"Poëzie staat niet naast de wereld, maar er middenin"

  • 0

.................................

“Poëziecentrum speelt best een belangrijke rol in de bekendmaking van
Zuid-Afrikaanse poëzie in Vlaanderen en Nederland.”

.................................

Die Poëziecentrum in Gent is meer as ’n dokumentasiesentrum wat op navorsers en die bekendstelling van die digkuns en digters aan ’n groter publiek gerig is.

Dit is reeds vir jare ’n baken van verskeidenheid en betrokkenheid, iets wat blyk uit die sentrum se jaarlikse vol programme oor boeke, digters en poësiepublikasies vir lesers van enige leeftyd.

Die sentrum se Stefaan Goossens het aan Willem de Vries ook vertel van die Ernst van Heerden-versameling en hoe die al hoe groter wordende versameling Afrikaanse poësie daar deel van ’n internasionale projek is.  

Stefaan Goossens (Foto: Paul Vergauwe) (L); Ghent, België (R)

.................................

Stefaan, sedert 2003 is jy betrokke by die Poëziecentrum, waar die versameling van die Afrikaanse digter Ernst van Heerden (1916–1997) gehuisves word.

Vertel asseblief van jou werksaamhede sedert jy daar begin werk het.

Waar het jou belangstelling in Afrikaanse poësie ontstaan? Hoe sluit dit aan by jou ervaring van Suid-Afrika en jou werk in die Poëziecentrum?

Ik ben in 2003 aangenomen in Poëziecentrum als projectmedewerker voor de aanmaak van een geautomatiseerde catalogus voor het documentatiecentrum van Poëziecentrum.

Sinds 2007 ben ik de hoofddocumentalist. Het documentatiecentrum heeft maar een beperkte personeelsbezetting (1,5 voltijdsequivalent, aangevuld met stagiairs en vrijwilligers), wat ervoor zorgt dat ik een zeer uitgebreid en divers takenpakket heb.

.................................

“In de missie van Poëziecentrum staat dat Poëziecentrum poëzie wil brengen
naar zo veel mogelijk mensen op zoveel mogelijk manieren.
Dat raakt principieel aan mijn maatschappelijke betrokkenheid.”

.................................

Ik doe vrijwel alle back office taken (bijvoorbeeld collectievorming en -ontsluiting), maar ik beantwoord ook de vragen van gebruikers van het documentatiecentrum, zowel van mensen die ons fysiek bezoeken (iets meer dan 2 000 per jaar), als van mensen die ons telefonisch of via e-mail contacteren. Het is een drukke, afwisselende job die veel voldoening geeft.

Ik heb in het academiejaar 1997-1998, toen ik aan de Universiteit Gent studeerde, een scriptie geschreven over de plaasromans van C.M. van den Heever. Het idee daarvoor was gerijpt tijdens de colleges van prof. Chris van der Merwe, die toen doceerde aan de Universiteit van Kaapstad.

Via een uitwisselingsprogramma heb ik toen drie maanden gestudeerd aan de Universiteit van Stellenbosch, waar ik college volgde bij onder andere prof. Dorothea van Zyl en prof. Ronel Foster.

Die tijd in Zuid-Afrika was voor mij zowel op persoonlijk als op academisch vlak een enorme verrijking en ik koester mijn “Maties-studentekaart” nog steeds.

.................................

“De kroon op het werk is natuurlijk de Collectie Ernst van Heerden die al vele studenten en andere liefhebbers geholpen heeft op hun zoektocht naar de Zuid-Afrikaanse poëzie.”

.................................

Toen ik in 2003 in Poëziecentrum begon te werken, was ik dan ook erg blij om te zien dat Poëziecentrum een zeer mooie verzameling Zuid-Afrikaanse poëzie in huis had, de Ernst van Heerden Collectie.

De Collectie Ernst van Heerden kwam in 1998 in Poëziecentrum terecht na intensieve onderhandelingen en de medewerking van heel wat academici, zowel in Zuid-Afrika (Lucas Malan, Johann Lodewyk Marais, Anton Basson, Dorothea van Zyl en andere) als in Vlaanderen (bijvoorbeeld Marleen Couteur).

Ernst van Heerden

De kern van de collectie bestaat natuurlijk uit de persoonlijke collectie van Ernst van Heerden zelf, maar door de Noordwes-Universiteit (NWU) werd ook een groeipad mogelijk. Via de PUK-Kanselierstrust van de Noordwes-Universiteit werd gedurende meer dan tien jaar de groei van de collectie gefinancierd.

Een aantal keer per jaar worden de nieuwe Zuid-Afrikaanse dichtbundels kosteloos naar Poëziecentrum opgestuurd.

De collectie is ondertussen aangegroeid tot meer dan 2 000 dichtbundels. Cruciaal in dit groeipad is de figuur van prof. dr. Wannie Carstens, emeritus directeur van de Skool vir Tale en nu buitengewone professor Afrikaanse taalkunde aan de NWU op Potchefstroom en gastprofessor aan de Universiteit Gent. [Van Oktober 2018 tot Desember 2018 het hy die Leerstoel Zuid-Afrika: talen, literaturen, cultuur en maatschappij aan die UGent beklee; hy is een van de medeoprigters van die leerstoel. Lees ’n artikel hier – WdV.]

.................................

“Het verhaal van de Zuid-Afrikaanse poëzie in de Lage Landen bestaat al uit een aantal hoofdstukken en we hopen er samen met alle belangstellenden de komende jaren nog hoofdstukken te kunnen aan toevoegen.”

.................................

Hij heeft zich gedurende al die jaren namens de PUK-Kanselierstrust op tal van manieren ingezet om de Collectie Ernst van Heerden verder te laten aangroeien. Hij was/is een ware engelbewaarder van de Collectie, die zich niet alleen inzet om het project te financieren, maar die ook zelf recensies uit Zuid-Afrikaanse kranten knipt en opstuurt naar Poëziecentrum.

Ook uitgeverij Protea met uitgever Nicol Stassen heeft zich de voorbije jaren erg ingezet voor de Collectie Van Heerden. Van elke dichtbundel die bij Protea verscheen, werd een gratis exemplaar aan de collectie geschonken. Ook NB-uitgevers heeft bijgedragen aan de collectie, door alle dichtbundels die bij NB verschenen aan kostprijs ter beschikking te stellen van de collectie.

Je hoort het, de Collectie Ernst van Heerden is een internationaal project waaraan heel wat partijen hebben bijgedragen. En nog is het verhaal niet volledig geschreven. Vanaf 2019 neemt de ATKV immers de rol over die de PUK-Kanselierstrust het voorbije decennium heeft gespeeld. De ATKV zal ook een financieel dragende partner worden in het project.

Vertel asseblief van jou ondervindings met die digkuns en betrokkenheid by publikasies, byvoorbeeld vroeër by dié van die veelsydige digter Bart FM Droog, tevore ’n gas van die Woordfees op Stellenbosch.

Vanzelfsprekend ben ik al van jongs af aan een groot poëzieliefhebber en het is een droom om daar elke dag beroepshalve mee bezig te zijn.

Naast mijn hoofdbezigheden bij Poëziecentrum, geef ik ook nog geregeld een lezing over poëzie in bibliotheken en culturele centra. Ik zetel ook wel eens in jury’s, bijvoorbeeld nu in de jury van de Melopee-Poëzieprijs, die het beste gedicht bekroont dat het voorbije jaar in een Vlaams literair tijdschrift is verschenen.

Ik ben inderdaad ook redacteur van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie van Bart FM Droog, maar die activiteiten staan op een laag pitje, nu we zelf ook met een online encyclopedisch project begonnen zijn, Poëzie-Centraal.

Op Poëzie-Centraal vind je heel wat informatie over Vlaamse dichters en Vlaamse poëzie. Een onderdeel moet uitgroeien tot een encyclopedisch overzicht van alle dichters in Vlaanderen, en wie weet later ook in Nederland en Zuid-Afrika?

Voorlopig hebben we echter nog maar lemma’s van 38 Vlaamse dichters gepubliceerd, dus we hebben nog heel wat werk voor de boeg. In het najaar hopen we op de medewerking van universiteiten om samen met de studenten Nederlands nieuwe dichterslemma’s beschikbaar te stellen.

Tot ’n paar jaar voor die eeuwending nog het verskeie sogenaamde little magazines in Afrikaans verskyn waarin verskeie stemme wars van die hoofstroom publikasiegeleentheid kon kry.

Hoe vergelyk dit met wat in die poësie van Vlaandere gebeur het indertyd en hoe lyk die situasie vandag vir digters wat op hierdie manier gepubliseer het?

Het daar byvoorbeeld internetweergawes van little magazines in Vlaandere ontstaan?

Literaire tijdschriften hebben traditioneel altijd een beetje de rol van laboratorium gespeeld. De meeste auteurs en dichters publiceerden eerst teksten in tijdschriften en pas daarna kwam er een boek.

De tijdschriften in Vlaanderen en Nederland spelen nog altijd een beetje die rol, maar ze hebben het moeilijk. De laatste jaren zijn heel wat tijdschriften verdwenen wegens gebrek aan financiële middelen. Dat speelde vooral heel sterk in Nederland, maar ook in Vlaanderen valt er geregeld wel eens eentje uit.

Er zijn in het Nederlandstalige taalgebied maar twee tijdschriften die volledig aan poëzie zijn gewijd, namelijk ons eigen tijdschrift Poëziekrant en het Nederlandse tijdschrift Awater. Poëziekrant is een van de grootste literaire tijdschriften in het taalgebied met ongeveer 1 500 abonnees.

Geregeld besteden we daarin ook aandacht aan Zuid-Afrikaanse poëzie. We hebben al interviews gepubliceerd met Breyten Breytenbach, Antjie Krog en Marlene van Niekerk, maar geregeld verschijnen er ook recensies van Zuid-Afrikaanse bundels, die vertaald werden naar het Nederlands. Ik denk bijvoorbeeld aan bundels van Ingrid Jonker en Ronelda Kamfer. Toen Adam Small overleed, publiceerde Poëziekrant ook een in memoriam.

Foto's van Antjie Krog (links) en Adam Small (regs onder) deur Naomi Bruwer; foto van Breyten Breytenbach (regs bo) deur Tessa Louw

De rol van poortwachter of wegbereider is vandaag de dag ook in het Nederlandstalig taalgebied deels overgenomen door internetbronnen. Op internet kan natuurlijk iedereen om het even wat publiceren en soms zien de mensen daardoor door de bomen het bos niet meer.

Er bestaan echter heelwat interessante online initiatieven die voor een stuk de rol van tijdschriften overgenomen hebben. Ik denk aan sites zoals De Reactor en Mappalibri, die behalve recensies ook geregeld essays en long reads aanbieden.

Ook interessant is Het Gezeefde Gedicht, een initiatief van twee dichters, Charles Ducal en Roel Richelieu van Londersele. Debuterende dichters mogen hier gedichten naartoe sturen en krijgen een woordje feedback.

De beste gedichten worden op de website van Het Gezeefde Gedicht gepubliceerd en een selectie daarvan ook in Poëziekrant. Ondertussen is er ook al een bloemlezing op papier van dit initiatief verschenen en is er ook een uitgeverij in opstart.

Watter publikasies reik die Poëziecentrum gereeld uit en watter rol speel dit in die teenwoordigheid van die sentrum aanlyn?

Met zijn uitgeverij wil Poëziecentrum niet in de plaats treden van andere uitgeverijen, maar ze wil vooral kansen bieden, bijvoorbeeld aan jonge dichters, of dichters die een heel specifieke plaats bekleden in het poëzielandschap en die het daardoor moeilijker hebben in het reguliere uitgeefcircuit.

Ik denk bijvoorbeeld aan de visuele poëzie van Renaat Ramon. Poëziecentrum geeft ook geregeld een bloemlezing uit rond een bepaald thema (bijvoorbeeld “liefde”, alsook “seizoenen”) of met vertalingen uit een bepaald land.

Zo gaf Poëziecentrum al bloemlezingen uit met poëzie uit Rusland, China, Roemenië, Brazilië, Moldavië en Georgië.

Geregeld richt de uitgeverij van Poëziecentrum zich ook op specifieke doelgroepen, zo bereiden we momenteel een project voor met Doof Vlaanderen om een publicatie te maken met poëzie in gebarentaal.

Welke vorm die publicatie zal aannemen onderzoeken we samen met de doelgroep. In het verleden maakten we ook al een inclusief boek voor blinde en ziende kinderen. We bereiden samen met Wablieft, een organisatie die werkt rond laaggeletterdheid, ook een publicatie voor die interessant is voor hun doelgroep.

Net zoals met de andere onderdelen van Poëziecentrum, proberen we ook met de uitgeverij de vinger aan de pols te houden van wat er leeft in de maatschappij. Poëzie staat niet naast de wereld, maar er middenin.

Poëziecentrum is zelf ook online erg actief. Niet alleen hebben we een eigen website en zijn we actief op sociale media (Facebook, Twitter en Instagram), maar we hebben ook een website die zich richt op het erfgoedaspect, Paukeslag.

Op Paukeslag vind je heel veel foto’s, geluidsopnames en video’s van dichters uit Vlaanderen en Nederland. Geregeld wijden we op Paukeslag ook een digitale tentoonstelling aan het leven en werk van een bepaalde dichter.

De voorbije maanden maakten we tentoonstellingen rond Luuk Gruwez en Nic van Bruggen. Binnenkort komt daar ook Jan Vanriet bij en in het najaar ook nog Christine D’haen.

Paukeslag is een project waar heel veel partners aan werken. Partners van literaire organisaties, maar bijvoorbeeld ook de afdeling Letterkunde van de UGent. De studenten van prof. dr. Yves T’Sjoen hebben de voorbije jaren verschillende online tentoonstellingen gemaakt over literaire tijdschriften met uitgebreide aandacht voor poëzie.

Dit voorjaar lanceerden we, ik vermelde het al, Poëzie-Centraal. Op die site komen verschillende informatiestromen over poëzie in Vlaanderen samen: welke activiteiten worden er georganiseerd, welke wedstrijden, welke e-books poëzie bestaan er, welke dichters winnen een prijs of – minder fortuinlijk – welke dichters overlijden er.

De website wordt gerealiseerd met heel wat partners (zoal Creatief Schrijven, Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, UiT in Vlaanderen, Het Gezeefde Gedicht).

Momenteel richten we ons enkel op Vlaanderen, maar als dat praktisch en financieel mogelijk is, willen we de website zeker ook uitbreiden naar Nederland, en wie weet Zuid-Afrika?

Geregeld maakt Poëziecentrum ook filmpjes voor online gebruik. Momenteel werken we met Ons Erfdeel aan een project waarbij 10 jonge filmmakers, 10 gedichten gaan bewerken. Dat project heet Bewogen Verzen. Het is fantastisch om te zien hoe creatief jongeren met digitale media en met gedichten omspringen.

 Vertel asseblief meer wat die Poëziecentrum alles aanbied.

Poëziecentrum organiseert zeer geregeld activiteiten. Soms voor een groot publiek (500 mensen), soms voor een paar tientallen mensen. We proberen in onze programmatie rekening te houden met de diversiteit die zowel in de poëzie als in de maatschappij bestaat.

Poëziecentrum staat open voor poëzie in al zijn verschijningsvormen en richt zich op alle mogelijke publieken. Vaak gaan onze activiteiten (zoal lezingen, boekvoorstellingen en cursussen) door bij ons op zolder, maar geregeld vind je ons ook elders in Vlaanderen en Nederland.

Zo toert er momenteel een tentoonstelling door Vlaanderen met als titel “Soort van Tovenaars”. Samen met Canon Cultuurcel bekroont Poëziecentrum al een paar jaar de mooiste kindergedichten (bij de vorige editie stemden maar liefst 32 000 kinderen mee in verschillende leeftijdscategorieën). Villa Verbeelding ontwikkelde op basis van die prijswinnaars een heuse tentoonstelling, die eerst te zien was in Hasselt en nu in tal van bibliotheken in Vlaanderen.

Over kinderen gesproken, Poëziecentrum ontwikkelde samen met de dienst Cultuur van Stad Gent, een heuse kinderpoëzieroute en een jongerenpoëzieroute. Kinderen en jongeren kunnen op eigen houtje of samen met een gids de poëtische plekjes in Gent gaan ontdekken.

Van de 10 000 brochures die er gedrukt werden van de kinderpoëzieroute zijn er nog maar een paar honderd over. Een hele generatie kinderen uit de regio Gent is met de kinderpoëzieroute groot geworden. Ook de volwassenen vergeten we niet natuurlijk, die hebben hun eigen route.

Op 18 plaatsen in het Gentse stadsbeeld zijn er immers gedichten aangebracht op gebouwen en bij standbeelden.

Poëziecentrum promoot ook Nederlandstalige poëzie in het buitenland. Als partner in het Versopolis-project probeert Poëziecentrum veelbelovend Nederlandstalig poëzietalent te promoten in een Europese context. Omgekeerd ontvangen we ook elk jaar een aantal veelbelovende jonge dichters uit andere Europese landen op het Felix Poetry Festival.

Als laatste: Poëziecentrum is ook de Vlaamse coördinator van de Poëzieweek.

Elk jaar staat in Vlaanderen en Nederland de poëzie centraal tijdens de laatste week van januari. Heel veel scholen, bibliotheken, kranten, televisie- en radiozenders organiseren dan een of andere poëzie-activiteit. Daar komt natuurlijk heel wat organisatietalent bij kijken om alles in goede banen te leiden en ook daarvoor staat Poëziecentrum in.

In watter Suid-Afrikaanse digters, van vroeër én hedendaags, bestaan daar tans in België belangstelling?

De populairste Zuid-Afrikaanse dichters bij ons zijn ongetwijfeld Ingrid Jonker, Antjie Krog en Breyten Breytenbach.

Niet toevallig allemaal dichters wiens werk ook in het Nederlands vertaald is. De populariteit van Zuid-Afrikaanse dichters hangt niet zelden samen met optredens in Vlaanderen en Nederland.

Zo is de belangstelling voor de poëzie van Antjie Krog er gekomen nadat ze samen met Tom Lanoye getoerd heeft met een programma van Behoud de Begeerte. Ronelda Kamfer en Marlene van Niekerk wonnen ook duidelijk aan populariteit nadat ze op een paar plaatsen in Vlaanderen en Nederland hebben voorgelezen.

De populariteit van Ingrid Jonker heeft dan weer veel te maken met de documentaire die een Nederlandse filmmaker over haar maakte. Iets gelijkaardigs zien we met de dichter/singer-songwriter Gert Vlok Nel.

Hij werd redelijk populair na optredens op onder meer de Nacht van de Poëzie in Utrecht en na het vertonen van de documentaire Beautiful in Beaufort-Wes op de Nederlandse televisie.

Niet vertaalde Zuid-Afrikaanse dichters hebben het, ondanks de sterke linguïstische verwantschap, een stuk moeilijker om bekend te worden in Vlaanderen en Nederland. Notoire uitzondering daarop is Jack Parow die met het Afrikaanstalige nummer “Cooler as ekke” ook bij ons een hit scoorde (zonder vertaling).

As bibliotekaris wat nou betrokke is by die dokumentasiesentrum, kry jy in jou werk met verskeie skrywers en letterkundiges te make.

Wie van hulle maak ’n indruk op jou en hoekom?

Het is heel fijn om dagelijks met dichters, schrijvers en andere mensen uit het literaire middenveld in contact te komen.

Ik heb er sinds ik in Poëziecentrum begon te werken al veel de revue zien passeren en aan velen onder hen hou ik warme herinneringen over. Ik denk bijvoorbeeld aan dichters zoals F. van Dixhoorn, die me altijd al geïntrigeerd heeft met zijn zeer minimalistische poëzie; er is Luuk Gruwez die speciaal voor ons huwelijk een gedicht heeft geschreven dat later ook in een dichtbundel terecht kwam; er is de spaarzame poëzie van Roland Jooris, die smakelijk kan vertellen over poëziehappenings uit de jaren ’60.

Er was de blinde bard Tsjêbbe Hettinga, die voor mij een combinatie was van Homerus en Kate Winslet op de steven van de Titanic. Ik verstond niets van zijn Friese taal, maar toch was ik helemaal omvergeblazen van zijn donderende stem en zijn golvende ritmiek.

Ware poëzie schuilt soms niet in de betekenis van de woorden, maar in de overrompeling door het ritme.

Radna Fabias (Foto: Wouter le Duc)

Er is de erudiete Stefan Hertmans, de barokke Ilja Leonard Pfeijffer, de romantische Menno Wigman, de overdaad van Nachoem Wijnberg, de weemoed van Hans Tentije, de rock ’n roll van Hugo Claus, de zinderende passie van Radna Fabias... Ik vergeet er zovele op te noemen die zich voortdurend in mijn mentale en emotionele ruimte bevinden. De dichters zijn mijn ware mentale landschap!

Wat is vir jou die belangrikste aspek van jou werk in die Poëziecentrum?

In de missie van Poëziecentrum staat dat Poëziecentrum poëzie wil brengen naar zo veel mogelijk mensen op zoveel mogelijk manieren.

Dat raakt principieel aan mijn maatschappelijke betrokkenheid. Ik vind het natuurlijk heel fijn als ik een of andere specialist kan helpen met zijn of haar onderzoek, maar echt blij word ik pas wanneer ik iemand die niet met poëzie opstaat of gaat slapen, heb laten kennis maken met een stuk poëtische schoonheid.

Het klinkt natuurlijk nogal romantisch, maar ik geloof wel degelijk dat schoonheid de wereld kan redden, en de wereld begint niet aan verre horizonten, maar net om de hoek. Misschien niet met Shakespeare, maar misschien wel met een sinterklaasrijmpje.

Die boekwinkel onder in die sentrum bevat ’n keurige versameling publikasies. Watter wisselwerking is daar tussen die winkel en die Poëziecentrum?

Wat bied die sentrum aan wat betref onderwys en bekendstellings?

De Poëzieshop maakt wezenlijk deel uit van de werking van het Poëziecentrum. Het is een van de vijf afdelingen waarmee we poëzie naar de mensen willen brengen.

Poëzie krijgt het steeds moeilijker in de boekhandel. Zelfstandige boekhandelaars durven nog wel eens hun nek uitsteken en een rekje met poëzie voorzien in hun winkel, maar in grotere ketens is nauwelijks nog poëzie te vinden.

Veel heeft natuurlijk te maken met de financiële druk waar ook de boekhandelssector niet immuun voor is. Elke centimeter ruimte in een rek moet opbrengen. De spreekwoordelijke winkeldochters gaan er steeds sneller uit ten voordele van vlot verkopende thrillers of kookboeken.

Met de Poëzieshop wil Poëziecentrum ervoor zorgen dat er tenminste één plaats is waar poëzieliefhebbers de nieuwste dichtbundels kunnen kopen en ook nog kans maken om een klassieker op de kop te tikken tegen een redelijk prijsje.

Wij zijn natuurlijk niet de enigen. Ook Index Books in Leiden en Perdu in Amsterdam hebben redelijk wat poëzie op de planken, maar toch denk ik dat wij nog meer hebben.

Je kan niet vroeg genoeg beginnen met kinderen te laten kennismaken met poëzie. Poëziecentrum zet dan ook uitdrukkelijk in op deze doelgroep. Kinderen kunnen workshops volgen in Poëziecentrum, maar we zorgen ook voor begeleiding van leerkrachten en leerkrachten in opleiding door middel van lezingen en artikels in ons tijdschrift Poëziekrant.

Samen met Canon Cultuurcel, een cel binnen het Vlaams Ministerie van Onderwijs die onderwijs en cultuur dichter wil samenbrengen, hebben we ook al tal van mooie projecten gerealiseerd.

Ik sprak al over de kinderpoëzieprijzen die tienduizenden kinderen bereiken, maar momenteel werken we met verschillende leerkrachten ook samen aan lessuggesties voor het middelbaar onderwijs bij de poëzie van hedendaagse dichters. Samen met School der Poëzie organiseren we poëzie-revues en -debatten voor leerlingen van 17-18 jaar.

Met Iedereen Leest organiseren we om de twee jaar een grote studiedag voor leerkrachten en bibliotheekmedewerkers in het kader van de Poëzieweek. Samen met de Dienst Cultuur van Stad Gent realiseerden we al vele mooie projecten voor kinderen in de stad.

In het kader van een van onze andere projecten, Dichter des Vaderlands, trekken we naar Vlaamse universiteiten om de studenten daar te laten kennis maken met poëzie. Enzovoort, enzovoort. Je merkt, Poëziecentrum is een huis met vele kamers.


Watter rol speel die dokumentesentrum, sowel fisies (die pragtige gebou wat die boekerykdom huisves) as aanlyn in die beskikbaarstelling en oopmaak van die werk van Afrikaanse digters?

In welke mate skakel die sentrum in by skrywers- en boekefeeste in die Lae Lande?

Poëziecentrum speelt best een belangrijke rol in de bekendmaking van Zuid-Afrikaanse poëzie in Vlaanderen en Nederland. We hebben al verschillende activiteiten georganiseerd, waaraan Zuid-Afrikaanse dichters deelnamen, er is de aandacht in ons tijdschrift Poëziekrant, we hebben ook al lezingen en cursussen over Zuid-Afrikaanse poëzie gegeven.

Regelmatig hebben we ook een Zuid-Afrikaanse dichter te gast in het kader van de Week van de Zuid-Afrikaanse Roman (ik weet het, het klinkt contradictorisch, romans en poëzie). Ook in onze shop hebben we wel een aantal Zuid-Afrikaanse dichters staan.

De kroon op het werk is natuurlijk de Collectie Ernst van Heerden die al vele studenten en andere liefhebbers geholpen heeft op hun zoektocht naar de Zuid-Afrikaanse poëzie.

Studenten maken taken en eindwerken op basis van de collectie, gewone poëzieliefhebbers ontdekken er een heel nieuw soort poëzie door.

Er is de grote boekenverzameling, maar de Collectie Ernst van Heerden omvat ook vele duizenden krantenknipsels. De basis daarvan was het plakboek dat Ernst van Heerden ooit zelf samenstelde (en dat we hopen ooit ook eens te digitaliseren), maar de voorbije jaren groeide die knipselverzameling steeds verder aan door de bereidwillige medewerking van vele professoren aan Zuid-Afrikaanse universiteiten.

We mogen natuurlijk ook de rol van prof. dr. Yves T’Sjoen van de Universiteit Gent niet vergeten, die met het Gents Centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika ook een belangrijke rol heeft gespeeld in de bekendmaking van de Collectie Ernst van Heerden en die op basis van de handgeschreven notities die Ernst van Heerden in sommige van zijn boeken maakte, ook al heel wat wetenschappelijk onderzoek verrichte.

Het verhaal van de Zuid-Afrikaanse poëzie in de Lage Landen bestaat al uit een aantal hoofdstukken en we hopen er samen met alle belangstellenden de komende jaren nog hoofdstukken te kunnen aan toevoegen.

Buro: MvH
  • 0
Top