Zuid-Afrikaanse eindstatie van een poëziereis naar Inframundo
Deel 1: Inleidend essay
Lees deel 2 hier.
De poëzie van de Vlaamse schrijver Peter Holvoet-Hanssen is meerdere malen bekroond, onder andere met de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap en de Paul Snoekprijs. De bundel Goleman. is in 2024 genomineerd voor de vierjaarlijkse prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren. De auteur was twee jaar stadsdichter van Antwerpen waar hij zich ‘StadsPeter’ liet noemen. Zijn dicht- en prozawerk krijgen lovende reacties. Hij is geregeld te gast op literaire festivals in binnen- en buitenland. In de receptie van het werk van PHH, intussen drie poëziereizen, bestaat nauwelijks aandacht voor de motto’s die in vele gevallen zijn ontleend aan anderstalige bronnen. Een greep uit het corpus met motto’s levert de meest diverse interteksten op. De gedichten in Santander. Ontboezemingen in het vossenvel (2001) worden voorafgegaan door een fragment uit de prozatekst La Pelle van Curzio Malaparte en in Navagio. Wrakhoutgedichten (2008) zijn dichtregels van Paul Celan en lyrics van Lou Reed opgenomen. Het verschil tussen de zogeheten ‘high brow’ (Malaparte, Celan) en ‘low brow’ (Reed) is voor deze schrijver blijkbaar niet zo relevant. De verzamelbundel De reis naar Inframundo (2011), de neerslag van een eerste poëziequeeste, bevat een peritekst van Lewis Furey en in de diptiek Antwerpen/Oostende (2012) leiden regels van de Amerikaanse dichter Walt Whitman de lezer naar de ‘Zeegedichten’. Niet alleen motto’s in bundels van PHH zijn meestal ontleend aan buitenlandse literatuur. Elke dichtbundel, behalve dan de zelfbloemlezing (of auteurseditie) De reis naar Inframundo, presenteert soms uitvoerige ‘Aantekeningen’ waarin de schrijver naar eigen goeddunken sporen blootlegt of de aandacht van de lezer vestigt op ankerpunten en leessporen. Vossenstreken en zeeroverspraktijken zijn deze schrijver overigens niet vreemd. Veelal betreffen de aantekeningen fragmenten uit en referenties aan literaire bronnen die zijn gesprokkeld buiten het Nederlandse taalgebied.
In 2025 knoopt PHH met de bundel Roodvos, door de dichter aangekondigd als “de verzamelde vossenverzen van deze ‘Ambrassadeur van Reynaert’ én een nieuwe vosgedichtenbundel”, trouwens weer aan bij Santander.
...
Naar eigen zeggen ontmoette Holvoet-Hanssen Charl-Pierre Naudé voor het eerst in de Antwerpse Bourla-schouwburg ter gelegenheid van de presentatie van Gerrit Komrij’s bloemlezing De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999). Komrij heeft beide dichters aan elkaar voorgesteld.
...
In de tweespraak reis ik met PHH terug naar Mpumalanga en Gauteng, een artistieke workshop in 2006 en de ontmoeting met Charl-Pierre Naudé en andere Zuid-Afrikaanse kunstenaars. De werkomgeving was inspirerend en leidde ertoe dat de schrijver zijn eerste poëziereis kon afsluiten. Met Naudé voerde ik in deze reeks een uitgebreide tweespraak waarin wordt teruggeblikt op ‘E-POS II’ en de verwantschap met PHH.
PHH vervaardigde een vertaling van Naudé’s gedicht ‘’n Baie groot gebeurtenis’. Naudé heeft zelf een paar gedichten van PHH in het Afrikaans vertaald. De contacten tussen beide schrijvers hebben geleid tot gezamenlijk ondernomen literaire projecten zoals ‘E-POS II’. In de beschouwing over het literaire werk van PHH is nauwelijks aandacht besteed aan referenties aan buitenlandse literatuur en meer bepaald die voor het poëzieparcours in meerdere opzichten bepalende Zuid-Afrikareis.
PHH, bloemlezer en vertaler
...
Na een eerste realisatie in 2004 is twee jaar later met andere kunstenaars in Zuid-Afrika en België een tweede “kruisbestuiving” nagestreefd.
...
Schrijvers doen aan (internationale) networking en functioneren buiten het eigen taalgebied of het literatuursysteem waarin de productie van literatuur tot stand komt. PHH is bekend met de poëzie van de Zuid-Afrikaanse dichter en prozaschrijver Charl-Pierre Naudé, en dat geldt ook andersom. Naar eigen zeggen ontmoette PHH Naudé voor het eerst in de Antwerpse Bourla-schouwburg ter gelegenheid van de presentatie van Gerrit Komrij’s bloemlezing De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999). Komrij heeft beide dichters aan elkaar voorgesteld. De context van de persoonlijke kennismaking en van de literair-productieve interacties, zoals vertalingen van elkaars poëzie, moet worden gesitueerd in een multidisciplinair artistiek project geleid door de Vlaamse grafische kunstenaar Veerle Rooms en dat onder de vlag ‘E-POS’ voer. In 2004 werkten schrijvers en beeldende kunstenaars uit Vlaanderen en Zuid-Afrika samen teneinde “een nieuwe communicatievorm” te genereren. De opzet van het initiatief was, in een ongepubliceerd verslag van de projectleidster, “experimenten […] in woord en beeld” te realiseren waarbij “het steeds verder evoluerend internetgebruik, de gsm-taal en de daaruit voortvloeiende hedendaagse taal- en beeldvormen” het uitgangspunt zijn. Veerle Rooms komt in haar terugblik tot de vaststelling dat in twee ‘E-POS’-projecten (respectievelijk in 2004 en 2006) niet alleen “auteurs elkaars werk gingen bevruchten” en dat zij in sommige “gevallen ook elkaars vertaler” werden, maar dat de beeldende kunst “inspirerend” werkte voor literaire auteurs en dat grafische kunstenaars experimenteerden met “‘schrifturen’ in het beeldend werk”. De ‘E-POS’-onderneming was kortom gericht op “kruisbestuiving” tussen uiteenlopende en verwante artistieke media en discoursen met actoren “van diverse continenten”. Na een eerste realisatie in 2004 is twee jaar later met andere kunstenaars in Zuid-Afrika en België een tweede “kruisbestuiving” nagestreefd. De groep met grafische kunstenaars bestond in 2006 uit de Zuid-Afrikanen Kim Berman en Hentie van der Merwe en de Vlamingen Veerle Rooms en Monique Thomaes. De betrokken schrijvers waren Gabeba Baderoon en Charl-Pierre Naudé (ZA) en Lut de Block en Peter Holvoet-Hanssen (België). De onderneming is mogelijk gemaakt door het Frans Masereel Centrum (Vlaams Centrum voor Grafische Kunsten, Kasterlee). Voor het grafische luik trad Veerle Rooms op als coördinator en voor de literatuur Willem Persoon.
...
Het samenwerkingsproject verbond in 2004 het Frans Masereel Centrum in Kasterlee met het Caversham Centre for Artists and Writers in KwaZulu-Natal. Naudé en Holvoet-Hanssen waren twee jaar later betrokken bij ‘E-POS-II’, waarin naast het Masereel Centrum trouwens ook de Zuid-Afrikaanse vereniging The Artists’ Press van White River in Mpumalanga kunstenaars aanleverde.
...
De intercontinentale artistieke gemeenschap was bijzonder productief. Veerle Rooms stelde een E-POS II-gazette samen en de participerende schrijvers vertaalden elkaars werk. Later zal PHH er in zijn onuitgegeven dagboekbladen ‘Innend en spinnend’ aan refereren. In het boek waarin deze tweespraak wordt opgenomen, presenteer ik met goedvinden van de auteur vooralsnog onuitgegeven teksten uit het persoonlijke archief.
In het licht van dit gesprek is het vermeldenswaard dat Charl-Pierre Naudé en PHH vertalingen produceerden van elkaars gedichten. Bij wijze van afsluiter van de dialoog vindt de lezer naast de onuitgegeven verslagen van PHH over het ‘E-POS II’-project de vertaalde gedichten. Naudé zette twee gedichten uit de bundel Navagio om naar het Afrikaans, PHH vertaalde ‘’n Baie groot gebeurtenis’ uit Al die lieflike dade (2014) naar het Nederlands.
Beide schrijvers participeerden in het dossiernummer ‘E-POS II’ van het intussen ter ziele gegane Vlaamse tijdschrift Revolver (afl. 133, 33 (2007) 4, p. 3-43). In het editoriaal wordt melding gemaakt van het samenwerkingsproject dat in 2004 het Frans Masereel Centrum in Kasterlee verbond met het Caversham Centre for Artists and Writers in KwaZulu-Natal. Zoals gesteld waren Naudé en PHH pas twee jaar later betrokken bij ‘E-POS-II’, waarin naast het Masereel Centrum trouwens ook de Zuid-Afrikaanse vereniging The Artists’ Press van White River in Mpumalanga kunstenaars aanleverde. In het redactioneel bericht van Revolver wordt verduidelijkt dat de grafische kunstenaars (Berman, Rooms, Thomaes en Van der Merwe) zich voor hun creaties lieten leiden door de poëzie van de Zuid-Afrikaanse (Engelstalige) dichter Gabeba Baderoon (T’Sjoen 2023), de Vlaamse schrijfster Lut de Block, en voorts Charl-Pierre Naudé en PHH. Andersom diende het grafische werk als voedingsbodem voor de deelnemende dichters. Ik citeer een markante passage uit het voorwoord:
Naast de persoonlijke contacten in Vlaanderen en Zuid-Afrika heeft een ontgrendelend e-mailverkeer de kunstenaars en vooral de schrijvers in een stroomversnelling van onderling inspirerende ideeën gebracht. Enkele dichters waagden het zelfs te experimenteren met grafische technieken. Allen werden vooral elkaars vertaler.
De vragen die de inleidende tekst in het nummer van Revolver afsluiten, zijn vooralsnog niet bestudeerd:
De lezer zal ongetwijfeld benieuwd zijn naar wat dichters met elkaars gedichten doen. Hebben ze zich als vertalers vastgehouden aan de betekenissen ten koste van de taalmuziek? Of omgekeerd, werd er gefocust op het evenaren van klank en ritme van het origineel waarbij betekenissen vervaagden of verloren gingen?
...
Voor ‘E-POS II’ verbleef Holvoet-Hanssen in het atelier van Mark Attwood in “de golvende streek van Mpumalanga, in een waarlijk magische oase”. Hij kwam naar eigen zeggen in Johannesburg onder de indruk van de wreedheden van de apartheidstijd na “getuigenissen van ex-gevangenen in Constitution Hill en de foto’s in het Apartheidsmuseum in Soweto”.
...
‘E-POS II’. Dialogen tussen Zuid-Afrikaanse en Vlaamse grafische kunstenaars en dichters
Charl-Pierre Naudé publiceerde zijn gedichten ‘Stoptrein’ (Nederlandse vertaling door Willem Persoon),‘’n Baie groot gebeurtenis’ (Nederlandse vertaling door PHH en een Engelse zelfvertaling door Naudé) en ‘Tuisresep’ (geen vertaling) in ‘E-POS II’ van Revolver. Hij vertaalde daarnaast naar het Afrikaans twee gedichten van Gabeba Baderoon, met name ‘Rain falls on the abstract world’ en ‘Axis and Revolution’, en ook een gedicht van Lut de Block (‘Impala’).
PHH presenteerde ‘El Capitán (schipperslied)’ samen met een heliogravure (chine collé) van Veerle Rooms die op het omslag van de afsluitende bundel Navagio van De reis naar Inframundo staat (T’Sjoen 2018). Tot slot vinden we de gedichten ‘Maanfestijn’ en ‘Marinero (klaaglied)’ terug die door Naudé in het Afrikaans zijn vertaald als respectievelijk ‘Maanfees’ en ‘Marinero (’n klaaglied)’. De drie gedichten zijn twee jaar later ongewijzigd gebundeld in Navagio (respectievelijk op p.29, p.53 en p.45). In de rubriek ‘Aantekeningen’ in Navagio spreekt PHH naar aanleiding van ‘El Capitán (schipperslied)’ over “[e]en kruisbestuiving tussen beeldende kunstenaars en schrijvers uit Vlaanderen en Zuid-Afrika – waar het tot zinken gedoemde wrakhoutschip Navagio de contrasten inademde” (p.59). Deze uitspraak over “kruisbestuiving”, met een duidelijke reminiscentie aan het eerder geciteerde verslag van Veerle Rooms over beide ‘E-POS’-projecten, kan een poëticale en een compositorische betekenis worden toegeschreven. De dichter bereikte in zijn coöperatie met Zuid-Afrikaanse dichters en grafische kunstenaars het einde van zijn reis naar de onderwereld, het verslag van een eerste odyssee in de poëzie. Het schip Navagio was “tot zinken [gedoemd]” en in die “kruisbestuiving” ademde het “wrakhoutschip […] de contrasten” in. De voorpublicatie van de gedichten in Revolver heeft voor PHH de waarde van een statement, twee jaar voor de eerste exploratietocht (of de “literaire hellevaart”) met Navagio een einde nam. De contouren van de expeditie die met het debuut Dwangbuis van Houdini een aanvang nam en na een retrospectieve beweging of een “[a]pocriefe bloemlezing 1989-1998” in Strombolicchio. Uit de smidse van Vulcanus (1999) langs Santander, Spinalonga en Navagio voer, zijn terug te vinden in De reis naar Inframundo. De aankondiging van de queeste naar de dieperik om vervolgens een nieuwe reis te kunnen starten, vinden we dus al in 2006 in ‘E-POS II’.
Bij wijze van bibliografische aanvulling verwijs ik nog naar een bibliofiele uitgave van ‘EPOS II’. In de ‘Aantekeningen’ van Navagio wordt gewag gemaakt van het gedicht ‘Een aanval van liefde’ dat is “geschreven voor een monotype droge naald van grafica Kim Berman”. De tekst ontbreekt in de ‘E-POS II’-aflevering van Revolver.
PHH in Mpumalanga en Soweto
...
Charl Pierre Naudé’s ambitie is ooit als scheepskapitein de Kongostroom af te varen. Het kan niet verbazen dat beide ‘Capitàns’ op plannen broeden dat avontuur ooit eens gezamenlijk te ondernemen. Op Holvoet-Hanssens voormalige site Kapersnest stond Naudé trouwens getypeerd als “kaperskompaan uit Zuid-Afrika”.
...
Voor ‘E-POS II’ verbleef PHH in het atelier van Mark Attwood in “de golvende streek van Mpumalanga, in een waarlijk magische oase”. Hij kwam naar eigen zeggen in Johannesburg onder de indruk van de wreedheden van de apartheidstijd na “getuigenissen van ex-gevangenen in Constitution Hill en de foto’s in het Apartheidsmuseum in Soweto”. Het staat niet als dusdanig geëxpliciteerd in de annotaties achterin de bundel Navagio maar deze Zuid-Afrikaervaring is blijkens de documentaire bijlagen onmiskenbaar verankerd in gedichten die in Navagio en bij uitbreiding De reis naar Inframundo zijn opgenomen.
Het is kortom bij deze gelegenheid dat PHH C.P. Naudé uitgebreid sprak en dat een samenwerking is tot stand gekomen. Voorlopig is het bij die ene passage van PHH in Zuid-Afrika gebleven. De rondreis van PHH in het noorden van Zuid-Afrika in oktober 2006 is door de dichter zelf uitvoerig beschreven. Hij wijdde er twee verslagen aan die zijn getiteld ‘Innend & spinnend’ (zie verder). Het tweede verslag van het Zuid-Afrikaanse avontuur in 2006 biedt een terugblik die is gedateerd 2 april 2013. Passages in ‘Innend & spinnend’ (deel 1) worden soms woordelijk hernomen in dat verslag. De gegevens die PHH aanlevert, presenteren boeiende persoonlijke beschouwingen, interessant materiaal voor interpretatief onderzoek, onder andere over het poëticale gedicht ‘Het wrakhoutschip’ in Navagio (2008, p. 40).
Na de uitgave van de thematische anthologie De reis naar Inframundo en een naar eigen zeggen zelf-curerend verblijf als ‘writer in residence’ in Estland, na de hectische periode van het stadsdichterschap en de publicatie van Antwerpen/Oostende, nam voor PHH een volgende poëziereis een aanvang met Liedboek voor de grote reus (2016). Intussen heeft de dichter in die expeditie-tocht Blauwboek. Gedichten voor de grote reuzin (2018), ‘het totaalboek’ De wolkendragers (2020), Libretto (een bloemlezing uit de lied- en muziekdoosgedichten, 2022) en de operabundel Goleman. (2023) opgenomen. Er is in hoofde van de dichter sprake van drie poëziereizen.
Op de webstek van Poetry International, in een korte bio- en bibliografische notitie door Robert Dorsman, staat vermeld dat het Charl Pierre Naudé’s ambitie is ooit als scheepskapitein de Kongostroom af te varen. Het kan niet verbazen dat beide ‘Capitàns’ op plannen broeden dat avontuur ooit eens gezamenlijk te ondernemen. Op de voormalige site Kapersnest van Holvoet-Hanssen stond Naudé trouwens getypeerd als “kaperskompaan uit Zuid-Afrika”.
Wordt vervolgd
Lees ook:
Breyten schrijven #1: 'Altyd Breyten'. Breytenbach’s dream en de Afrikaanse poëzie



