Zuid-Afrikaanse oorlog in Vlaanderen: Journalistieke en literaire beeldvorming rond 1900

  • 0

Yves T'Sjoen | Foto: Naomi Bruwer

Beide Zuid-Afrikaanse oorlogen, beter bekend als de Anglo-Boerenoorlogen van 1880–1881 en 1899–1902 of de strijd tussen Brit en Boer, kregen in de Lage Landen rond 1900 ruimschoots aandacht. Het is uitvoerig beschreven hoe eigentijdse media en publieke opinie, de culturele, politieke en academische wereld in Nederland reageerden op het lot dat de ”stam- en taalverwante” Boeren was beschoren. Voor de Nederlandse literatuur aan het begin van de twintigste eeuw is een politiek, cultureel en maatschappelijk gevoelig thema aangereikt. In Nederland is onderzoek ondernomen naar de idealiserende beeldvorming van de Boeren in Zuid-Afrika en de demoniserende representatie van de Britten in contemporaine literaire teksten, onder meer in gedichten van Nicolaas Beets, P.C. Boutens, Willem Kloos, Frederik van Eeden en Albert Verwey.

Net als in Nederland, maar bijvoorbeeld ook in Duitsland, Frankrijk en zelfs Franstalig België, bestond in Vlaanderen aandacht voor de Boerenzaak. De gebeurtenissen van 1899–1902 zorgden voor verontwaardigde reacties en toenemende aandacht voor het lot der Afrikaners. Vlaamse actoren (wetenschappers, journalisten, politici, schrijvers) deelden met calvinistische Boerensympathisanten in Nederland een meer dan gewone belangstelling voor het streven van de Boeren naar zelfbeschikking in een door de Britten gekoloniseerd Zuid-Afrika. Na Engelse annexatie van de Boerenrepublieken Transvaal (Zuid-Afrikaanse Republiek) en Oranje-Vrystaat voltrok zich ook in Vlaamse steden een golf van sympathie- en adhesiebetuigingen. In jeugdromans, dagboekproza, gedichten en pamfletten vinden we de verheerlijking van de “stamgenoten” terug en naar analogie met de standpunten van Nederlandse auteurs de in Europa algemeen verspreide anti-Britse sentimenten. De ongelijke strijd aan het einde van de negentiende eeuw van de Boeren en de republieken tegen het Britse imperium ligt ten grondslag aan een uitgebreide literaire productie in het Nederlandse taalgebied.

De betrokkenheid van Vlaamse schrijvers en journalisten kreeg tot nog toe weinig aandacht. Nochtans is ook in gedichten van onder anderen Julius de Geyter, Pol de Mont, Guido Gezelle, Julius Sabbe, Eugène van Oye en Cyriel Verschaeve vanuit een breed flamingantisch, Vlaams-nationalistisch perspectief bijgedragen aan de Europese “Boerenverering”. De postkoloniale benadering in Nederland, gebaseerd op noties als “stamverwantschap” en “nieuw Holland”, is in een Belgische context enigszins anders georiënteerd. In teksten die tot de Vlaamse literatuur en volkscultuur behoren ligt de klemtoon veeleer op taal- en cultuurbewustzijn, concepten zoals Vlaamse identiteit en de ontvoogdings- of emancipatorische strijd van een volk voor schoolonderricht, rechtspraak en politiek bestuur in de eigen moedertaal. Gezaghebbende dichters maar ook vele minder bekende schrijvers hebben zich in gelegenheidspublicaties en dag- en weekbladen vervuld van solidaire gevoelens uitgesproken over het langdurige conflict waarin de Boeren het onderspit moesten delven.

Aan de hand van het literaire en journalistieke werk van tijdgenoten en getuigen in de Lage Landen kan de politiek-ideologische visie op de Zuid-Afrikaanse oorlog worden bestudeerd. Discours-theoretische en ideologiekritische analysemethoden leveren de onderzoeker tools om de beeldvorming te bestuderen.

Masterstudenten van de Universiteit Gent ondernamen de afgelopen maanden archiefonderzoek (Liberaal Archief en Willemsfonds Archief, Letterenhuis, Zuid-Afrikahuis). De speurtocht bracht (literaire en journalistieke) teksten en iconografisch materiaal aan de oppervlakte waarin aan het begin van de jaren tachtig en vooral op het eind van de negentiende eeuw beelden zijn geconstrueerd van de oorlogsverrichtingen in Zuid-Afrika. Kranten (Het Volksbelang, Vooruit) en tijdschriften (Transvaal), uitgaven van en toespraken voor cultureel-ideologisch verzuilde instituties (Willemsfonds, Algemeen Nederlandsch Verbond, taal- en letterkundige congressen), jeugdliteratuur en spotprenten, kronieken (Raf Verhulst), novellen (Hilda Ram) en dagboekproza (Alice Bron) werpen een particulier licht op de publieke opinie in Vlaanderen in de periode van de (tweede) Zuid-Afrikaanse oorlog. De eigentijdse bronnen waarin de Boerenoorlog is gethematiseerd, in verschillende genres en tekstsoorten, kunnen vanuit discursief en ideologiekritisch perspectief worden gelezen. De wetenschappelijke studie levert bevindingen op die complementair zijn ten opzichte van het onderzoek dat is gewijd aan de (literaire) representatie van de Zuid-Afrikaanse oorlog en de betrokkenheid bij de Boerenzaak in werk van publicisten en literaire auteurs in Nederland. Heel wat bronnenmateriaal is nog niet eerder geëxploreerd, zoals de meer dan 2 300 pagina’s bevattende kroniek van Rafaël Verhulst, in afleveringen verschenen in Het Laatste Nieuws (1899–1902). Het spreekt voor zich dat teksten en karikaturen moeten worden beschouwd in de context van maatschappelijke, politieke en culturele omstandigheden en vertogen in Vlaanderen, overwegend in een flamingantisch discours.

Voor het onderzoekseminarie Nederlandse letterkunde verzorgden niet minder dan vijftien studenten een wetenschappelijke paper en presentatie. Als onderdeel van de competenties is een literair-journalistieke bijdrage gevraagd waarin op basis van observaties in gevalstudies voor een breed belangstellend publiek in de Lage Landen én in Zuid-Afrika het onderzoek wordt toegelicht. Het gaat over de maatschappelijke valorisatie van wetenschappelijk onderzoek. In overleg met de redactie van LitNet presenteren de Gentse studenten resultaten van archiefonderzoek en imagologische studie. In de rubriek NeerlandiNet verschijnen in reeksverband de studentenbijdragen. Niet zozeer in literair-esthetisch opzicht zijn de verzamelde bronnen als bijzonder te beschouwen, zeker in vergelijking met gedichten die toonaangevende Nederlandse schrijvers rond 1900 hebben geconcipieerd. De Vlaamse corpusverzameling over de Boerenkwestie in Zuid-Afrika werpt een licht op contemporaine en lokale sociale, politieke en culturele kwesties. Méér dan stamverwantschap, in casu de voor specifieke doeleinden ontworpen familiale of genetische band die nazaten van de Boeren in de Nederlandse moedertaal ervoeren, is taalverwantschap in Vlaamse vertogen een issue. Net als in Nederland is in Vlaanderen vanuit de Groot-Nederlandse of Dietse gedachte ruim aandacht besteed aan de Boeren en de strijd om een Afrikaner identiteit in Zuid-Afrika. De “verre neven en nichten” zijn door Vlaamse actoren, maar dan veeleer vanuit een ander perspectief en met eigen beweegredenen, beschouwd als loten van een en dezelfde “volksstam”.

De eerste aanzet voor het onderzoekseminarie is gepresenteerd in Yves T’Sjoen, ‘Vlaamse Boerenbruiloft rond 1900’, Zacht Lawijd. Literair-historisch tijdschrift 16 (2017) 2 (juni), p 4–26. Enkele teksten van Vlaamse actoren zijn opgenomen in de bloemlezing Boer en Brit. Ooggetuigen en schrijvers over de Anglo-Boerenoorlog in Zuid-Afrika (Ena Jansen en Wilfred Jonckheere, red., Amsterdam: Amsterdam University Press 2001). In Wilfred Jonckheeres Van Mafeking tot Robbeneiland. Zuid-Afrika in de Nederlandse literatuur 1896–1996 (Nijmegen: Vantilt 1999) is beperkte aandacht besteed aan de oorlog vanuit Vlaams perspectief (p 67–82).

Na overleg met de redactie van LitNet NeerlandiNet verschijnt elke week op deze pagina een korte bijdrage van Gentse studenten. Het veldwerk en de verzamelde onderzoeksbevindingen worden in de vorm van een korte synthese gepresenteerd.

Buro: MvH
  • 0
Top