Van dorpje op de hei tot hypermoderne media-hub

  • 0

Journalist Peter Schavemaker interviewde zestig sleutelfiguren uit de geschiedenis van Hilversum als “mediastad”. Omroepbazen, radio- en tv-sterren, burgemeesters, wethouders en zelfs de uitbater van het plaatselijke café – iedereen komt aan het woord. Uit deze veelheid van helaas slordig geredigeerde vraaggesprekken komt een fascinerend verhaal naar voren.

Peter Schavemaker
100 jaar Hilversum Mediastad
Uitgeverij Conserve, Schoorl, 2018
ISBN: 978 90 5429 427 6
510 p., prijs: € 24,99

De geschiedenis van Hilversum als mediastad begint op 27 april 1918. Dan wordt op een notariskantoor in Amsterdam de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) opgericht. Deze heeft volgens de oprichtingsakte als doel “het maken van alle installaties, inrichtingen, toestellen en werktuigen, bestemd voor of betrekking hebbende op draadloze telegrafie en telefonie, seinwezen en andere soortgelijke onderwerpen”. Voor de fabriek werd gekeken naar verschillende vestigingsplaatsen, maar uiteindelijk viel de keuze op Hilversum. Daar was voldoende ruimte beschikbaar, het was er niet duur en het dorp lag op zandgrond, dus hoefde je er niet te heien. Hilversum was begin twintigste eeuw een dorpje van arme schaapherders en wevers, omgeven door bos en hei.

Mies Bouman-boulevard, Media Park / Foto: Plumpaquatsch, via Wikimedia Commons

Op 21 juli 1923 vond er vanuit het fabriekje van de NSF voor het eerst een radio-uitzending plaats. Dat was niet de eerste radio-uitzending in Nederland: de Friese ingenieur en radiopionier Hanso Schotanus à Steringa Idzerda  was al op 6 november 1919 begonnen met uitzendingen vanuit Den Haag. In Hilversum werd op 1 maart 1926 de Stichting Hilversumsche Draadlooze Omroep opgericht, waar in 1927 de Algemeene Vereeniging Radio Omroep (AVRO) uit zou voortkomen. In die jaren werden elders in het land – keurig per zuil – nog meer omroepen opgericht, zoals de protestants-christelijke NCRV (1924), de katholieke KRO (1925) en de socialistische VARA (1925). Nadat Idzerda in 1924 zijn zendvergunning was kwijtgeraakt (onder meer wegens geluidsoverlast), begonnen deze omroepen gebruik te maken van de zender van de NSF in Hilversum. Nadat gloeilampenfabrikant Anton Philips zijn oog op het bedrijfje had laten vallen en de NSF twee torens had gegeven (die in de volksmond “de zingende torens” gingen heten), kon het radiowezen in Nederland echt tot bloei komen.

Voormalig AVRO-gebouw aan de ’s-Gravelandseweg / Foto: Ben Bender [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons (links boven); Voormalig NCRV-gebouw aan de Schuttersweg / Foto: Johan Bakker [CC BY-SA 3.0 nl], via Wikimedia Commons (links onder); Voormalig KRO-gebouw aan de Emmastraat / Foto: Dennis M., via Wikimedia Commons (r)

Dankzij de radio en vanaf 1967 ook de televisie kreeg de naam “Hilversum” voor velen een magische klank. Wie vroeger op de radio naar Nederlandse programma’s wilde luisteren, stemde af op “Hilversum” (tussen bijvoorbeeld “Londen” en “Helsinki”). En wanneer een correspondent op tv verslag deed vanuit een of ander ver buitenland, sloot hij zijn reportage af met de woorden: “Terug naar de studio in Hilversum”. Het boek 100 jaar Hilversum Mediastad bevat talloze voorbeelden van kopstukken uit de Nederlandse mediawereld die van kinds af aan werden aangetrokken door de mystiek van “Hilversum”. Waar anders kon je beroemdheden als Mies Bouwman, Willem Duys en Connie Vandenbos zomaar op straat tegenkomen?

In de loop van de twintigste eeuw kregen radio en televisie grote invloed op hoe dat eenvoudige weversdorpje Hilversum eruit kwam te zien. De omroepen lieten tussen de huizen imposante gebouwen neerzetten waar hun kantoren en studio’s gevestigd waren, zoals het gebouw van de AVRO aan de ’s-Gravelandseweg, dat van de KRO aan de Emmastraat, van de VARA aan de Heuvellaan en van de NCRV aan de Schuttersweg. Verder werd de aanblik van het dorp bepaald door de televisietoren aan de Witte Kruisweg, die bij oplevering in 1973 al 142 meter hoog was en die in 2001 door de toevoeging van een extra stalen mast verder werd opgehoogd tot 196 meter. Aan de rand van het dorp ontstond het Media Park, een uitgestrekt bedrijventerrein dat als het gaat om “bits and bytes” voldoet aan de hoogste technische vereisten. Behalve radio- en tv-studio’s en de kantoren van publieke omroepen en commerciële zenders zijn op het Media Park ook allerlei facilitaire bedrijven en technologische start-ups te vinden. De straten zijn vernoemd naar beroemde omroepcoryfeeën. Zo heb je er een Mies Bouwman-boulevard, een Willem Duys-vijver en een Joost den Draaijer-rotonde.

In die honderd jaar sinds de oprichting van de NSF werden de media van vitale betekenis voor de economie van het dorp Hilversum. Niet alleen verschaft het Media Park zelf vandaag de dag werk aan zo’n 6000 mensen. In het dorp eromheen zijn er nog eens 6000 mensen – van de caissière bij de supermarkt tot de onderwijzer op school – die financieel van de media afhankelijk zijn.

Voormalig VARA-gebouw aan de Heuvellaan / Foto: Janna van B. [CC BY-SA 3.0 nl], via Wikimedia Commons

Daarom is het merkwaardig dat het gemeentebestuur van Hilversum het belang van de aanwezigheid van de media voor het dorp aanvankelijk totaal niet inzag. De lokale overheid had nauwelijks belangstelling voor al die mediabedrijven die binnen de grenzen van het dorp waren neergestreken. Men zag Hilversum liever als een “groen” dorp, landelijk gelegen, met dure villawijken. Pas eind jaren tachtig zou het dorp een wethouder krijgen die zich gericht met de media zou gaan bezighouden.

In die tijd was Hilversum er financieel slecht aan toe. Van de glitter en glamour die de Nederlandse goegemeente op televisie kon zien, viel in het dorp zelf weinig te merken. Het tij keerde toen de eerste commerciële televisiezender, RTL (Véronique), in 1989 besloot om zich – ondanks de aantrekkingskracht van de hoofdstad, Amsterdam – tóch in het meer afgelegen Hilversum te vestigen. In het kielzog van RTL kwam een hele reeks facilitaire bedrijven mee. Hierdoor werd de identiteit van Hilversum als “mediastad” definitief gevestigd. In het boek van Peter Schavemaker noemen meerdere geïnterviewden RTL dan ook wel de “redding” van Hilversum als mediastad. Zo zegt Renate van Iperen, voormalig mediaverslaggever van streekkrant De Gooi- en Eemlander: “Het heeft gezorgd voor meer dynamiek, creativiteit en werkgelegenheid. De publieke omroepen waren ingeslapen, de komst van RTL heeft gezorgd dat Hilversum enorm wakker is geschud.” (p. 388)

In 2011 heeft RTL zijn contract met het Media Park voor tien jaar verlengd. Dat was opnieuw een belangrijk signaal. Want in de voorgaande jaren waren enkele andere bedrijven – SBS (het moederbedrijf van SBS6, Net5, Veronica), MTV, IDTV en Eyeworks – wél naar Amsterdam vertrokken. Dankzij de nieuwe technologie is het veel makkelijker geworden uit te zenden vanaf andere locaties. Veel programma’s worden niet meer in een studio op het ongezellige Media Park in een uithoek van Hilversum gemaakt. De AVRO heeft meebetaald aan de ontwikkeling van Vondel CS (het voormalige Filmmuseum) in het Vondelpark tot theater- en studiocomplex en laat een deel van zijn programma’s daarvandaan komen. Het Westergasfabriekterrein is, dankzij De Wereld Draait Door, Pauw en Jinek, het hart van de Nederlandse talkshow geworden. En het society-programma RTL Boulevard komt vanaf het Leidseplein. Al deze locaties liggen middenin het bruisende Amsterdam. Dat maakt het makkelijker om publiek naar de studio te trekken, en de presentatoren hoeven zich niet los te maken uit hun hippe, hoofdstedelijke bestaan, maar kunnen gewoon op de fiets naar het werk. Ook Blue Circle, de productiemaatschappij die onder meer verantwoordelijk is voor het succes van Boer zoekt vrouw en Heel Holland bakt, verruilde Hilversum voor Amsterdam.

Mies Bouwman met Willem Duys en goudvis / Foto: Eric Koch, Anefo, via Wikimedia Commons

Opmerkelijk is een uitspraak van Eric van Stade, tussen 2008 en 2011 CEO van SBS in Amsterdam en nu als algemeen directeur van AVROTROS terug in Hilversum: “Doordat SBS in Amsterdam is gevestigd, wordt het wel sneller divers. Er werken meer verschillende soorten en jonge mensen bij elkaar. Er is dan een betere connectie met het algemene publiek. Bij AVROTROS zijn we heel erg wit en oud […]. De cultuur in Hilversum, ook als televisiestad, werkt deze ontwikkelingen tegen.” (p. 334)

Pipo de Clown (Cor Witsche), 14 februari 1962 / Foto: Wim van Rossem, Anefo, via Wikimedia Commons

Voor Hilversum zou het een gevoelige aderlating betekenen om nog meer mediabedrijven te zien vertrekken. Gelukkig stelt de gemeenteraad van Amsterdam zich terughoudend op en is die er niet op uit bedrijven uit Hilversum weg te lokken. Terwijl de media voor Hilversum core business zijn, maken ze voor Amsterdam slechts een onderdeel uit van een bredere creatieve sector die als geheel voor de stad zeer belangrijk is. Je kunt Hilversum ook zien als het geografische middelpunt van de Nederlandse “Media Valley”, die zich uitstrekt tussen Amsterdam, Utrecht en Almere, en waar behalve radio en televisie onder meer ook de ICT- en de gaming-industrie een belangrijke plaats innemen. En vanuit internationaal perspectief geldt Hilversum – op 20 kilometer afstand van de hoofdstad – gewoon als een “buitenwijk” van Amsterdam.

Begin jaren negentig bedacht de regering in Den Haag dat omroepen die min of meer hetzelfde publiek bedienden, “geclusterd” moesten worden. Dat betekende dat de omroepen hun monumentale bedrijfspanden moesten verlaten om ergens anders samen te gaan hokken. Dat gold bijvoorbeeld voor de AVRO, de KRO en de NCRV. Schavemaker weet aannemelijk te maken dat de toenmalige burgemeester van Hilversum het plan voor het grote nieuwe AKN-gebouw aan de lommerrijke ’s-Gravelandseweg er, ondanks protest van omwonenden, doorheen heeft gedrukt uit vrees dat deze drie omroepen Hilversum óók voor Amsterdam zouden verruilen, wat desastreuze gevolgen zou hebben voor de werkgelegenheid in het dorp. Sindsdien is de AVRO gefuseerd met de TROS en heeft de “A” het AKN-pand alweer verlaten, om samen met de TROS het oude gebouw van de Wereldomroep op het Media Park te betrekken. Net als de bovenverdieping van het AKN-gebouw staan ook die mooie historische bedrijfspanden nu grotendeels leeg, en het is moeilijk er een nieuwe bestemming voor te vinden.

Veranderingen in de mediawereld hebben dus een enorme impact op het vastgoed en de ruimtelijke ordening binnen het dorp. Daarnaast heeft Hilversum al jaren te kampen met verschrikkelijke verkeersinfarcten. Een “lelijk dorp”, vindt mediamagnaat John de Mol. “Volkomen aangetast door de mensen die daar de afgelopen dertig jaar verantwoordelijk zijn geweest voor de infrastructuur en de uitstraling. Die mensen moeten zich diep schamen.” (p. 42) Teleurstellend is het dat er na al die jaren in het centrum van Hilversum nog steeds weinig te merken is van de bedrijvigheid op het Media Park. Andersom blijft het Media Park een ongezellige bedoening, omdat er nauwelijks cafés, restaurants of winkels zijn. Plannen om van de karakteristieke televisietoren een toeristische attractie te maken, zijn op niets uitgelopen, omdat hierdoor de uitzendfunctie van de toren in gevaar gebracht zou kunnen worden. “Wonen” en “werken” staan in mediastad Hilversum op gespannen voet.

Wél geslaagd is het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, een markant gebouw aan de rand van het Media Park, dat in 2006 zijn deuren opende. Dit museum, archief en kenniscentrum bewaart niet alleen items die te maken hebben met de geschiedenis van de Nederlandse radio en televisie, maar ook online video’s, websites en games. Volgens Jan Müller, tot voor kort directeur van Beeld en Geluid, zijn de vlogs van de Nederlandse YouTube-ster Enzo Knol (1,4 miljoen volgers) inmiddels net zo belangrijk als het clownspak van de legendarische tv-held Pipo de Clown. In het kader van het project Beelden voor de toekomst zijn tussen 2007 en 2014 “meer dan 90 duizend uur video, 20 duizend uur film, zo’n 100 duizend uur audio en 2,5 miljoen foto’s gerestaureerd, geconserveerd en gedigitaliseerd”. (p. 497) Op het gebied van digitalisering, ontsluiting, toegang en presentatie van digitale collecties en digitale duurzaamheid is Beeld en Geluid volgens Müller “koploper in de wereld”. (p. 491)

Beeld en Geluid weerspiegelt de meest recente trends in medialand. Vroeger zaten hele gezinnen samen aan de buis gekluisterd. Nu is mediaconsumptie geïndividualiseerd: via onze telefoon of tablet kijken en luisteren we waar en wanneer we maar willen. Ná Los Angeles en Londen is de Nederlandse Media Valley een van de belangrijkste media hubs ter wereld. Sinds het succes van Big Brother gaan in Nederland ontwikkelde formats de hele aardbol over. En op het Media Park in Hilversum zijn veel innovatieve start-ups gevestigd, waar hard gewerkt wordt aan de vormgeving van onze toekomst.

  • Klik hier voor meer informatie over het boek 100 jaar Hilversum Mediastad en een video-impressie van de presentatie van het boek in Beeld en Geluid op 14 februari 2018.
  • Op de website van Beeld en Geluid vind je niet alleen bezoekersinformatie, maar ook een schat aan gedigitaliseerde foto’s, geluid- en videomateriaal. Goed voor uren kijk- en luisterplezier! (Maar vergeet niet om ook de Beeld en Geluid Experience te bezoeken.)

 

Buro: IG
  • 0
Top