Breytenbach notities #2: "Die groot Andersmaak". Samenspraak tussen Frederik Van Zyl Slabbert en Breyten Breytenbach over democratie in Zuid-Afrika na 1990

  • 0

Ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van het Gorée-instituut: Centre pour la Démocratie, le Développement et la Culture en Afrique

Het J.S. Gericke archief van de Universiteit Stellenbosch herbergt een professioneel geconserveerde goudmijn, een van de beste bewaarplaatsen in Zuid-Afrika. In de collectie bevinden zich onder meer tal van schrijversarchivalia. Voor onderzoek naar de literaire en interculturele relaties tussen Afrikaans en Nederlands zijn bijvoorbeeld de brieven van N.P. van Wyk Louw, D.J. Opperman en Jan Greshoff van bijzondere betekenis, alsook archiefdocumenten betreffende het periodiek Standpunte (met brieven van Karel Jonckheere). Dezer dagen verdiepen wij ons in bronnen uit de nalatenschap van Frederik van Zyl Slabbert, aan wie de historicus Albert Grundlingh vorig jaar de monografie Slabbert. Man on a Mission wijdde.

Frederik van Zyl Slabbert en ‘Barskyk’

Een notitie over de stichting van het Gorée-instituut (1992, https://goreeinstitut.org/), getiteld ‘Barskyk’ en gedateerd 10 juli 1992, geeft inzage in Van Zyl Slabberts visie op doelstellingen en strategieën van het “Instituut vir Demokrasie, Ontwikkeling en Kultuur in Afrika”. In Woordenaar woordnar (2019), meer bepaald in de “Loopbaanskets”, memoreert Francis Galloway Van Zyl Slabberts actieve betrokkenheid bij de Dakar-gesprekken en bij het centrum voor democratie, ontwikkeling en cultuur, als mede-initiatiefnemer van het beraad en later als medeoprichter van het instituut. Zij verwijst naar de Dakar-conferentie in juli 1987, toen “lede van die ANC in ballingskap en ’n groep progressiewe Suid-Afrikaanse meningsvormers wat Afrikaanse akademici, skrywers en joernaliste” elkaar spraken in Senegal. Zij beijverden zich volgens de auteur “vir die skepping van ’n verenigde, demokratiese en nierassige Suid-Afrika” (p. 230). Vijf jaar later, op 25 juni 1992, is het instituut formeel ingewijd met een toespraak van de Senegalese president Abdou Diouf. Breyten Breytenbach was van dichtbij betrokken bij tal van gesprekken en als organisator van culturele evenementen (p. 240-241). In het VisionKeeper-project van Unisa ‘Om Afrika te verbeel’ wordt Breytenbachs kritische en creatieve productie met betrekking tot het Gorée-instituut en het continent Afrika bestudeerd.

De overgeleverde documentaire bron belicht Van Zyl Slabberts overtuiging dat het instituut op het vroegere slaveneiland, na de “historiese Dakar vergadering”, een plek is “waar mense vanuit enige land in Afrika, en natuurlik buite Afrika, kan besin oor [hier]die kontinent se dilemmas op die gebied van politiek, ekonomie en kultuur”. De auteur verwijst naar Breytenbachs initiatief om dichters uit Afrika en Europa samen te brengen om gedurende een vier- of vijftal dagen “te dig, te lees en te gesels”. Verder gaat hij vooral in op de politieke activiteiten, zoals seminaries met experts uit Oost-Europa, Latijns-Amerika, Amerika en Afrika die met elkaar hebben gepraat over politieke transities in hun respectieve landen. Van Zyl Slabbert haalde naar eigen zeggen lering uit de tussenkomsten, meer bepaald voor wat zich op dat moment voltrok in Zuid-Afrika na de vrijlating van Mandela en in aanloop naar de eerste democratische verkiezingen op 27 april 1994. Hij onderstreept het belang van een teruggrijpen naar “’n nuwe vorm van minder brutale dominansie of na ’n stabilisering wat nie heeltemaal demokraties is nie, maar na ’n regering wat sigself probeer legitimeer met ’n [verbintenis] tot demokratiese waardes”. Hij laakt de media die vooral klaagliederen aanheffen en tandengeknars laten horen, naar zijn oordeel uit ontnuchtering of uit frustratie. “Die huidige gekners van die tande en gehoer en remoer is maar net die koorsang van ons oorgangsdilemmas”. Vervolgens presenteert hij in vijf punten een heldere politieke analyse: een remedie voor politieke problemen die het gevolg zijn van het totalitaire regime onder apartheid. Zijn stelling is dat het gaat over “[s]tabiliteit, groei, verdeling en legitimiteit” en het streven naar een haalbaar compromis. Alleen dan is sprake van een democratisch bestel in Zuid-Afrika. In zijn toekomstvisie op Zuid-Afrika is de bijdrage van Frederik van Zyl Slabbert méér dan een tijdsdocument. De rol van cultuur in het streven naar een compromis is voor de politicus onmiskenbaar. Vandaar ook de verwijzing naar de ondernemingen van Breyten Breytenbach.

Breyten Breytenbach en ‘Fragmente van ’n groeiende gewaarwees’

In het archief van US treffen we in de collectie van Vrye Weekblad een publicatie aan, gedateerd 17 augustus 1990, waarin Breytenbach zijn politiek-ideologische visie uiteenzet. Met verwijzing naar Van Zyl Slabbert. In Woordenaar woordnar vermeldt Galloway de “afsluitingstoespraak” die Breytenbach hield op 16 augustus 1990 op uitnodiging van de “progressiewe” Stellenbosse Aktuele Aangeleentheidskring (SAAK), opgericht door Johan Degenaar (p. 232). De bijdrage is daags nadien gepubliceerd in het weekblad met de titel ‘Fragmente van ’n groeiende gewaarwees’. Galloway vermeldt dat het thema van de driedaagse conferentie was ‘Die rol van die Afrikaner in die bou van ’n nuwe Suid-Afrika’. Het is interessant de bijdragen van Breytenbach, later opgenomen in de kleine bundel Hart-lam (1991) en in de verzameling Parool/Parole (2015), te lezen naast de notitie van Van Zyl Slabbert. Zoals in de voorlaatste alinea van de Parool/Parole-weergave het volgende fragment:

Nou is daar sprake van ’n nasionale kompromis, ’n landswye versoening soos ’n sprinkaanplaag. Dit is belangrik, dit is die pad wat mens verkies vorentoe, op voorwaarde dat ons duidelikheid het oor die basis van versoening. As dit gaan oor die tot ’n vergelyk kom van twee magte wat mekaar uitkanselleer en wat nou wil saamsnoer – met ander woorde sou dit gaan oor ’n ANC/NPmagsdeling – dan sê ek, kom ons veg voort. Indien dit gaan om ’n oopvlek van die wandade (nie net van regeringskant nie), die vernietiging van ’n sisteem uit die bose, die bevegting van ou en nuwe totalitêre neigings, die verbintenis tot die moralisering van ons politieke lewe, tot Suid-Afrikanisering en Afrikanisering – dus tot die gesonde nasiebou, die versoening en demokratisering konkreet deurgevoer in alle professies en op alle vlakke, en indien hierdie ooreenkoms ’n lanseerbasis word en nie net ’n niemandsland nie – dan sê ek, kom ons move met die article! (2015: 81-82).

In de samenvatting door Francis Galloway worden de raakpunten duidelijk. Mogelijk liet Van Zyl Slabbert zich naast de toespraken die in juni 1992 te beluisteren waren in het Gorée-instituut mee inspireren door de toespraak van Breytenbach over “omvorming van die staat tot ’n demokraties gewettigde raamwerk vir al die landsburgers”. Om dit te bereiken, zo citeert Galloway uit Breytenbachs tekst, “sal ons die blinde skutmure van Afrikanerskap, oftewel dié van die Afrikaanse kultuur, moet aftakel”.

Dekolonisering van Afrikaners staat hierbij voorop: Afrikaners moeten deelnemen aan “die proses van verheldering en omvorming”, zij moeten openstaan voor “die help bou aan die groot Andersmaak”. Het is inspirerend om de integrale toespraak van Breytenbach nu weer te lezen. De SAAK-toespraak is dus niet twee keer, zoals vermeld in de huldebundel voor Breytenbach, maar drie keer gepubliceerd. Het zegt veel over de symbolische en tegelijk ideologische waarde die de schrijver als politiek denker toekent aan de bijdrage, met name zijn visie op het “Suid-Afrikanerskap” en de vrijheidsstrijd die “sal voortduur nog lank ná die afskaffing van apartheid”.

Ook een kwarteeuw na de eerste uitgave gaf hij deze zienswijze (de tekst van de toespraak) nog steeds een publiek platform in zijn bundel met verzamelde toespraken en essays Parool/Parole. Dat is veelzeggend voor de (zelfschepping van de) politieke postuur van Breytenbach.

Eind september heeft op Gorée voor de kust van Dakar een nieuw beraad plaats met Zuid-Afrikaanse en Afrikaanse intellectuelen en politici. Bedoeling is streefdoelen te scheppen voor en een nieuw élan te geven aan het pan-Afrikaans instituut. Ook allianties met Europese instituten worden bekeken.  Dank aan Breyten Breytenbach voor het verlenen van inzage in de beleidsteksten die voorliggen.

Met dank aan Dr. Juliana M. Pistorius voor de hulp bij het navorsingsonderzoek in het digitaal archief.

Kyk en lees ook op LitNet en Voertaal:

Breytenbach notities #1: "Waar julle jul ook bevind – mag dit in die goue stof van rym en ritme (dit wil sê siel en liggaam) en nikswees wees"

Tuin van Digters 2019 – video: Bekendstelling van breyten breytenbach, woordenaar woordnar

Om Afrika te verbeel: Brugfuncties van Breytenbach en Gorée Instituut

Slabbert: Man on a mission. A biography by Albert Grundlingh: a review

  • 0
Top