’n Gesprek met die gesprekvoerder #1: Yves T’Sjoen oor sy belangstelling in Breyten Breytenbach

  • 0

Yves T’Sjoen is ’n hoogleraar in die afdeling Nederlands van die Letterkunde-vakgroep aan die Universiteit Gent. Verder is hy ook verbonde aan die Universiteit Stellenbosch. T’Sjoen is in Suid-Afrika veral bekend vir sy navorsing, gesprekke en geskrifte oor Breyten Breytenbach. Onlangse boeke sluit in Kwintet. Literaire dialogen tussen Afrikaans en Nederlands (2023), Breyvier. Over taal, burgerschap en Breytenbach (2023) en De ontdekking van het eiland. breytenbachiana (2025).

Later vanjaar sal Suid-Afrikaners ook Twee overzijden. Gesprekken op de literaire brug tussen Afrikaans en Zuid-Afrika (Academia Press) en Postumiteiten voor Breyten. Door het oog van dichters en vorsers (Skribis/Naledi) kan bekom.

...
Hij kaatste de bal terug en noemde mij, behalve T’Sjoen Pampoen, ook wel eens maître.
...

Johan Braeckman het onlangs met T'Sjoen ’n onderhoud gevoer op die webruimte van Humanistisch Verbond. Daardie onderhoud kan hier gesien word.

T’Sjoen se werk oor Breytenbach hier op Voertaal word wyd gelees en waardeer. Hy praat gereeld met ander oor Breytenbach, daarom het Izak de Vries dié keer vrae aan hom gestuur.

Deel 1

ID: Yves, voor ons by jou fassinasie met Breyten Breytenbach kom, vertel eers vir ons hoe jy Suid-Afrika ontdek het?

YT: Mijn eerste kennismaking dateert van augustus-september 1984, nog in de donkere tijd van apartheid politiestaat. Een klasgenoot was met zijn ouders geëmigreerd naar Garsfontein bij Pretoria en nodigde mij uit een zevental weken bij hem en zijn gezin door te brengen en een rondreis te maken, onder meer ook naar Transkei en Bophuthatswana. Ik vertel er over in mijn gesprek met Johan Braeckman. In 2024, inmiddels veertig jaar later, keerde ik er even naar terug: https://www.humanistischverbond.be/blog/1379/terugkeer-naar-garsfontein/.

Het is toen, als zeventienjarige, dat ik voor het eerst met het akelige gezicht van Zuid-Afrika en de realiteit van onderdrukking en rassenscheiding werd geconfronteerd. Sindsdien ben ik de politieke en maatschappelijke gebeurtenissen in Zuid-Afrika vanuit België blijven volgen, aanvankelijk nog niet zozeer de literaire scène: de noodtoestand in 1986, de moeizame transitie van apartheid naar democratie, de vrijlating van Mandela in februari 1990, de eerste democratische verkiezingen op 27 april 1994. Ik noem mijzelf geen politiek activist maar sloot mij destijds wel aan bij een anti-apartheidsvereniging en las veel over de gewelddadige koloniale en postkoloniale geschiedenis van Zuid-Afrika.

ID: Intussen het jy professionele bande met Suid-Afrika en gesnoer. Verduidelik asseblief hoe jy met Suid-Afrikaanse akademiese instellings skakel?

YT: Pas in augustus-september 1996 ben ik voor het eerst om professionele redenen naar Zuid-Afrika gereisd, op uitnodiging van Dorothea van Zyl en het departement Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch. Nadat ik er nog een paar keer op bezoek was, onder meer op uitnodiging van Siegfried Huigen voor een door de Taalunie gefinancierde Werkswinkel, samen met Kees Fens en Rudy Kousbroek (1999), ben ik vanaf 2011 aangesteld als buitengewoon hoogleraar in Stellenbosch. Sindsdien geef ik al vele jaren in september gastcolleges, de laatste jaren wat minder gezien de drukke academische schrijfagenda. Ik was van januari tot juni 2024 te gast als research fellow bij STIAS en verbleef in Stellenbosch tijdens drie semestersabbaticals (respectievelijk in 2017, 2022 en 2024). Ook de komende tijd plan ik bezoeken voor de promotie van de nieuw te verschijnen boeken, bijvoorbeeld eind juli op uitnodiging van de Veldsoirée Etienne van Heerden in Cradock én in 2027 voor het SAVN-congres in Stellenbosch en de ALTV-conferentie in september in Pretoria. Alwyn Roux en ik organiseren trouwens in Stellenbosch (SAVN) een panel over de constructie van een literaire contactgeschiedenis Afrikaans-Nederlands, waarvoor bij STIAS en tijdens werksessies van het digitaal discussieplatform Samespraak de eerste aanzetten zijn geleverd.

Gent, 3 december 2014. Eredoctoraat Breyten Breytenbach

In Gent hebben we het interdisciplinaire Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika en de Leerstoel Zuid-Afrika: talen, literaturen, cultuur en samenleving. Het onderzoeksinstituut beheert de leerstoel, zodat de contacten met Zuid-Afrikaanse partnerinstellingen, onder meer universiteiten, sinds meer dan een decennium structureel is georganiseerd. Op een manier ligt Breytenbach, meer bepaald de eredoctorstitel van 2014, mee aan de basis van de intensieve samenwerking tussen noord en zuid. In de tussentijd ben ik ook aangesteld als buitenlands lid van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns en research fellow van Unisa (Departement Afrikaans en Literaire theorie).

...
Hij heeft mij herhaaldelijk toevertrouwd dat voor hem Gent, net als het eiland Gorée, ook deel was van zijn Middenwereld.
...

ID: Hoe het dit gekom dat jy Breytenbach se werk begin lees het?

YT: Ik denk de eerste gedichten te hebben gelezen in bloemlezingen. De reputatie van Breytenbach was mij bekend: zijn publieke rol als antiapartheidsmilitant, de gevangenisjaren, zijn ballingschap in Parijs. Ik heb wellicht eerst essays gelezen, later zijn gedichten. In 2014 mocht ik Breytenbach in Gent voordragen voor het institutioneel eredoctoraat, de titel van doctor honoris causa die hij op 3 december in een volle en feestelijke aula in ontvangst nam. Daarvoor hadden we al persoonlijke contacten, maar die zijn nadien alleen maar intenser geworden. Er is een mooie vriendschap en verstandhouding uit voortgevloeid. Ik ben mij geleidelijk meer gaan verdiepen in leven en werk. Breytenbach was een genereus verteller die openhartig en oeverloos kon spreken over maatschappij en politiek, over zijn imposante literaire en artistieke oeuvre, zijn dagelijkse lectuur en besognes, over universiteiten als neoliberale instellingen, over zijn samenwerking met vertalers en schrijvers in de Lage Landen.

ID: Julle was later jare goeie vriende. Wanneer het julle mekaar ontmoet en hoe het dit gekom dat julle begin korrespondeer het?

YT: Ik weet niet meer precies wanneer de eerste ontmoeting plaatsvond. Ik weet wel dat hij op 3 december 2014, de dag van de eredoctorstitel, onaangekondigd in mijn hoorcollege Afrikaanse letterkunde kwam zitten, in een auditorium (Rozier) van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte, (toevallig) net op het moment dat ik over de Beweging van Sestig sprak en meer in het bijzonder over het werk van Breytenbach. We hebben sindsdien jarenlang mails uitgewisseld, soms korte notities en andere keren uitgebreide epistels. Hoewel Breyten in Parijs verbleef en ik in Gent, correspondeerden we dus overwegend per mail.

Wellington, Tuin van Digters, september 2019

We ontmoetten elkaar in Zuid-Afrika, zoals ter gelegenheid van Tuin van Digters (2019) en de viering van zijn tachtigste verjaardag toen ik in het gemeenschapscentrum in Wellington een laudatio mocht uitspreken, of bijvoorbeeld op een zonnige avond georganiseerd door het Filosofiekafee van Lamé Ebersöhn in het Breytenbachsentrum. Dat was kort na de pandemie, toen zowel Breyten en Yolande als ik eindelijk terug konden naar de Kaap. Later in Seepunt of bij SASNEV (Pinelands). Andere keren in Gent, Amsterdam en Parijs. We reisden samen naar het Zuid-Afrikahuis waar Remco Campert sprak en De zingende hand inleidde. Of een keer samen met Gentse studenten van het vak Afrikaans: taal- en letterkunde. Het zijn bijzondere herinneringen, zoals de persoonlijke opdrachten in boeken.

SASNEV, op 19 maart 2022

Die keer bij SASNEV, op 19 maart 2022, mocht ik een uitgebreid gesprek voeren met Breyten. De transcriptie van het laaste publieke onderhoud met Breyten is te lezen in mijn boek Twee overzijden (474 blz.), binnenkort te verschijnen (mei 2026). Het boek bundelt drieëndertig gesprekken, met Afrikaans- en Nederlandstalige schrijvers, vertalers en een uitgever, ook de taalkundige Wannie Carstens, op de spreekwoordelijke brug of dus op de doorgangswegen tussen Afrikaans en Nederlands. Het gaat over actuele uitwisselingen tussen beide talen en toch heel verschillende cultuurgebieden (Afrikaans en Nederlands; Zuid-Afrika, Nederland en Vlaanderen). Mijn gesprekspartners leid ik in en stel hen tal van vragen over cultureel wisselverlkeer, het oeuvre, over vertalingen en cultuurtransmissie van literaire teksten. Het is een rijke documentaire verzameling geworden met bijdragen van Benno Barnard, Simone Atangana Bekono, Zandra Bezuidenhout, Dominique Botha, Breyten Breytenbach, Wannie Carstens, Robert Dorsman, Babs Gons, Peter Holvoet-Hanssen, Stefan Hertmans, Lynthia Julius, Antjie Krog, Tom Lanoye, Danie Marais, Erwin Mortier, Charl-Pierre Naudé, S.J. Naudé, Fanie Olivier, Jolyn Phillips, Alfred Schaffer, Riana Scheepers, Francois Smith, Nicol Stassen, Marlies Taljard, Marc Tritsmans, Miriam Van hee, Etienne van Heerden, Marlene van Niekerk, Rob van der Veer, Eben Venter, Peter Verhelst, Gert Vlok Nel en Ingrid Winterbach.

Bethlehem-Kylemore, 17 maart 2022 (met Dominique Botha, foto Yolande Breytenbach).

Het interview met Breyten is opmerkelijk omdat hij uitspraken deed over de voor hem uitgelezen bestemming van het literaire archief. We hebben het hier nog over in dit gesprek.

Parijs, november 2023 (foto Ophelia T'Sjoen)

ID: Breyten was baie bewus van die werk wat jy oor hom gedoen het. Daar is ’n mooi foto, deur jou dogter geneem, waar jy op 12 November 2023 die boek Kwintet. Literaire dialogen tussen Afrikaans en Nederlands aan hom oorhandig. Het Breyten aktief meegehelp, of was hy afstandelik oor die werk wat jy oor hom gedoen het?

YT: Breyten liet mij alle vrijheid, wellicht verguld door de aandacht die ik wijdde aan zijn werk en het forum dat ik als academicus kon bieden aan de Universiteit in Gent. Hij heeft mij herhaaldelijk toevertrouwd dat voor hem Gent, net als het eiland Gorée, ook deel was van zijn Middenwereld. Hij sprak geregeld zijn waardering uit, bijvoorbeeld toen ik hem mijn essaybundel Breyvier per post stuurde in Parijs. Ik kreeg de vrijgeleide beeldend werk te gebruiken voor het omslag van de drie boeken. Nog voor zijn overlijden op 24 november 2024 had hij de toelating verleend een ensō-schilderij te gebruiken voor het omslag van mijn eilandboek, net zoals eerder voor Breyvier. Voor een nieuw te verschijnen boek, een huldigingsboek (waarover zo dadelijk méér), kreeg ik de toestemming van de erven Breytenbach. Ik verwijs met die boekvormelijke keuze naar Breytenbachs eigen publicaties, telkens voorzien van een beeldend werk op de cover. Fanie Olivier sprak erover op een tweedaags symposium dat het GAZ in oktober 2019 in Gent organiseerde in het bijzijn van een zeer aanwezige Breytenbach.

...
Ik drukte daarmee mijn waardering uit, zoals in “leermeester”.
...

ID: Jy het hom “maître” genoem. Dis ’n woord wat ons nie in Afrikaans ken nie. Hoe sou jy dit in Nederlands vertaal en dalk aan ’n Afrikaanse gehoor uitlê?

YT: Ja, meester Breyten, “mon maître”. Een verwijzing naar Blaise Pascal, “un maître à penser”. Hij kaatste de bal terug en noemde mij, behalve T’Sjoen Pampoen, ook wel eens maître. Ik drukte daarmee mijn waardering uit, zoals in “leermeester”. Met zijn filosofische en politiek-idelogische teksten, de gedichten met hun onuitputtelijk rijke beeldentaal en het omvangrijke grafische werk is hij erin geslaagd mij van meet af aan te fascineren. Vele teksten en beelden zie ik als toetsstenen, leidraden, inspiratiebronnen. Ik schrijf mijn kronieken, essays en artikels grotendeels uit bewondering. Het is de fascinatie die mij leidt, waardoor ik nieuwsgierig op zoek ben naar inzichten. Zijn stem(men) en zijn gedachten zijn aanstekelijk, zij wisten mij van in den beginne te raken. Je kunt je eindeloos laven aan zijn literaire en artistieke nalatenschap. Ook na zijn dood blijf ik in gesprek met Breyten, door bemiddeling van zijn teksten, het beeldend werk, in de gesprekken over zijn werk met collega-vorsers. Ik dacht na drie beschouwende boeken op te houden – de triptiek had gestalte gekregen, maar toen ontstonden weer nieuwe plannen, precies een jaar na zijn overlijden. Thans werk ik met Alwyn Roux aan een monografie over Breytenbach en Afrika.

ID: In jou gesprekke met digters vra jy hulle uit oor Breyten se drie fases: die beginfase, versamel in Ysterkoei-blues. Versamelde gedigte 1964-1975, die middelfase, versamel in Die ongedanste dans. Gevangenisgedigte 1975–1983, en die derde fase, soos gebundel in Die singende hand. Versamelde gedigte 1984–2014. Jy vra dan die digters watter fase vir hulle uitstaan en waarom. Hoe sou jy self hierdie vraag beantwoord?

YT: In Postumiteiten voor Breyten. Door het oog van dichters en vorsers zijn in totaal veertig gesprekken met dichters opgenomen, overwegend Afrikaanstaligen maar ook een paar Engelstaligen en Nederlandstaligen, met name Erwin Mortier, Alfred Schaffer, Adriaan van Dis en Peter Verhelst. Ook Tom Lanoye heb ik benaderd die mij vorige week nog een interessante suggestie aan de hand deed. Ik leg de schrijvers vijf vragen voor, waar ieder zeer uiteenlopend naar eigen inzicht en ervaring op reageert. Gesprekken zijn gevoerd en voorgepubliceerd op Voertaal met (in chronologische volgorde, vanaf 2 december 2025): Joan Hambidge, Alfred Schaffer, Marlise Joubert, Antjie Krog, Louis Esterhuizen, Bernard Odendaal, Ilse van Staden, Andries Bezuidenhout, Diana Ferrus, Hein Viljoen, Pieter Odendaal, Klara du Plessis, Charl-Pierre Naudé, Nkateko Masinga, Erwin Mortier, Marius Crous, Gilbert Gibson, Heilna du Plooy, Alwyn Roux, Kleinboer, H.J. Pieterse, Zandra Bezuidenhout, Churchil Naudé, Tom Dreyer en Cas Vos. Voorts komen nog aan het woord (in alfabetische volgorde): Dominique Botha, Neil Cochrane, Ronel de Goede, Veronique Jephtas, Lynthia Julius, Ronelda Kamfer, Danie Marais, Johann Lodewyk Marais, Ryan Pedro, Jolyn Phillips, Bibi Slippers, Adriaan van Dis, Mariëtte van Graan, Marlene van Niekerk en Peter Verhelst. Ik moet bekennen dat ik de afgelopen maanden nog zo een vijftien dichters heb gecontacteerd, onder anderen Clinton V du Plessis, Stefan Hertmans, Tom Lanoye, Johan Myburg, Susan Smith, Carina Stander en Gert Vlok Nel. Zij konden om een of andere reden niet bijdragen, hoewel ze het werk kennen, maar zijn op de hoogte en ondersteunen van harte het huldigingsproject. Op Versindaba heb ik hierover het volgende opgetekend: https://versindaba.co.za/2026/01/21/yves-tsjoen-postumiteiten-voor-breyten/.

Naast deze vooraanstaande dichters, vooral dus in het Afrikaans, komen ook tien vorsers aan het woord. Op mijn verlanglijst staan: Willie Burger, Catherine du Toit, Ronel Foster, Francis Galloway, Joan Hambidge, Alwyn Roux, Sandra Saayman, Alfred Schaffer, Marilet Sienaert, Anke van der Merwe, Annari van der Merwe, Helize van Vuuren, Hein Viljoen, Louise Viljoen en Andries Visagie. Ik hoop dat tien collega’s kans zien op mijn vragen te reageren. Mijn wetenschappelijk en essayistisch werk over Breytenbach, meestal in transnationaal perspectief en vanuit mijn standpunt van “binnenwaartse buitenstaander”, verhoudt zich tegenover de studie van Zuid-Afrikaanse collega-onderzoekers. Ik ben dan ook schatplichtig aan hun grondige en verrijkende navorsingswerk dat mij vele inzichten opleverde. Daarom nodig ik hen uit om uit te weiden over hun specifieke framing van Breytenbachs werk, de accenten die ze leggen in hun onderzoek. De studie van een oeuvre onderneem je nooit in afzondering. Als onderzoeker sta je op de schouders van voorgangers-experts. Ongeacht dichter of vorser: zij construeren ieder hùn beeld van Breytenbachs oeuvre. Ik stel mij op als nieuwsgierig toeschouwer, inderdaad als een gespreksgenoot die benieuwd is naar persoonlijke leeservaringen van anderen en de beeldvorming of postures van Breytenbach in zowel literair-esthetisch als literatuuranalytisch opzicht.

...
In dat poëtische en kritische universum van Breytenbach verwijl ik nagenoeg dagelijks. In mijn privébiblotheek in Gent staan ruw geschat meer zeventig titels, ook vertalingen en studies over Breytenbach.
...

Nu wat jouw vraag betreft. Mijn eerste kennismaking met Breytens lyriek was wellicht Skryt. Om ’n sinkende skip blou te verf (Meulenhoff/Poetry International,1972), in 1976 naar aanleiding van de veroordeling van Breytenbach en de inhechtenisneming herdrukt. Het nawoord van H.C. ten Berge was een introductie, net zoals de vertaling door Adriaan van Dis. In dat nawoord wordt Breytenbach neergezet als een modernistisch vernieuwer in de Afrikaanse poëzie, een Sestiger. En tegelijk als politiek activist, die tegen discriminatie en ander onrecht van apartheid in Zuid-Afrika in verzet kwam en ervoor had gekozen in 1960 in ‘vrijwillige’ ballingschap te gaan door naar Europa te reizen. Beide facetten van de literaire postuur boeien mij: Breytenbach als dichter met een eigengereide beeldentaal, verrassende surrealistische beeldassociaties, én de publieke intellectueel met zijn Afrikafilosofie (pan-Afrikanisme) en politieke standpunten, zoals onder meer uitgedrukt in poëzie én beschouwend proza. Zowel het vroege werk als de latere poëzie heeft mijn belangstelling. Ik zit geregeld te lezen in de drie vermelde verzamelbundels, ook in Nederlandse vertalingen zoals De windvanger en De zingende hand. Parool/Parole. Versamelde Toesprake/Collected Speeches (2015), door Francis Galloway samengesteld, is een inspirerende collectie waarin ik geregeld grasduin. In dat poëtische en kritische universum van Breytenbach verwijl ik nagenoeg dagelijks. In mijn privébiblotheek in Gent staan ruw geschat meer zeventig titels, ook vertalingen en studies over Breytenbach. En ook het beeldend werk is hier aanwezig.

De voorbije dagen lees ik in Capturer le vent (Éditions Seghers, Parijs, 2026), een verzameling met Franse vertalingen van Breytenbachs gedichten door Georges Lory met een voorwoord van J.M. Coetzee.

ID: Jy is tans besig met nog ’n huldigingsboek, Postumiteiten. Vertel asseblief meer? Ek is ook geïnteresseerd in hoe jy Breytenbach se beeldende werk kies vir die voorblad?

YT: Ik heb gekozen voor twee Gongshi-schilderijen (2017): op het voorplat Gongshi 7 en op het achterplat Gongshi 8. Ik ontdekte dat schilderwerk ter gelegenheid van de expositie en de catalogus The 81 ways of letting go a late self (Stevenson, Kaapstad, 18 oktober-24 november 2018). Zoals ik voor Breyvier en De ontdekking van het eiland telkens een ensō-schilderij koos, met de verwijzing naar het Zen-boeddhisme. Met dank aan Yolande en Daphnée Breytenbach, het Breytenbach Fonds en natuurlijk ook aan Joost Bosland en Shona Alexander van de Stevenson Gallery, die mij de professionele afbeeldingen bezorgden voor de boekuitgave. Ik mag het omslag van Postumiteiten voor Breyten hier voor het eerst bekend maken.

Uitgeverij Naledi zorgt voor distributie in Zuid-Afrika. Het kruim van de Afrikaanse poëzie is vertegenwoordigd, en dat geldt ook voor de navorsers. Ik ben uitgever Johan Coetzee ten zeerste erkentelijk voor de constructieve samenwerking, ook de subsidiënten die dit project over de landsgrenzen heen mogelijk maken. Het gelegenheidsboek met getuigenissen verschijnt als een coproductie van Skribis en Naledi, dus in de Lage Landen én in Zuid-Afrika, een blootstelling aan een ruim internationaal publiek. Iedere deelnemer aan het congres in Gent, ook een groep van studenten Afrikaans (vorig jaar ongeveer veertig), ontvangt een presentexemplaar als herinnering, een nagedachtenis aan Breytenbach.

Het huldigingsboek met bijdragen van schrijvers en wetenschappers verschijnt op 24 november, exact twee jaar na Breytens overlijden en kort voor aanvang van het internationaal colloquium: “Inter-Breyten. Breytenbach in context” (26–27 november 2026, UGent).

Wordt vervolgd

Lees ook:

Oproep voor referaten: Inter-Breyten – Breytenbach in context

Breyten schrijven #7: Herinnering aan Maître Breyten Breytenbach (1939–2024), “die dood is om nooit weer dors te word nie”

Breyten schrijven #31: Breytenbachs lyriek door de blik van dichters, conversatie met Churchil Naudé

T'Sjoen verken komplekse, ryk nalatenskap van een van Afrika se mees enigmatiese literêre figure in De ontdekking van het eiland: #2

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top