"'Vêrlander'-tentoonstelling geeft de Griekwa’s hun waardigheid terug"

  • 0

Op zaterdag 21 september brachten de deelnemers van de Week van de Afrikaanse roman een bezoek aan de Vêrlander-tentoonstelling in het Vestingmuseum in Naarden.

Zo’n voormalig militair bolwerk zal bij sommigen associaties oproepen met de wreedheden uit de tijd van Jan van Riebeeck.

De prachtige foto’s van Geert Snoeijer – portretten van de nazaten van VOC-soldaten en vrouwen uit de veroverde gebieden – staan daarmee in een spannend contrast.

Staand: Pieter Odendaal, Deniel Barry, Frazer Barry, museumdirecteur Oscar Hefting, Valda Jansen; zittend: Eben Venter, Karin Brynard, Anna (dochter van Valda Jansen); heel voor: Riana Scheepers (Foto: Ingrid Glorie)

Het Noord-Hollandse plaatsje Naarden is een van de best bewaarde vestingsteden van Europa. Het vestingcomplex is ongeveer een kilometer in doorsnede en telt zes bastions, een dubbele omwalling en een dubbele grachtengordel.

Het grondpatroon van Vesting Naarden lijkt sterk op het Kasteel in Kaapstad, en dat is niet verwonderlijk. In de tijd van de VOC en de WIC (de West-Indische Compagnie, die tussen West-Afrika en de Amerika’s voer) lieten de Nederlanders over de hele wereld zo’n 5000 van dit soort forten bouwen, zoals Fort Amsterdam (het huidige New York) in Noord-Amerika, Fort Zeelandia (Suriname), Fort Schoonenborch (Brazilië) en het Kasteel van Batavia (Indonesië).

Vesting Naarden functioneerde onder meer tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de Napoleontische bezetting als een verdedigingswerk. In de twintigste eeuw verloor een bolwerk zoals dit zijn functie, omdat bommenwerpers er gewoon overheen vlogen.

Topografische kaart van Naarden (vesting); door Jan Willem van Aalst - Eigen werk, [CC BY-SA 4.0], via Wikimedia Commons

Vandaag is de vesting een museum. In de vier kelders of kazematten zijn verschillende tentoonstellingen te zien, onder meer over het dagelijks leven van de garnizoenssoldaten die in de vesting gelegerd waren of de Hollandse Waterlinie.

Buiten lijkt het museum juist helemaal niet op het Kasteel in Kaapstad: overal waar je kijkt, zie je gras en water.

“De volheid van deze mensen”

Voor deze tentoonstelling (Vêrlander – Weeskinderen van de VOC) is fotograaf Geert Snoeijer op zoek gegaan naar nazaten van de oorspronkelijke bewoners van Zuidelijk Afrika, Indonesië en Australië, die tijdens Nederlands “Gouden Eeuw” in contact zijn gekomen met de opvarenden van de schepen van de VOC.

Welk effect hebben twee eeuwen handelscontacten met de VOC op de plaatselijke bevolking gehad en wat is daar nu nog van te merken?

De tentoonstelling bestaat uit portretfoto’s van deze “weeskinderen van de VOC” en een audiotour waarop de geportretteerden zelf te horen zijn. De tentoonstelling was eerder te zien in musea in Hoorn, Kaapstad, Bloemfontein, Jakarta en Perth.

Op zaterdag 21 september brachten de deelnemers van de Week van de Afrikaanse roman een bezoek aan de Vêrlander-tentoonstelling.

Het bezoek verliep nogal chaotisch, omdat de schrijvers de strijd moesten aanbinden met de dames en heren van verschillende zangkoren, die deze dag hadden uitgekozen voor een korenfestival op het museumterrein, en die zich precies voor de ingang van de tentoonstelling hadden opgesteld. Zoals zanger Frazer Barry het op Facebook stelde: “Ek was nog nooit vasgedruk deur musiek nie…”

“Het leek wel een bezetting”, bevestigt schrijver Eben Venter. “Ik vraag me af in hoeverre die mensen de moeite genomen hebben om naar de foto’s te kijken of beseften waar het over ging.”

Eben Venter en Karin Brynard zijn diep onder de indruk van wat ze gezien hebben. “Deze mensen zijn niet alleen met deernis gefotografeerd”, bespiegelt Venter, “maar met waardigheid. Het komt vaak voor dat fotografen door Zuid-Afrika reizen en dan foto’s nemen van arme kinderen. Dat is het beeld dat het buitenland soms heeft van kinderen uit Afrika. Er worden geen namen bij gezet. Alleen maar anonieme, armoedige kinderen. Geert Snoeijer heeft moeite gedaan om de volheid van deze mensen tot haar recht te laten komen.”

Naarden (Foto: Ingrid Glorie)

Over de locatie – het Vestingmuseum met zijn verzameling kanonnen en ander wapentuig – zegt Venter: “Je kunt het vergelijken met de slavernij-tentoonstelling die volgend jaar in het Rijksmuseum gehouden wordt. Het Rijksmuseum lijkt wel een paleis; het is gebouwd met de rijkdom die door de koloniale handel is vergaard. Om dáár een tentoonstelling over slavernij te houden, is een kritisch statement over die ruimte zelf. Een tegengeluid, dat de ruimte in een andere context plaatst.”

“De zwaartekracht van de geschiedenis”

Karin Brynard was, naar eigen zeggen, “voor een duizendste van een millimeter” bij het onderzoek dat aan de tentoonstelling ten grondslag lag, betrokken. De schrijfster heeft voor haar eerste roman, Plaasmoord, uitgebreid onderzoek gedaan naar de Griekwa-stammen die nog wonen in de omgeving van Griekwastad, waar het boek zich afspeelt.

Zij kende bijvoorbeeld de Griekwa’s van Campbell en van Danielskuil, en met die contacten kon ze fotograaf Geert Snoeijer en historicus Bart de Graaff een eindje op weg helpen.

“Omdat ik in deze omgeving opgegroeid ben en ik de Griekwa’s al van kindsbeen af ken”, vertelt Brynard, “ben ik me er diep van bewust hoe deze  mensen gemarginaliseerd zijn; het zijn de verschoppelingen van de Zuid-Afrikaanse samenleving. Daarom barstte ik in tranen uit toen ik Geerts foto’s van deze mensen voor het eerst zag. Het is onvoorstelbaar met hoeveel waardigheid ze in beeld gebracht zijn. Aan deze foto’s kun je zien dat het mensen van statuur zijn; mensen met een geschiedenis die het verdienen om door de samenleving gerespecteerd te worden. Op een bepaalde manier hebben Geert en Bart deze mensen hun historische waardigheid teruggegeven. En dat spát van de foto’s af. Dat vind ik geweldig aangrijpend en ontroerend. Het was jammer dat we niet méér tijd bij de tentoonstelling konden doorbrengen. Ik zou graag met iedere persoon op die foto’s individueel meer tijd willen doorbrengen, zodat ik de volle zwaartekracht van de geschiedenis die uit deze foto’s spreekt, kan voelen.”

“Dat voetspoor dat ze hebben achtergelaten”

Frazer Barry voelt zich niet geïntimideerd door het militaire karakter van het museum. De mensen die deze vesting met veel moeite gebouwd hebben, moeten zich vooral bang en bedreigd gevoeld hebben, denkt hij.

Het bouwwerk vertelt iets over het geweld dat de mensen elkaar destijds aandeden. “Als ik denk aan de Nederlanders die daar gewoond hebben, komt er een woord in me op: ‘trauma’.”

Naarden (Foto: Ingrid Glorie)

Barry vindt het interessant dat de Nederlanders zo bezig zijn met het verleden. “Ze hadden ook kunnen zeggen: ‘we willen er niet over nadenken, we willen er niks mee te maken hebben’. Dat zou erg zijn. Maar in plaats daarvan kiezen ze voor zelfonderzoek. Ze zijn bereid om het verleden onder ogen zien en zoeken toenadering tot dat voetspoor dat ze hebben achtergelaten, of – al wordt er in deze tentoonstelling niet op de schade ingegaan – de schade die aangericht is.”

Meer lezen

Barend Barends, Griekwa-leider en “ietsie van alles”

Buro: IG
  • 0
Top