Poetry International 2021 (1): Poëzie, taal en waarheid

  • 0

In deze tijd van fake news en antidemocratische tendensen is poëzie volgens de Amerikaanse dichteres Carolyn Forché noodzakelijker dan ooit. Gelukkig is er ook steeds meer belangstelling voor poëzie, constateert ze. Over al deze ontwikkelingen ging Forché tijdens Poetry International in gesprek met de Nederlandse dichter Alfred Schaffer en de Mexicaanse dichteres Juana Adcock.   

Van vrijdag 11 tot en met zondag 13 juni vond in Rotterdam de 51e editie van Poetry International plaats. Dit jaarlijkse poëziefestival concentreert zich op literaire kwaliteit, variatie, vernieuwing en reflectie. Er worden voordrachten gehouden en er zijn discussies, lezingen, interviews en interdisciplinaire projecten. Poetry International biedt een podium aan gevestigde én beginnende dichters en geeft een goed beeld van nieuwe ontwikkelingen en interessante aspecten van de hedendaagse poëzie.

In 2020 kon het festival door de coronacrisis niet doorgaan. Dit jaar keerde het festival in hybride vorm terug. Naast podiumoptredens voor een beperkt publiek waren er ook Zoom-gesprekken met dichters uit andere delen van de wereld die vanwege de coronarestricties niet naar Nederland konden komen. Zo verzorgde de Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda Kamfer via een videoverbinding een ijzersterk optreden. Andere dichters die dit jaar fysiek of digitaal acte de presence gaven, waren onder meer Alfred Schaffer, Anne Vegter, Radna Fabias en Ellen Deckwitz uit Nederland, Paul Demets uit België, Maren Kames uit Duitsland, Raymond Antrobus en Juana Adcock uit het Verenigd Koninkrijk, Samantha Barendson uit Frankrijk en Carolyn Forché uit de Verenigde Staten. Voertaal zal in een serie van drie artikelen verslag doen van interessante gesprekken die dit jaar tijdens Poetry International werden gevoerd.

Wie is Carolyn Forché?

Het thema van het festival is dit jaar “What you will hear is true”. Deze titel is geïnspireerd op die van de autobiografie van een van de gasten van het festival, de Amerikaanse dichteres Carolyn Forché: What you have heard is true. A Memoir of Witness and Resistance (2019).

Carolyn Forché (1950) is onder andere dichter, professor en mensenrechtenactivist. Haar werk reflecteert haar zorgen over mensenrechten, zoals in haar tweede bundel The Country Between Us (1981), waarin ze verslag doet over de verschrikkingen die ze zag tijdens de aanloop naar de burgeroorlog in El Salvador. In What You Have Heard Is True haalt Forché opnieuw herinneringen op aan deze ingrijpende periode uit haar leven.

Ook uit haar jongste bundel In the Lateness of the World (2021), die in de week vóór het festival genomineerd werd voor de Pulitzer Prize voor poëzie, spreekt een grote betrokkenheid met de harde kanten van de werkelijkheid. In interviews noemt Forché zichzelf veelvuldig een “poet of witness”: een dichter die politiek geëngageerd is en géén politiek dichter.

Een gebed zonder religie

Het zijn zorgwekkende tijden, constateert moderator Hassnae Bouazza aan het begin van het gesprek. We leven in een post-truth tijdperk, waarin feiten in twijfel getrokken worden en fake news overheerst. De vraag die het komende uur centraal zal staan, is hoe taal en poëzie kunnen helpen om feit en fictie te onderscheiden.

Tijdens deze sessie werd er veel tijd ingeruimd voor Carolyn Forché om haar gedichten ten gehore te brengen. Het publiek in de zaal en de kijkers die thuis meekeken, maakten kennis met schitterende poëzie, voorgelezen met een zachte, strelende stem. Een stem die je het liefste in een doosje zou willen doen om overal met je mee te gaan, zoals Bouazza verzuchtte.

“Poëzie is de oudste en diepste menselijke kunstvorm”, zegt Forché. “Wij mensen hebben die vorm uit het niets gecreëerd, van de taal die wij ook eerst moesten uitvinden. Poëzie ontstaat in de sfeer van het heilige en vloeit voort uit het ritme van ons lichaam. Poëzie appelleert aan iets diep binnenin ieder van ons. Poëzie ontstaat en wordt bewaard binnen de gemeenschap. We beïnvloeden elkaar, we zingen elkaar toe, we schrijven elkaar over de grenzen van tijd en taal heen.”

.....

“Tijdens de pandemie namen steeds meer mensen hun toevlucht tot de poëzie.” (Carolyn Forché)

.....

De pandemie heeft volgens Forché eens te meer het belang van poëzie aangetoond. “De afgelopen anderhalf jaar namen steeds meer mensen hun toevlucht tot de poëzie”, vertelt ze. “Ze wendden zich tot dichters. Die moesten hen helpen vol te houden in deze tijd van opsluiting, eenzaamheid en angst. Emoties die wij allemaal voelden, onverwachts, overal ter wereld, samen en gelijktijdig. Opeens konden we zien hoezeer we onderling verbonden zijn. Hoe kwetsbaar wij mensen zijn en hoe broos onze biosfeer is. Maar zodra we platforms als Zoom ontdekt hadden begonnen dichters voor te lezen uit hun werk. Het bleek mogelijk landen en tijdzones met elkaar te verbinden. Dat was fantastisch. Het maakte het makkelijker om door deze moeilijke tijd heen te komen.”

Zelf vond Forché troost bij het werk van meerdere dichters. “Elke dag is er weer een andere dichter die je in het bijzonder aanspreekt. Hier in de Verenigde Staten waren het zwarte dichters die ons de ogen openden voor de waarheid over ons land en onze geschiedenis. Het geweld, de onderdrukking. Daarnaast las ik poëzie van Indiaanse dichters die mij bewust maakten van de waterschaarste die ons in het gezicht staart. Hun poëzie is een oproep tot milieubehoud. Ik las Europese dichters die de Tweede Wereldoorlog meegemaakt hebben: Wisława Szymborska, Czesław Miłosz, Zbigniew Herbert… Het waren er zoveel. Al deze dichters zijn voor mij troostrijk als een symfonie van stemmen – samen.”

Ze voegt daaraan toe: “Poëzie is het natuurlijke gebed van de menselijke ziel. Een gebed zonder religie. Door poëzie ervaren we een diepe verbondenheid met alles om ons heen. Ik zie poëzie graag als mensen die in een diep gesprek verwikkeld zijn over wat het betekent om te leven.”

Schrijvers op de bres voor de democratie

Nadat Forché nog een aantal gedichten heeft voorgelezen, worden de Nederlandse dichter Alfred Schaffer en de van oorsprong Mexicaanse dichteres Juana Adcock bij het gesprek betrokken. Vóór ze kunnen ingaan op de vragen van moderator Hassnae Bouazza, moeten ze eerst even bijkomen van de impact die Forchés voordracht heeft gemaakt.

Gevraagd naar het belang van poëzie zegt Schaffer (1973) dat de gedichten die zijn geschreven binnen de context van de Black Lives Matter-beweging hebben bewezen dat poëzie wel degelijk een verschil kan maken. “Maar je moet niet over een bepaalde situatie schrijven, maar vanuit die situatie”, zegt hij. “Als je over een situatie schrijft, ben je geneigd in clichés te vervallen of afstandelijk te klinken. In een gedicht is een bepaalde stem aan het woord, iemand die je zijn verhaal vertelt. Poëzie op zijn best is een stem, een ‘ziel’ – als je dat grote woord wilt gebruiken. Carolyns bekende gedicht “The Colonel” is hier een voorbeeld van. Je hoort iemand vertellen, heel gedetailleerd, en je krijgt het idee dat je er zelf bij bent geweest. Als dat gebeurt kan poëzie – geschreven tekst of spoken word – een hele beweging op gang brengen.”

Juana Adcock (1982), een Mexicaanse dichteres die in Schotland woont, vertelt dat ze gefascineerd is door de manier waarop Forché in What you have heard is true gebruik maakt van de notitieboekjes die zij bijhield tijdens haar verblijf in El Salvador. “Het dagelijks leven is zo hectisch”, zegt Adcock. “En dan moeten wij als schrijvers ook nog de tijd nemen om alles op te schrijven zodat we daar later op kunnen terugvallen. Het is net alsof je alles twee keer beleeft.”

.....

“Ik vind het mooi dat we onze verbeelding kunnen gebruiken om onze geleefde werkelijkheid te overstijgen.” (Juana Adcock)

.....

Een ander aspect van Forchés werk dat Adcock aanspreekt, is dat Forché naar eigen zeggen haar innerlijke leven probeert te cultiveren zodat dat als het ware sterker is dan het gewone dagelijkse leven. “Jij wilt geen leven dat zo extravagant is dat het de overhand neemt”, probeert Adcock samen te vatten. “Ik vind het mooi dat we onze verbeelding kunnen gebruiken om onze geleefde werkelijkheid te overstijgen.”

Forché verwijst naar de Poolse dichteres Wisława Szymborska, die gezegd zou hebben dat dichters altijd beginnen vanuit onzekerheid. “We weten niet wat we gaan schrijven. We laten onze pen in gedachten boven de pagina zweven, wachten tot er iets komt en gaan daar dan achteraan”, zegt Forché. “Volgens Szymborska wonen politici in zekerheden. In onze tijd zien we de opkomst van het fascisme en van dictatoriale regimes; de democratie ligt onder vuur.

.....

“Als dichters kunnen we proberen om mensen ruimdenkend, nieuwsgierig en tolerant te maken.” (Carolyn Forché)

.....

Deze ontwikkelingen gaan gepaard met een aanslag op de taal. Je hoort allerlei narratieven van grote zekerheid, leugens en onwaarheid. Wij dichters worden daardoor geraakt omdat de taal, het materiaal van onze kunstvorm, geweld wordt aangedaan. Als burgers kunnen we ons verzetten tegen het autoritarisme. Als dichters kunnen we proberen om mensen ruimdenkend, nieuwsgierig en tolerant te maken. Maar dan moeten we de taal verdedigen in zijn capaciteit om diepgevoelde waarheden te belichamen.”

Forché is lid van Writers for Democratic Action (voorheen Writers Against Trump), een beweging die zich inzet voor de verdediging van de democratie wereldwijd. De organisatie vraagt aandacht voor het lot van schrijvers die in landen als Myanmar, Wit-Rusland en Jemen nog steeds gevangengezet of zelfs vermoord worden. Ook zoekt de organisatie contact met deze schrijvers om hen een hart onder de riem te steken.

.....

“Alle stemmen, alle verhalen moeten worden gehoord.” (Alfred Schaffer)

.....

Bedreigde en ongehoorde talen

Alfred Schaffer vraagt aandacht voor het verdwijnen van talen. “Als een taal verdwijnt, gaat er ook kennis verloren”, zegt hij. “Dat zie ik in Zuid-Afrika ook gebeuren. Je hebt ook talen die niet zozeer verdwijnen, maar die niet langer zichtbaar zijn voor het grote publiek. Of poëzie die niet gehoord wordt. Vertaling is voor kleinere talen zo belangrijk. Alle stemmen, alle verhalen moeten worden gehoord.”

.....

“Het is de taak van ons als dichters om te helpen talen te behouden.” (Carolyn Forché)

.....

Carolyn Forché is het met hem eens. “Het is de taak van ons als dichters om te helpen talen te behouden”, zegt ze. Ze erkent dat haar eigen taal, het Engels, hierbij niet zo’n mooie rol speelt. “Schrijven, vertalen en internationale samenwerking zijn van levensbelang om talen en de poëzie in die talen te behouden. Als dichters moeten we alert blijven en trouw aan onze kunst en aan de taal zelf. De taal staat in de Verenigde Staten op dit moment zwaar onder druk en dat is elders in de wereld ook het geval. Dat brengt me terug bij wat Alfred heeft gezegd over de authenticiteit van de menselijke stem. In poëzie kunnen we die nog steeds horen. Tegelijkertijd moeten we erbij stilstaan dat er wereldwijd miljoenen mensen zijn die niet worden gehoord, bijvoorbeeld door armoede of onderdrukking.”

Hoe kunnen schrijvers de taal terugeisen? Dat vindt Forché een lastige vraag. “Wat we in ieder geval moeten doen is doorgaan met schrijven”, zegt ze. “Gedichten, verhalen, romans, toneelstukken. Daarmee laat je zien dat dat belangrijk is. Het is ons wapen, onze kracht tegenover dat wat ons onderdrukt.”

Hassnae Bouazza wijst erop dat de leesvaardigheid onder jongeren in Nederland achteruit gaat. Dat kan een obstakel zijn. Volgens Juana Adcock is het belangrijk om het schrijverschap te democratiseren. “Het hoeft niet altijd zo hoogdravend te zijn”, zegt ze. “Als we dicht bij onze eigen ervaring blijven, kunnen jongeren het idee krijgen dat dat voor hen ook haalbaar is. Dat zij ook iets te zeggen hebben dat de moeite waard zou kunnen zijn.”

Dat laatste brengt Bouazza op het punt van de voordracht. Een optreden van een dichter maakt poëzie toegankelijk, ook voor toehoorders die zelf niet zo goed kunnen lezen, zegt ze. Volgens Forché is er veel belangstelling voor poëzievoordrachten. “Elk jaar neemt het publiek toe. Poëzie is levendiger dan ooit.”

Volgens Alfred Schaffer heb je ook steeds meer mensen die zelf naar de pen grijpen. Hij ziet dat als een gunstige ontwikkeling. “Het is belangrijk dat mensen hun stem laten horen. Hun verhaal vertellen. En met een gedicht gaat dat toch net even iets verder dan door een verhaal dat je mondeling vertelt of via een foto op Instagram.”

Heeft de poëzie zijn eigen graf gegraven doordat het te elitair was geworden, wil Bouazza weten.

Forché geeft dat toe. “Maar poëzie zal altijd zijn weg vinden”, zegt ze. “Je ziet poëzie juist in deze tijd overal ter wereld de kop opsteken, als een vitale culturele kracht. Dat is te danken aan de verschillende dichtersgemeenschappen die altijd hebben volgehouden. En nu zie je  daar allerlei nieuwe genres bijkomen, zoals poetry slams en spoken word.”

Ze verwijst naar een gedicht van de Franse dichter Robert Desnos, waarin sprake is van vuurtjes die overal ter wereld brandend worden gehouden in het donker. Vuurtjes van gelijkgestemden die ruimte blijven maken voor kunst, taal, democratie en vrijheid. “Dat beeld geeft me kracht als ik me moedeloos voel”, zegt ze. “Ik weet dat die gelijkgestemden er zijn. En dankzij de sociale media, waar vaak neerbuigend over wordt gedaan, weet ik die ook te vinden en kan ik met ze communiceren.”

.....

“Hoop moet gebaseerd zijn op helder bewustzijn, niet op naïviteit en ongegrond idealisme.” (Carolyn Forché)

.....

“Ik wil me hoopvol voelen. Maar die hoop moet gebaseerd zijn op helder bewustzijn, niet op naïviteit en ongegrond idealisme. Een hoop gebaseerd op kennis van onze situatie en onze uitdagingen. De pandemie heeft laten zien dat we allemaal hetzelfde zijn. Als we dat uit deze crisis kunnen meenemen, hebben we een waardevolle les geleerd.”

Lees ook:

Poetry International 2021 (2): De Klimaatdichters

Poetry International 2021 (3): Raymond Antrobus zoekt klanken die ontbreken

Buro: IG
  • 0
Top