Plezier in poëzie

  • 0

Het lesboek Plezier in poëzie is bedoeld voor buitenlandse studenten Nederlands. Maar eigenlijk gun je iederéén zulke inspirerende docenten als Judit Gera en Jos Kleemans.

Tijdens het 21e Colloquium Neerlandicum, het wereldcongres van de neerlandistiek dat in augustus 2022 in Nijmegen plaatsvond, werd het boek Plezier in poëzie van Judit Gera en Jos Kleemans gepresenteerd. Judit Gera is emeritus-hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de vakgroep Neerlandistiek van de Eötvös Loránd Universiteit te Boedapest; voor haar werk als literair vertaler ontving ze in 2001 de Martinus Nijhoffprijs. Jos Kleemans is filosoof en germanist en werkte tot aan zijn pensioen in het middelbaar en hoger onderwijs.

Het colloquium van de Internationale Vereniging voor de Neerlandistiek was de aangewezen plek voor deze presentatie, omdat het boek voornamelijk bedoeld is als handleiding poëzieanalyse voor gevorderde studenten neerlandistiek buiten Nederland en Vlaanderen. Het is een vervolg op Inleiding literatuurgeschiedenis voor de internationale neerlandistiek van Judit Gera en A. Agnes Sneller uit 2010. Na het overlijden van Agnes Sneller in 2019 heeft Gera het werk aan dit tweede boek met Jos Kleemans voortgezet. In Nijmegen werden de eerste exemplaren van Plezier in poëzie aangeboden aan de dochters van Agnes Sneller, aan wier nagedachtenis het boek opgedragen is.

“Raadsels die om puzzelen vragen”

Volgens Gera en Kleemans hebben niet-moedertaalsprekers behoefte aan leerboeken die speciaal op hen gericht zijn, omdat er in boeken voor Nederlandse en Vlaamse studenten andere accenten gelegd worden en buitenlandse studenten soms achtergrondkennis missen die voor studenten uit de Lage Landen vanzelfsprekend is. Met dit boekje willen de auteurs buitenlandse studenten helpen om de obstakels bij het lezen van gedichten te overwinnen.

Plezier in poëzie is opgebouwd uit een theoretische inleiding, een lijst met aanbevolen literatuur, een stappenplan, en eenentwintig gedichten met woordenlijst en vragen, gevolgd door interpretaties van dezelfde gedichten.

In de inleiding zetten Gera en Kleemans hun credo uiteen: “Gedichten zijn raadsels die om puzzelen vragen. Raadsels oplossen geeft plezier. Plezier werkt stimulerend en nodigt uit tot verdieping. Maar plezier verlangt ook inspanning en je wilt behalve consumenten van literatuur ook graag kritische lezers, die hun eigen oordelen over teksten goed kunnen onderbouwen.”

De literatuuropvatting die de auteurs hier verkondigen is sterk bepaald door het boek Uses of Literature van Rita Felski uit 2008. Felski typeert het lezen van literatuur als een “persoonlijke ontmoeting tussen lezer en tekst”, waarbij vijf aspecten – in wisselende mate – een rol spelen: herkenning, betovering, nieuwe kennis, en schok.

Gera en Kleemans hechten veel waarde aan het “gesprek”. Dat is in de eerste plaats het gesprek van de lezer met de tekst, waarbij de lezer de tekst niet zonder meer zíjn subjectieve interpretatie mag opleggen, maar ook aandachtig moet luisteren wat het gedicht zelf te zeggen heeft. De tweede vorm van gesprek is de gedachtewisseling tussen lezers over het gedicht, waarbij elke lezer zíjn interpretatie met argumenten moet onderbouwen en ook bereid moet zijn om die interpretatie bij te stellen als de ander sterkere argumenten heeft.

In Plezier in poëzie wordt overigens weinig analytisch gereedschap aangereikt. Voor de theorie over versvormen, rijmschema’s, beeldspraak et cetera kan de gebruiker terecht bij de aanbevolen literatuur uit het “intermezzo”, van Simon Vestdijks De glanzende kiemcel uit 1950 tot Dit gaat niet over grasmaaien van Ellen Deckwitz uit 2020. In hun eigen analyses van de 21 uitgekozen gedichten demonstreren de auteurs dat zijzelf dit instrumentarium tot in de finesses beheersen. Dat levert knappe en diepgravende interpretaties op. Oscillerend tussen de vormtechnische en inhoudelijke kenmerken van het gedicht laten ze haarfijn zien wat het “eigene” aan elke tekst is, en wat deze, met andere woorden, zijn poëtische kwaliteit geeft. 

Lezen en herlezen

De keuze van de 21 gedichten is door verschillende factoren bepaald. Het zijn niet altijd dezelfde criteria die neerlandici in Vlaanderen en Nederland zouden hanteren. Zo moesten de auteurs naar eigen zeggen uitgaan van de bronnen die zij als neerlandici extra muros voor handen hadden. Ze wilden gedichten die niet alleen voldeden aan de vijf aspecten van Felski, maar ook nog eens aan twee aanvullende eisen: de gedichten moeten nieuwsgierig maken en uitdagen tot discussie. Verder wilden ze gedichten die aansloten bij actuele thema’s, en ten slotte hebben ze gestreefd naar een evenwichtige mix van mannelijke en vrouwelijke, Nederlands en Vlaamse dichters met verschillende culturele achtergronden. Dichters van wie hier in chronologische volgorde gedichten besproken worden, zijn onder meer Hélène Swarth, Ida Gerhardt, Judith Herzberg, J. Bernlef, Hans Tentije, Leonard Nolens, Anneke Brassinga, Joke van Leeuwen, Paul Demets, Rodaan Al Galidi, Ester Naomi Perquin en Radna Fabias.

Elk gedicht wordt twee keer afgedrukt: eerst begeleid door een woordenlijst en vragen waarmee de student zelf aan de slag kan, en dan nog een keer, als opmaat tot de voorbeeldanalyse door Gera en Kleemans zelf. Deze analyses getuigen van een indrukwekkende eruditie en vindingrijkheid. Ze zijn het bewijs van de boodschap die de auteurs hun studenten meegeven: poëzie lezen leer je door het – telkens weer – te doen, en geen plezier zonder inspanning. 

Niet alleen voor de internationale neerlandistiek

Of Nederlandse en Vlaamse studenten, zoals Gera en Kleemans beweren, echt over zoveel meer relevante kennis beschikken dan hun leeftijdsgenoten elders in de wereld, valt te bezien. En het is bekend dat leraren Nederlands in het voortgezet onderwijs in de Lage Landen het lezen van gedichten vaak lastig en een beetje eng vinden, en het tijdens hun lessen daarom maar liever uit de weg gaan. Dat maakt Plezier in poëzie niet alleen tot een inspirerend lesboek voor studenten Nederlands in het buitenland. Het is ook een nuttig hulpmiddel voor studenten en leraren in Nederland en Vlaanderen. Tot slot biedt het boek ook een mooie bloemlezing voor de individuele poëzieliefhebber, met gedichten die hun betekenis niet onmiddellijk prijsgeven en die in de analyses door Gera en Kleemans vakkundig – maar met alle noodzakelijke voorzichtigheid – worden ontsloten.

Lees ook:

Die IVN-kongres in Nijmegen 2022

Buro: IG
  • 0
Top