Leesimpressie: Vrouwen in duistere tijden door Alicja Gescinska

  • 0

Vrouwen in duistere tijden: tien denkers van blijvende betekenis
Alicja Gescinska
Amsterdam: De Bezige Bij
2025
430 blz.

Verreikende en verrijkende bundel. Inspirerende lectuur. Portretten van tien vrouwen, waarbij zowel hun leven als hun denken helder en bondig samengevat wordt.

  • Vier korte portretten van mannelijke filosofen als bijlage.
  • Goed leesbaar en gedegen.
  • Opvallend veel vrouwen hebben een joodse achtergrond (Luxemburg; Stein; Arendt; Gellhorn; Weil; Hirsch; Hillesum; Sklar). Veel vrouwen waren vluchteling/ontheemd.
  • Vrij veel besproken auteurs hadden nauwe banden met Polen en/of de Baltische staten. Gegeven de achtergrond van de schrijfster (Warschau, 1981, sinds 1988 wonend in België) verrast die keuze niet.
  • Selectiecriteria: moedige vrouwen met groot politiek bewustzijn en maatschappelijk engagement in de strijd tegen totalitaire verlokking en vernietiging. “Ten tweede gaat het om vrouwen die mijn eigen denken hebben verbreed en verdiept, en dat nog steeds doen.” (13)
  • “Het filosofische zoeken kan alleen maar zinvol zijn met een veelheid aan perspectieven. (...) Pas uit een pluraliteit van visies, in de confrontatie met de andersdenkende, kan inzicht volgen. Echte filosofie is de verbreding van de horizon van de eigengedachten.” (13)
  • “Over het oppervlak van mijn leven loopt een dwarse scheur. Een breuklijn gevormd door het schuiven van geopolitieke aardplaten ligt als een litteken op mijn herinneringen en berstaan. (...) Kort na mijn geboorte kondigde generaal Wojciech Jaruzelski de staat van beleg af, al bestaat tussen beide waarschijnlijk geen oorzakelijk verband.” (17)
  • “Wanneer houdt een mens op migrant te zijn?” (18)
  • “Als ik naar de diepte in mij afdaal, zie ik drie thema’s steeds terugkeren: ontheemding, onvrijheid en ontmenselijking. Of positief geformuleerd: thuiszijn, vrijheid en vermenselijking (humanisering).” (19)
Rosa Luxemburg (29–58)
  • Over moed. Kolakowski over Luxemburg (31–31)
  • Scherpe kritiek van Jaurès tijdens Tweede Internationale in 1904 op Luxemburg werd door haar zelf met een uitgestreken gezicht vertaald naar het Duits. (33)
  • Verwijzingen naar Hannah Arendt. (o.a. 47)
  • Over taal. (57–58)
Anna Achmatova (59–95)
  • Over vriendschap. “Mensen van mijn generatie hoeven niet bang te zijn voor een treurige thuiskomst – wij hebben geen huis meer om naar terug te keren.” (76)
  • “Liefde verdaagt ontrouw, vriendschap niet. Vriendschap vergt voortdurende loyaliteit.” (77)
  • Mark Twain parafraserend: “God heeft vriendschap uitgevonden ter compensatie van een eerdere minder geslaagde creatie van hem: familie.” (79)
  • Over zoon van Churchill, klagend gedurende diplomatieke missie over de kwaliteit van kaviaar. (90)
Edith Stein (97–124)
  • Over empathie. Familiekroniek: Aus dem Leben einer jüdischen Familie. Portret van een gewone, ongewone Joodse in Duitsland voor de opkomst van het nazisme. (113)
Hannah Arendt (125–162)
  • Over menselijkheid. Naast veel respect en waardering ook kritische noten. Voelde weinig voor strijd zwarte studenten in de VS en was sceptisch, zo niet afkerig, tegenover vergaande “democratisering” van het onderwijs. Drempelverlaging is synoniem met niveauverlaging. (141)
  • Man/vrouw, natiestaat: “In menig opzicht een conservatieve denker.” (149)
  • Over vluchtelingen. (147–152)
  • Over Palestijnen. (149)
  • In The Threat of Conformism (1954) hekelt Arendt de eenheidsworst die zij in het Amerikaanse publieke debat te veel aantreft. (156)
  • In On Violence over de “bureaucratisering” van het publieke leven en sympathie met studentenbewegingen in de jaren zestig. (157)
  • Over de gevaren van toenemende technologisering. (158)
  • Over Humanitas. (159–162)
Martha Gellhorn (163–191)
  • Over betrokkenheid. Vernietigend over VS: “helemaal geen beschaafd of mooi land; mensonwaardig en het leven niet waard.” (167)
  • Over bezoek aan Dachau, mei 1945. (178–183)
  • Over vluchtelingen. (186–188)
  • “Gellhorn was een ontgoochelde minnaar van de mensheid.” (190)
Simone Weil (193–222)
  • Over aandacht. Weil, een soort filosofische rapsodie, een amalgaam van invloeden, aantrekkingskrachten en denkbeelden die op een fragmentarische manier toch een filosofisch geheel vormden. (198)
  • Waarschuwing Camus voor toe-eigening Weil. (198)
  • Over vluchtelingen. (203)
  • Over botsingen met Trotski. (204)
  • “Weil meent dat politieke partijen de samenleving meer schade betrokkenen dan goed doen. (220–222)
  • “De mens zelf is een kuddedier dat de last van het denken niet wil dragen. ‘Er is niets comfortabeler dan niet te hoeven denken’.” (221)
Jeanne Hersch (223–253)
  • Over vrijheid. Over Milosz, De geknechte geest. (238)
Etty Hillesum (255–284)
  • Over God. Haat tegen haat. (279–284)
Barbara Skarga (285–319)
  • Over hoop. “Zonder de lach en de hoop zou het leven ondraaglijk zijn.” (309)
  • ‘In het kamp wordt niet gehuild, gelamenteerd noch gejammerd. Daar, waar het lijden grenzeloos is, spreekt men niet over het lijden.” (309)
  • Na de bevrijding, haar autobiografische aantekeningen over haar jaren in de goelag en verplichte ballingschap op een kolchoz in het uiterste oosten van Rusland. (313)
  • Autobiografie in interview-vorm (2008). (315)
Judith Shklar (321–347)
  • Over angst. “Doodgaan is de beste zet in de carrièreplanning van een intellectuele vrouw. De belangrijkste stappen in haar loopbaan zet een vrouwelijk denker postuum.” (323)
Isaiah Berlin (355–362)
  • Voorstander tweestaten-oplossing Israël – Palestina. (357)
  • Denken als egels of als vossen. (358–359)
Czeslaw Milosz (363–371)
  • “Een geboren ontheemde”. (367)
Leszek Koloakowski (372–378)
  • Fascinatie voor Spinoza. (373)
Max Scheler (379–391)
  • Analyse van ressentiment en haat. (382)
Lees ook:

Leesimpressie: Joris Luyendijk presenteert Hoop

Leesimpressie: J’accuse door Teddy Tops en Lisa Weeda (Red)

Leesimpressie: Het vlindereffect door Mahmoud Darwish

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top