Olijven moet je leren lezen, een cursus genieten van poëzie
Ellen Deckwitz
Ill. Jenna Arts
Amsterdam / Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact
2016
160 blz.
Zeer toegankelijke en enthousiaste introductie in de (Nederlandse en internationale) poëzie. 23 vragen over gedichten worden glashelder beantwoord.
Opmerkelijke passages
- “In het Arabisch zeggen ze dat wie van taal verandert, van ziel verandert.” (46)
- “Een Chinees gezegde stelt dat het lezen van een vertaald gedicht hetzelfde is als het bekijken van de achterkant van een borduurwerk. Je ziet wel hoe de steken zijn aangebracht en krijgt zo een idee hoe de voorkant eruitziet – maar het totaalbeeld zal je altijd ontglippen.” (46)
- Verwijzing naar “prachtige teksten van Antjie Krog”. (48)
- Over Emily Dickinson (1830–1886). (53–55)
- “Dickinsons poëzie lezen is als een plons in ijskoud maar kraakhelder water. De wereld lijkt na afloop te zijn vernieuwd. Dickinson schreef bijna achttienhonderd gedichten. Slechts zeven daarvan werden tijdens haar leven gepubliceerd.” (54)
- Rolf Jacobson (1907–1994). Ouderdom: “'Ouder worden, opbranden, is langzaam maar zeker weer jezelf worden.” (60–61)
- Overzicht poëziebloemlezingen. (83)
- Nachoem M. Wijnberg. (84–85)
Herinner je je het goede nieuws van Jezus,
dat je geen kind hoeft te zijn
van je vader en je moeder?
(Wat voor vader en moeder
had Jezus dan? Hij had juist liever niet
dat we het over hen zouden hebben.)
Uit: Nachoem M.Wijnberg, Van groot belang (2015)
- Bloemlezing Gerrit Komrij, Bombast en larie (2009) over de vijfentwintig slechtste gedichten uit de Nederlandse dichtkunst. (120)
- “Wat hebben wiskunde en gedichten met elkaar gemeen?
- “Poëzie kan, net zoals wiskunde, iets wat je vermoedt, vormgeven. Daardoor kan een gedicht je nog ongeziene stukken van de wereld tonen. Dat maakt de dichtkunst ook meteen gevaarlijk: sommige machthebbers (dictators, religieuze fanatici, ouders) hebben baat bij een wereld die blijft zoals hij is. Gedichten kunnen een andere blik werpen op de wereld en hem zo destabiliseren.” (150)
- “Het woord ‘computer’, dat in 1613 voor het eerst genoteerd werd, werd in de tijd van [Ada] Lovelace [1815–1852] al veelvuldig gebruikt voor machines die berekeningen konden uitvoeren.” (152)
Lees ook:
Leesimpressie: Droomhuis, El Hizjra Literatuurprijs 2016–2024

