Poetry International 2021 (3): Raymond Antrobus zoekt klanken die ontbreken

  • 0

Raymond Antrobus (1986) is dichter en spoken word artist. Hij werd doof geboren, maar kan nu met behulp van gehoorapparaten beperkt horen. Uit zijn poëzie blijkt hoe fundamenteel taal en communicatie zijn voor iemand die geluid moet missen.

In juni vond in Rotterdam de 51e editie van Poetry International plaats. Dit literatuurfestival geeft een beeld van opwindende nieuwe ontwikkelingen in de hedendaagse poëzie. Vanwege de wereldwijde coronacrisis vond het festival dit jaar in hybride vorm plaats, met podiumoptredens van dichters uit Nederland en de naburige landen naast Zoom-gesprekken met dichters elders in de wereld. Voertaal doet in een serie van drie artikelen verslag van de gevoerde gesprekken; dit is het derde en laatste deel in de reeks.

De plaats waar je geboren bent

Iemand die wél in Rotterdam aanwezig kon zijn, was de Britse dichter Raymond Antrobus. Hij werd geïnterviewd door Kila van der Starre, die in februari promoveerde op een dissertatie over “poëzie buiten het boek”. Van der Starre volgt Antrobus al jaren via Instagram.

Antrobus positioneert zichzelf niet alleen als een dichter die weet wat het betekent om doof te zijn. In zijn gedichten gaat het ook over zijn gemengde afkomst als kind van een Engelse moeder en een Jamaicaanse vader, en over het deel van Londen waar hij is opgegroeid: Hackney, een traditionele arbeiderswijk die de laatste jaren onherkenbaar veranderd is als gevolg van gentrificatie.

Antrobus houdt van Hackney. Door de eeuwen heen heeft dit stadsdeel vele interessante inwoners gekend, onder wie schrijvers, artiesten en politici. Maar toen Antrobus opgroeide, stond de wijk bekend als “Crackney”. Van de armoede uit de jaren tachtig is nu weinig meer terug te vinden. Toch denkt Antrobus met warmte aan de wereld van zijn jeugd terug.

...
“Hackney is het puurste deel van mijn identiteit.”
...

“Hackney is het puurste deel van mijn identiteit”, zegt hij. “Iemand heeft ooit gezegd: ‘Poetry is music from the place you were born’. Poëzie is muziek van de plaats waar je geboren bent. De muziek die ik in me draag en die naar buiten komt in taal, in poëzie, heeft alles te maken met het landschap van Hackney.”

Liefde voor poëzie begint thuis

Antrobus’ dichterschap wordt ook bepaald door zijn gemengde Jamaicaans-Britse afkomst. “Ik loop er niet mee te koop, maar in mijn gedichten gebruik ik die twee invloeden wel”, zegt hij. “Het zijn katalysatoren van de dichter die ik ben en van de thema’s waar ik me in mijn werk mee bezighoud.”

Antrobus’ ouders brachten hem al vroeg liefde voor poëzie bij. Zijn vader liet hem kennismaken met het werk van Jamaicaanse dichters en zijn moeder was dol op de poëzie van William Blake. In zijn jongenskamer hing een poster van het gedicht “London” van William Blake naast een poster van “The Song of the Banana Man” van Evan Jones.

...
In zijn jongenskamer hing een poster van het gedicht “London” van William Blake naast een poster van “The Song of the Banana Man” van Evan Jones.
...

“Mijn ouders waren geen dichters”, vertelt Antrobus, “maar ze voelden zich aangesproken door poëzie en ze deelden hun lievelingsgedichten met mij. Daarbij hadden ze het allebei over dichters die afkomstig waren uit hún geboorteland. Dus ik had nooit het gevoel dat poëzie iets onbereikbaars was; dat het iets was wat ik niet zou kunnen doen.”

Antrobus is blij dat hij de liefde voor poëzie van thuis heeft meegekregen. “De meeste kinderen komen pas op school met poëzie in aanraking. Dat is gewoonlijk niet de beste manier. Daarmee wil ik niets negatiefs zeggen over hun leraren. Er zijn vele redenen waarom het met het poëzieonderwijs op Britse scholen slecht gesteld is.”

...
Ik had nooit het gevoel dat poëzie iets onbereikbaars was.
...

Dat zijn gedicht “Jamaican British” tegenwoordig in de klas gebruikt wordt, geeft Antrobus dan ook gemengde gevoelens. “Ik voel me vereerd, maar ook sceptisch”, zegt hij. “Poëzie gaat niet over goed of fout, maar over verwondering, over jezelf dingen afvragen. Maar zodra een tekst in druk verschijnt, is hij niet meer van jou. Dit gedicht behoort ook niet meer aan mij, het leidt zijn eigen leven.”

Gebarentaal

Raymond Antrobus heeft inmiddels drie dichtbundels gepubliceerd: Shapes & Disfigurements (2012), To Sweeten Bitter (2017) en The Perseverance (2018). In september verschijnt zijn volgende bundel, All The Names Given. Voor The Perseverance kreeg hij maar liefst vier onderscheidingen, waaronder de tiende en laatste Ted Hughes Award. Antrobus is fellow van de Royal Society of Literature en lid van de Orde van het British Empire. Niet slecht voor een jongen uit Hackney!

Wie hem hoort praten, zal misschien niet meteen door hebben dat hij doof is. Raymond Antrobus werd doof geboren. Met behulp van gehoorapparaten kan hij inmiddels in beperkte mate horen.

In The Perseverance zijn illustraties opgenomen die tekens in gebarentaal voorstellen. Elke nieuw gedicht wordt aangeduid met een plaatje van een gebaar dat het nummer van het gedicht binnen de cyclus uitbeeldt. Antrobus heeft als kind Britse gebarentaal (British Sign Language, BSL) geleerd, maar hij beschouwt zichzelf niet als expert. Zelf gebruikt hij gesproken Engels met ondersteunende gebaren. “Om tegelijk te praten én gebarentaal te gebruiken is heel moeilijk”, geeft hij toe. “Sommige mensen zijn daar heel goed in, maar ik niet.”

Wat de combinatie lastig maakt, is volgens Antrobus dat Britse gebarentaal een andere grammatica heeft dan gesproken Engels. Zo begint elke zin in BSL met (een tijdsaanduiding gevolgd door) een voorwerp. “In BSL zul je bijvoorbeeld zeggen ‘table sit at’”, verduidelijkt Antrobus. “Sign Supported English”, zoals hijzelf gebruikt, gaat wel uit van de reguliere volgorde. Ook kent BSL volgens geen Antrobus geen werkwoordstijden. Alle werkwoorden staan volgens hem in de tegenwoordige tijd. “Je kunt daar een tijdsaanduiding vóór zetten, maar het begrip van de werkwoordstijden is in BSL anders dan in gesproken Engels. Dat betekent dat tijd ook anders beleefd wordt.” Voor een schrijver zijn dit natuurlijk zeer wezenlijke verschillen!

...
Er is lang gedacht dat het beter was als doven alleen leerden liplezen. Gebarentaal werd jarenlang onderdrukt. Daar is pas relatief onlangs verandering in gekomen.
...

The Perseverance is een boek dat Antrobus al heel lang wilde schrijven. “Ik heb zowel op een dovenschool gezeten als op een school voor horende kinderen. Ik ben me bewust van de geschiedenis van dovenonderwijs. Er is lang gedacht dat het beter was als doven alleen leerden liplezen. Gebarentaal werd jarenlang onderdrukt. Daar is pas relatief onlangs verandering in gekomen. Toen ik op school zat, kreeg ik ook nog les in de orale methode (liplezen). Toch schrijf ik in het Engels, ben ik dichter geworden in de Engelse taal.” Antrobus heeft gezocht naar een manier om in zijn boek al deze factoren recht te doen. Door de illustraties van handen die cijfers uitbeelden in gebarentaal kon hij plek inruimen voor deze voor veel doven zo belangrijke communicatievorm.

Onderzoek naar geluiden die ontbreken

Er bestaan geen absolute waarheden, verklaart Antrobus wanneer Van der Starre hem vraagt waarom hij zichzelf een “investigator of missing sounds” noemt. Zijn zoektocht naar “ontbrekende geluiden” is een speelse manier om recht te doen aan verschillen. Het feit dat hij doof is, stelt hem in staat om op een andere manier naar de wereld te kijken dan horenden doen. Het maakt hem enerzijds bewust van de aanpassingen die er van doven verlangd worden, en aan de andere kant ook van het onbegrip en de misverstanden die er bij de buitenwereld leven. “Het zoeken naar ontbrekende geluiden gaat over vragen stellen, kijken naar hoe we geconditioneerd zijn, hoe we aan onze vooropgezette ideeën komen. Poëzie als praktijk kan wat mij betreft alleen maar plaatsvinden als er een zekere mate van flexibiliteit bestaat.”

...
“Poëzie als praktijk kan wat mij betreft alleen maar plaatsvinden als er een zekere mate van flexibiliteit bestaat.”
...

Taal – gesproken taal, gebarentaal, liplezen – is volgens Antrobus binnen de dovengemeenschap misschien nog wel belangrijker dan in de horende wereld. “Maar datzelfde geldt voor alle gemarginaliseerde taalgroepen”, zegt hij. “Taal is deel van je identiteit. Taal is een plek waar je je thuis voelt.”

“Persoonlijk ben ik een voorstander van een combinatie van gebarentaal én spraak. Voor mij werkt dat het beste. Maar ik weet dat er nog steeds mensen zijn die vinden dat doven alleen gebarentaal zouden moeten gebruiken, of juist alleen de orale methode. Zo’n standpunt komt vaak voort uit trauma, uit pijn. De waarheid ligt ook hier in het midden.”

Binnen de Engelstalige dovengemeenschap wordt onderscheid gemaakt tussen de woorden “deaf” of “deafness” met een kleine letter, en “Deaf” of “Deafness” met een hoofdletter. De eerste verwijzen volgens Antrobus naar iemand die medisch doof is. Mét hoofdletter verwijzen ze naar iemand die zichzelf als doof identificeert en die trots is op de gemeenschap waartoe hij behoort. “Deaf” mét hoofdletter verraadt dus een cultureel bewustzijn van doof-zijn.

Zelf gebruikt Antrobus beide termen. Ook houdt hij er een “dove” poëtica op na. Dat betekent dat er van elk boek dat hij schrijft een gedrukte versie, een luisterboek en een “performed version” (fysieke uitvoering) verschijnt. De drie media brengen elk hun eigen nuances met zich mee.

Intersectionaliteit

Sinds de publicatie van The Perseverance in 2018 heeft Antrobus veel gereisd. Overal waar hij komt, treedt hij in gesprek met vertegenwoordigers van de dove gemeenschap. Iets wat hem onderweg is opgevallen, is het verband tussen doofheid en analfabetisme. In Jamaica, bijvoorbeeld, is 95 procent van de dovengemeenschap analfabeet, in het Verenigd Koninkrijk zo’n 17 procent. (Dat laatste cijfer is geflatteerd, omdat mensen die slechts functioneel geletterd zijn, niet meegeteld worden.)

Antrobus’ aangrijpende gedicht “Two guns in the Sky for Daniel Harris” gaat over een dove zwarte man in de Verenigde Staten die door de politie werd doodgeschoten omdat hij gebarentaal gebruikte. De agent die de trekker overhaalde, was bang dat Harris een pistool zou trekken, terwijl hij in werkelijkheid alleen maar iets probeerde te zeggen. Antrobus – doof én van Jamaicaans-Britse afkomst – is er zich scherp van bewust dat doven en mensen van kleur allebei gemarginaliseerde groepen vormen. Datzelfde geldt voor de inwoners van een achterstandswijk als Hackney in de jaren tachtig.

“Zulke groepen worden altijd afzonderlijk bekeken”, zegt hij. “De Britten zijn daar meesters in. De Engelse taal heeft er zelfs een uitdrukking voor: ‘divide and rule’. De geschiedenis heeft ons geleerd dat mensen machteloos zijn als je ze uit elkaar haalt. Maar als ze samenwerken, ontstaat er een formidabele kracht. Als het je lukt om mensen op één lijn te krijgen, kun je de wereld veranderen.”

...
“De geschiedenis heeft ons geleerd dat mensen machteloos zijn als je ze uit elkaar haalt. Maar als ze samenwerken, ontstaat er een formidabele kracht. Als het je lukt om mensen op één lijn te krijgen, kun je de wereld veranderen.”
...

Spoken word

Raymond Antrobus treedt al ruim vijftien jaar op als spoken word artist. In die tijd zag hij de belangstelling voor het genre zo’n beetje om de vijf jaar opkomen en weer afzwakken. Antrobus reist veel rond om deel te nemen aan poetry slams. Hij put inspiratie uit de ontmoetingen met andere dichters. Hij is vooral onder de indruk van de aandacht voor spoken word in Duitsland. Daar kunnen bij de finale van een poetry slam wel twaalfduizend man in de zaal zitten. “In de rest van de wereld is stand-up comedy ontzettend populair. In Duitsland leeft stand-up minder, maar spoken word des te meer. Daarin is Duitsland echt uniek.” 

...
In Duitsland, daar kunnen bij de finale van een poetry slam wel twaalfduizend man in de zaal zitten.
...

Antrobus was een van de eerste studenten die aan Goldsmiths University in Londen een Masteropleiding Spoken Word Education heeft voltooid. Hij weet dat er vaak een onderscheid wordt gemaakt tussen spoken word en Literatuur-met-een-hoofdletter-L. Hij hoeft maar aan de voorliefdes van zijn beide ouders te denken – William Blake en Jamaicaanse politieke dichters – om te weten dat hij geen van beide zou willen missen. “Ik hoop dat er ook nog eens een brug geslagen kan worden tussen die twee werelden,” zegt hij. “Het enige wat ze uit elkaar houdt, is infrastructuur. Voor spoken word artists is het moeilijker om financiële steun te krijgen als ze hun kunst willen ontwikkelen dan voor zogenaamde ‘echte’ schrijvers.”

Als bewijs voor deze stelling ziet Antrobus dat zijn Masteropleiding Spoken Word Education er niet op gericht was om van hem en zijn studiegenoten betere dichters te maken. “We hebben daar niet geleerd om performers te zijn; dat wáren we al. Wat we leerden, was hoe we als docent voor de klas emotionele geletterdheid konden gebruiken om leerlingen aan het denken te zetten. Spoken word als hulpmiddel om sociale verandering teweeg te brengen. Het Verenigd Koninkrijk kampt met een gebroken onderwijssysteem. Maar ik ben ervan overtuigd dat sociale verandering inderdaad kan beginnen in het klaslokaal.”

Kijk hier het volledige gesprek van Kila van der Starre met Raymond Antrobus terug.

Lees ook:

Poëzie buiten het boek ‒ Interview met Kila van der Starre

Poetry International 2021 (1): Poëzie, taal en waarheid

Poetry International 2021 (2): De Klimaatdichters

  • 0
Top