Leesimpressie: Waar alle wegen ophouden door Sana Valiulina

  • 0

Waar alle wegen ophouden
Sana Valiulina
Amsterdam: Prometheus
2024
312 blz.

Gedreven 14 jaar durende zoektocht naar wat de vader van de schrijfster Sana Valiulina (Tallinn,1964) overkomen is gedurende de oorlog en de jaren daarna. Vanuit West-Rusland via Frankrijk belandde hij in Engeland om bij terugkeer in zijn vaderland als landverrader tot tien jaar goelag veroordeeld te worden. Vader overleefde het oostfront, krijgsgevangenschap, de invasie van de geallieerden, zijn vlucht naar de Amerikanen, zijn repatriatie naar Rusland en de goelag (90).

  • Doordrenkt van bijna onvoorstelbare vormen van onmenselijke ervaringen. Over ondergaan en verwerken van persoonlijk, familie- en collectief leed. Gebaseerd op herinneringen, dromen, dagboeken en persoonlijke notities, reizen, gesprekken met familie en lotgenoten en google.
  • Onderzoek naar een verleden waarvan veel nog moeilijk te vatten is. De verschillende verhaal- en onderzoekslijnen lopen soms wat door elkaar. De zoektocht vraagt veel. “De irritante boekhouderskant van mijn karakter eist een duidelijk antwoord.” (167)
Opmerkelijke passages
  • “Valiulin is een weinig voorkomende achternaam. Hij is gevormd van de voornaam Valiulla, wat ‘vriend van Allah’ of ‘vroom mens’ betekent (188–189).
  • Korte biografische schets Sovjetkrijgsgevangene soldaat Sandiar Sergej Valiulin (213–215).
  • “Ik vraag me af hoe de vrijheid eruit zou hebben gezien als die een gezicht had gehad, en glimlach naar vader terug.” (215)
  • Biografische schets moeder (228– 233).
  • “De wachttoon gaat dwars door mijn hart. Vader neemt op.” (11)
  • Vader geboren in 1922. Geboren op de gang van de kraamkliniek omdat bevallingen van niet-arbeiders “net in behandeling werden genomen.” (11)
  • “Misschien moet ik bij het einde beginnen, dat beter is dan het begin, net zoals geduldig beter is dan hooghartig.” (23)
  • Over het overlijden van beide ouders (23–33).
  • Bezoek aan de Mona Lisa in Moskou en Parijs (52–52; 244; 261).
  • “Van mijn vaders generatie van 1922 zal in de oorlog tussen de 70 en 80 procent van de jongens sterven.” (64)
  • Over Rafael Lemkin en de term genocide (99–100).
  • “Sovjetkrijgsgevangenen. Het waren er ongeveer 6 miljoen (...) van wie er meer dan 3,5 miljoen zullen omkomen.” (102)
  • “In december 1946 heeft de NKVD 1.833.567 krijgsgevangen geregistreerd, die naar het oordeel van de Sovjetautoriteiten blootgesteld zijn geweest aan fascistische propaganda.” (120)
  • Waar denkt Stalin aan? (108–109; 112–113; 119)
  • Over in ongenade gevallen legerofficieren (114).
  • Kan haat, net als angst, genetisch worden doorgegeven? (116)
  • Over het wonderland van Disney op het tv scherm (118).
  • Over opgroeien te midden van doofpotten: “Nooit en tegen niemand, nooit en met niemand, zo draait het eerste gebod van de Sovjetmens in mijn hoofd rond.” (119)
  • Over het Russische leger (128–129).
  • Over Stalin: “Stalins hoofd staat niet naar ceremonies, hij boetseert de geschiedenis.” (131)
  • Thuis: “Waarmee ik ook bezig ben, de stilte bereikt mijn oren en ik ga naar de keuken.” (131)
  • Vader (1988): “In Rusland verandert nooit iets: lijfeigenen en bezitters van lijfeigenen, een land van horigen en een land van heren...” (172)
  • “De eeuwigheid is vraatzuchtig, iedereen verzuipt erin: zowel de man op de tribune in zijn bescheiden tuniek als de soldaten met witte handschoenen die de vlaggen met een swastika op een hoop gooien, als de doodgeschoten Sovjetgeneraals over wie nog steeds de discussies niet zijn verstomd wie ze eigenlijk zijn: verraders of helden, vijanden van Rusland of redders (...)” (177)
  • “Ik zie hem weer lopen, in een stroom van mensen die net als hij uit het leven zijn gestoten, hun gezichten weggevaagd door angst, geweld en vernedering. Hij loopt door de Oeral, het hart van Rusland. Met iedere stap die hij zet, lost zijn lot op in het lot van miljoenen, het collectieve lijden wist al zijn individuele trekken uit en ontneemt hem zijn stem. Het materiaal voor het grote Imperium heeft noch het een, noch het ander nodig. Het Imperium voedt zich met collectief lijden, zoals Kronos met het bloed van zijn kinderen, en garandeert en vermenigvuldigt aldus zijn veiligheid en grootheid.” (252–253)
  • “Ook vader zwijgt, hij geeft me tijd om iets te begrijpen dat zich jarenlang heeft opgekropt en als een geheim onzichtbaar leven in mij stroomt, als dat beekje onder de sneeuw bij de bosrand, om hier en nu, op deze besneeuwde heuvels van de Oeral, mijn hart te openen en te verwarmen.” (256–257)
  • Vader: “De drijvende kracht van de geschiedenis is het kwaad, en niet het goede.” (262)
  • “Op welk eiland van de archipel bevindt hij zich nu? De geografie van de goelag is ongrijpbaar en stroomt en verandert voortdurend – panta rhei – afhankelijk van de noden van het tijdperk, de actuele economische behoeften of de turbulente teleologie waar niemand veilig voor is.” (266)
  • Reorganisatie van de repressie in 1948. Twaalf speciale kampen “met poëtische namen als Rivierzicht, Eikenwoud, Meerzicht – waar de gedetineerden geen namen hebben maar enkel nummers in grote zwarte cijfers op witte lapjes stof die op vier plaatsen van de kampkleding zijn vastgenaaid: op de pet, bij het hart, op de rug en op de linkerknie, zodat de wachtpost altijd weten waarop hij mikken moet.” (270–271)
  • “Vader heeft een fenomenaal vermogen om zich in te houden, zijn gevoelens te verbergen.” (272)
  • Gedicht Gedachten op mijn kamer van 17e eeuwse Nederlandse dichter Willem Godschalk van Focquenbroch (277–288).
  • Na terugkeer van zijn vierde goelageiland vond in 1955 weerzien met familie plaats. Terugkeer naar geboortestad Moskou was onmogelijk; voor ex-gevangenen was het verboden om binnen een straal van 100 kilometer van de grote steden te wonen (280–282).
  • In 1956 naar Tallinn (282).
  • Bezoek aan Amsterdam (Waterlooplein, Huis met de Hoofden/Comenius) en Utrecht (beeld Villon) (283–284).
  • Over de mythe van de nieuwe mens. “Het onverzadigbare hart van Rusland, waar miljoenen verloren zielen ronddwalen, maar nog is het niet genoeg, het eist steeds nieuwe slachtoffers, vers bloed. Hoe moet je die afgrond beschrijven aan iemand die nooit is aangeraakt door de adem ervan?” (297)
  • Sandar Valiulin, tien jaar goelag: “formeel voor landverraad, maar in de eerste plaats toch omdat de worm die met al zijn ingewanden de staat toebehoort de moed heeft gehad een subject van de geschiedenis te willen worden, een vrije wil te manifesteren, door van de Duitsers weg te vluchten, de Amerikanen te helpen, door met de Engelsen samen te werken en zodoende in Stalins ogen de zwaarste misdaad te plegen. De worm die zelf over zijn lot wil beschikken, dat is een messteek recht in het hart van Rusland.” (299)
Lees ook:

Leesimpressie: Dragelijke lichtheid door Dieuwertje Blok

Leesimpressie: De sleutels van het huis, een dagboek uit Gaza door Sami Al-Ajrami en Anna Lombardi

Leesimpressie: De dochter door Harriët Duurvoort

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top