Dorrestein laat ons achter met wijze woorden

  • 0

Dagelijks werk. Een schrijversleven
Renate Dorrestein
Podium, Amsterdam, 2018, 304 p.
ISBN 9789057599132
19,90

In maart verscheen Dagelijks werk, een bundel opstellen van de op 4 mei overleden schrijfster Renate Dorrestein. Al lezend word je opnieuw meegevoerd door haar scherpe geest, fantasie, beschaving, menselijkheid en humor. Er gaat iets troostends van het boek uit. Dorrestein verzette zich al jaren tegen het idee dat iedereen altijd maar gezond en gelukkig moet zijn. Dat maakt haar besluit om haar ziekte te aanvaarden en er niet te allen koste tegen te vechten, beter te begrijpen.

In de zomer van 2016 had Renate Dorrestein een nieuwe koelkast nodig. Onderweg naar de witgoedwinkel in Haarlem-Noord kwam ze langs een gebouw met het opschrift “Noorder Kinderhuis”. Ze besefte onmiddellijk dat ze de plaats had gevonden waar haar volgende roman zich zou afspelen. “Dit had best sinds mensenheugenis een goelag voor kleine mensen kunnen zijn. Gemene ouders dumpten hier hun nageslacht als ze er genoeg van hadden. […] Zo’n gezin met minstens tien kinderen, waarbij niemand het merkt als er opeens een kotertje minder is.”

Dorrestein zou deze roman echter niet meer schrijven. Want dat najaar werd er bij toeval een agressieve vorm van slokdarmkanker bij haar geconstateerd. Ze had ervoor kunnen kiezen om de tumor te laten weghalen. Maar deze ingrijpende operatie zou haar leven hooguit met een paar jaar verlengen. Samen met haar partner besloot ze hiervan af te zien: “Ik had gewoon niet genoeg doodsangst in me om tot iedere prijs door te willen gaan met leven.”

Toen de diagnose gesteld werd, was Dorrestein bijna klaar met haar laatste roman, Reddende engel, die in het najaar van 2017 zou verschijnen. Het werk aan die roman gaf haar houvast terwijl ze een chemokuur onderging die de tumor moest “wegbombarderen”. Op de dag dat het boek werd gepresenteerd, kreeg ze echter te horen dat de tumor was teruggekeerd en er geen verdere behandeling meer mogelijk was.

Voor het eerst drong het tot Dorrestein door dat die roman over het Noorder Kinderhuis er niet meer zou komen. Om een roman te schrijven, kostte haar gewoonlijk veertien tot zestien maanden, en zo veel tijd hád ze niet meer. Niet alleen zou ze de roman niet kunnen voltooien, er drongen zich ook andere zaken op die in het licht van de naderende dood belangrijker waren. Haar huis opruimen, bijvoorbeeld, en al haar papieren en de bestanden op haar computer uitzoeken. Het laatste wat ze wilde, was dat die in handen zouden vallen van een “biográáf”!

Tijdens het opruimen raakte ze verdiept in haar eigen “oefenoeuvre”: meer dan veertig jaar aan artikelen, inleidingen, lezingen en losse bijdragen die nergens meer te vinden zijn, ongepubliceerde brieven en e-mails. Een nieuwe roman zou geen wezenlijke vernieuwing meer aan haar oeuvre toevoegen. Maar een selectie uit deze geschriften, telkens voorzien van een toelichting, zou de lezers een beeld kunnen geven van haar “dagelijks werk” als schrijfster en de maatschappelijke context waarbinnen haar oeuvre is ontstaan. Met deze “literaire autobiografie” heeft Dorrestein over het graf heen de regie over haar eigen nalatenschap gehouden.

Renate Dorrestein (Foto: YouTube)

“Het menselijk repertoire ten volle beleven”

De oudste teksten die hier zijn gebundeld, stammen uit 1985; de meest recente uit 2017. Sommige artikelen belichten aspecten die we herkennen uit Dorresteins romanoeuvre, zoals haar hang naar het macabere, aandacht voor de vrouwelijke stem en haar liefde voor Schotland. Andere bijdragen laten iets zien van schrijven als beroep: de relatie van de schrijver met uitgevers, redacteuren, vertalers en – heel belangrijk – lezers. Dorrestein besteedde veel tijd aan het beantwoorden van fanmail. Of het nu ging om scholieren die een “documap” over haar moesten maken, om aspirerende schrijvers die haar hun manuscript voorlegden, of de studenten aan de VU, die de “dominee Gremdaat” in haar naar boven brachten. En Dorrestein was altijd bereid om jonge collega’s een “hupkontje” te geven.

Dorrestein weet feilloos de grens met het sentimentele te bewaken. Het boek bevat ook enkele artikelen over luchtige onderwerpen, zoals een lofzang op de aardappel (haar recept voor “Zeevaarders preistamp” is een aanrader!) of een hoofdstuk over stadstuinen. En altijd is er haar kwikzilveren, humoristische aanslag, die ervoor zorgt dat je al lezend regelmatig hardop in lachen uitbarst. Dat is troostrijk, niet alleen in deze dagen van rouw, maar ook op andere momenten in het leven. Dorrestein provoceerde, ze sneed zware onderwerpen aan (zoals incest in Verborgen gebreken of gezinsmoord in Een hart van steen) en ze drong diep door in de wereld van het onderbewuste. Maar ze zou haar lezers altijd een uitweg bieden, dankzij haar vertelplezier en haar humor.

Naast enkele interessante literaire beschouwingen maakt Dorrestein vooral indruk met een essay uit 1998, waarin ze protesteert tegen de verhuftering van de Nederlandse samenleving. Het fenomeen “afzeiktelevisie”, destijds aangevoerd door Paul de Leeuw, stuitte haar tegen de borst. Want Dorrestein mocht dan, vooral als columniste voor Opzij in de jaren tachtig, zelf een aantal heilige huisjes hebben omgeschopt, ze bleef altijd een dame. Als het in orde was om elkaar op primetime te kleineren, moest dit uiteindelijk ook consequenties hebben voor het leven daarbuiten. “Mij lukt het steeds minder me geborgen te voelen in een samenleving die leedvermaak beschouwt als een blijk van brille en nastrevenswaardige onconventionaliteit”, schrijft ze (de moord op Pim Fortuyn in 2002 en Theo van Gogh in 2004 liggen dan nog in het verschiet). “Dankzij het primaat van de gemakkelijke lach verloederen niet alleen alle gezamenlijke omgangsvormen, maar ook deugden zoals mededogen zullen er vroeg of laat geheel door van de kaart worden geveegd. Je hebt allerlei vormen van barbarij, maar dit is beslist een van de ergste: het uit de mode raken van het vermogen je met anderen te identificeren en het voor hen op te nemen.” 

En dan is er het thema van de “maakbaarheid” van de mens: het idee dat we altijd maar gezondheid en geluk na moeten jagen. Dorrestein zelf had een zware leerschool gehad: ruim tien jaar lang (feitelijk de hele jaren negentig) leed ze aan de chronische vermoeidheidsziekte ME. Na jaren ploeteren realiseerde ze zich dat ze het al die tijd zo druk had gehad met beter worden, dat ze het mooie en goede in het heden totaal uit het oog verloren was. “Langzaam drong toen tot me door dat verliezen nu eenmaal onlosmakelijk bij het leven horen. Het gaat er bij het verwezenlijken van jezelf niet alleen om dat je je eigen bestaansopdracht zoekt en vindt, maar ook dat je je verliezen incasseert en accepteert.”

Het moedig onder ogen zien van de realiteit van ziekte, depressie en ouderdom blijkt, als Dorrestein aan de hand van de hervonden schat van haar “oefenoeuvre” terugkijkt op haar leven en werk, een thema dat in veel van haar boeken aanwezig is. Dat gold onder meer voor haar twee boekenweekgeschenkboekjes, Want dit is mijn lichaam (1997) en Laat me niet alleen (2008). En ze brengt het nogmaals onder woorden in het laatste essay uit de bundel, “Ouderdom voorkomen”, een lezing die ze in 2015 en 2016 – dus in ieder geval aanvankelijk vóór ze ziek werd – meerdere keren heeft gegeven. Ik wil dit essay tot besluit in extenso citeren:

“Een leven zonder het perspectief van ouderdom en dood”, aldus Dorrestein, “is een leven zonder seizoenen en zonder de urgentie van de voorttikkende tijd. […] De bedoeling van ons bestaan, lijkt me, is niet dat we op ons tachtigste of straks op ons achthonderdste nog steeds bezig zijn jong te lijken en dezelfde dingen na te streven die we levenslang al hebben nagejaagd. Om het allemaal een beetje interessant en misschien zelfs zinvol te houden, zullen we toch ooit uit een ander vaatje moeten gaan tappen? Als we het menselijk repertoire tenminste ten volle willen beleven. En dat lijkt mij een groter avontuur dan eeuwig jong te zijn.”

“We moeten, kortom, de ouderdom niet willen voorkomen. We moeten, ergens tijdens de rit, juist in het reine zien te komen met wat ons mens maakt, en dat is het besef van onze sterfelijkheid. Daarvoor zullen we af en toe de stilte van ons eigen hart moeten durven betreden, in plaats van te willen voorthollen alsof we altijd achttien blijven.”

Lees ook

Schrijfster Renate Dorrestein overleden

Buro: IG
  • 0
Top