soveel slim swart lywe elk voorbestem vir die dood
se wit grafiek van kletterende bene soos klippies
gemaal in die see se paragrawe, en dan die ouer stilte
van stof, want alle verbygaan is van vergeet gemaak
Breyten Breytenbach, “Gorée-ure 2.”, in die windvanger (H&R, Kaapstad/Pretoria, 2007, p. 134)
VisionKeeper-Programme van UNISA

Het project van dr. Alwyn Roux, gepromoveerd op een vergelijkende studie van de poëzie van Breyten Breytenbach en Lucebert (Noord-Wes Universiteit, promotor Prof Hein Viljoen), is gericht op de beeldvorming van Afrika in Breytenbachs lyriek na 1984. Het postdoc-onderzoek wordt begeleid door Yves T’Sjoen (Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika, Universiteit Gent).
Het VisionKeeper-onderzoek is voor het eerst in Europa gepresenteerd tijdens het Gents colloquium (17-18 oktober 2019). Later verschijnt de bijdrage in Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans (colloquium-uitgave). Ook op het departementale forum van Unisa, in juli 2019, is uitgebreid gesproken over het opzet, de methodologisch-theoretische fundering en de verhoopte resultaten van het onderzoek.
Het VisionKeeper-project is gericht op de wijze waarop Breytenbach in zijn toespraken en essays, in “prozas” en vooral gedichten beelden van Afrika construeert en reflecteert over Afrika en de betekenis van Afrikaans. Aan de hand van het Popperiaanse driewerelden-systeem, uitgewerkt in de lezing “Three Worlds” (7 april 1978, Michigan University) en gebundeld in Tanner Lectures on Human Values (1978), wordt nagegaan hoe Breytenbach in zijn discours Afrika verbeeldt. De visie van Karl Popper is bijzonder bruikbaar. De verbeelding van Afrika vertrekt vanuit een subjectieve (particuliere) waarneming (“tweede wereld”) met als doel de materiële wereld (“eerste wereld”) te evalueren of te wijzigen.
Schrijverskaravaan in Afrika

Meermaals refereert de auteur aan Gorée in zijn poëzie. Belangwekkend is het periodiek Imagine Africa (Island Position, drie afleveringen: 2011, 2015 en 2017) dat door de schrijver is opgericht in samenspraak met actoren in Afrika. Breytenbach was gedurende acht jaar directeur van het instituut (2002-2010) en is thans nog steeds nauw betrokken. Hij lag in 1998 mee aan de grondslag van de “karavaan van de verbeelding” – een tocht van literaire auteurs en maatschappelijk betrokken actoren door Afrika.
Tien dichters kwamen uit de vier uithoeken van Afrika. Zij ondernamen een tocht van Gorée in Senegal naar Timboektoe in Mali. Het deelnemersveld bestond uit Breyten Breytenbach en Antjie Krog, Thierno Seydou Sall (Senegal), Albakaye Ousmane Kounta (Mali), Werewere Liking (Kameroen), Chirikure Chirikure en Chenjerai Hove (Zimbabwe), Zein al Abdin Fouad (Egypte), Eraf Hawad (Centraal-Sahara) en Amina Saïd (Tunesië). Jan Kees van de Werk schreef er een bijzonder boek over: De karavaan van de verbeelding. Van Gorée naar Timboektoe (KIT Publishers/Hivos, Amsterdam/Den Haag, 2000).
Panafrikanisme en bronnenmateriaal

Later dit jaar staat een bezoek gepland aan het instituut op Gorée en een consultatie van de archiefdocumenten, precies om de rol van Breyten Breytenbach in het pan-Afrikaanse culturele en sociale project nader te onderzoeken. Een eerste wetenschappelijk artikel schetst binnenkort de geschiedenis van het instituut sinds de oprichting in juni 1992 tot vandaag.
In een later stadium wordt een monografie overwogen waarin Breytenbachs actieve rol in de ontwikkeling van het Gorée Instituut uitvoeriger wordt beschreven.
Het vervolgonderzoek is gericht op de conceptualisering van Afrika en de manier waarop Breytenbach met name in Die singende hand. Versamelde gedigte 1984-2014 (Human & Rousseau, Kaapstad-Pretoria, 2016) menigvuldige beelden van Afrika construeert en welke pan-Afrikaanse visie hierin naar voren komt.
Breytenbach en UNISA: gesprek
Op maandag 20 januari heeft een vervolggesprek plaats over het wetenschappelijk project. Charl-Pierre Naudé, samensteller van Rooiborsduif. Gedigte oor die liefde (Human & Rousseau, Kaapstad-Pretoria, 2019), is door het departement Afrikaans en Algemene Literatuurwetenschap uitgenodigd om met de onderzoekers van het VKP Unisa van gedachten te wisselen over Breytenbachs lyriek.
voorheen was tyd vir ewig,
toe word dit uitgehol;
vroeër was denke en drome soomloos,
toe word dit losgetorring;
destyds was daar geskiedenis,
nou nog net etterende skeurtjies van bewuswees
binne die see se glimmende skede:
hierdie eiland, dus
Breyten Breytenbach, “eiland (2)”, in nege landskappe van ons tye bemaak aan ’n beminde (hond/intaka, Pretoria/Somerset-Wes, 1993, p. 99).
Buro: MvH


