
Droomhuis
El Hizjra Literatuurprijs 2016–2024
Amsterdam: El Hizjra & Uitgeverij Jurgen Maas
2025
192 blz.
Een bundel met werk van ruim veertig Belgische en Nederlandse winnaars en finalisten van de El Hizjra Literatuurprijs. Zeer uiteenlopende teksten, verhalen (13–138) en gedichten (139–186).
- Over o.a. de ervaringen van een hoer, vijgen, familiebanden, gokken, tweedehands boeken, het Kalasjnikovmuseum, besnijdenis en eten.
- Wat slordigheden: mij opa (29); ik snijdt (87); geluk i.p.v. gelukt (136); moet worden behoedt (185); hun gedichten / werk i.p.v. haar gedichten / werk (188).
- Rashif El Kaouri: “Waarom telt alleen de naam die je hebt gekregen boven de doopvont, daar heb je toch zelf geen beslissingsrecht over?” (13)
- Sarah Zaanan: “Ik heb niemand en voel me soms ook niemand. Ik tel de dagen en mijn problemen en verdwijn stukje bij beetje uit andermans leven. Het meisje dat veel vergeet, het meisje dat vergeten wordt. Ik ben het lijdend voorwerp in elke zin. Zo ook in deze.” (29)
- Tato Martirossian: De moerbeiboom. Over AZC Utrecht (46–49).
- Zanyar Aziz: “Ik ben vijfentwintig jaar, nog nooit uit huis gegaan, en ben ervan overtuigd dat ik als eerste het woordje quarterlifecrisis gebruikte. (...) Direct onder mij op de roltrap staat een klef stelletje. Zij zijn onderweg naar een warme slaapkamer voor twee met een bed voor vier terwijl ik blut onderweg ben naar een zolderkamer. Het voelt alsof mijn roltrap in een andere richting gaat dan die van hen. Zij hangt om hem heen als een verliefde koala.” (99)
- Bakr Al Jaber: [Zonder titel] (162–164). “Wij zijn de kinderen van het zuiden, ontworteld door de tijd en geplant in het noorden. (...)Het zuiden beschouwt ons als noorderlingen en het noorden beschouwt ons als zuiderlingen. (...) We hebben de oorlog van de wapens overleefd, maar zitten gevangen in de oorlog van jagende ogen. (…) Ik blijf bang voor jullie angst. Jullie angst voor mij maakt me een profeet, maar ik hou van mijn eenvoud.”
- Dina Bousbaa: [Zonder titel] (167). “In een wereld waar we vastklampen aan het wiegje van verzachtende en lovende woorden, het volume van gisteren steeds iets harder zetten om de consequenties van morgen niet te horen. Waar in deze wereld kunnen wij op adem komen, om ons heen kijken en erkennen dat wij enkel een blaadje zijn aan de ontelbare levensbomen.”
- Benzokarim, Droomhuis (172–174):
In mijn dromen huizen we niet.
Verstoppen en verschuilen wij niet.
Binnen en buiten wij niet.
Ik ben een kind van de reis.
Gewisseld van thuis.
Verslaafd aan de weg. Verbonden aan het verhaal.
Lees ook:
Leesimpressie: Het liefdespaar van de eeuw door Julia Schoch
