
Anatomie van het atelier
William Kentridge
Oorspronkelijke titel: A Natural History of the Studio. Oxford Slade Lectures. (2025)
Voorwoord door Alfred Schaffer
Vertaald door Anna Helmers-Dieleman
Amsterdam: Cossee
2025
216 blz.
Markant boek over cultuur in veel variaties. Vol onverwachte afslagen. Persoonlijke geschiedenis en ervaringen verweven in culturele ontdekkingstochten. Met o.a. de klassieken en de literatuur als gidsen bij het maakproces. Veel fraaie soms intrigerende afbeeldingen.
- O.a. over Joodsheid in Engelsheid, taal, niet-herinneren, geschiedenis, optimisme. Over theater, opera, film, literatuur, beeldende kunst.
Alfred Schaffer (7–11)
- “Kentridge benadrukt in deze lezingen de rol van het lichaam en het belang van het atelier als vrijplaats. (…) Het onderwerp is secundair.” (9)
- “Gezamenlijk schetsen deze zes lezingen een portret van ‘de maker als waaghals’, die het idee minder vertrouwt dan de improvisatie, die de onverwachte verbinding koestert die door samenwerken ontstaat.” (10)
Opmerkelijke passages
- Afgewezen voor studiebeurs in Oxford. “Eén van een hele reeks reddende missers die me tot een bestaan als kunstenaar hebben gebracht of beperkt.” (14)
- “Mijn overgrootvader van vaderskant was chazan in de synagoge. (...) Hij heette Woolf Kantorovich en hij was begin twintigste eeuw van Litouwen naar Zuid-Afrika getrokken. (...) De meeste Joden in Zuid-Afrika kwamen uit Estland, Letland en Litouwen, op de vlucht voor pogroms en voor de beperkingen die tsaristisch Rusland hun levens oplegde, en aangetrokken door verhalen over pas verworven welvaart in Zuid-Afrika (...) Mijn jeugd was niet-religieus joods. (…) ik voelde me wel gespleten, alsof het joodse om het Engelse heen draaide, of het Engelse om het joodse.” (21–22)
- “Als stad is Johannesburg tegelijkertijd geweldig en verschrikkelijk. Er is ontzettend veel armoede en ongelijkheid. Tussen rijk en arm loopt een geografische grens: hoge muren, elektrische hekken, privébeveiliging. “ (41)
- “De woorden komen eruit voordat we weten wat we gaan zeggen. (...) Als ik mijn woorden de baas was, zouden ze veel overtuigender zijn.” (50)
- Over vertalen. “Het Latijnse ‘translatio’ (vertaling) verwees in een van de vroege betekenissen naar het verhuizen van de relikwieën van een heilige. (...) Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in wat we verliezen bij het vertalen, maar in wat we winnen met het onmogelijke ervan, in de ruimte tussen origineel en vertaling, de ruimte tussen de vertaalde houtblokken in, die ervoor zorgt dat het vuur kan branden. Een vuur bestaat altijd uit houtblokken en de ruimte ertussenin.” (54)
- Over luisteren naar muziek. “In de concertzaal merk je hoe onzuiver de luisterervaring daar is. Je kijkt naar de vingers van de pianist, of hoe dicht de zanger bij de piano gaat staan – hij lijkt er haast in te klimmen. Wat doet de zanher met zijn handen? Mist de bladomslaander zijn moment toch niet? Heb ik er wel aan gedacht om de vispastei uit de vriezer te halen? Een overdaad waar je doorheen moet waden om de muziek te vinden, of waar de muziek doorheen moet om ons te vinden.” (67–68)
- “De ene lofzang na de andere. Hoe kon God dit ooit verdragen, gingen mijn puberale gedachten dan, deze pluimstrijkerij? Welk alomvattend ego houdt het uit om continu zo te worden opgehemeld?” (70)
- Over traktaat van Luther: Over de Joden en hun leugens. (85)
- Over Rome. Over vluchten voor de overstroomde Tiber (1934) en vluchten vanuit Noord-Afrika naar Italië (2014). (97)
- “Ik was verbijsterd dat er nog een fresco van Mussolini op een openbare plek in Italië bestond.” (99)
- Over Salamone Rossi, laat-renaissancistische Joods-Italiaanse componist over muziek gebaseerd op een tekst uit Exodus over migratie en ballingschap. (104)
- “Monumenten gaan altijd over het verlies van ons geheugen. Een monument is als een lijstje. (...) Het lijstje onthoudt het voor ons, we besteden het onthouden uit. (...) Het monument onthoudt voor ons.” (109)
- “Lijstjes maken is een geruststellende manier van werken voor mij. Een neuroot die zijn symptomen herhaalt, alsof het herhalen van en probleem een manier is om het op te lossen. Soms is het dat ook.” (120)
- Over Afrikanen in de Eerste Wereldoorlog. Over John Chilembwe. (123–125).
- De stem van de Afrikaan in de huidige oorlog. (124–125)
- “De lezing die we niet gaven. (131–145)
- Over vormen van onwetendheid. (140–142)
- Over het Centrum voor het Minder Goede Idee. (158–160)
- “Hoe dans je een rorschachtest?” (169)
- “De moeder van mijn vader (...) was de eerste vrouw in Johannesburg die haar rijbewijs haalde (in de jaren 1920). Op haar rijexamen hoefde ze, omdat ze een vrouw was, niet achteruit te rijden.” (174)
- Over Joeri Oslesja, Afgunst & Jevgeni Zamjatin, Wij. (182–183)
- “Ik koester een meer dan voorzichtig pessimisme jegens de toekomst van mijn land en daarbuiten. Zowel optimistische als pessimistische toekomsten ontvouwen zich. Je vasthouden aan slechts één van beide, is een verdraaiing. Je moet allebei omvatten.” (210)
Lees ook:
Leesimpressie: Mijn kindertijd door Giuseppe Tomasi Di Lampedusa
Leesimpressie: Schoonheid op aarde door Charles Ferdinand Ramuz

