Elnathan John: "Je bent pas echt gedekoloniseerd als je durft te dansen alsof niemand het ziet"

  • 0

..........

“Johns lezing had een heel ander karakter dan het indrukwekkende, scherpe en strijdbare betoog dat Sisonke Msimang vorig jaar als eerste Nelson Mandela-lezing hield. En dat was geen toeval. Want in al zijn terughoudendheid en bedachtzaamheid was Johns optreden net zo goed een statement.”

..........

Op zondag 1 maart vond in ITA, de voormalige Stadsschouwburg aan het Leidseplein in Amsterdam, de tweede Nelson Mandela-lezing plaats. De jaarlijkse Nelson Mandela-lezing is een initiatief van ZAM.

De Nelson Mandela-lezing 2020 werd uitgesproken door de Nigeriaanse schrijver Elnathan John. Maar de bijeenkomst behelsde veel meer dan een lezing. Aan het programma werd onder meer ook meegewerkt door danser Gregory Maqoma en zangeres Melanie Scholtz uit Zuid-Afrika, de Nederlandse schrijver Adriaan van Dis en de Iraans-Nederlandse acteur Saman Amini, terwijl de legendarische Zuid-Afrikaanse dichter James Matthews via een eerder opgenomen video aanwezig was.

Elnathan John (Foto: Pieter Boersma)

De middag werd geopend door Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam en tevens beschermvrouwe van de Nelson Mandela-lezing. Halsema herinnerde eraan dat het op 16 juni precies dertig jaar geleden zal zijn dat Nelson Mandela – op zijn eerste buitenlandse reis, enkele maanden na zijn vrijlating op 11 januari 1990 – op het balkon van dit theater stond en door duizenden Nederlanders werd toegejuicht.

Racisme en discriminatie zijn er nog steeds, ook in Nederland

“De definitieve afschaffing van de apartheid was nog slechts een kwestie van tijd”, vatte Halsema het algemene idee van de mensen op het plein samen. “Na de val van de Berlijnse Muur zou hiermee ook het einde van het racisme ingeluid worden. De geschiedenis zou een duidelijke, rechte lijn omhoog inslaan.” Maar die gedachte zou te optimistisch blijken.

“Misschien zijn we als Nederlandse samenleving wel te zelfgenoegzaam geweest”, erkent Halsema nu. “Racisme, discriminatie en uitsluiting steken nog steeds op allerlei manieren de kop op. De ene keer als onvervalste haat, verspreid bijvoorbeeld via sociale media, andere keren subtiel verpakt in retoriek over nationale cultuur, tradities en identiteit. Dat moeten we bestrijden zonder ons doel – verzoening en vreedzaamheid – uit het oog te verliezen.”

..........

“Inmiddels is wetenschappelijk vastgesteld dat moedertaalonderwijs beter is voor een kind, niet alleen voor zijn schoolprestaties, maar ook voor zijn kansen later in het leven. Toch blijft het gebruik van de moedertaal vaak beperkt tot praatjes op het marktplein.”

..........

Halsema is echter niet alleen maar pessimistisch. Ze put hoop uit het optreden van een nieuwe generatie ondernemers, wetenschappers, kunstenaars, activisten en schrijvers met ouders en grootouders van elders in de wereld, die vastberaden weigeren om zich stempels op te laten drukken of in een hokje te laten duwen. “Deze Amsterdammers laten zich hun mede-eigenaarschap van onze stad niet ontzeggen”, aldus Amsterdams eerste vrouwelijke burgemeester. “Zij houden het gedachtegoed, de hoop en de strijdbaarheid van Nelson Mandela levend.”

Burgemeester Femke Halsema (Foto: Pieter Boersma)

Schrijven in inheemse talen –  verschillende standpunten

Na het eerste optreden van de Zuid-Afrikaanse choreograaf en danser Gregory Maqoma is het woord aan de Nederlandse schrijver Adriaan van Dis. Van Dis raakte tijdens zijn studie Nederlands gefascineerd door de Afrikaanse taal en literatuur. Hij herkende in het Afrikaans iets van het exotische van zijn eigen Indische achtergrond.

Van Dis begint zijn verhaal met een eerbetoon aan de in Distrik 6 geboren dichter en verzetsstrijder James Matthews (1929), wiens debuut Cry Rage (1972) de eerst poëziebundel zou worden die door het apartheidsregime verboden werd.

Vervolgens maakt hij een historisch uitstapje, waarmee hij laat zien dat de keuze om wel of niet in een inheemse taal te schrijven ingegeven wordt door de maatschappelijke context. De Afrikaners hebben na de Zuid-Afrikaanse Oorlog (1899-1902) gevochten voor erkenning van de Afrikaanse taal en voor het recht op onderwijs in eigen taal. Je zou het vroege Afrikaner-nationalisme in die zin ook kunnen zien als een streven tot dekolonisering ten opzichte van Groot-Brittannië als koloniale machthebber.

Het apartheidsbeleid van na de Tweede Wereldoorlog zou in het verlengde hiervan liggen. “De eigen cultuur zuiver houden was een levenstaak”, parafraseert Van Dis, “en de Afrikaners zouden de andere volken daarmee helpen, goedschiks of kwaadschiks.” Het zogenaamde Bantoe-onderwijs vormde deel van deze strategie. Maar veel zwarte schrijvers weigerden mee te werken. Zij zagen schrijven in de eigen taal als steun aan de apartheid. Dat was bijvoorbeeld het standpunt van Es’kia Mphahlele, terwijl Mazisi Kunene volgens Van Dis juist bekritiseerd werd door het ANC omdat hij in het Zoeloe schreef.

In andere delen van Afrika gebeurde in dezelfde periode het omgekeerde. Schrijvers als Wole Soyinka (Nigeria) en Ngũgĩ wa Thiong’o (Kenia) keerden zich af van de taal van de koloniale overheerser en kozen er bewust voor om in hun moedertaal te schrijven. Beide bewegingen werden ingegeven door de maatschappelijke context en kunnen gezien worden als een politieke stellingname.

..........

“Van jonge Afrikaanse intellectuelen, vooral als ze, net als John, inmiddels in Europa wonen, wordt vaak verwacht dat ze over allerlei onderwerpen een mening hebben. Zeker als het gaat om kolonialisme en de rampzalige gevolgen daarvan.”

..........

Na verloop van tijd doofde het taaldebat in Oost-, West- en Zuid-Afrika. Inmiddels is wetenschappelijk vastgesteld dat moedertaalonderwijs beter is voor een kind, niet alleen voor zijn schoolprestaties, maar ook voor zijn kansen later in het leven. Toch blijft het gebruik van de moedertaal vaak beperkt tot praatjes op het marktplein. Alle wetenschappelijke bewijzen ten spijt kiezen veel ouders én studenten maar liever voor de taal van de voormalige koloniale onderdrukker, omdat deze een hogere economische status heeft. En datzelfde geldt voor schrijvers die een grotere, internationale lezersmarkt willen bereiken.

De Grote Zaal van ITA was tot de nok toe gevuld. (Foto: Pieter Boersma)

Ook in het Nederlandse taalgebied duikt de vraag “koloniale taal of inheemse taal?” soms op. Van Dis noemt de Antilliaan Frank Martinus Arion als voorbeeld van een schrijver die zich – met succes – inzette voor onderwijs in een inheemse taal. Hij richtte op Curaςao een school op waar, in plaats van het Nederlands, werd lesgegeven in het Papiaments.

En in januari werd tijdens het Winternachtenfestival de huidige discussie over de opmars van het Engels aan Nederlandse universiteiten in het licht van kolonialisme en dekolonisering gesteld. “Nu zullen ook Nederlanders ervaren hoe het is als je moedertaal wordt weggedrukt”, werd daar gezegd. “We staan”, aldus Van Dis, “nog maar het begin van het pad van taal als koloniale erfenis.”

Aan het slot van zijn betoog bracht Van Dis een eerbetoon aan de bruine Afrikaanse dichter Adam Small. Hij las Smalls gedicht “What abou’ de lô” voor, dat een duidelijke inhoudelijke parallel vertoonde met het gedicht van James Matthews dat hij aan het begin voorlas. Small, verduidelijkt Van Dis, schreef in het “Afrikaaps”, een mengtaal die zich had losgemaakt van het standaard-Afrikaans. “Afrikaans heeft in de praktijk al lang zijn koloniale klank en woordenschat afgelegd”, aldus Van Dis. In de getto’s van de bruine gemeenschap van de Kaap is een nieuwe, postkoloniale taal ontstaan. En daarmee eiste Van Dis tijdens deze rijkgevulde en gebalanceerde middag een stevige plek op voor het Afrikaans.

“Neem de tijd om adem te halen, dans alsof niemand het ziet”

Na de videobeelden van James Matthews, een optreden van Melanie Scholtz die een toonzetting van Matthews’ gedicht “Cry Rage” ten gehore bracht, een tweede optreden van Gregory Maqoma en een conference door Saman Amini, was het woord aan de hoofdspreker van de middag, Elnathan John (1982).  

Johns lezing had een heel ander karakter dan het indrukwekkende, scherpe en strijdbare betoog dat Sisonke Msimang vorig jaar als eerste Nelson Mandela-lezing hield. En dat was geen toeval. Want in al zijn terughoudendheid en bedachtzaamheid was Johns optreden net zo goed een statement.

Aan het einde van de middag kwamen alle medewerkers nog één keer samen terug op het toneel om te dansen op de klanken van de Miriam Makeba-hit “Pata Pata”. (Foto: Pieter Boersma)

Van jonge Afrikaanse intellectuelen, vooral als ze, net als John, inmiddels in Europa wonen, wordt vaak verwacht dat ze over allerlei onderwerpen een mening hebben. Zeker als het gaat om kolonialisme en de rampzalige gevolgen daarvan. Tijdens een ontmoeting met een groep zwarte Nederlandse schrijvers, de vorige avond, had John gemerkt dat zij dezelfde ervaring hadden.

..........

“Tot slot wendt John zich tot het niet geheel, maar toch wel overwegend witte publiek in de zaal. ‘Dus als je een zwarte ziet die stopt om adem te halen, die geen zin heeft om op te draven, die alleen maar een beetje voor zich uit staat te staren – laat hem met rust’.”

..........

Hoe konden deze jonge intellectuelen voorkomen dat ze keer op keer uitgelokt worden om te reageren, zonder diepere reflectie? Want door telkens weer toe te geven, werkten ze zelf mee aan het reproduceren van bestaande machtsstructuren en fysiek en institutioneel geweld.

John weigert voor deze lezing dan ook om te praten in oneliners of bullet points. Het wordt tijd voor nieuwe verhaallijnen, betoogt hij, niet gedicteerd door de vragen en verwachtingen van anderen. “Hoe bouwen we mooie, complexe werelden, die uitsluitend geworteld zijn in onze eigen verbeeldingskracht? Hoe kunnen we dromen? En hoe kunnen we onze dromen en ideeën met de wereld delen zonder dat whiteness het daarbij nog steeds voor het zeggen heeft?” Dat laatste gebeurt niet alleen als zwarte intellectuelen tegen de witte meerderheid blijven ageren, maar ook als ze daarmee in gesprek gaan en uitentreuren verantwoordelijkheid afleggen voor hun eigen positie. In beide gevallen bepaalt de witte meerderheid nog steeds het gesprek. In plaats daarvan wordt het tijd dat deze zwarte intellectuelen ruimte voor zichzelf opeisen, vindt John, “to dance as if no one is watching”. 

Door zich altijd maar in een positie van verzet te laten dwingen, komt de zwarte intellectueel ook niet toe aan zelfkritiek. Deze term ontleent John aan Edward Said. Zelfkritiek betekent dat de zwarte intellectueel de hand in eigen boezem steekt en onderzoekt in hoeverre hij zelf meewerkt aan het in stand houden van onderdrukkende systemen die kwetsen zijn voor hemzelf of anderen.

“Hoeveel tijd heb ik om voor me uit te staren, om te dansen in de regen? Ik wil niet horen dat ik kostbare tijd verlies. In de wereld waarin we leven, is alles urgent. Dat geldt vooral voor minderheden en zwarte mensen in een wereld die steeds meer gedreven wordt door angst en hebzucht, xenofobie en nationalisme. Op de arbeidsmarkt zijn er in het kader van het diversiteitsbeleid slechts een paar topposities voor ons gereserveerd. We moeten op onze tellen passen, want wij worden veel strenger beoordeeld dan anderen. Maar volgens mij is de beste manier om vooruit te komen, in staat te zijn om gewoon een tijdje voor je uit te staren, zonder je druk te maken over wat anderen van je denken.”

Tot slot wendt John zich tot het niet geheel, maar toch wel overwegend witte publiek in de zaal. “Dus als je een zwarte ziet die stopt om adem te halen, die geen zin heeft om op te draven, die alleen maar een beetje voor zich uit staat te staren – laat hem met rust. Als je hem per se de weg moet vragen naar Diversiteits- of Dekoloniseringsstad – doe het niet. Ze hoeven niet altijd maar over ras te praten, ze hoeven niet altijd verantwoording af te leggen. Laat ze dansen in de regen, en als ze weer binnenkomen, met druipend haar en een lach op hun gezicht – neem ze serieus. Bedenk dat zij – net als jij – niet altijd kunnen uitblinken. Net als jij zijn de meesten van ons middelmatig. En er is niks mis met middelmatigheid.”

Lees ook 

Sisonke Msimang: "Nelson Mandela heeft zwarte Zuid-Afrikanen niet in de steek gelaten"

Buro: IG
  • 0
Top