Leesimpressie: Schervenstad door Hanan Faour

  • 0

Schervenstad
Hanan Faour
Amsterdam: De Geus
2022
200 blz.

Aansprekende debuutroman van Hanan Faour (Venray, 1998) over leven in verschillende culturen. Een grote explosie in de haven van Beiroet noodzaakt Nadine om haar tweelingbroer, Isaac, en haar vader in Libanon op te zoeken. Haar Libanese vader keerde 13 jaar eerder na zijn scheiding terug naar zijn geboorteland. Nadine bleef bij haar Nederlandse moeder in Limburg.

  • Over verbondenheid, herkenning en familiebanden. Met oog voor de veranderende context.
  • Een rake sfeertekeningen en omschrijvingen: “Het is alsof de bank er moe van is zo lang op dezelfde plek te hebben gestaan.” (41)
Opmerkelijke passages
  • Over Nadine en Isaac: “Zijn gezicht is mijn gezicht, maar dan net anders. Hij is mij, maar dan net anders, er is geen persoon op aarde waar ik genetisch meer overeenkomsten mee heb dan met Isaac. Hij is geen vreemdeling. (...) Tegelijkertijd is Isaac iemand die ik in een vorig leven heb gekend, hij is op allerlei manieren (door zijn lengte, kapsel, de zwaarte van zijn stem, hoe hij autorijdt, de manier waarop hij zijn lichaam draagt) onherkenbaar geworden. In het leven waarin we elkaar kenden, was hij een rups en nu is hij een vlinder: hij heeft een heel proces ondergaan waarbij alles van hem, zijn huid, hersenen, ingewanden en botten, tot smurrie is opgelost, daarna opnieuw tot mens is gevormd.” (40–41)
  • “Vaak voelt het alsof mijn grootouders alleen maar bestaan op de momenten dat ik aan ze denk.” (44)
  • Over leven in Libanon: “Is het schaamtevol om een zinkend schip te verlaten? Iedereen die hier nu nog blijft is te oud om ergens een nieuw leven te beginnen, heeft te weinig geld om te kunnen vertrekken, kan geen visum krijgen of verdient aan andermans lijden. We worden een land van bedelaars, bejaarden en slagen.” (60)
  • “Elke vrouw in dit land is je tante, elke man je oom.” (64)
  • “Dit is niet mijn land. De gedachte spookt altijd rond in mijn hoofd, in Nederland ook, het is geen overheersend gevoel maar iets op de achtergrond, als een zeurende pijn die opkomt als je paracetamol bijna is uitgewerkt, als een broeksriem die net iets te strak zit of je sokken die binnenstebuiten zitten, de naad die in de onderkant van je voet blijft drukken. Maar op deze plek klinkt het dwingender, zoemt het harder in mijn hoofd. Ik pas nergens helemaal, maar hier het allerminst. (...) Dit is ook mijn land maar ik weet niet wat het alarmnummer is of waar ik precies ben. Ik zie nergens straatnaambordjes.” (70–72)
  • Vader: “‘Dat is een van de dingen die ik het meest mis. Beschuitjes met pindakaas en hagelslag.’ (...) ‘Een van de dingen?’ (...) ‘Natuurlijk. Kaas, pindakaas, hagelslag, rijstevlaai met kersen, zuurkool, haring.’ (...) Liefde wordt volgens hem uitgedrukt in etenswaren.” (165)
  • “Hij zegt: ‘Redenen om te blijven?’ (...) In april op dezelfde dag kunnen skiën en zwemmen, de kerken en moskeeën die vlak naast elkaar liggen. Dat je nooit in rustig vaarwater zit, omdat hier geen rustig vaarwater ís, en je daardoor elke dag kriebels in je buik hebt omdat niets al vast staat. Hoe alles nog kan gebeuren.’” (182)
  • Bezoek aan het cederbos in het noordelijke dorpje Bsharri (183–185): “(...) dit land is in een constante staat van verlies. Het verliest zijn bomen, (...) zijn gebouwen (...), zijn inwoners, die weg willen, of weg moeten, of al lang geleden weg zijn gegaan. Het is mij ook verloren (…).” (185)
Lees ook:

Leesimpressie: Polderjapanner door Fumiko Miura

Leesimpressie: Neem het vuur mee door Leïla Slimani

Leesimpressie: De reus uit de rif door Mohammed Benzakour

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top