
Het boek van de verdwijning
Ibtisam Azem
Roman
Amsterdam: De Bezige bij
2026
255 blz.
Knappe, intrigerende roman waarin de Palestijnen plotseling verdwijnen uit Israël. Onaangekondigd en zonder sporen na laten. Rake beschrijvingen van de reacties van uiteenlopende betrokkenen. Over de herinnering van verlies en het verlies van herinneringen.
Opmerkelijke passages
- “Jouw Jaffa lijkt op mijn Jaffa, maar ze zijn niet hetzelfde. Twee steden die elkaars gedaante aannemen. Je hebt je namen in mijn stad gekerfd, waardoor ik me voel als iemand die terugkeert uit de geschiedenis. Een vermoeide geest, die rondwaart in zijn eigen leven. Ja, ik ben een geest die in jouw stad leeft en jij bent een geest die leeft in de mijne. En beide steden noemen we Jaffa.” (...) “Wat heeft al dat gepraat nog voor zin? Zelfs de woorden zijn moe van het praten.” (22)
- “Overlevenden zijn eenzame mensen.” (26) Ook: “Overlevenden zijn de eenzaamste mensen die er zijn.” (246)
- “Vlak voor zonsopkomst waren er een paar anjers opengesprongen in de kassen. Het leek net of ze gaapten.” (36)
- “Weet je wat het betekent om je leven wachtend door te brengen? Wachtend op iedereen die is weggegaan met de bedoeling om terug te keren. Je doet je hele leven niets anders dan wachten, en je blijft maar praten over het verleden, maar intussen breidt het heden zich steeds verder uit, tot je erdoor wordt opgeslokt. Een heel volk van achterblijvers die gek lijken te worden zodra ze over vroeger beginnen. Alsof vroeger niet bestaat, alsof het een wereld is die alleen in hun verbeelding leeft. De naam Jaffa doet me pijn en ik vervloek die naam dagelijks, omdat ik nog steeds hou van die stad. Je spuugt toch niet op iets waarvan je houdt? Jawel, dat doe je wel, want die liefde maakt je kapot.” (45)
- “Hij spuwde zijn uitlaatgassen in het gezicht van de ochtend.” (61)
- “Niemand verlaat zomaar zijn land. Weggaan is een vorm van zelfmoord en hetzelfde geldt voor blijven.” (140)
- “De straathoeken in Tel Aviv hebben eigenaren en eigenaressen, die geregistreerd staan in het gewoonterecht van de nacht, dat sterker is dan het oude Ottomaanse kadaster.” (147)
- “Tel Aviv zinderde van lust en begeerte, zoals Jeruzalem zinderde van de gelovigen en de soldaten. Tel Aviv was de ‘Stad van de Zonden’, zoals haar inwoners haar graag noemden.” (151)
Lees ook:
Leesimpressie: De vluchteling, de grenswacht en de rijke Jood door Arnon Grunberg
Leesimpressie: De boekhandelaar van Gaza door Rachid Benzine
