Vertaalatelier: D(i)e tuin van Nolde

  • 0

De cyclus “De tuin van Nolde” is opgenomen in Holzhaus’ dichtbundel Blijven en weggaan (2016).

In 2015 won de Nederlandse dichteres Ineke Holzhaus de Hofvijver Poëzieprijs met de vijfdelige gedichtencyclus “De tuin van Nolde”. De Zuid-Afrikaanse dichteres Heilna du Plooy, die al jaren bevriend is met Holzhaus en haar man, de schrijver Willem van Toorn, werd zo door de gedichten geraakt, dat ze zich liet inspireren tot een vertaling. 

In het eerste deel van deze bijzondere bijdrage aan het Vertaalatelier vertelt Ineke Holzhaus zelf over de ontstaansgeschiedenis van de cyclus. In deel 2 reflecteert Heilna du Plooy op het vertaalproces en geeft ze een inkijkje in de e-mailcorrespondentie die ze met Holzhaus over het vertalen van de gedichten heeft gevoerd. En in het derde deel is Du Plooy’s Afrikaanse vertaling van “De tuin van Nolde” opgenomen. Deze vertaling wordt hier voor het eerst gepubliceerd. 

1. Emil Nolde (voor Heilna), door Ineke Holzhaus

Al eerder waren we bij het museum in Seebüll, gevestigd in het huis waar Nolde en zijn vrouw hebben gewoond. Het was aan het eind van de middag en de oprijlaan stond meer dan vol. Ook in het belendende weiland, dat als parkeerplaats werd aangewezen, stonden her en der wat auto’s. We besloten op een ander tijdstip terug te komen. Enkele jaren later hadden we vlakbij onderdak gevonden op een ecologisch verantwoorde boerderij met prachtige luie varkens, die af en toe een verse asperge kregen toegeschoven. We waren op het boerenland, in het grensgebied tussen Duitsland en Denemarken, geboortegrond van Emil Nolde. Zijn vader was een Duitse boer en zijn moeder, Frau Hanna Christine, was een Deense.

Deze keer waren we als eersten bij het museum. De tuin lag te bloeien in de zon, hoge witte stapelwolken staken af tegen een blauwe Noord-Friese hemel. Omdat er verder niemand aanwezig was, leek het of we bij het echtpaar op de koffie kwamen. Het waaide flink in de bomen en zo kwam de stem van Ada, de vrouw van Nolde, mijn gedicht binnen.

Het huis ligt hoog op een terp, zoals we die ook kennen in het noorden van Nederland. Zo hoog als op een duin, dacht ik en ik herinnerde me dat de Stichting Vrienden van de Hofvijver in Den Haag dichters had uitgedaagd een cyclus te schrijven onder de noemer “als op een duin”. In een mooie uitgave waren schilderijen, tekeningen en gedichten verzameld die de Nederlandse duinen beschreven en bezongen. Dit boek moest als inspiratie dienen.

Binnen in het museum in Seebüll werd ik opnieuw overweldigd door de aquarellen en schilderijen in olieverf van Nolde, die de kleuren soms brutaal onvermengd op het doek aanbracht. Modern, gewaagd, ook nu nog zeer aansprekend.

De villa van Emil Nolde in Seebüll. Op deze foto is goed te zien dat het huis op een terp (“als op een duin”) staat. / Foto: Jens Cederskjold [CC BY 3.0], via Wikimedia Commons

In een benedenruimte bevindt zich het atelier, dat hij indertijd heeft laten vergroten om zijn enorme religieuze werken te kunnen maken. Als je tussen zijn felle kleuren rondwandelt, wordt het steeds onbegrijpelijker dat Emil Nolde de ideeën van het nationaalsocialisme heeft kunnen aanhangen. Zijn werk heeft volstrekt niets te maken met het nazistische gedachtegoed over kunst en cultuur. Toch heeft hij het gedaan en juist daarom wilde ik er meer over te weten komen. Het goed gedocumenteerde Emil Nolde, retrospektive gaf me meer dan genoeg informatie om de cyclus te kunnen schrijven.

Hoewel de woorden op een duin slechts in één regel voorkomen, mocht ik er toch de prijs voor ontvangen van de stichting in Den Haag. In het gedicht heb ik geprobeerd het raadsel van de schilder bij benadering te vatten middels de stem van zijn eerste vrouw, die dacht hem volledig te begrijpen.

Ineke Holzhaus (l.) in gesprek met Heilna du Plooy (r.), Openbare Bibliotheek Amsterdam, 13 september 2015

2. Notas by die vertaling van gedigte, deur Heilna du Plooy

Die vertaling van poësie is vir my een van die boeiendste dinge wat ek in my lewe gedoen het. Selfs in verwante tale, soos wanneer daar tussen Afrikaans en Engels en Nederlands oor en weer vertaal word en woordorde en grammatikale struktuur nie ernstige of soos by sterk onverwante tale selfs onoorkomelike probleme bied nie, bly dit ’n geweldige uitdaging om die nuanses wat jy as leser in die gedig aanvoel in die woorde van ’n ander taal weer te gee.

Tussen Afrikaans en Nederlands is daar baie ooreenkomste maar die grammatikale tydsvorme en verbuigings en vervoegings verskil uiteraard. Hierdie grammatikale vorme is egter nie die grootste probleem nie en die dubbele ontkenning ook nie, want daarvoor kry mens wel poëtiese oplossings soos om byvoorbeeld die tweede “nie” op die volgende reël te plaas en die verlede tyd soms met ’n “sou” of “wou” uit te druk om die herhalings van “het ge-” te vermy. Die kruks van die saak lê in die subtiliteite van die poëtiese segging: ’n spesifieke woord in ’n spesifieke posisie wat in die doeltaal nie op dié manier wil werk nie, die klank- en ritmiese patrone wat onvermydelik anders uitval. ’n Reël wat deur inherente spanning vasgehou word, val maklik in ’n ander taal uitmekaar of word slap en niksseggend. Die moeilikste is keuses van woorde as die brontaal ’n bepaalde suggestie subtiel verwoord deur die meerdere betekenisse van ’n woord te aktiveer, maar daardie meerdere betekenisse nie in die doeltaal deur die vertaalde woord gedra word nie. Dan moet die vertaler keuses maak en gaan daar dikwels onvermydelik iets verlore van die rykdom van die metaforiese trefkrag van die taal.

Daar is egter ook reddende faktore aan die werk. Een is dat indien die digter en die vertaler mekaar ken en mekaar se tale verstaan, hulle kan onderhandel oor betekenis. Trouens, in die vertaalteorie word onderhandeling tans as die ideale vorm van vertaling beskou. Daarom word groot vertaalprojekte soos byvoorbeeld ’n Bybelvertaling deur spanne mense wat kundiges uit verskillende velde insluit, onderneem. Indien die vertaler en die digter in gesprek kan tree, gebeur die vertaling gedeeltelik deur oor-en-weer-verduideliking en -onderhandeling om by die beste opsies uit te kom. ’n Ander groot toegif van vertaling is dat in die brontaal nuwe poëtiese patrone ontstaan en daar weer meerdere betekenisse losgeslaan word, nie altyd presies dieselfde nie, maar wel geldig as dit in lyn bly met die atmosfeer, toonaard en gesuggereerde betekenisvelde van die oorspronklike gedig.

Ineke Holzhaus se kort reeks oor Emil Nolde se tuin het my aangegryp omdat die posisie van die kunstenaar daarin op ’n aangrypende wyse aan die orde gestel word. Nolde het geskilder wat hy gesien het: aanvanklik die beskadigde stede en mense na die Eerste Wêreldoorlog en later die helder noordelike landskappe. Ten spyte daarvan dat hy die nuwe bewind in Duitsland ondersteun het en dit as suiwer en goed beskou het, was sy werk nie na die smaak van die politieke bedeling nie en is hy daarvan weerhou om skildermateriaal te koop. Sy helder kleure, sy intense stryd met die onderwerpe van die skilderye, hetsy natuurdinge of mense, was te ekspressionisties, te “entartet”. Maar die kunstenaar het sy “ongeskilderde” werk voortgesit en in waterverf bly werk. Uiteindelik het die onderdrukkende bewind gesneuwel en die kunstenaar se werk bly voortleef: “skoonheid verslaan goed en kwaad.”


Voorbeelde uit onderhandelingsgesprek:

1. “hield van” en “hem dierbaar was”: hoe intens is die emosies in die gedig? Kan ek byvoorbeeld “versot op” gebruik of is “hou van” (in Afrikaans gewoon positief voel teenoor) en “lief vir” sterk genoeg?

“Daar hield hij van,” zoals een schilder van bepaalde kleuren houdt, waardering heeft voor, graag werkt met. “Hem dierbaar was,” hetzelfde, maar iets rustiger, intenser. Het gaat eerder om een beoordeling van de mogelijkheden voor de schilder dan om intens liefdesgevoel. 

2. “juffertjes in ‘t groen”: interessant genoeg is die naam nie algemeen bekend in Afrikaans nie, maar dit kom wel in die woordeboek voor as “juffertjies in het groen”. Die ander meer bekende naam vir die plant is “vinkelblom”. Sou dit goed wees as ek “vinkelblom” gebruik (ek self het in my hele lewe “juffertjies in het groen” nog nooit in gebruikstaal gehoor nie) of dink jy die effens eksotiese, vervreemdende naam kan juis beter werk?

Is “vinkelblom” dan niet venkel? Als het ook het bloemetje is met de blauwe bloempjes, is het goed, dan is het meteen herkenbaar voor de Afrikaanse lezer.

3. “het bloemblauw in haar venushaar”: Verwys jy hier na die fyn lower van die juffertjes in ‘t groen met die ylblou blommetjies daartussen of na die regte venusvaring (Maidenhair fern)?

Ja, ik denk aan het fijne lover van de bijna uitgebloeide bloem van juffertje in het groen. In het Frans heet de bloem “Cheveux de Vénus,” dat vond ik wel mooi toen ik het las. Dus niet de varen.

4. “geschrokken ijs”: dis ’n pragtige beeld en ek wonder net of dit in Afrikaans “geskokte” of “verskrikte” ys sou moes wees? Selfs “verstarde ys” sou in Afrikaans goed klink.

Ik denk “verskrikte”, hij kijkt op het zelfportret geschrokken op, hij heeft er een paar gemaakt. Als je zoekt op internet bij “zelfportret Emil Nolde”, zie je hem, met zomerhoed.

5. “ik koos de irissen...” : Sou “koos” hier eerder verwys na “uitgesoek” of na “gekies”. Dis byna dieselfde, maar daar is tog ’n verskil.

“Uitgesoek,” denk ik. “Uitzoeken” lijkt me actiever? Ze wil laten weten dat ze zich ermee heeft bemoeid.

6. “achterhaalde”: Watter betekenis verkies jy hier: die lug se kleur “herwin/terugkry/najaag/wil vasgryp/weergee/naboots” of die ander betekenis van “betekenis vind”: dus “begryp” of “verstaan”. As ek die gedig lees, word albei betekenisse van “achterhalen” vir my geaktiveer, en dit sou behels dat ek ’n woord in Afrikaans moet vind wat ook iets van albei moontlikhede inhou.

Ja, “achterhaalde” heeft die dubbele betekenis. Hij doet een wedstrijd met de lucht, de wind, het weer, hij probeert het zo te achterhalen, dus te bevatten, erin binnen te dringen. Er zit een wedstrijdelement is, denk ik.

7. “We sloegen het roet af van de stad”: In Afrikaans is daar ’n uitdrukking “Ons het die stof van die stad van ons voete afgeskud” en dit beteken jy besluit om die stad vir altyd te verlaat. Is dit waarom dit hier gaan? Of wil jy letterlik aandui dat die skilder en sy vrou deur die roet van die stad gekyk het, om die mense self daarin te sien en te kan skilder? Of het hulle uit die stad vertrek nadat hy die soldate en baie maer vroue geskilder het en toe na die afgesonderde huis gegaan?

Letterlijk de vieze vuile, maar vooral decadente stad verlaten, waar de Eerste Wereldoorlog zijn sporen heeft nagelaten, maar ook de stad verlaten om er niet terug te komen, dus ik denk dat de Afrikaanse uitdrukking goed kan.

8. “losgeslagene”: Soos ek die woord hier verstaan, verwys dit na die stad wat soos ’n skip van sy anker losgeruk is. Is dit reg?

Ja, maar ook “decadent”, denk aan de cabarets in Berlijn, de hoeren, de homo’s, ze heeft er een hekel aan.

9. “entartet” vertaal ek nie want ek aanvaar dit verwys na die “entartete Kunst” of degeneratiewe kuns volgens die oordeel van die Nazi-party wat hulle dan ook verbied het.

Entartet ja, het Duitse woord is hier goed.

 

3. Die tuin van Nolde, ’n gedig van Ineke Holzhaus, vertaal deur Heilna du Plooy


Die tuin van Nolde
Seebüll

In Seebüll, in Noord-Duitsland
teen die Deense grens, is die Museum Nolde
gevestig in die huis waarin die skilder Emil Nolde
en sy vrou Ada jarelank gewoon het.

*******

“Dit is nog stil, die busse kom later,”

’n stem, ’n vrou, daar is wind

“u het die beste seisoen gekies
die regte dag vir kraakblou lug
noordelike stapelwolke, kumuli
van die kontras het hy baie gehou
hoewel hy ook lief was vir stormweer –
dan het die reën op sy papier geval,
die hemel saam beweeg op sy gespande doek.

Nie alles oorleef hier maklik nie, in hierdie streek
word ’n soort taaiheid van ons verwag,
van plante, van voëls, van die inwoners.”

*****

“Ek het die gras, die netels en die klawer uitgetrek
vinkelblom was vir hom te bleek
hoewel die blou van sy oë – kyk maar hierbinne
na sy selfportret – byna soos die blomblou
van die varingfyn blare lyk; sy blik
verskrikte ys. Ek werk in die tuin, nouja, ek het altyd

ek het die irisse en die dubbele viooltjies uitgesoek,
dalias in tinte wat hom laat gryp het na
die suiwerste rooi of blou, hy het die Pruisies net so
uit die buis gebruik – hier is die see, het hy gesê en hier
die geel lug wat wegdryf as hy daarna kyk
maar waaroor hy rasend skilderend die oorhand wou kry.”

*****

“Die stad se roet het ons van ons voete afgeskud
die bandelose stad, waar in die danssale               
geamputeerde soldate hulle ysterkruise                
rondswaai, die loopgrawe wegdrink –
hy het die manne en hulle maskers geskilder
verlore wesens, beenmaer vroue.

Toe het ons die huis na ons sin
en smaak laat bou op die hoogte bokant
hierdie landerye, rietdakke en bont vee –
jy vermoed die see, ruik die sout,
soos wanneer jy op ’n duin windaf kyk
na een van sy golwende seegesigte.”

*****

“Ons het in die tyd gekies vir die helder
lig, die noorde, vir die ongemengde
blonde volk wat eeuelank suiwer skoonheid
geskep het, ons het ons tafel gedeel

met soldate in uniform, hulle nuwe
orde begroet, sy skeppingskrag aangebied,
sy boerebloed, die verslete sages wat hy
in ontploffings van kleur laat herleef het.

Die manne met hulle lang jasse het hom
verbied, die geëerde leier met die opgehefde hand
het hom linne, papier, verf en vernis ontsê.

Hier het my man sy ongeskilderde werk
gemaak op hierdie plek, ontembaar, onsigbaar
entartet, totdat die misverstane tyd verby was.”

*****

“Geprys, verbode, vereer
die tyd en die lot, ’n grillige spel,”

haar stem nou singend in die blare

“snoei jy één tak, verskuif
die hele komposisie – kap jy een boom
af open ’n nuwe vergesig
so is ’n tuin,”

yler nou, byna verdwene

“weet u wat u ook sal sien wanneer u
netnou verward sy ateljee binnegaan?”

ruis sy in die boomtoppe

“skoonheid verslaan goed en kwaad.”

en is weg

op die pad na die streng huis
kom ’n bus aan vol vrouens met Noorse
wandelstokke en drie verdwaasde mans

ek ruil my sonbril om met die gewone een
om na sy werk te kyk deur ongetinte glas.

Buro: IG
  • 0
Top