Ludo Helsen van Willem de Zwijger-stigting sê opnuut steun toe aan SASNEV en die Nederlandse Biblioteek

  • 0

Ludo Helsen (foto: Izak de Vries)

Die nuwe voorsitter van die Willem de Zwijger-stigting, onder wie se mandaat die Suid-Afrikaanse Sentrum vir Nederland en Vlaandere (SASNEV) en die Nederlandse Biblioteek val, is ’n ervare bemiddelaar, iemand wat samewerking in die bereiking van oplossings en besluite hoog op prys stel. Ludo Helsen het met Willem de Vries per e-pos gesels oor wat hy beoog vir die stigting en met SASNEV, oor die bande tussen Afrikaans en Nederlands, Suid-Afrika en die Lae Lande.  

Jy het baie jare ervaring van regering op plaaslike en internasionale vlak en het in verskeie hoedanighede en strukture gedien, waaronder as burgemeester van Veerle (Laakdal) en as gedeputeerde van die provinsie Antwerpen. Wat beskou jy as hoogtepunte in jou loopbaan en waar pas Suid-Afrika daarby in?

Spontaan zou ik zeggen dat de laatste vijftien jaren uit mijn loopbaan de beste waren omdat ik dan heel veel echt zichtbare en blijvende zaken heb kunnen realiseren in verband met cultuur in en rond Antwerpen en in verband met de economische ontwikkeling van mijn streek. De middelen waren er en de medewerkers ook. Maar hetgeen ik meest vanuit de politiek heb geleerd is de samenwerking met anderen, ook met andere politieke partijen om samen tot een oplossing te komen.

Ook hadden wij in ons beleid de mogelijkheid om in het buitenland iets te doen en aan die mogelijkheid had ik wel te danken dat onze provincie in 1994 besloot contacten op te nemen met wat wij toen “het nieuwe” Zuid-Afrika noemden. Zo heb ik zelf de overeenkomsten met de Vrystaat mogen uitbouwen en via persoonlijke contacten ook die met ATKV en zo verder. En het was die besturende directeur meneer Fits Kok die daarin een grote rol heeft gespeeld en mij verder in Zuid-Afrika de weg heeft gewezen.

Wat is die testamentêre opdrag van die Willem de Zwijger-stigting? Wat is dus die taak van die stigting vandag?

Die opdracht van Ebel Hero Ebels is duidelijk: acties in verband met “de Grootnederlandse Gedachte” ondersteunen, dit wil ook zeggen niet alleen acties in verband met Nederlands in Zuid-Afrika, maar ook samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen in de hand werken. Dat blijft ook de taak van de Stichting vandaag.

Hoe beskou jy die rol van voorsitter van die Willem de Zwijger-stigting?

De voorzitter moet ervoor zorgen dat de middelen worden gebruikt om de wil van de erflater uit te voeren. Hij moet danook met iedereen en zeker met elke vereniging samenwerken of trachten samen te werken die in die richting actief is. Er zijn uiteraard duidelijk zichtbare partners zoals het Zuid-Afrikahuis, het Algemeen Nederlands Verbond, de Orde Van den Prince en Marnixring, maar zeker ook nog een aantal die wij in de loop van onze activiteiten zullen ontmoeten.

Jy het Suid-Afrika al meermale besoek. Wat was jou bekendstelling aan die land en jou aanvanklike indruk van Suid-Afrika? Terugskouend, wat was jou belangrikste,vormende ervaring van Suid-Afrika? Hoe beskou jy die land vandag? Is daar opvallende verskille en aansluitingspunte tussen die lande wat jy graag wil ondersoek in jou nuwe amp? 

Ik “kende” het land van in mijn jeugd. Mijn vader kwam nog uit de tijd waar mensen hier de “Boeren uit Transvaal” bewonderden en hun strijd, hij leerde ons dat die Transvalers “een taal spraken die erg leek op de onze en die wij begrepen”. Mensen van mijn generatie hebben ook heel wat jeugdliteratuur verslonden die over die geschiedenis van Zuid-Afrika ging. In de middelbare school kwamen wij ermee in aanraking in de lessen Nederlands. Ook als jong neerlandicus later bleef Afrikaans en zijn literatuur aantrekkelijk. Zodanig dat ik als docent Nederlands aan een Duitse universiteit einde van de zestiger jaren ook een keuzevak Zuid-Afrikaanse letterkunde aanbood en bevoorraad werd door de Zuid-Afrikaanse ambassade in Bad Godesberg.

Maar in het begin van de jaren zeventig werd Afrikaans stilaan eerder een taboe, en kort daarna heb ik het onderwijs grotendeels verlaten voor de politiek waar dat taboe ook bestond. Zo snel als het mogelijk was, en dat was kort na 1990, is dan het politieke samenwerkingscontact ontstaan en vanaf 1995 heb ik het land “de visu” leren kennen.

Het land leek toen nog echt op het land waarover ik twintig jaren tevoren in Die Huisgenoot en die Suidafrikaanse Panorama zo veel had gelezen. Het zag er nog helemaal Afrikaans uit, met teksten onder de verkeersborden die bijna Nederlands waren, namen van dorpen en stadjes die in Nederland of Vlaanderen hadden kunnen liggen... en wat nu van jaar tot jaar helemaal verdwenen is. Alleen Namibië ziet er nog wat “Afrikaans” uit. 

Wel heb ik in die vijfentwintig jaar dat ik er nu heb mogen actief zijn een tamelijk goed inzicht gekregen in de problemen van Afrikaans en van Zuid-Afrika in het algemeen. In die van alle Afrikaanssprekenden welke hun huidskleur ook zij. Uiteraard kunnen wij niet met heel de wereld bezig zijn, wanneer wij maximaal trachten samen te werken in verband met de Nederlanden en Zuid-Afrika, en in verband met Nederland en Vlaanderen zullen wij de handen vol hebben.

Hoe beskou jy die bande tussen Suid-Afrika en die Nederlande tans, en spesifiek die bande tussen Afrikaans en Nederlands?  

Zeker op cultureel vlak worden die banden de laatste jaren steeds beter en veel beter. Zonder personen te noemen zal ik zeggen dat zeker SASNEV en het Zuid-Afrikahuis daaraan grote verdienste hebben. Wel zouden wij nog wel de regeringen van Nederland en Vlaanderen zover moeten krijgen dat zij meer zouden durven ondersteunen, om nog van de Taalunie te zwijgen. Er zijn geen twee talen die dichter bij elkaar staan, de mensen die een van die talen spreken zouden dat moeten beseffen en hun voordeel daar moeten uithalen. Maar daar staan wij nog ver vanaf.

Sien jy ’n verband tussen die huidige situasie met Afrikaans en die Vlaamse taalstryd van die vorige eeu?  

Deze vraag is moeilijk omdat men spontaan de neiging heeft om daarop “ja” te antwoorden, maar de situatie is complexer en “omnis comparatio claudicat”. Elke vergelijking gaat mank. Er zijn wel gelijkaardige feiten, bijvoorbeeld een rechtspraak in een taal die de beschuldigde helemaal niet begrijpt, een officiële bestuurstaal die de burger niet verstaat... maar de Vlaamse taalstrijd, waarvan ik alleen de situatie Brussel en de splitsing van de Leuvense universiteit heb meegemaakt was een strijd van een meerderheid van de bevolking om rechtmatige taalrechten te krijgen maar ook om behandeld te worden zoals het hoorde.

Er werd steeds terrein gewonnen en vooruitgang geboekt. De strijd werd gevoerd door mondige politieke leiders. De strijd van Afrikaans is anders. De taal had een groot deel van de twintigste eeuw geen probleem tot ze na de jaren 1990-1994 met een forse klap achteruitging, meer en meer onrechtmatig benadeeld werd, en dit blijft maar duren. Voorbeeld is Afrikaans aan de universiteiten. Als tweede taal ter wereld wordt hier een taal als het ware afgestraft omwille van de politieke handelingen van een aantal van haar sprekers. Engels en Frans zijn zeer zeker ook talen van zogenaamde onderdrukkers, maar ze zijn daar nooit voor afgestraft. Duits ook wel. Duits is daardoor zijn status als lingua franca van heel Oost-Europa kwijtgeraakt en een deel van zijn grondgebied.

Maar precies omwille van de politiek moeilijke periode uit het recente verleden vindt het Afrikaans blijkbaar moeilijk en zelden mondige mensen die voor hun taal figuurlijk willen vechten, noch in Afrika, noch waar vooraanstaande Afrikaanssprekenden in de Nederlanden komen. Misschien of waarschijnlijk komt dit door een soort historische berusting: “Het is ooit erger geweest en toen zijn wij er ook doorgeraakt.” En bemoedigend zijn dan toch weer de kunstenfeesten en het aantal lezers van publicaties in Afrikaans?

SASNEV lewer ’n belangrike bydrae as ’n kulturele versamelpunt en plek vir gesprekke, boeke en bekendstellings vir Kaapstad, maar ook veel breër. Dit huisves onder meer een van die grootste Nederlandstalige biblioteke in die Suidelike Halfrond. Jy het onlangs ’n vergadering in SASNEV gelei. Hoe voorsien jy die betrokkenheid van die Willem de Zwijger-stigting by SASNEV vorentoe?

De Nederlandse Bibliotheek is een onlosmakelijk deel van de activiteiten van SASNEV, wat niet wil zeggen dat er niet moet worden nagedacht over een gemoderniseerde werking. SASNEV is een bruggenhoofd in de werking van Willem de Zwijger, een bruggenhoofd mag je niet verlaten of aan zijn lot overlaten, integendeel het moet bijgestaan worden en ondersteund worden. Met al wie ons daarin helpt moeten wij de beste relaties opbouwen, in de eerste plaats met het Zuid-Afrikahuis, want die instelling ondersteunt het grote deel van de SASNEV-projecten. Maar samen moeten wij ook op zoek gaan naar andere en nieuwe bronnen zowel voor de werking als voor het vinden van het juiste besluit in verband met de waarschijnlijke herzonering van het gebouw in Pinelands.

Ook moeten wij gevolg geven aan de wens van ons curatorium om na twintig jaren weer actiever te worden in de culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen.

Waarby is die stigting nog betrokke in Suid-Afrika en is daar geleenthede vir verdere bepaalde sinergieprojekte en kulturele groei?

De Stichting zelf heeft geen ander project in Zuid-Afrika, en waar zij eventueel onrechtstreeks ergens in betrokken is, is dat alleen langs SASNEV. Wel zijn er instellingen die wij beleidsmatig kennen en die ook mooie dingen doen, of waar bijvoorbeeld ook scholen bij betrokken zijn, net zoals dat bij bepaalde SASNEV-activiteiten het geval is. Die met elkaar in contact brengen kan alleen maar tot een win-winsituatie leiden. Ik denk concreet aan het werk van de universiteit van de Vrystaat in het westen van die provincie langs de Oranjerivier waar ernstig aan gemeenschapsopbouw wordt gedaan.

Aan watter aspekte van die stigting wil jy graag aandag skenk? Waarop wil jy as voorsitter voortbou?

Vooral aan de al geciteerde stedenbouwkundige toekomst van het gebouw in Pinelands, maar ook aan een verbeterde samenwerking met alle verenigingen in Zuid-Afrika en de Nederlanden die inspanningen doen in verband met die grootnederlandse samenwerking.

In die laaste paar jaar is verskeie feeste aangebied wat Afrikaans en skrywers uit Suid-Afrika in die Nederlande vier. In Gent is onlangs ’n leerstoel ingestel wat fokus op onder meer Afrikaanse letterkunde en Suid-Afrika. Ter plaatse het die US Woordfees ’n gevestigde Nederlandse komponent as deel van sy program. Internasionaal is daar samewerking tussen instansies en universiteite wat betref die studie van Afrikaans en Nederlands. Wat is volgens jou die grootste toevoeging wat kulturele wisselwerking tussen Suid-Afrika en die Nederlande vandag lewer? 

Het is duidelijk dat een aantal mensen door al die contacten elkaars culturele uitingen beter en beter leren kennen en dat is heel positief. Toch zijn de mensen die daarmee in aanraking komen relatief weinig in aantal of zijn ze er zich niet van bewust dat er ook iets van de verre familie aanwezig is. Misschien moeten wij, zoals vroeger, in de lessen Nederlands in Vlaanderen en Nederland, en in de lessen Afrikaans in Zuid-Afrika en Namibië, ook kleine pareltjes uit die andere verwante taal, die taal van onze familie, kunnen toevoegen. Dat is wat SASNEV in het project “Eenders .. anders” zo mooi doet. Meer en meer mensen moeten ervan horen...

Maar ook het gezongen erfgoed moeten wij steeds weer bovenhalen en koesteren, onze oude en nieuwe liedjes eens samenbundelen, want daaruit blijkt hoe dicht wij bij elkaar staan. Zo kunnen wij de “andere” taal spelenderwijs bereiken. Ook kunnen wij scholen bij elkaar brengen, en dorpen, gemeenten, maar dan niet met elkaar gaan Engels praten na het eerste woord dat wij niet helemaal begrijpen.

Lees ook

’n Nuwe lente vir SASNEV

Buro: MvH
  • 0
Top