Nederlandse roman onthult Simon van der Stels leven vóór Zuid-Afrika

  • 0

Deze zomer verscheen Commandeur van de Kaap, een historische roman over het leven van Simon van der Stel. 

Wat dit boek bijzonder maakt, is dat het niet alleen ingaat op Van der Stels welbekende Zuid-Afrikaanse jaren. Het geeft ook een gedetailleerd beeld van zijn leven daarvóór, op Mauritius en Ceylon, in Batavia, Haarlem en Amsterdam. De standaardwerken van onder meer Anna Böeseken en Karel Schoeman staan hier slechts kort bij stil. 

Tijdens de presentatie bij boekwinkel Scheltema in Amsterdam ging Ingrid Glorie in gesprek met de schrijfster van het boek, Joyce Bergvelt.

Joyce, je bent geboren in Amstelveen en je woont nu in de Amsterdamse wijk Buitenveldert. Voor wie de omgeving niet kent: deze plaatsen liggen vrijwel naast elkaar. Maar tussen toen en nu ligt een periode van grote internationale omzwervingen. Wil je daar iets over vertellen? 

Ik heb de eerste tien jaar van mijn leven in Nederland gewoond. We moesten telkens verhuizen, want mijn vader werkte voor Philips en hij werd van hot naar haar gestuurd. Toen ik tien was, zijn we voor vier jaar naar Japan vertrokken. Ik heb mijn schoolopleiding afgemaakt in Engeland, daarna heb ik een tussenjaar doorgebracht met mijn ouders in Taiwan, waar ik Chinees begon te studeren. Dat heeft ertoe geleid dat ik ben teruggegaan naar Engeland om daar aan de Universiteit van Durham Chinese Studies te doen. Als deel van mijn studie heb ik een jaar aan de Volksuniversiteit van China in Beijing gestudeerd. Mijn scriptie ging over de VOC-periode in Taiwan (1624-1662).

Na mijn studie ben ik vanwege de liefde teruggekeerd naar Nederland. Daar heb ik onder andere gewerkt op de reclameafdeling van IPN (nu RTL Nederland) en bij het Europese hoofdkantoor in Amsterdam van TSMC, een van oorsprong Taiwanees bedrijf dat wereldwijd de grootste onafhankelijke producent van halfgeleiders is.

Vervolgens ben ik met mijn man naar Egypte vertrokken en daarna belandden we in Australië, waar mijn dochter is geboren. Na opnieuw een periode in Nederland gingen we naar Dubai, waar ik schreef voor het maandblad van de grote Nederlandse gemeenschap daar. Hierdoor kreeg ik de smaak voor het schrijven te pakken. Tot de zomer van 2021 heb ik in Rotterdam gewoond en toen ben ik inderdaad teruggekeerd naar mijn roots, onder de rook van Amsterdam.

Van opleiding ben ik dus Sinoloog. Daarnaast heb ik een cursus journalistiek gevolgd. Mijn eerste boek, Formosa, voorgoed verloren, kwam in 2015 uit. Die roman gaat over de VOC-periode in Taiwan en beschrijft hoe wij Nederlanders daar op dramatische wijze uitgeknikkerd zijn. Drie jaar later verscheen het boek onder de titel Lord of Formosa in het Engels, de taal waarin ik het oorspronkelijk geschreven had. Begin 2023 verschijnt er in Taiwan een Chinese vertaling. Er zijn plannen voor een verfilming, maar we zullen pas volgend jaar weten of dat haalbaar is. 

In Zuid-Afrika is Simon van der Stel een bekende naam. Zo zijn er in Zuid-Afrika twee dorpen naar hem vernoemd, Stellenbosch en Simonstad, en ook een berg, de Simonsberg. Kun je aan de mensen in Amsterdam, die misschien nog nooit van hem gehoord hebben, uitleggen welke rol Van der Stel gespeeld heeft in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis?     

In Nederland hebben de meeste mensen wel van Jan van Riebeeck gehoord, maar de naam Simon van der Stel is alleen bekend bij mensen die in de Kaap op vakantie zijn geweest. Daar vind je allerlei toeristische trekpleisters die aan hem herinneren.

Van der Stel was een van de stichters van het moderne Zuid-Afrika. Als commandeur en later gouverneur heeft hij tussen 1679 en 1699 vooral de Kaap tot ontwikkeling gebracht. Hij had aan het Athenaeum Illustre, nu de Universiteit van Amsterdam, plantkunde gestudeerd. Hij hield zich in Nederland (of beter: de Republiek) al bezig met wijnbouw en die kennis nam hij mee naar de Kaap. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in de Zuid-Afrikaanse wijnindustrie: hij was de stichter van het wereldberoemde wijnlandgoed Groot Constantia. Simons vader was gouverneur geweest op Mauritius en heeft veel betekend voor de landbouw op Mauritius. Simon had zijn interesse voor landbouw dus van zijn vader.

Stellenbosch is vernoemd naar Simon van der Stel. Hij was een van de eerste gouverneurs die het land in gingen. Zijn voorgangers bleven hangen aan de voet van de Tafelberg, verder kwamen ze niet. Maar Van der Stel ging al een week na aankomst voor het eerst op expeditie. De mensen verklaarden hem voor gek, maar zo zat hij in elkaar. Hij was enorm gedreven.

Je roept een beeld op van een man die het vermogen heeft alles wat hij aanraakt in goud te veranderen. Hij was een succesvol zakenman, een dappere krijgsman, en hij slaagde er zelfs in bij Muidenberg een wijngaard te exploiteren – wat mij, gezien het Nederlandse klimaat, een klein wonder lijkt. Daarnaast trouwde hij met Johanna Six, dochter uit een vooraanstaande familie, waardoor hij zich ‘Heer van Lisse’ mocht noemen en opgenomen werd in de gegoede burgerij. Welke eigenschappen maakten hem zo succesvol? 

Simon van der Stel was zeer gedreven en ambitieus, avontuurlijk, hij had een vooruitziende blik, visie en lef. Maar hij had ook lak aan wat anderen over hem dachten. Hij was ongeduldig en eigengereid. Dat moest ook wel, als je kijkt naar wat hij gepresteerd heeft. Als hij zou wachten op toestemming van de VOC in Amsterdam of Batavia, ging er al gauw anderhalf jaar overheen, terwijl de meeste commandeurs gemiddeld drie jaar werden uitgezonden. Simon nam zijn eigen beslissingen. Hij lag daardoor vaak overhoop met de VOC en maakte er weleens vijanden mee. Hij was ook een charmeur: ik denk dat dat een van de trekken was waardoor hij met iemand uit de familie Six kon trouwen. 

In de Zuid-Afrikaanse geschiedschrijving leren we Van der Stel pas kennen als hij in 1679 voor het eerst voet aan wal zet aan de Kaap. Wat dreef hem om in 1679 – hij was toen 38 jaar, wat in de zeventiende eeuw zeker al redelijk oud was – zijn leven in de Republiek de rug toe te keren en naar de Kaap te vertrekken? 

Toen Simon klein was, was zijn vader gouverneur van Mauritius. Hij verloor zijn vader op vrij jonge leeftijd. Als zoiets je overkomt, zet je je vader natuurlijk op een voetstuk. Simon had ambitie en hij wilde in zijn vaders voetspoor treden.

Daarnaast ervoer hij een grote rusteloosheid, en ik vermoed dat hij niet kon aarden in patria. Zijn huwelijk met Johanna Six was slecht en hij kon het ook niet vinden met zijn schoonmoeder, de matriarch van de familie. Misschien voelde hij zich als kind van een Nederlandse vader en een Indische moeder ook wel enigszins gediscrimineerd. 

Als je aan Zuid-Afrika en de twintigste-eeuwse apartheidsgeschiedenis denkt, ben je al snel geneigd aan Simon van der Stel te denken als aan een typische witte man, een witte heerser. Maar was hij dat ook?

Simon van der Stels grootvader, Hendrik Lievens, was een Nederlander die gestationeerd was in Batavia. Zijn grootmoeder heette Monica da Costa. Zij kwam waarschijnlijk van de Coromandelkust in wat nu India heet. Zijn moeder, Maria Lievens, was dus de dochter van een Nederlandse vader en een slavin uit India.

In Batavia werd Simon beschouwd als een “mesties”. Hij was wat dit betreft een van velen, dus hij viel niet op. Maar er gold een regel dat mestiezen niet naar de Republiek mochten. Ze hadden speciale toestemming nodig van de gouverneur-generaal. Simon wilde al veel eerder weg, maar hij kreeg geen toestemming, dus hij heeft zijn afkomst echt als een obstakel ervaren. Uiteindelijk is het hem, dankzij zijn ambitie, volharding en connecties, toch gelukt te vertrekken.

Misschien heeft Simon in de Republiek wel enige discriminatie ondervonden, maar als lid van de Six-familie had hij status en aanzien. Binnen de VOC was hij een van de eerste mensen van kleur die zo’n hoge functie bereikte. Hij was een pionier. Dat hij het zo ver heeft gebracht, is opnieuw een teken van zijn gedrevenheid.

Ik denk dat de mensen aan de Kaap niet wisten dat Van der Stels grootmoeder een slavin was. Aan de Kaap woonden mensen die overal vandaan kwamen, dus hij zal er weinig last hebben gehad. Misschien was het een van de redenen waarom hij daar zo goed in zijn vel zat. 

Het merkwaardige is dat Van der Stel aan de Kaap zelf eigenaar zou worden van wel honderd tot slaaf gemaakten. Is er uit de bronnen iets bekend over zijn gevoelens over zijn afkomst? 

De non-fictiewerken die ik geraadpleegd heb, laten zich niet uit over emoties. Maar als romanschrijver mag je – moet je – die gevoelens invullen. Ik denk dat hij zich extra wilde bewijzen. Hij probeerde zijn afkomst te verloochenen omdat hij gelijk op wilde gaan met de elite. 

Je vertelt het verhaal van Van der Stels leven vanuit het perspectief van vijf vrouwen uit zijn omgeving. Zijn moeder, Maria Lievens, en zijn echtgenote, Johanna Six, hebben we al genoemd. Wie zijn de andere drie?

Om te beginnen had je Simons stiefmoeder, Elisabeth Calandrini. Ze kwam uit een welvarende en invloedrijke koopmansfamilie die in meerdere Europese landen vertakkingen had. Elisabeth kwam als volwassen vrouw naar Batavia en is pas op latere leeftijd getrouwd. De man met wie ze trouwde, was Simons stiefvader. Elisabeth speelde een rol in Simons leven van zijn zevende tot zijn twintigste; dat zijn vormende jaren. Het was aan haar familieconnecties te danken dat hij toch naar patria kon afreizen om te studeren.

Een andere vrouwelijke verteller is Simons schoonzuster, Cornelia Six. Zij ging wél met hem mee naar de Kaap, terwijl zijn vrouw, Johanna, in de republiek achterbleef.

De laatste is Susanna van Ceylon, een huisslavin die Van der Stel na zijn aankomst in de Kaap van zijn voorganger had overgenomen. Susanna was destijds nog maar tien jaar oud en ze groeide op in zijn huishouden tot ze op latere leeftijd werd geëmancipeerd. Haar verhaal is erg interessant, en daarom vond ik haar een van de boeiendste personages. 

Waarom heb je voor dit meervoudige vrouwelijke perspectief gekozen?

Dat gebeurde eigenlijk vanzelf. Het verhaal begint als Simon nog maar een kind is. Persoonlijk vind ik het perspectief van een jong kind niet interessant voor een volwassen lezer. De wereld van zo’n kind is beperkt; het heeft geen inzicht in wat er in de wereld om zich heen gebeurt. Daarom koos ik aanvankelijk voor het perspectief van de moeder en later dat van de stiefmoeder, en vervolgens ben ik in die lijn verdergegaan omdat het mijns inziens goed werkte. Ik denk dat ik zo een ronder portret heb kunnen maken. 

Over zijn getrouwde leven lees je vanuit het perspectief van Johanna Six. Kun je iets verklappen over dat huwelijk?

Simon en Johanna hebben samen zes kinderen gekregen. Zijn schoonmoeder, Catalina Hinlopen, was destijds een van de rijkste vrouwen van de republiek. Ze was een dominante vrouw, met een sterke invloed op haar kinderen, vooral Johanna. Catalina kwam vaak bij Simon en Johanna thuis en dat ging gewoon niet goed. Simon was wijnhandelaar, daardoor kon Johanna makkelijk aan drank komen. De bronnen suggereren dat ze er het hare van genomen heeft. Daarbij was Simon in het rampjaar, 1672, met de oorlogen die toen plaatsvonden, veel weg. Daardoor zijn ze verder uit elkaar gegroeid.

Wat voegt het toe dat je het laatste deel vanuit Susanna van Ceylon vertelt?

Susanna was een slavin. Slaven die dertig jaar gediend hadden, hadden recht op emancipatie; dat betekent dat ze vrijgelaten konden worden. Er waren wel een paar voorwaarden. Zo moesten ze dertig jaar als slaaf dienstdoen. Veel slaven haalden dat niet; die overleden al eerder. Verder moesten ze christen zijn en Nederlands spreken. Susanna voldeed hieraan, dus zij werd geëmancipeerd. Haar verhaal, wat op zich al bijzonder is, maakte het interessant om deze fase uit Simons leven uit haar perspectief te beschrijven. Dat, en het feit dat ze hem zo'n twintig jaar lang van zeer dichtbij heeft meegemaakt. 

Hoe ben je op het idee gekomen om een roman te schrijven over Simon van der Stel?

Ik was in 1985 voor het eerst in Zuid-Afrika, met mijn ouders, en ik werd helemaal verliefd op het land. Ik werd gefascineerd door de geschiedenis, en dan met name het koloniale deel. En ik raakte toen al geïntrigeerd door Simon van der Stel.

In 2015 bezocht ik het land met mijn eigen gezin. We logeerden in een B&B in Paarl. De eigenaar was een gepensioneerde historicus die jaren in het archief in Kaapstad had gewerkt. Toen hij hoorde dat ik een boek had geschreven over de VOC in Taiwan, spoorde hij me aan om een soortgelijk boek over Zuid-Afrika te schrijven. Ik realiseerde me dat ik al veel kennis van de VOC-tijd had. Er zijn zelfs personages die al voorkwamen in mijn boek over Formosa die nu ook weer terugkeren in Commandeur van de Kaap. Het lag voor de hand, het klopte gewoon om dit boek te schrijven.

Kun je iets vertellen over het onderzoek dat je voor deze roman hebt gedaan?

Ik moet bekennen dat ik niet teruggegaan ben naar Zuid-Afrika om daar het archief in te duiken. Ik had in 2015 al veel materiaal verzameld. Ik ben in 2017 naar de tentoonstelling in het Rijksmuseum geweest, ik heb boeken gelezen, ik heb veel onderzoek online gedaan. Er is inmiddels gelukkig veel gedigitaliseerd. Ik heb veel gehad aan een project dat is opgezet door Delia Robertson, The First Fifty Years of the Cape. Een andere nuttige bron was de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In het begin heb ik nog geprobeerd om een literatuurlijst bij te houden, maar dat liep een beetje uit de hand en omdat het technisch gezien om een roman ging heb ik het er maar bij gelaten. 

Welke informatie stond juist níet in de bronnen en moest je zelf invullen? 

Over Johanna en Cornelia Six was er wel het een en ander bekend. Over zijn moeder Maria, zijn stiefmoeder Elisabeth en de slavin Susanna zijn alleen biografische gegevens bekend, dus daar heb ik een groot deel zelf ingevuld. De onderlinge verhoudingen, emoties, dialogen en scènes zijn natuurlijk de vrucht van mijn verbeelding.

Een historische roman wordt vaak gebruikt om de eigen tijd een spiegel voor te houden. Welk inzicht hoop je dat jouw lezers meenemen uit Commandeur van de Kaap?

We kunnen nu wel allemaal onze voorvaderen veroordelen omdat ze slaven hielden, maar je moet stapsgewijs teruggaan in de tijd en de situatie binnen zijn historische context zien. Dertig jaar geleden speelde de hele zwartepietendiscussie bijvoorbeeld nog niet. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werden getrouwde vrouwen ontslagen omdat ze verondersteld werden om voor hun man te zorgen. Honderd jaar geleden was er nog geen vrouwenkiesrecht, en daarvoor was kinderarbeid heel gewoon. En ga zo maar door. Als je het zo bekijkt, dan krijg je een veel realistischer beeld van de moraal in de zeventiende eeuw.

Ik hoop dat ik het verhaal zó realistisch heb neergezet dat de lezer een beter begrip krijgt van wat er toen speelde.

Het Nederlandse koloniale verleden ligt vandaag de dag inmiddels voor veel mensen gevoelig. Heb je tijdens het schrijven rekening gehouden met deze sensitiviteiten, en hoe? Wat zou je zeggen tegen iemand die de vraag zou stellen of een roman over een zeventiende landveroveraar en slavenhouder nu wel zo’n goed idee was?

Eigenlijk wilde ik alleen maar het verhaal van Simon van der Stel vertellen. Het was niet mijn insteek om een boek te schrijven over dé slavernij of hét kolonialisme. Het is gewoon een boek over een man. Maar doordat het verhaal zich in de koloniën afspeelt, en omdat hij zelf een grooteigenaar was van slaven, ontkom je niet aan zekere gevoeligheden. Daar moest ik me rekenschap van geven.

Tijdens het schrijven van de eerste versie heb ik er geen rekening mee gehouden. Bij het herschrijven heb ik wel gekeken wat wel en niet kan, maar uiteindelijk heb ik zeer weinig zelfcensuur toegepast. Het boek is immers geschreven vanuit het zeventiende-eeuwse perspectief. 

Ik vind dat je als schrijver geen onderwerp moet schuwen. Je kunt met een boek mensen aan het denken zetten en discussies losmaken, ook met een roman, want dan kan je de menselijkheid, de emoties belichten. Een boek kan dan helpen de pijn uit het verleden te verwerken.

Ik begrijp zo’n beeldenstorm en de boosheid die erachter zit heel goed, toch heeft het weinig zin. Op dezelfde manier kan censuur het leed van de mensen die het destijds hebben meegemaakt en ook het leed van hun nakomelingen vandaag immers niet verzachten. Je moet er juist over schrijven, over praten. Pas dan kan je het ontzenuwen.

Je eerste roman heb je eerst in het Engels geschreven en later vertaald in het Nederlands. Dat boek wordt nu vertaald in het Chinees. Ga je Commandeur van de Kaap in het Engels vertalen? En komt er ook een Afrikaanse uitgave?1 

Dat zijn dromen! Maar natuurlijk hoop ik dat het boek ook in Zuid-Afrika opgemerkt zal worden.

Momenteel werk ik aan een roman die zich deels afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog, geïnspireerd door gebeurtenissen binnen mijn eigen familie.

  • Joyce Bergvelt, Commandeur van de Kaap. Amsterdam: LM Publishers, 2022. ISBN: 9789460229985. 336 pagina’s, € 24,50.

 

1 Deze vraag kwam van iemand uit het publiek.

Lees ook:

Jan van Riebeeck en Krotoa se tyd: 10 verrassende feite

LitNet-archief: De Boerenopstand tegen Willem Adriaan van der Stel (1705–1707): De rol van “De Negen” Vrijboeren

Buro: MvH
  • 0
Top