Leesimpressie: De werelden van Jan Toorop door Suzanne Veldink

  • 0

De werelden van Jan Toorop
Suzanne Veldink, met Laura Prins en Petra Timmer
Voorwoord Jan Rudolph de Lorm
Zwolle: WBOOKS en Singer Laren
2026
177 blz.

Mooi uitgegeven publicatie over de schilder Jan Toorop (1858-1928).

“Toorop blijkt een grenzeloze wereldburger die met zijn heel eigen beeldtaal en voortdurende vernieuwingsdrang de Nederlandse kunstwereld naar een nieuw niveau wist te tillen. Uitgebracht naar aanleiding van overzichtstentoonstelling in het Singer Museum. Met veel afbeeldingen. Zijn veelzijdigheid wordt benadrukt en er is veel aandacht voor Toorop als koloniaal migrant en kunstenaar van kleur. Over Javaanse wortels en banden met de Chinese cultuur. Ook veel aandacht voor kunstenaar met wie hij zich verbonden wist. ‘Rond 1900 gold Toorop als de meest avant-gardistische kunstenaar in Nederland’.” (19)

Opmerkelijke passages
  • “Toorop was, aldus Lodewijk van Deyssel (1864-1952) in 1894, ‘de donkerste Nederlander, donkerder misschien dan eenig Europeaan, donkerder dan Indische lieden’.” (20)
  • Hij was “een mensch geworden Afrikaansche of Aziatische woud- en gebergte-nacht, met in het duistere, als bewegende Noorderlicht-vlekken, het wilde-dieren-oogenwit”. (52)
  • Frederik van Eden (1860–1932) noteerde: “Ik mag hem graag, maar voel eenig ras-verschil, in zijn karakter.” (20)
  • Over racisme tijdens zijn leven gevolgd door postume aanval op zijn identiteit. (22)
  • Toelichting opzet van de publicatie. (22)
  • Oproep tot nieuw onderzoek naar kunstenaars uit de voormalige Nederlandse koloniën. (22)
  • Javaanse elementen in het werk van Jan Toorop. (24–55)
  • “Op tienjarige leeftijd maakte Toorop voor zijn opleiding de overtocht naar Nederland. Zijn geboorteland noch zijn ouders zou hij terugzien.” (25)
  • “Gedurende zijn leven omarmde Toorop zijn Javaanse en Chinese achtergrond, en breder genomen het Indonesische cultureel erfgoed waarmee hij was opgegroeid.” (25)
  • “‘Een Europees ras, naar Indië geëmigreerd, verliest langzamerhand zijn kern-eigenschappen en wordt inferieur’, zo viel in 1900 in De Amsterdammer te lezen. (...) Maar, zal men zeggen, een mensch is geen appelboom. Zijn lichaam is taaier, nog taaier dan zijn geest. Er zijn Indo’s die groote dingen praesteeren in kunst en wetenschap en in reegeringsbeleid. En Europeanen, die lang in Indië waren, hebben daar niet altijd zoo ’n slechten invloed van ondervonden. Goed, ook ik stel Toorop hoog, ook ik zal niet beweren dat Busken Huet onder zijn verblijf in Indië geleden heeft, maar in ’t algemeen,let wel: in ’t algemeen ontwaarde ik bij de Hollanders in-den-Oost een langzame verslapping van zenuwen een verlooming, een ‘veronverschilling’.” (52)
  • Toorop (1926): “mijn gevoel, mijn kunst, hoe zal ik het je zeggen, mijn stemmingen, houden het midden tussen het Oostersche en het Scandinavische. [...] maar in ‘t algemeen, behalve dan dat leven van de sprookjes, dat Noorsche, dat óók uit mijzelf komt, is mijn fantazie Oostersch van afkomst, nièt Europeesch.” (55)
  • Schilderij Before the Door of the House of Refuge (1888). (75; 78–79)
Lees ook:

Leesimpressie: De ontdekking van de Nederlander door Eveline Koolhaas-Grosfeld

Leesimpressie: Oost en west door Nino Haratischwili

Leesimpressie: Zwarte pracht door Michiel van Kempen

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top