Leesimpressie: Ook mijn holocaust door Maurits de Bruijn

  • 0

Ook mijn holocaust, een reisverslag van 6 dagen en 35 jaar
Maurits de Bruijn
Z.pl.: Das Mag
April 2020
220 blz.

Impressies van een reis naar Israël die het leven van de twaalfjarige Maurits ingrijpend veranderde. Zijn moeder werd als baby aan de buren gegeven toen haar ouders en twee zussen naar Sobibór werden gedeporteerd. Goed geschreven verslag over bewustwording van familieverleden en doorwerking van oorlogservaringen bij de in een Gereformeerd milieu opgevoede Joodse schrijver.

Opmerkelijke passages
  • Over herstelbetalingen van de spoorwegen aan Holocaustslachtoffers. (14–16)
  • Tel Aviv (Oktober 1996). (40–64)
  • Zesdaagse groepsreis. Met Maurits en zijn vader. “Mijn vader naast me, mijn Mozes.” (45)
  • “Nederlanders zijn verwend wanneer het om autoriteiten gaat. De boze blikken, mitrailleurs, eindeloze rijen, uitvoerige controles, de lijst met vragen die op dwingende toon wordt afgewerkt: we kennen het niet.” (46)
  • “De Israëlische keuken was nog niet verottolenghied. (...) Hummus was het cement van Israël.” (54)
  • 4 mei herdenking: “Wat ik me tijdens die herdenkingen nog niet realiseerde, maar later wel, is hoe misplaatst die nationale vlag en het volkslied dat op de stilte volgt, zijn. Alsof Nederlandse Joden en Nederlandse Roma en Sinti tijdens de vernedering, de razzia's, de opsluiting, tijdens het mensonterende vervoer, terwijl ze in concentratiekampen waren opgesloten of in vernietigingskampen aan hun einde kwamen, ook maar iets hadden aan hun Nederlanderschap, alsof dat hen ook maar ergens voor heeft behoed.” (98)
  • Jeruzalem: bezoek aan de moskee met de gouden koepel. “Het tapijt was ontzettend rood, in de oksels van de pilaren hingen nee-schuddende ventilatoren.” (119)
  • Heilige Grafkerk: “De dramatiek in de kerk was nieuw voor me. Het waren Grieks-orthodoxe emoties, rooms-katholieke gevoelens, Armeens-apostolische tranen, het was koptisch drama en Ethiopisch-orthodoxe toewijding. Het gereformeerde geloof dat wekelijks over mij en mijn broers werd uitgestort, is alles behalve lijfelijk. Het is een geloof van het hoofd, maar daaronder een lijf dat geduldig wacht tot het weer mag opstaan.” (120)
  • “Het mooie aan Jeruzalem was dat dezer stad werd gebruikt. Ieder stukje werd bevochten. Een voortdurend gevecht om te mogen aaien, koesteren, knielen, huilen, om te mogen rouwen, herdenken voelen.” (123)
  • “De bizarre samenscholing van godsdiensten die ik tijdens de reis voor het eerst waarnam, maakte de betrekkelijkheid van iedere afzonderlijke religie zichtbaar. Al deze mensen konden onmogelijk allemaal gelijk hebben, concludeerde ik. Vanwege die ontnuchtering beleefde ik die week een omgekeerde pelgrimstocht.” (124)
  • Over het begrip Holocaust, dat pas in 1978 een breed-verspreide term werd. (135–137)
  • “Arabische Israëli's had ik niet opgemerkt tijdens mijn reis. Mijn realiteit was gekleurd door wat ik wist, niet door wat ik zag.” (141)
  • Over Yad Vashem. (143–172)
  • “Ik heb mijn moeder altijd een beter monument gevonden.” (146)
  • “Mijn moeder maakte een reis die ik nooit zou kunnen maken. Ze werd gered, of achtergelaten, vluchtte zonder te weten wat vluchten is van Amsterdam naar Maasland. (...) En toch trilt die reis in mij voort, leg ik ‘m elke dag af.” (151–152)
  • “Mijn moeder is een overlevende, een overlever, een nabestaande.” (156)
  • Israël: “Ik zou mijn liefde voor het land inruilen voor betrokkenheid en scepsis.” (184)
  • Moeder: “Ze dient zichzelf medicijnen toe in de vorm van gezelschap, telefoongesprekken, mineraalwater, vriendschap, mayonaise, liefde, dutjes, whatsappjes en gebakken aardappels.” (190)
Lees ook:

Leesimpressie: Hummus en Hamas door Gilad Perez

Leesimpressie: Badjens door Delphine Minoui

Leesimpressie: Gewone Hollandse jongens door Mira Feticu

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top