Yves T'Sjoen in gesprek met Joost Nijsen: "Geef mij een jaargetijde om de lucht open in de ogen te kijken"

  • 0

Joost Nijsen (Foto: Keke Keukelaar)

In gesprek met Joost Nijsen. Uitgeverij Podium en het werk van Breytenbach in Nederland

In de aanloop naar een gesprek met Breyten Breytenbach, in de schaduw van Donkerberg op de Bijbelse plaas Bethlehem, herlas ik enkele weken geleden Woordvogel, het door Krijn Peter Hesselink uit het Engels vertaalde A Veil of Footsteps (Memoir of a Nomadic Ficitional Character). Het tweede deel in The Middle World Quartet is een hybride tekst die misschien nog het eenvoudigst kan worden aangeduid als een vermenging van memoir, reisverslag, poëzie en foto’s. Zowel het autofictionele geschrift over de Moederstad als de kleurrijke schetsen van “het eiland” (Gorée, voor de kust van Dakar) spreken tot de verbeelding van de Lezer. Die door Breyten Woordvogel/Breyten Woorddwaas geadresseerde lezer reageerde in verschillende taalgebieden uiteenlopend op A veil of footsteps. Nog steeds verbaast het mij hoe afwijzend de Engelse Zuid-Afrikaanse kritiek rapporteerde naar aanleiding van het boek, in tegenstelling tot de Afrikaanse literatuurkritiek (zie Francis Galloway, Woordenaar/woordnar 2019, 283-286).

Nu ik fragmenten weer lees, zit ik gretig te grasduinen in de schatkamer van Galloways bio- en bibliografische schets in het huldigingsboek, uitgegeven ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Breytenbach en de Hertzogprys-saga memorerend. Breytenbach was meermaals genomineerd; hij weigerde in 1984 en aanvaardde de onderscheiding in 1999 en 2008. In de “Loopbaanskets” belicht Galloway de internationale postuur van Breytenbach, onder meer de Nederlandse vertalingen. Na de uitgaven in de fondsen van Van Gennep en Meulenhoff, vanaf de jaren zeventig, en finaal het vertrek van directeur Laurens van Krevelen bij Meulenhoff hebben Podium en Joost Nijsen de rechten verworven op het literaire werk van Breytenbach. Galloway spreekt over Intieme vreemde. Een schrijfboek (Intimate Stranger) en De windvanger in een vertaling van Hesselink, Vancrevel (de schrijversnaam van Van Krevelen) en Adriaan van Dis. Na Intieme vreemde en Woordvogel in het fonds van Podium verscheen het derde deel van de Middle World Quartet als Berichten uit de Middenwereld (uit het Engels: Notes of the Middle World). Alle boeken zijn gebonden en bijzonder fraai uitgegeven, met een reproductie van een schilderij van Breytenbach op het omslag. Sindsdien zijn De zingende hand. Gedichten 2007-2016 en ook Allerliefste (samenstelling Annemiek Recourt), een bloemlezing met liefdesgedichten, door Podium op de markt gebracht. Allerliefste bevat een keuze van vijfentwintig gedichten uit Rooiborsduif (samenstelling Charl-Pierre Naudé, met vertalingen door Krijn Peter Hesselink, Adriaan van Dis en Laurens van Krevelen, recensie op Tzum: https://www.tzum.info/2019/11/recensie-breyten-breytenbach-allerliefste/).

The Middle World Quartet is behalve in het Engels en in het Nederlands ook in het Frans uitgegeven bij Actes Sud, in een vertaling door Jean Guiloineau. Het overzicht van Francis Galloway moet drie jaar na het afsluiten van de bibliografie verder worden aangevuld en nodigt uit tot een transnationale receptiestudie van het werk van Breytenbach. Gezien de internationale renommee van de schrijver, aanwezig in meerdere taalgebieden en wat de talen betreft die hij beheerst nauw betrokken bij het vertaalproces, spreekt het voor zich dat diens meertalige présence wordt bestudeerd.

Over de toetreding van Breytenbach tot en diens aanwezigheid in Nederland is al uitvoerig bericht. Kort na het debuut in Zuid-Afrika (de dichtbundel Die ysterkoei moet sweet en de verhalen in Katastrofes, 1964) maakte de schrijver zijn entree in de Lage Landen: eerst met literaire prijzen, zoals de Reina Prinsen Geerligsprijs (1968: Die huis van die dowe) en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (Maatschappij der Nederlandse letterkunde, 1972: Lotus), vervolgens met het Nederlandse poëziedebuut Skryt. Om ’n sinkende skip blou te verf (Meulenhoff, 1972) – de bundel is in 1975, het jaar van Breytenbachs inhechtenisneming, verboden door de Publicatieraad in Zuid-Afrika (Galloway 2019, 331) – en niet te vergeten: het prozadebuut in Nederland Een boom achter de maan (verhalen, vertaling Jan Louter en Adriaan van Dis, Van Gennep 1973). Verder publiceerde Breytenbach vanaf 1969 in tijdschriften, zoals Raster en Yang Kahier. Over de Vlaamse connecties schrijf ik in mijn boek Kwintet (te verschijnen 2022).

Bij Van Gennep verschenen naast De boom achter de maan het autobiografisch gevangenisboek De ware bekentenissen van een witte terrorist (1983) en de essaybundel De andere kant van de vrijheid (1985); bij Meulenhoff onder meer Het huis van de dove (1976), Met andere woorden (1977), Een seizoen in het paradijs (1980), Mouroir. Spiegelbeelden van een boek (1984) en De ongedanste dans (1987).

Nadat Meulenhoff de verzamelbundels Het huis van de dove en Met andere woorden op de markt bracht, met achter in een verklarende woordenlijst (door Adriaan van Dis), manifesteert Podium zich nu al sinds vijftien jaar als de Nederlandse uitgever van Breytenbach. Koppernik gaf tussendoor in 2015 het bundeltje In de loop van de woorden uit met een keuze uit Oorblyfsel (2014, onder het heteroniem Blackface) (recensies: https://www.tzum.info/2015/11/recensie-breyten-breytenbach-in-de-loop-van-de-woorden/ en https://versindaba.co.za/2015/09/16/yves-tsjoen-poezie-van-breytenbach-bij-koppernik/). Bibliografische gegevens over boekpublicaties door Nederlandse uitgeverijen zijn opgetekend door Annemiek Recourt (2008) en Francis Galloway (2019).

De uitgever Joost Nijsen neemt in de zomer afscheid van Podium. Momenteel tekent hij zijn herinneringen op, met een hoofdstuk over de Zuid-Afrikanen in zijn fonds. Behalve Breytenbach worden naast vele andere auteurs ook de dichters Ingrid Jonker, Ronelda Kamfer en Antjie Krog door de uitgeverij in vertaling op de Nederlandse markt gebracht (naast bijvoorbeeld S.J. Naudés bijzondere Het vogelalfabet). Eerder gaf Atlas werk uit van Wilma Stockenström en Antjie Krog in het Nederlands, ook in de Sandwichreeks van Gerrit Komrij zijn vertalingen verschenen van Afrikaanse poëzie (onder anderen van Sheila Cussons). Marlene van Niekerk wordt dan weer door Querido uitgegeven. Ik beperk mij hier tot enkele Zuid-Afrikaanse (Afrikaanstalige) dichters.

Naar aanleiding van wat in de introductie wordt aangestipt, verwijzend naar de kritische ontvangst van A veil of footsteps in Afrikaans respectievelijk Engels (in de ‘Loopbaanskets’ door Francis Galloway), vraag ik mij af hoe de vertalingen door Krijn Peter Hesselink in Nederland zijn onthaald. Hesselink vertaalde zoals vermeld uit de Engelse brontekst. Opmerkelijk is overigens dat The Middle World Quartet als geheel niet in het Afrikaans beschikbaar is. De beschikbaarheid in het Engels is hiervoor een verklaring.

Ik voeg wat de vertalingen aangaat nog een en ander toen. Podium is ook de uitgever van De zingende hand, met een keuze uit Breytens derde verzamelbundel Die singende hand (na Ysterkoei-blues. Versamelde gedigte 1964-1975 en Die ongedanste dans. Gevangenisgedigte 1975-1983). Laurens van Krevelen, intussen Breytenbachs vaste Nederlandse vertaler, zette de gedichten om in het Nederlands.

***

Joost, kan jij iets zeggen over de samenwerking met Human & Rousseau en NB Uitgewers in Zuid-Afrika? Podium draagt al meer dan anderhalf decennium bij tot de beeldvorming van de literaire persona Breytenbach in het Nederlands, vooral door de bemiddeling van Annemiek Recourt en Laurens van Krevelen.

Met NB en Human & Rousseau werkte ik inderdaad geregeld samen, meestal via hun internationale manager Marga Stoffer. Over het concrete proces per titel (aankoop rechten, in welke fase originele manuscript, besluit welke vertaler, redactieproces) hadden opeenvolgende mensen in mijn uitgeverij met Breyten, vertalers en redacteuren/uitgevers bij NB geregeld contact.

Een vraag die ook Breytenbach zich stelt: zal Podium na jouw vertrek zich nog steeds engageren om vertalingen uit te geven (in tweetalige edities)? Er zijn naar mijn oordeel aspecten van het prismatisch schrijverschap die in het Nederlands maar weinig aandacht kregen. We kennen Breytenbach als liefdesdichter, ook de activistisch-politieke stem in het werk is genoegzaam bekend. Evenzeer van belang zijn de Zen-boeddhistische gedichten, de vele gedichten waarin wordt gerefereerd aan bevriende Nederlandse schrijvers (zoals op te sporen in Die singende hand. Versamelde gedigte 1984-2014). En niet te vergeten: de metapoëtische of metatalige gedichten én de vele Afrikagedichten. Ook in The Middle World Quartet speelt de verbeelding van Afrika (Imagine Africa) een fundamentele rol. Ik verwijs naar Woordvogel, waarin Breyten Woorddwaas spreekt (refererend aan Woordfoël, foël > fool, dwaas). Dr. Alwyn Roux (Unisa) en ik onderzoeken de verbeelding van Afrika in Breytenbachs (latere) poëzie.

Valt het volgens jou te overwegen om de Afrikateksten van Breytenbach in een Nederlandse vertaling aan te bieden?

Ik weet niet zeker of ik goed begrijp wat je bedoelt met die ‘Afrikateksten’. Veel ‘Afrika’ komt natuurlijk voor in de door Podium uitgegeven publicaties van Breyten. Je noemt ook nodige andere teksten en gedichten – ik denk niet dat daarvoor als afzonderlijke uitgave voldoende belangstelling bestaat om boekverkopers ertoe over te halen. We mailden al kort even over je gesprek met Breyten, in casu dat mooist zou zijn structureel nieuwe lezers voor hem te vinden in Nederland en België. Daarvoor is iets slimmers, behendigers nodig dan een bloemlezing met poëzie rond Afrika. Vandaar overigens onze uitgave met de liefdesgedichten, Allerliefste, klein maar fijn en toegankelijk. Misschien vinden wij nog eens een verleidelijk thema. Wellicht is het logischer naar een soort van verzameld werk toe te werken, waarin ook van alles opgenomen dat nog niet vertaald werd. Maar aangezien de boekhandel daar maar héel bescheiden van zal inkopen (de lage verkoop van het Verzameld Werk van een gigant als W.F. Hermans stemt weinig optimistisch), zou daar een karrevracht aan subsidie bij moeten. En dan nog, we gáven natuurlijk veel uit, De zingende hand, De windvanger, en dus Intieme vreemde, Woordvogel… Eerlijk gezegd zou er voor werving van nieuwe generaties lezers iets heel groots moeten gebeuren, ja zoiets als een Nobelprijs. De ervaring leert dat dán schrijvers ineens fors op de kaart staan, en via heruitgaven lezers vinden. Sterker nog, bij de vaak onverwachtse benoeming van een winnaar Nobelprijs voor Literatuur schrikken uitgevers en boekhandels zich een ongeluk en gaan dan paniekerig heruitgeven. Dat lijkt me een heerlijk luxeprobleem!

Terugkijkend op jouw persoonlijke contacten en de samenwerking met Breytenbach: wat wil je graag in herinnering brengen, vooruitlopend op jouw aantekeningen in het deel ‘Podium Kaapstad’, misschien wel ‘Podium De Goede Hoop’, in het getuigenis Uitgeversgeluk waaraan je thans werkt?

André Brink was een van de schrijvers uit Zuid-Afrika waar je ook in Nederland in het laatste kwart van de twintigste eeuw veel over hoorde. Hij en onder anderen Breyten Breytenbach, Elisabeth Eybers en Etienne van Heerden werden volop besproken en goed gelezen, gestimuleerd door de bevriende, politiek en cultureel geëngageerde uitgevers Rob van Gennep (overleden in 1994) en Laurens van Krevelen. Kort nadat de laatste zich rond de eeuwwisseling teleurgesteld had afgewend van het concern PCM, eigenaar geworden van de door hem in samenwerking met Maarten Asscher lang geleide uitgeverij Meulenhoff, sprak hij met me af en adviseerde de exploitatie van toekomstig werk van de tot op de dag van vandaag productieve, met hem bevriende Breytenbach over te nemen.

Voor mij was dit een buitengewoon eervol, zo'n eminente uitgever die Podium een auteur aanreikte die als dichter befaamd was (graag geziene gast ook was van Poetry International), verwant aan Nederlandse iconen als Remco Campert, en over zijn langdurige gevangenistijd vanwege anti-apartheids-activiteiten de opzienbarende roman De ware bekentenissen van een witte terrorist (1984) geschreven had.

Het laatste wat ik verwacht had, op grond van al deze politieke en literaire wapenfeiten, en gelet op het generatieverschil, was een zich ontwikkelende vriendschap met Breyten, die leunde op een literaire verwantschap maar ook op zijn warme persoonlijkheid en ongewone geestigheid en stelligheid.

Joost Nijsen en Antjie Krog (Foto: Herman Meulemans)

Ik herinner me een moment 'backstage'  tijdens een optreden in de Amsterdamse Stadsschouwburg door de melancholieke zanger Gert Vlok Nel (Martin Bril noemde hem 'de Bob Dylan van Zuid-Afrika'), wiens prachtige en helaas enige dichtbundel we uitgegeven hadden (Het is onnatuurlijk om te leven, ingeleid door Antjie Krog en vertaald door Robert Dorsman). Het moet in of kort voor 2011 zijn geweest, het jaar van Black Butterflies, de indringende film van Paula van der Oest over het leven van Ingrid Jonker (met een aangenaam bonkige Rutger Hauer in de rol van Ingrids hardvochtige vader). Carice van Houten liep er ook rond achter de coulissen. ‘Kijk Breyten, dat is de heel bekende Nederlandse actrice die Ingrid Jonker speelt in die film die binnenkort uitkomt.’ Breyten keek en zei: ‘Zoals je weet heb ik Ingrid, als twintiger nog, goed gekend, en ik kan je verzekeren, haar schoonheid en charisma kan door deze actrice, eigenlijk door géen actrice ooit gevangen worden’.

Naast deze soms vinnige, sardonische Breytenbach light is er de polemicus, de onafhankelijke vechter voor cultuur en een rechtvaardige samenleving. En de intellectuele schrijver: in drie gebonden delen publiceerden we tussen 2006 en 2010 zijn Middle World Quartet, virtuoze cocktails van essay en fictie. Zijn magnetiserende, aan Lucebert verwante poëzie van 1964 tot aan 2006 brachten we bijeen in De windvanger. Vertaald door Adriaan van Dis, Laurens Vancrevel (dichtersnaam van voornoemde, bijna gelijknamige uitgever) en Krijn Peter Hesselink.

Ik vind Breyten een groot dichter, groot essayist, groot kunstenaar. Een ouderwetse, polemisch ingestelde, volstrekt autonome (woord- en beeld-)kunstenaar. Zijn leven en werk verdienen veel (her)waardering en misschien zou een biografie dat best kunnen losmaken. Via zijn leven en werk kun je zo veel vertellen over ontwikkelingen in samenleving en literatuur vanaf de jaren zestig tot heden, internationaal ook. Hij reikt van anti-apartheid en banden met Ingrid Jonkers en Andre Brinks generatie naar heden. Enfin, jij weet dat het beste zo langzamerhand. Heb wel eens Adriaan van Dis om die biografie gevraagd, dat weigerde hij beleefd. Heb Breyten eens half-schertsend aangeboden ooit zelf die biografie te schrijven, maar iemand als jij kan dat beter, leunend op het archief dat, begreep ik uit je tweegesprek, mogelijk de Vlaamse kant op komt.

Bij dit alles staat overeind dat ik ook van zijn persoonlijkheid onder de indruk ben en hou, eigenlijk. Zo lenig van geest, van luim en hekeling tot polemisch spervuur.

Kun je tot slot toelichten waar die belangstelling voor Afrikaanse literatuur vandaan komt. Podium heeft zich de voorbije jaren ontpopt tot de uitgeverij bij mijn noorderburen die werk van prominente Afrikaanstalige schrijvers promoot in vertaling. Heeft dit met persoonlijke interesse te maken of zijn engagement en liefde toch vooral terug te voeren op de erfenis van Meulenhoff en Laurens van Krevelen?

In het hoofdstuk uit Uitgeversgeluk zul je lezen dat voor mij ‘Zuid-Afrika’ begon met Henk van Woerden. Via hem de reeks met literaire hoogtepunten uit de literatuur uit Zuid-Afrika (Plaatje, Schreiner, Leroux en Jordan. Via Henk ook Jonker. En Krog). Ik ben er per ongeluk ingegroeid eigenlijk en begon er steeds meer lol in te krijgen. Gert Vlok Nel, Kamfer, Van Heerden (die kwam net als Breyten via Laurens), Willem Anker, Naudé.

Wordt vervolgd. Veel dank, Joost.

 

Deze tekst bevat de voorpublicatie van fragmenten uit Uitgeversgeluk van Joost Nijsen, later dit jaar te verschijnen. Hierin wordt vooral de brugfunctie van Henk van Woerden gememoreerd. Met dank aan Joost.

Lees ook:

LitNet | Onderhoud met uitgewer Joost Nijsen

Buro: MvH
  • 0
Top