Die "K"-woord wat so seermaak

  • 0

...........................

In deze tekst komen pejoratieve namen voor die door lezers als kwetsend ervaren kunnen worden. In dit artikel worden de namen in hun oorspronkelijke historische context aangehaald.

In hierdie teks kom pejoratiewe terme voor wat deur lesers as aanstootlik en beledigend ervaar mag word. Hierdie terme word in hul oorspronklike historiese konteks aangehaal.

This text contains pejorative terms that readers may find offensive. These terms are quoted in their original historical context.

...........................

Veel Zuid-Afrikanen ervaren het woord “Kleurling” als kwetsend. Anderen hebben er minder moeite mee.

Historicus Bart de Graaff onderzoekt aan de hand van historische bronnen de ontstaansgeschiedenis van het woord.

Wanneer werd het voor het eerst gebruikt? Welke betekenis werd er in de loop der eeuwen aan gehecht?

Wat zijn de verschillende standpunten ten aanzien van dit woord nu? En welke alternatieven zijn er?

Op 11 april 2018 keert Christo van der Rheede, adjunct-directeur van landbouworganisatie Agri SA, zich in een artikel op de website van Netwerk24 fel tegen het gebruik van het woord “Kleurling”. Hij noemt het aanstootgevend, krenkend en racistisch om mensen op grond van afkomst en voorkomst te classificeren.i Van der Rheede staat met deze opvatting niet alleen. Dat de groepsnaam bij velen een gevoelige snaar raakt, blijkt duidelijk uit tal van krantenartikelen.ii

Maar die constatering roept direct de vraag op welk woord ervoor in de plaats moet komen. “Khoi-khoin”? “Khoisan”? Het veel ruimere begrip “Bruinmense”? Of, en die vraag is eigenlijk veel interessanter: moet er überhaupt een etiket worden geplakt op de miljoenen Zuid-Afrikanen die niet wit en niet zwart zijn? Van der Rheede vindt van niet: “Ek is ’n Suid-Afrikaner, so wil ek bekend staan.”

...........................

Waarom het woord “Kleurling” door velen als kwetsend en racistisch wordt ervaren, kan het best worden aangetoond met de woorden die Marike de Klerk, echtgenote van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en latere president F.W. de Klerk, in 1983 gebruikte. Op een verkiezingsbijeenkomst zei ze over deze bevolkingsgroep: “U weet, hulle is ’n negatiewe groep. Die definisie van ’n Kleurling in die bevolkingsregister is iemand wat nie ’n swarte is nie, en ook nie ’n blanke nie, en ook nie ’n Indiër nie, m.a.w. ’n nie-mens. (…) Hulle is oorskiet. Hulle is die mense wat oorgebly het nadat die volke uitgesorteer is.” iii

 Deze woorden bleven Marike de Klerk nog jaren achtervolgen, hoewel haar ideeën over “Kleurlingen” bepaald niet nieuw of zelfs maar ongewoon waren. Integendeel, ze waren al decennia lang gemeengoed onder Afrikaner nationalisten en andere voorstanders van segregatie en apartheid.

 Tot vandaag aan toe is het woord “Kleurling” voor velen een pijnlijke herinnering aan vroeger tijden en daarom een belangrijke reden om het niet langer te gebruiken. Want, zoals een Khoisan leider in de West-Kaap het kort en krachtig formuleert: “Om ’n Kleurling genoem te word beteken jy is iets van niks.” iv

...........................

Opvallend is dat het woord “Kleurling” niet lijkt voor te komen in de tijd waarin de Kaap bestuurd wordt door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1652-1795). De VOC maakt onderscheid tussen (blanke) vrijburgers, Compagniesdienaren, slaven (die, of ze nu uit Afrika of Azië afkomstig zijn, allemaal “zwarten” worden genoemd), vrije zwarten en inheemse Khoi-khoin.v

De Khoi-khoin worden door de Europese kolonisten als “Hottentotten” aangeduid – een naam die de Franse militair Augustin de Beaulieu in 1620 voor het eerst bezigt als klanknabootsing van een woord dat de Khoi-khoin dikwijls zouden gebruiken tijdens hun dansen.vi Geleidelijk aan komen in de loop van de achttiende eeuw de woorden “Bastaards” (mensen van gemengd Khoi-khoin- en Europese afkomst) en “Bastaard-Hottentotten” (nakomelingen van Khoi-khoin en slaven) aan de Kaap in zwang.vii

Vandaag de dag is “Hottentot” een woord dat volgens de 2015-uitgave van het Handwoordboek van die Afrikaanse Taal (HAT) “liefs vermy (moet) word”.viii Ook in Nederland is dat zo, al wonen hier nog meer dan 150 mensen die deze oorspronkelijk etnische aanduiding als familienaam voeren.ix Eén van hen, Chris Hottentot uit Nissewaard, haalt in 2015 het landelijke nieuws omdat zijn Facebook-account wordt afgesloten. De reden? Hij zou zich bewust van een valse, aanstootgevende achternaam bedienen om mensen te shockeren. Tot twee maal toe moet Hottentot een kopie van zijn rijbewijs naar Facebook sturen voor het bedrijf overtuigd is van zijn goede trouw en zijn account deblokkeert.x

Van zwart naar “Kleurling”                                                                                              

Onder Brits bewind maakt de term “vrije zwarten” rond het begin van de negentiende eeuw plaats voor “free persons of colour”.xi Een homogene groep is dat allerminst. Onder hen zijn onder meer “Oorlams” (Kaaps-Hollands sprekende Khoi-khoin), “Maleiers” (nakomelingen van veelal Islamitische slaven uit Zuidoost-Azië), Chinezen en de hiervoor al genoemde “Bastaards” en “Bastaard-Hottentotten”. Het lijkt overigens of deze twee laatste termen niet altijd even nauwkeurig worden gebruikt door blanke Kapenaars.

Zeker is wel dat die geen hoge dunk hebben van welke “Bastaards” dan ook. Zo doet ene Marthinus Theunissen, woonachtig in de Zoetemelksvallei op ongeveer 150 km van Kaapstad, in 1803 zijn beklag bij de toenmalige gouverneur over de onhandelbaarheid van in de omgeving wonende “Hottentotten die door slaven zijn verbasterd”.xii En de redactie van Het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift (NZAT) noemt de “Bastards” [sic] aan de noordgrens van de Kaapkolonie een “vadsig en lui volk” dat voornamelijk van rooftochten leeft.xiii Zelfs in kleine groepen zijn ze volgens het NZAT gevaarlijk, zoals blijkt uit een voorval in het oostelijk binnenland, waar “eenige Bastards en anderen” eerst een slagersknecht vermoorden en daarna “eenen boer” door de heup schieten. Alle pogingen om hen gevangen te nemen mislukken en de “Bastards” en hun handlangers slagen erin de Kaapkolonie te ontvluchten.xiv

In 1836 wordt het woord “kleurling” opgenomen in het lijvige, in Amsterdam uitgegeven Algemeen noodwendig Woordenboek der Zamenleving.xv Daarin staat te lezen dat aan de Kaap naast blanken en slaven ook “lieden van de kleur” wonen. De samenstellers van het woordenboek noemen verder dat in het Kaapse “Rondeboschje” een gevangenis staat voor “weggeloopene slaven, prijsnegers en andere kleurlingen”.xvi

Het is aanvankelijk niet duidelijk wie nu eigenlijk met “kleurlingen” worden bedoeld. In het NZAT lijken de woorden “zwart” en “kleurling” tot aan het begin van de jaren 1840 nog een verzamelnaam te zijn voor elke inwoner van de Kaapkolonie met een andere dan witte huidskleur.xvii Als in september 1861 de Nederlandse dominee Johannes Beijer in Zuid-Afrika arriveert, deelt hij in zijn Journaal de Kaapse bevolking echter al op in “onderscheidene zwarte menschen-rassen”, “ligt olijfkleurig(e) Hottentotten”, “bruine Kleurlingen” en “witte menschen.”xviii In het Patriot Woordeboek: Afrikaans-Engels van S.J. du Toit, dat veertig jaar later verschijnt, worden zwart en bruin evenmin op een hoop gegooid maar apart vermeld. In het Woordeboek wordt “Kleurling” als “coloured man” vertaald, “Inboorling” als “native”, “Baster” [Bastaard] als “cross breed” en “Bruinet” als “dark person”.xix Wat precies het verschil is tussen deze verschillende categorieën vertelt de schrijver niet.                             

In de volkstelling van 1911 is het woord Baster niet meer te vinden; “Basters” vallen nu onder de noemer “Kleurling”. En “Kleurlingen” zijn wit noch zwart. “Kleurlingen” zijn ontstaan uit seksuele omgang tussen Europese kolonisten en de inheemse bewoners van de Kaap.xx Het is een omschrijving die wonderwel overeenkomt met de definitie van een “Bastaard” in vroeger tijden!xxi

Vreemd en onacceptabel

Het slechte imago dat de “Bastaards” onder blanke Zuid-Afrikanen hebben, gaat samen met de naamsverandering over op “Kleurlingen”. Een van de minst denigrerende opmerkingen is nog dat ze wat “beschaving” betreft “dikwijls te kort schieten”; onvriendelijker stemmen noemen ze lui, niet te vertrouwen en zo kinderlijk dat ze door buitenstaanders gemakkelijk te manipuleren zijn – al denken ze zelf van niet.xxii

In 1936 telt Zuid-Afrika een kleine tien miljoen inwoners; ongeveer acht procent van hen is “Kleurling”.xxiii In de volkstelling die dat jaar wordt gehouden, komen niet minder dan elf (!) subcategorieën binnen deze bevolkingsgroep voor. Dat is te danken aan het (unieke) feit dat “Kleurlingen” deze keer mogen aangeven tot welke etnische groep ze zichzelf rekenen. De overgrote meerderheid (75%) geeft simpelweg aan “Kaapse Kleurling” te zijn, maar een niet onaanzienlijke minderheid van meer dan 17% noemt zichzelf “Hottentot”, Nama, Koranna, Griekwa of Boesman. Ruim 4% van de “Kleurlingen” geeft in 1936 aan een “Kaapse Maleier” te zijn.xxiv

Veertien jaar later, het apartheidstijdperk is inmiddels aangebroken, wordt de Wet op de Bevolkingsregistratie (wet 30 van 1950) van kracht. Hiermee worden alle burgers van Zuid-Afrika verdeeld in zwarten, blanken en “Kleurlingen”. Wat opvalt, is dat deze laatste groep niet langer elf subcategorieën telt, maar nog slechts zeven. Griekwa’s en Maleiers zijn de categorieën die blijven bestaan. Maar de Koranna’s, Nama’s, “Hottentotten” en Boesmans die in de volkstelling van 1936 nog een aparte vermelding kregen, verliezen met deze wet formeel hun etnische identiteit. In plaats daarvan worden ze geëtiketteerd als “Kaapse Kleurling” of “Ander Gekleurde”.xxv De benaming is vreemd en onacceptabel voor hen omdat “Kleurlingen” in de ogen van de inheemse Khoi-khoin en Boesmans geen eigen cultuur, geen eigen taal én geen traditioneel grondgebied in Zuid-Afrika hebben of hadden.xxvi In deze opvatting klinkt overigens enige zelfoverschatting door. Want veel van de inheemse culturen – waaronder religieuze praktijken en traditionele leiderschapsstructuren – zijn ook onder de Khoi-khoin en Boesmans rond 1950 al goeddeels verdwenen. Net als hun talen.xxvii

Voor even zwart

Dat het vanaf 1948 gevoerde apartheidsbeleid voor onnoemelijk veel leed heeft gezorgd onder Zuid-Afrikanen die niet als “Blank” stonden geregistreerd, behoeft hier geen betoog. In deze context is vooral belangrijk dat de verdeel-en-heersstrategie die eraan ten grondslag lag, op een mislukking uitdraait. Want in de strijd tegen apartheid vormen zwarten en (een groot aantal) “Kleurlingen” vooral vanaf het begin van de jaren 1980 een gemeenschappelijk front.xxviii

Maar nu, bijna een kwart eeuw na de val van apartheid, lijkt dat gemeenschappelijke front van zwart en bruin in de praktijk niet of nauwelijks meer te bestaan. Waar “Kleurlingen” onder een blank minderheidsbewind tweederangsburgers waren, voelen velen zich dat onder een zwart meerderheidsbewind opnieuw. Want wie solliciteert naar een betrekking bij de overheid moet aangeven of hij zwart, wit, “Kleurling” of “Indiër” is – dit in verband met het beleid van “swart ekonomiese bemagtiging” (SEB). De perceptie bestaat dat deze positieve discriminatie op de arbeidsmarkt ten gunste van leden van “voorheen benadeelde groepe” vooral zwarte Zuid-Afrikanen ten goede komt.xxix

Het gevoel ook in het democratische Zuid-Afrika niet mee te tellen leidt ertoe dat mensen van Khoi-khoin- of Boesman-afkomst zich meer en meer richten op het benadrukken van hun etniciteit. Dat brengt, ironisch genoeg, echter het gevaar met zich mee dat ze zichzelf daardoor nog verder marginaliseren.xxx

“Bruinmense”?

Lange tijd is een “Kleurling” in Zuid-Afrika omschreven als wat hij of zij niet is. Het meest extreme voorbeeld hiervan is te vinden in de Arbeidsongeschiktheidswet uit 1936. Daarin wordt een “Kleurling” gedefinieerd als “iemand anders as ’n blanke persoon, ’n naturel, ’n Turk of ’n lid van ’n ras of stam waarvan Asië die nasionale of volkstuiste is, ook ’n lid van die ras of klas wat gewoonlik Griekwas genoem word”.xxxi

Het is de hoogste tijd voor een andere definitie. Een die niet een aftrek-, maar een optelsom van factoren is. Recent populatie-genetisch onderzoek kan daarvoor als bas is dienen. Bioloog Quintana-Merci heeft in 2010 aangetoond dat de “Kleurlingbevolking” van Zuid-Afrika langs vrouwelijke lijn voor meer dan 60% van Khoi-khoin of Boesman-afstamming is, voor 16% van Aziatische afstamming en slechts voor 5% van Europese afstamming. Langs mannelijke lijn is het beeld meer divers: de zogenaamde “paternal contribution” is voor 45% Afrikaans (zwart en bruin), voor 37% Europees en voor 17% Aziatisch.xxxii Het gaat hier dus om een rijk geschakeerde etnisch-culturele bevolkingsgroep.

De vraag is nu hoe deze bevolkingsgroep genoemd kan worden. Of, beter gezegd: hoe ze genoemd wil worden. Hierover bestaat grote onderlinge verdeeldheid. Sommigen tooien zich met hun historische of stamnamen; het gaat hier met name om de Griekwa’s en Koranna’s, de Nama’s, de Basters en de verschillende Boesman-groepen. Anderen verenigen zich onder de paraplunaam “Khoisan”, een van oorsprong wetenschappelijke term die een afstamming van zowel Khoi-khoin als Boesmans (San) impliceert. En weer anderen vallen in de categorie neo-Khoi-khoin en noemen zich onder meer Hamcumqua, Gonaqua, Abakwa of Chainoqua – stammen waarvan het bestaan door velen vergeten was.

In 2015 schrijft Michael le Cordeur, medeoprichter van de Afrikaanse Taalraad, in een boekbespreking dat “Kleurling” als groepsnaam “polities baie swaar gelaai [is]”: “Dis vir ons die ‘K’-woord wat net so seermaak as die K-woord wat na swart mense verwys”.

Le Cordeur geeft de voorkeur aan de naam “Bruinmense”, en dat lijkt zeker een verbetering ten opzichte van het woord “Kleurling”.xxxiii   

Maar een voorbehoud is hier op zijn plaats: want wie zijn de mensen die zichzelf “Bruinmense” willen noemen? In ieder geval niet de Griekwa’s, Koranna’s of Nama’s.xxxiv En waarschijnlijk geldt hetzelfde voor een aanzienlijk deel van de Khoisan en de neo-Khoi-khoin. Het benadrukken van de eigen, unieke identiteit als oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika is immers de sterkste troef die zij hebben in het streven naar erkenning van en financiële ondersteuning voor hun traditionele leiders te krijgen. En restitutie van (ten minste delen van) hun oude stamgrond.xxxv Wie zich “Bruinmens” noemt, geeft die troef uit handen.

Daarnaast zijn er mensen die zich, anders dan Le Cordeur en Van der Rheede, absoluut niet storen aan de naam “Kleurling”. Een van hen is journalist en columnist Raymond Willemse, die zichzelf niet alleen een trotse Zuid-Afrikaan maar ook een “trotse Kleurling” noemt – erfgenaam van een “smorgasbord van kulture” en deel van een qua afkomst unieke, heterogene groep binnen de samenleving.xxxvi Het is, kortom, goed mogelijk dat slechts een beperkt groep(je) mensen zich de naam “Bruinman” wil aanmeten. En dan krijgt Zuid-Afrika er wéér een subcategorie bij.

Buitenstaanders

In de zeventiende eeuw worden de Khoi-khoin aan Kaap de Goede Hoop door de Fransman Augustin de Beaulieu opgezadeld met de naam “Hottentotten”. Rond het midden van de achttiende eeuw beginnen Hollandse kolonisten mensen van gemengd raciale afkomst “Bastaards” te noemen. In de negentiende eeuw komt aan de Kaap het woord “Kleurling” in zwang. En tot slot legt de eerste apartheidsregering halverwege de twintigste eeuw dat woord juridisch vast en smeert daarmee alle etnische verschillen binnen de “Kleurlingbevolking” toe.

Daar is nu geen sprake meer van. Het debat over naamgeving wordt nu beheerst door bruine Afrikaanstaligen.xxxvii De oprichting van het “DAK Netwerk”, dat “nuwe raamwerke [wil] vestig waar daar met groter gemak oor definisies en begrippe van identiteit omgegaan kan word”, is daar een goed voorbeeld van. De organisatie “skuif duidelik weg van ʼn tipiese tuisland-definisie van bruinmense as ʼn beperkte groep met ʼn beperkte identiteit en kulturele waardes”.xxxviii

De discussies over identiteit zijn overigens niet gebaat bij de talloze claims op traditioneel leiderschap. Inmiddels hebben al minstens tien mensen zich tot koning van de “Khoi Khoi”, de “National Khoisan Nation”, de “Khoisan Aboriginals” en verschillende clans binnen de Griekwa’s en Koranna’s uitgeroepen. Dat komt op zijn best over als invention of tradition of als poging een graantje mee te pikken uit de staatsruif.xxxix Op zijn slechtst kunnen deze claims – die soms gepaard gaan met het dreigen met geweld of zelfs met het uitroepen van een eigen staat – als lachwekkend worden afgedaan.

Of het debat uiteindelijk leidt tot een aanvaardbare paraplunaam voor alle verschillende etnische groepen die onder segregatie en apartheid als “Kleurling” op een hoop gegooid werden? Wie weet. “Ons sal diskoers moet voer om mekaar te vind,” schrijft Raymond Willemse hierover. Misschien had hij hieraan nog kunnen toevoegen dat voor buitenstaanders in deze discussie hooguit een (zeer) bescheiden rol is weggelegd. Want niemand zit te wachten op een eenentwintigste-eeuwse Augustin de Beaulieu.

...........................

Noten

i Christo van der Rheede, “Kry nou end met Kleurling”, op: https://www.netwerk24.com/Stemme/Menings/kry-nou-end-met-kleurling-20180410.

ii Zie bijvoorbeeld Magubane, T., “Khoi-San: Abolish the term ‘coloured’”, 24 mei 2013, op: https://www.news24.com/SouthAfrica/News/Khoi-San-Abolish-the-term-coloured-20130524 . Ook: Jackson, B., “Dis tyd dat ons ‘Kleurling’-label afskud”, Son, 22 november 2015, op: https://www.son.co.za/Son-Op-Sondag/Blogs/Briewe/dis-tyd-dat-ons-kleurling-label-afskud-20151121. Over verschillende interpretaties van het woord: “Kullid mentaliteit: Wat is ’n coloured”, Son, 17 februari 2017, op: https://www.son.co.za/Coloured-Mentality/kullid-mentaliteit-wat-is-n-kullid-20170207.

iii  Sunday Express, 30 oktober 1983, 7. Aangehaald door Willemse, 28.

iv De Graaff, 144.

v De vraag of de Sonqua (of San of Boesmans) die de VOC aan de Kaap ontmoetten een aparte etnische groep vormden of niet-veehoudende Khoi-khoin waren, valt buiten het bestek van dit artikel. Zie hiervoor John Wright, “Sonqua, Bosjesmans, Bushmen, abaThwa: Comments and Queries on Pre-Modern Identifications”, in South African Historical Journal, 35: 1, 16-29, DOI: 10.1080/02582479608671245.

vi Zie lemma “Hottentot” op http://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/. In de Daghregisters van Jan van Riebeeck worden de Khoi-khoin afwisselend “Hottentoos” en “Hottentos” genoemd.

vii Met “Maleiers” worden nakomelingen van (Islamitische) slaven uit Maleisië en de Indonesische archipel aangeduid. De “vrije Maleiers” worden genoemd door Sparman (1787), 16. Legassick (2016), 37, schrijft dat de benaming “Bastaards” rond het midden van de achttiende eeuw algemeen gebruikt begon te worden. Het woord “Bastaard” komt geregeld voor in het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tijdschrift (NZAT), onder meer in Volume VIII (1831), 398, en Volume XII (1835), 174. In het Dagregister van een reis onder leiding van Hendrik Hop vanuit de Kaap naar het noordelijke binnenland (1761/1762) wordt melding gemaakt van “Basterd-Hottentotten”. Zie: Vaderlandsche Letteroefeningen (1778), 248. Ook Sparman maakt al melding van “Basterd-Hottentotten”.

viii Luther, J., Pheiffer, F. & Gouws, R.H. (red), Handwoordeboek van die Afrikaanse taal, Sesde uitgawe, eerste druk (Kaapstad 2015). Bij de Afrikaanse vorm “Hotnot” staat dat het gebruik ervan “absoluut te vermy (is)”.

ix Dit is een schatting. In 2007 woonden 165 mensen met de familienaam Hottentot in Nederland. Zie: https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/detail_naam.php?gba_lcnaam=hottentot&gba_naam=Hottentot&nfd_naam=Hottentot&operator=eq&taal=, geraadpleegd op 25 juni 2018.

x Theo Teitsma, ‘Raadslid Hottentot om naam van Facebook gegooid’, op: https://www.ad.nl/rotterdam/raadslid-hottentot-om-naam-van-facebook-gegooid~aa55d4b6/, geraadpleegd op 22 juni 2018.

xi Muller, 92/93. Volgens de Online Etymology Dictionary wordt “persons of colour” voor het eerst in het Engels gebruikt in 1792. Zie https://www.etymonline.com/word/color.

xii Elphick en Giliomee, 412. Paravicini, 10 noot 36. Theunissen was blijkbaar een geboren Limburger.

xiii NZAT, Volume 8 (1831), 389 en NZAT, Volume XVII (1840), 159. Het NZAT verscheen van 1824 tot 1843.

xiv NZAT, Volume XVI (1839) 75.

xv Volgens Roeleveld kon het woord “creool” in het Nederlands al vanaf de eerste attestatie (ca. 1740) niet alleen een in Suriname geboren blanke aanduiden, maar ook een “aldaar geboren neger of kleurling”. Ze maakt echter geen melding van het eerste gebruik van het woord “kleurling” in overzeese gebieden waar in de achttiende en/of negentiende eeuw Nederlands werd gesproken.

xvi Witsen Gysbeek, 846. Het woord “prijsnegers” is een letterlijke vertaling van “prize negroes”, slaven aan boord van door de Britten vanaf 1808 buitgemaakte (vooral Franse) schepen die naar de Kaap werden gebracht waar ze door de koloniale overheid voor een periode van ten hoogste 14 jaar als contractarbeiders werden verhuurd aan bedrijven of (blanke) individuen. In de praktijk kwam het erop neer dat ze slavenarbeid bleven verrichten. Zie Gonzalez in Southern African Digital History Journal.

xvii NZAT, Volume XIX (1842), 318-320. Hier komen ook de woorden “Kaffers” (zwarten die aan de grenzen van de Kaapkolonie wonen) en “negers” (voor andere zwarte Afrikanen) voor.

xviii Beijer, 47.

xix Du Toit, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (Paarl 1902). Editie H.J.J.M. van der Merwe (Pretoria 1968), op: https://www.dbnl.org/tekst/toit001patr01_01/toit001patr01_01.pdf.

xx Dale, 554-556. Christopher (2010), 25.

xxi Ook Flaendorp, 122, signaleert de naamsverandering van “Bastaard” naar “Kleurling” in de negentiende eeuw.

xxii Williams, 26. Ook: Legassick (1998/1999), 163.

xxiii Broekman, 7.

xxiv Patterson, 353/354, benadrukt dat in deze volkstelling de respondent zelf zijn classificatie bepaalde. Onder de Khoi-khoin bevinden zich Koranna’s, Nama’s en Griekwa’s, maar voornamelijk mensen die zich “Hottentotten” noemen.

xxv De zeven categorieën die in deze wet worden vastgelegd – naast blanken en zwarten – zijn Kaapse Kleurling, Maleier, Griekwa, Sjinees, Indiër, Ander Asiër en Ander Gekleurde.

xxvi De Graaff, 23 en 69-70.

xxvii Erasmus en De Graaff, 1. Hoeveel mensen in 1950 nog !Ora (Koranna) of Xiri (Griekwa) spraken is niet bekend, maar aan het eind van de twintigste eeuw waren het er minder dan 30. Menán du Plessis vond later uit dat het aantal !Ora sprekers niet groter is dan vier. Zie: https://elar.soas.ac.uk/Collection/MPI889372.

xxviii Persoonlijke inlichting Job Buffel, Bloemfontein, 22 november 2015. Ook: De Graaff, 129.

xxix Flaendorp, 294. Harris, A., ‘Dié partye saam in verkiesing’, in: Son, 2 juli 2018, op: https://elar.soas.ac.uk/Collection/MPI889372. Phillip Dexter stelt hier tegenover dat de praktische uitvoering van Black Economic Empowerment in de praktijk niet altijd goed uitpakte, maar dat voor het ANC met “zwarten” wel degelijk ook “Kleurlingen” worden bedoeld. Zie: Dexter, P., “Coloureds, Collusion, Corruption and the National Question – understanding Marius Fransman’s Cape Forum”, in Daily Maverick, 29 januari 2018, op https://www.dailymaverick.co.za/article/2018-01-29-op-ed-coloureds-collusion-corruption-and-the-national-question-understanding-marius-fransmans-cape-forum/.

xxx Erasmus & De Graaff,

xxxi Aangehaald door Flaendorp, 103.

xxxii Quintana-Murci et al., “Strong Maternal Khoisan Contribution to the South African Coloured Population: a Case of Gender-Biased Admixture”, op: https://doi.org/10.1016/j.ajhg.2010.02.014.

xxxiii Cordeur, M. le, “Bruinmense se stryd teen apartheid gedokumenteer”, in Tydskrif vir Geesteswetenskappe 55 (2015), No. 3 (September), op: http://www.scielo.org.za/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0041-47512015000300012.

xxxiv Voor Ik Yzerbek zijn in 2015/2016 tachtig interviews gehouden met mensen die zichzelf Nama, Griekwa, Koranna, Baster, Khoisan of “Kleurling” noemen.

xxxv De Graaff, 23.

xxxvi Willemse, R., “Kô lat ôs praat oor die term ‘Kleurling’”, Netwerk 24, 21 april 2018, op: https://www.netwerk24.com/Stemme/Menings/ko-lat-os-praat-oor-die-term-kleurling-20180420.

xxxvii Te denken valt hier aan de al genoemde Michael le Cordeur, Christo van der Rheede en Hein Willemse. Hieraan kunnen mensen als Danny Titus en Willa Boezak worden toegevoegd. Een goed overzichtsartikel van Eleanor du Plooy verscheen op 18 juni 2018 op News24: ‘The unsettling meaning of coloured identity and why it should be challenged’, https://www.news24.com/Columnists/EleanorduPlooy/the-unsettling-meanings-of-coloured-identity-and-why-it-should-be-challenged-20180618.

xxxviii https://daknetwerk.com/meer-oor-ons/. DAK is een acroniem dat staat voor Doman, Autshumao en Krotoa, de eerste tolken van wie Jan van Riebeeck in de Kaap gebruik maakte.

xxxix “How much South Africa’s kings and queens and traditional leaders will get paid in 2018”, in Business Tech, 7 januari 2018, op: https://businesstech.co.za/news/government/218081/how-much-south-africas-kings-and-queens-will-be-paid-in-2018/.

...........................

Literatuur

Beijer, J., Journaal, gehouden van Nederland naar Zuid-Afrika in het jaar 1861 (Groningen 1862).

Boezak, Willa, “Die Khoisan se politieke !Nâu”, in: Maandblad Zuid-Afrika, juni 2017, 130-131.

Broekman, J.H., Taalverhoudingen in Zuid-Afrika (Brugge 1942).

Christopher, A.J., “A South African Domesday Book: the First Union Census of 1911”, in: South African Geographical Journal 92 (2010), 22–34. Published online: 16 June 2010.

Christopher, A.J., “The Union of South Africa censuses 1911-1960: an incomplete record”, in Historia 56 (2011), No, 2, 1-18.

Cordeur, M. le, “Bruinmense se stryd teen apartheid gedokumenteer”, in Tydskrif vir Geesteswetenskappe 55 (2015), No. 3 (September).

Dale, A.C., “First General Census of the Union of South Africa”, in Publications of the American Statistical Association 13, No. 103 (1913) 554-556.

Erasmus, P.A. en Graaff, B.J.H. de, “’They say a dog wears a ticket’ – Legal classification instead of Self-Identification”, in Indago, vol. 33 (December 2017), 1-12.

Flaendorp, C.D., Die Bruinmense van Suurbraak: 200 jaar spiritualiteitsvorming deur ’n identiteit van gemarginaliseerdheid (proefschrift Unisa, 2007).

Giliomee, H., en Elphick, R. (red), ’n Samelewing in Wording: Suid-Afrika 1652-1680 (Kaapstad 1982).

Gonzalez, J.F., “Prize Negroes in Cape Town and the Atlantic Abolitionism”, in: Southern African Digital History Journal (z.j.).

Graaff, B. de, Ik, Yzerbek (Schiedam 2016).

Legassick, M., Hidden Histories of Gordonia: Land Dispossession and Resistance in the Northern Cape (Johannesburg 2016).

Legassick, M., “The Racial Division of Gordonia, 1921-1930”, in: Kronos 25 (1998/1999) pp. 152-186.

Merwe, H.J.J.M. van der, Vroeë Afrikaanse woordelyste (Kaapstad 1971).

Muller, C.F.J., “Stryd na binne en na buite, 1778-1795”, in: Muller, C.F.J., 500 Jaar Suid-Afrikaanse Geskiedenis (Kaapstad/Pretoria 1980), 82-103.

Paravicini, W.B.E. di Capelli, Reize in de binne-landen van Zuid-Africa gedaan in den jaare 1803 (Kaapstad 1965).

Patterson, S., Colour and Culture in South Africa. A study of the Status of the Cape Coloured People within the Social Structure of the Union of South Africa (London 1953, transferred to digital printing 2002).

Quintana-Murci L., Harmant, C., Quagh, H., Balanovsky, O., Zaporozhchenko, V., Bormans, C., Van Helden, P.D., Hoal, E.G., Behar, D.M., “Strong maternal Khoisan contribution to the South African coloured population: a case of gender-biased admixture”, in: American journal of human genetics 68-4 (2010), pp. 611-620.

Roeleveld, A., “Creool: een woord met geschiedenis”, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 118 (2002), 342-347.

Sparman, A., Reize, naar de Kaap de Goede Hoop, de Landen van den Zuidpool, en Rondom de Waereld; doch voornaamlijk in de landen der Hottentotten en Kafferen in de jaaren 1772 tot 1776 gedaan. Eerste stuk (Amsterdam 1787).

Toit, D.J. du, Patriot woordeboek: Afrikaans-Engels (red. H.J.J.M. van der Merwe, Pretoria 1968). Vaderlandsche Letteroefeningen (1778), geraadpleegd op 2 juli 2018.

Willemse, H., “’n Kleurlingkenner se Kleurling”, in: Grundlingh, H. en Huigen, S. (red.), Van volksmoeder tot Fokofpolisiekar: Kritiese opstelle oor Afrikaanse herinneringsplekke (Stellenbosch 2008), 27-37.

Williams, C., “Die Nasionale Party se amptelike beleid teenoor die kleurlingstemregkwessie, 1925-1939: Politieke opportunisme of beginselvastheid?”, LitNet Akademies 8-2 (2011), 21-45.

Witsen Geysbeek, P. G. e.a. (samenst.), Algemeen noodwendig Woordenboek der Zamenleving. Eerste Afdeling (Amsterdam 1836).

Lees ook

Afrikaans: Waarheid en versoening onder een DAK

Barend Barends, Griekwa-leider en “ietsie van alles”

Buro: IG
  • 0
Top