
Wachten op mijn arrestatie in de nacht
Tahir Humut Izgil
Een Oeigoers verhaal
Oorspronkelijke titel: Waiting to Be Arrested at Night (2023)
Inleiding door Joshua L. Freeman
Vertaald door Pon Ruiter
Amsterdam: De Bezige Bij
2023
236 blz.
Beklemmend verhaal over vele vormen van intimidatie en repressie.
- De Oeigoerse dichter Izgil beschrijft indringend en glashelder hoe de cultuur van zijn land vernietigd wordt en hoe onwaarschijnlijk weinig ruimte er resteert voor autonoom denken en doen.
- Ook de schrijver Perhat Tersun komt ter sprake, o.a. zijn roman De kunst van de zelfdoding. (21–23)
Opmerkelijke passages
- “In 1996 wilde ik in Turkije gaan studeren. Bij de grens tussen China en Kirgizië werd ik gearresteerd van ‘een poging om verboden en vertrouwelijke materie’ naar het buitenland te brengen. Elke Oeigoer kon onder willekeurig welke smoes worden opgepakt. Dit keer was het gewoon mijn beurt. Na anderhalf jaar cel in een gevangenis in Ürümqi kreeg ik drie jaar heropvoedingswerkkamp.” (22)
- Een in Beijing verkregen ID-nummer leidt tot forse problemen (24–34); over verhoren en werkwijze van de politie.
- Verbod op luisteren naar revisionistische radiozenders (44–46); o.a. verbod op verkoop kortegolfradio’s.
- Hard optreden tegen religieuze activiteiten. “Vier jaar nadat de Chinese vlag naast Oeigoerse moskeeën was gaan wapperen, werden onze religieuze leiders gedwongen om op discomuziek te dansen, ten aanschouwen van iedereen.” (50)
- Over de “Lijst van verboden namen” (55–57)
- “Er stonden vijftien namen voor mannen en zeven voor vrouwen op, in een keurig lijstje. Sommige namen, zoals Hussain, Saifuddin, Aisha en Fatima, werden al eeuwen in brede kring door Oeigoeren gebruikt. Andere namen – Arafat, Munisa en andere, waren in de jaren negentig in de mode geraakt. Namen als Saddam en Guldullah, die ook op de lijst stonden, waren onder Oeigoeren hoogst zeldzaam. Ik had nog nooit gehoord van een Oeigoer die zijn zoon Bin Laden had genoemd.” (55)
- Onderwijs: Een modelleraar die een kritische noot kraakte over de steeds marginalere rol van het Oeigoers in het onderwijs kreeg zeven jaar. (65)
- Over Izgils boek Trends in de moderne westerse literatuur. (2000) (69–71)
- Over zijn eerste poëziebundel De verte en andere gedichten. (71–73)
- Over verbod op veel historische romans. (71–77)
- Verkoop van messen en bijlen sterk aan banden gelegd uit angst voor aanslagen. Zelfs slagers vormen potentiële bedreiging. (80)
- Veel schoollokalen, overheidsgebouwen en zelfs ziekenhuizen werden in gebruik genomen als ‘studiecentra’, waarin tienduizenden mensen werden opgesloten. Vooral veel nadruk op arrestaties van gelovigen en iedereen die in het buitenland was geweest. (86)
- Oeigoeren die godsdienstonderwijs hadden gevolgd, werden zestig dagen opgesloten in studiecentra om te worden heropgevoed. (88)
- “Die politieposten waren gebouwd onder de slogan ‘dienstbaarheid aan het volk’.” (101)
- “In het zuiden van het gebied waar de Oeigoeren woonden, voerde de politie al jaren controles uit van mobiele telefoons en werden mensen gearresteerd op grond van wat daarin werd aangetroffen. (…) Mensen waren gearresteerd omdat ze ‘illegale’ apps hadden gedownload zoals Zapya, een app om snel bestanden te delen, of omdat de politie contrabande had aangetroffen: verzen uit de Koran, afbeeldingen die iets te maken hadden met de islam of met Oeigoers nationalisme of zelfs liedjes die het regime had verboden. Het was heel moeilijk om te bepalen wat er onder al die verboden viel, want dat stond niet in de wet, maar werd door beleidsmakers bepaald, en dat beleid veranderde voortdurend. Smartphones waren bij ons nog maar net populair, en veel mensen die er nog niet zo goed mee om konden gaan waren gearresteerd vanwege content waarvan ze niet eens wisten dat die op hun telefoon stond.” (102)
- “De invoer van alle in het buitenland uitgebrachte werken in het Oeigoers was verboden.” (108)
- Paspoorten (118–126); vele maanden worstelen met de bureaucratie.
- Verwijzing naar Paul Celan. (135)
- Religieuze voorwerpen. (161–167).
- “In mei had de overheid alle Oeigoeren in Qashqar opdracht gegeven om alle religieuze voorwerpen die ze in huis hadden in te leveren.” (161)
- “Sommige mensen vonden het heiligschennis om korans aan de overheid te geven, want die zou ze verbranden, en dus verstopten ze hun boeken en gebedskleedjes in hun huis. Maar het gerucht deed de ronde dat de politie een speciaal apparaat had waarmee ze verstopte religieuze voorwerpen op kon sporen.” (163)
- Verzamelformulier Bevolkingsinformatie (181–183)
- “Er waren zes onderdelen: Basisinformatie, Reizen en verblijf, Geloof, Paspoortstatus, Stabiliteitsstatus en Rijbewijs/Voertuig.” (181)
- “Onder het kopje Speciale informatie stonden vijf categorieën onder elkaar: Betrokkenheid bij strafbare feiten, Lid van Speciale groep, Familie van gevangene, Familie van balling en Aantekening bij Geïntegreerd Platform Gezamenlijke Operaties. (...) Daaronder onder het kopje Belangrijke informatie stonden nog eens negen categorieën: Oeigoer, Werkloos, Paspoort; Bidt dagelijks; Heeft de zesentwintig landen bezocht, Excessief verblijf buitenland, Contacten in buitenland en Schoolgaande kinderen in buitenland. (...) Helemaal rechts onderaan, onder het kopje Beoordeling, waren drie categorieën: Betrouwbaar, Gemiddeld en Onbetrouwbaar.” (182)
- “De zesentwintig landen die betrokken zijn bij terrorisme zijn: Algerije, Afghanistan, Azerbeidzjan, Egypte, Indonesië, Irak, Iran, Jemen, Kazachstan, Kenia, Kirgizië, Libië, Maleisië, Nigeria, Oezbekistan, Pakistan, Rusland, Saoedi-Arabië, Somalië, Syrië, Tadzjikistan, Thailand, Turkmenistan, Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Soedan. Dat betekende dat elke Oeigoer die in een van deze landen was geweest door de Chinese overheid werd verdacht van betrokkenheid bij terrorisme.” (183)
Lees ook:
Leesimpressie: In mijn ogen draag ik wolken door Forugh Karimi

