicht van Nederlandse en Europese kunst, van de vroege middeleeuwen tot nu. Naast beeldende kunst bevat de collectie ook toegepaste kunst en design.

Vanaf 2019 wordt Museum Boijmans Van Beuningen ingrijpend gerenoveerd.

Dat is nodig omdat het gebouw in een slechte staat verkeert en asbest bevat. De renovatie zal naar verwachting zeven jaar gaan duren. Onderzocht wordt of de collectie van het museum tijdens de renovatie elders in Rotterdam zichtbaar kan blijven. Ook zal een deel van de collectie op tournee gaan langs buitenlandse musea.

De “uithuizing” van de museumcollectie is inmiddels begonnen. Naast de Bauhaus-tentoonstelling die op dit moment in het museum wordt gehouden, zullen enkele hoogtepunten uit de vaste collectie nog t/m 26 mei in een tijdelijke opstelling te zien zijn.

  • Klik hier om naar de website van het museum te gaan.
Buro: IG
  • 0
Top