Het dilemma van Molière

  • 0

Frans – nog steeds de verplichte tweede taal in het Vlaams onderwijs – wordt steeds meer als een probleem ervaren. Ettelijke lesuren worden eraan besteed, toch blijkt het niveau van de leerlingen systematisch af te nemen. Ook voor de Vlaamse jeugd is Engels de facto de tweede taal geworden, ongeacht het lesprogramma. Een broodnodig debat dringt zich op.   

Discussies over onderwijshervormingen lijken in Vlaanderen volgens een vrij vast stramien te lopen. Eerst is er de lancering van de idee; de fase van aankondiging zeg maar. Vervolgens en op een manier waar Pavlov's hond nog lessen van kan leren volgt vrij snel de kritiek. En in een derde fase koelt het allemaal weer af en eindigt alles in de vergetelheid. Of een idee het ooit tot beleid schopt zal pas (veel) later blijken. Maar waar je donder op kan zeggen is dat het fundamentele debat dat net hierdoor zou moeten worden aangezwengeld uitblijft. Met onze excuses als dit allemaal wat te theoretisch klinkt, maar hier een recent voorbeeld als illustratie.

Lieven Boeve, de topman van het Katholiek Onderwijs (goed voor ¾ van de Vlaamse leerlingen), schreef zopas nog zo'n suggestie op zijn conto (de aankondiging). Scholen zouden kans krijgen om één uur minder Frans in te plannen en dit te vervangen door een extra uur Engels. Dit zou geen verplichting zijn, wel een mogelijkheid. Prompt volgde de kritiek, niet toevallig vooral geventileerd door leerkrachten Frans. Inmiddels – fase drie – is het punt van de baan en of er überhaupt ooit gevolg aan wordt gegeven is koffiedik kijken. Jammer genoeg, want een grondig debat is meer dan broodnodig.

Verplichte tweede taal

Wat is nu de essentie? Als tweetalig land (eigenlijk drietalig, maar we laten dat kleine stukje Duitstalig België even buiten beschouwing) is Frans in het Vlaams onderwijs een verplicht vak. In Franstalig België ligt dit anders voor het Nederlands, maar ook daar hebben we het even niet over. Jammer genoeg moet worden vastgesteld dat de kennis van de taal van Molière er bij Vlaamse leerlingen fors achteruit gaat. Op zowel het einde van de lagere school (12 jaar) als het middelbaar onderwijs (18 jaar) wordt er gepeild, en telkens word de trend bevestigd.

Steeds meer wordt de kennis van de taal van Molière een probleem in het Vlaams onderwijs. Terwijl ettelijke uren voor het aanleren ervan uitgetrokken wordt, gaat de kennis ervan systematisch achteruit.

Feit is dat van de leerlingen van vandaag Engels de facto de tweede taal is. Net als in heel wat andere landen komen ze erg frequent met die taal contact. Parallel zijn de contacten en affiniteiten met het Frans afgenomen. Banden zijn er dan misschien wel op de werkvloer, maar in de meeste gevallen eindigt het daar ook. Vraag aan een Franstalige om enkele Vlaamse zangers te noemen, en hij zal het antwoord schuldig blijven. Maar ook het omgekeerde is waar. Het is een beetje een cliché, maar er schuilt een belangrijke boodschap in. Waarom dan al die tijd in Franse lesuren steken als het resultaat toch uitblijft is een steeds vaker terugkerende vraag. Het argument is herkenbaar: kiezen voor Engels, is kiezen voor functionaliteit. Het is een nogal simplistische vergelijking die wel vaker horen. En op heel wat verschillende plaatsen op de wereld.

Frans maakt het verschil

Men kan ook een andere lijn volgen, vanzelfsprekend ook uitgedragen door die leerkrachten Frans die fors op Boeve's idee reageerden. Moet men niet precies investeren in het onderwijzen van het Frans? Kwestie van ervoor te zorgen dat de vele uren die leerlingen erin stoppen wél degelijke de verhoopte resultaten afleveren. En laten we het ook internationaler bekijken. Dat jonge Vlamingen Engels slechts als derde taal op school krijgen, blijkt alvast geen handicap te zijn ten opzichte van pakweg Nederlandse, Deense of Duitse collega's die direct na hun moedertaal een stevige brok Engels als tweede taal gepresenteerd krijgen. Een ander argument: in een wereld waar het Engels steeds meer de lingua franca is geworden, maakt men net het verschil door er een extra taal aan te voegen, het weze Duits, Spaans of – nog steeds – Frans. Trouwens, bedrijven hoort men niet morren over medewerkers die onvoldoende Engels kennen voor hun functie. Maar gaat het over Frans, dan weerklinkt één grote klaagzang.

Mossel noch vis

Eigenlijk zitten we met een situatie waar niemand tevreden mee is. Er worden heel wat uren in lessen Frans geïnvesteerd, maar die leveren niet (meer) het beoogde resultaat. Werk maken van precies de kloof tussen die uren en het resultaat te dichten lijkt niet aan de orde te zijn. Resoluut gaan voor het Engels, terwijl het Frans hierdoor tot een soort van exotisme, al dan niet in de vorm van een keuzevak, gedegradeerd zou worden doet men evenmin. En dan is er het voorstel van Boeve dat niet anders zou realiseren dan de bestendiging van de huidige status quo. Even hadden we de naïeve hoop dat na zijn suggestie deskundigen net deze discussie zouden aangaan – quod non.  

Lees ook

Ontevredenheid in Oost-België

Buro: MV
  • 0
Top