Mijn Lwów
Józef Wittlin
Oorspronkelijke titel: Mój Lwów (1946)
Vertaald door Dirk Zijlstra; nawoord door Jan Paul Hinrichs
Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot
December 2024
88 blz.
Fraai opgetekende persoonlijke herinneringen aan de Poolse stad Lwów (het huidige Oekraïense Lviv). Geschreven door de joodse auteur die in 1940 via Frankrijk naar de Verenigde Staten vluchtte.
- Uitgegeven in 1946.
- Met foto’s, informatief nawoord en toelichtende voetnoten.
- Over o.a. dichters, standbeelden, kathedralen, apotheken, bajes, vrijmetselaarsloges, parken, cafés en geuren.
Opmerkelijke passages
- “De titel van dit praatje werd me opgedrongen door de uitgevers en pleit de auteur vrij van het verwijt dat hij het over zichzelf gaat hebben. Het zou kunnen lijken alsof er niets heerlijkers is dan een bad in het warme water van je herinneringen, dan koketteren met de verstreken jaren. Die gelukzaligheid is bedrieglijk. Want al gauw komen er van de bodem van het geheugen monsters naar de oppervlakte van het bewustzijn drijven die we liever zouden willen vergeten. Voor wie herinneringen ophaalt ligt nog een ander, honderd keer groter gevaar op de loer, zelfverheerlijking.” (7; 74).
- “Ik hoor de stemmen van duizend schimmen.” (8)
- “Iedere verschijning uit het verleden is dakloos, hongerig, verkleumd, totdat een woord van medeleven haar verwarmt, zich over haar ontfermt. Maar zelfs dan is zij nog niet op haar plek. Dus daarom roep ik nu de geest van het vroegere Lwów op, voor een soort mini-voorouderverering. Wees niet bang voor die geest.” (9)
- “Waar zijn jullie, bankjes van de Lwówse parken, zwart van ouderdom en regen, ruw en gebarsten als de schors van middeleeuwse olijfbomen? Generaties zakmessen kerfden in jullie de namen van geliefdes (...)”. (11)
- “We zijn waarschijnlijk ons hele leven vluchteling: van de wieg tot het graf zijn we altijd ergens voor op de vlucht.” (13)
- “Ja, zo wordt ons hele geheugen langzamerhand een kerkhof. Waar je ook kijkt, overal graven.” (52)
- “... een kleermaker met de naam Sozanski, een meester in het vermaken van oude kleren en het verwijderen van vlekken. Op een keer bracht ik hem mijn geweten, waarop ik wat vlekjes had gezien, maar Sozanski kon ze niet verwijderen.” (61)
- “Echte liefde, vriendschap en kameraadschap beginnen pas daar waar ze ontluiken tegen de achtergrond van soms schrille contrasten en tegenstellingen.” (65)
- “... terug naar het Stadstheater. De doden wandelen met de levenden. (...) Een promenade van schimmen. Verbroederd in de dood gaan vijanden gearmd, als vrienden.” (67; 69)
- Nawoord. Józef Wittlin en een verloren stad (71-77)
- Over de vriendschap van Wittlin met Joseph Roth: “Freund meiner Seele”. (72)
- Nobelprijs-kandidatuur voor Het zout der aarde (1935) (72).
Lees ook:
Leesimpressie: Kofferverhalen door Karin Amatmoekrim, Abdelkader Benali en Adriaan van Dis
Leesimpressie: Austerlitz – Parijs – Alaska door J.M.A. Biesheuvel

