Zij hebben de Holocaust overleefd

  • 0

Bij toeval stuitte Roxane van Iperen op het verhaal van twee joodse zussen die tijdens de oorlog in een villa in de Gooise bossen tientallen joden hielpen onderduiken. En alsof dát nog niet bijzonder genoeg is, neemt haar boek tegen het einde een onverwachte wending.

............................................................

’t Hooge Nest
door Roxane van Iperen
Lebowski Publishers, Amsterdam, 2018
ISBN: 9789048841783
384 blz., € 21,99

............................................................

Eén van de verrassingen van de laatste maanden van 2018 was het boek ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen.

Van Iperen en haar gezin verhuisden in de nazomer van 2012 naar een afgelegen landhuis in de bossen bij Naarden.

Terwijl ze bezig zijn om het huis op te knappen, ontdekken ze overal achter het behang en onder de vloerbedekking verborgen schuilplaatsen.

En ín die schuilplaatsen vinden ze allerlei spullen – kaarsstompen, bladmuziek, verzetskrantjes – die erop wijzen dat hier ooit mensen verstopt hebben gezeten.

Wat blijkt? Hún huis, ’t Hooge Nest, heeft in de Tweede Wereldoorlog als veilig heenkomen voor onderduikers gediend.

Over wat zich tijdens de oorlog in ’t Hooge Nest heeft afgespeeld, was tot nu toe weinig bekend.

Lou de Jong schrijft er bijvoorbeeld niets over in zijn 12-delige standaardwerk over Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dus ging Van Iperen op onderzoek uit.

In haar boek vertelt ze het verhaal van deze onderduikers, gebaseerd op herinneringen van overlevenden en persoonlijke documenten, aangevuld met informatie uit bestaande boeken en documentaires.

Het resultaat is een even fascinerend als indrukwekkend brok literaire non-fictie dat – spoiler alert! – voor de hoofdpersonen wonder boven wonder goed afloopt.

  • Kijk hier naar een gesprek uit De Wereld Draait Door met schrijfster Roxane van Iperen en twee kinderen van Janny en Lien Brilleslijper die in ’t Hooge Nest ondergedoken hebben gezeten.

“Mensch, durf te leven!”

’t Hooge Nest begint met een proloog over de eerste bewoner van het huis, liedjesschrijver Dirk Witte (1885-1932). Witte schreef liedjes voor de beroemde Nederlandse cabaretier Jean-Louis Pisuisse. Zijn bekendste nummer is het onsterfelijke “Mensch, durf te leven!”.

Dit lied, dat in 1917 voor het eerst door Pisuisse ten gehore werd gebracht, werd na de Eerste Wereldoorlog een enorme hit. Het ademde verzet, nodigde uit tot kritisch nadenken en werd met bravoure gebracht, schrijft Van Iperen.

Het zou ook het lijflied kunnen zijn geweest van die twee latere bewoonsters van ’t Hooge Nest, de zusters Janny en Lien Brilleslijper. Twee stoere, eigengereide meiden met het hart op de juiste plek. Lien koos tegen de wil van haar vader in voor een leven als variétéartieste.

Janny was in de jaren dertig betrokken bij een organisatie die steun gaf aan Nederlandse vrijwilligers die in de Spaanse Burgeroorlog tégen het fascisme vochten. Ook in hun partnerkeuze gaan ze hun eigen weg.

Lien krijgt een relatie met de pianist Eberhard, die Duitsland de rug toe heeft gekeerd omdat hij niets moest hebben van het opkomende nationaalsocialisme. En Janny trouwt met Bob, ondanks het feit dat zijn rijke familie haar als joodse, afkomstig uit een eenvoudig milieu, weigert te accepteren.

Verzet en onderduik

Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vertikt Janny het om een “J” in haar paspoort te laten zetten. Daardoor kan zij voorlopig veilig over straat. Lien, hun ouders en hun broer Japie staan wel als joden geregistreerd. En Eberhard moet als Duitse dienstweigeraar al snel onderduiken.

Als vanzelfsprekend wordt Janny een spilfiguur in het ondergrondse verzet: onderdak bieden aan opgejaagde verzetsstrijders, valse persoonsbewijzen afleveren, illegale krantjes drukken – eerst in Den Haag, daarna – na een inval door de Sicherheitsdienst – in Amsterdam.

Ook Lien raakt in het verzet actief. Terwijl ze zwanger is, klimt ze in het zwembad over de tussenwanden van de kleedhokjes om persoonsbewijzen uit broekzakken te jatten.

Maar als de grond hen te heet onder de voeten wordt, duiken ze onder: Janny en Bob met hun twee kinderen, Lien en Eberhard met hun dochtertje, vader en moeder Brilleslijper en broer Jaap.

Ze belanden eerst in Bergen, en daarna in ’t Hooge Nest in de Gooise bossen. Omdat het zo afgelegen ligt en ze er onbespied hun gang kunnen gaan, stellen Janny en Lien het huis al snel open voor andere joodse onderduikers. Ze kiezen niet voor hun eigen veiligheid en die van hun familie, maar delen alles wat ze hebben met anderen.

Dat komen en gaan van bezoekers – joodse onderduikers, leden van het verzet – was natuurlijk niet zonder risico. In juni 1944 vindt er een inval plaats en worden de meeste onderduikers opgepakt.

Als lezer verwacht je dat het verhaal daarna wel snel afgelopen zal zijn. Maar niets is minder waar. Na de proloog, de jeugdjaren van Janny en Lien, de verzetsperiode en de onderduikjaren breekt er een níeuwe fase aan. Een fase die, als een volslagen verrassing, voor de lezer een weerzien met oude bekenden meebrengt. Wie had dat gedacht?

Niemand minder dan Anne Frank

Janny en Lien belanden in Westerbork en worden van daaruit op de laatste trein gezet naar concentratiekamp Auschwitz. Op die trein bevindt zich ook Anne Frank, met haar moeder en haar zusje Margot.

Anne is een opvallende verschijning, want ze is met haar 15 jaar een van de jongsten in het kamp. Na de dood van mevrouw Frank ontfermen Janny en Lien zich over de meisjes, en het is dankzij de herinneringen van Janny dat we een vrij nauwkeurig beeld krijgen van hoe Annes laatste levensmaanden – in Westerbork, Auschwitz en uiteindelijk Bergen-Belsen – eruit hebben gezien.

Roxane van Iperen schrijft het in ’t Hooge Nest allemaal op. Welbeschouwd is het verhaal over Janny en Lien Brilleslijper – de personificatie van Dirk Wittes “Mensch, durf te leven!” – al rijk en indrukwekkend genoeg. Dat verhaal verdient het om verteld te worden en wereldwijd bekend te raken, net als het dagboek van Anne Frank.

Maar tegen het einde – wanneer je denkt dat het boek klaar is – komt er dan nog die extra dimensie bij: het weerzien, voor de lezer, met Anne Frank. Het verháál had het niet nodig. Maar zo is het gegaan. En dat samenkomen van al die markante figuren – de familie Frank overbekend, Janny en Lien zo onbekend – maakt dit boek tot een verbijsterende leeservaring.

In deze met een Emmy Award bekroonde documentaire van Willy Lindwer uit 1988 komen vrouwen aan het woord die samen met Anne Frank in Auschwitz en Bergen-Belsen hadden gezeten. Eén van hen is Janny Brandes-Brilleslijper uit ’t Hooge Nest.

Buro: IG
  • 0
Top