
...
Als je activiteiten een brug tussen twee talen leggen, dan is de afstand naar elkaars auteurs erg kort.
...
Hoe overvalt een oorlog je? Helaas zijn er verschrikkelijk veel mensen die ons dat vandaag kunnen vertellen. Eind februari 2022 rinkelde mijn telefoon: of ik in mijn zee van pensioentijd een vleugje vrijwilligerswerk in mijn vroegere school zou willen aanvaarden? Er waren enkele gevluchte Oekraïense kinderen ingeschreven. Wat extra hulp om ze met het Nederlands op pad te helpen, en ze zo eveneens wat sneller thuis te laten voelen, zou welkom zijn. Kan je dat weigeren? Sindsdien wandel ik iedere schooldag terug naar mijn vertrouwde school. En stap ik Oekraïne binnen. Al snel had ik vijf leerlingen: een duo van 7 en 8 jaar en drie jongeren van 12-13.
Een eerste uitdaging voor de jongsten was naast de taal ook ons geschrift. Het cyrillisch kent een aantal identieke lettertekens. Die gedragen zich nogal eens als een valse vriend: b-p-h klinken respectievelijk als v-r-n. Dan herken je als nieuwkomer al een letterteken… De oudsten hadden in Oekraïne al een behoorlijke basis Engels meegekregen en lazen vlot onze woorden. De benadering en het aanleren van het Nederlands verliep voor hen dus totaal verschillend.
Wat ondertussen geen vraag was, maar een onvermijdelijk gegeven: ik maakte kennis met hun moedertaal. Het alfabet alleen al openbaarde interessante variaties en nog een aantal nieuwe tekens. Woorden kunnen lezen – even niet op de uitspraak letten – werkt soms verhelderend. Neem nu:
жираф
Oekraïens lijkt en is, in het aanvoelen van velen haast even begrijpbaar als Chinese karaktertekens. En toch: lees dit woord en je hoort het: giraf. Herhaaldelijk blijken woorden eenvoudigweg helemaal of haast hetzelfde te zijn. Dat helpt. In dit geval toch voor het Nederlands. Een kameelperd zou iets langer ronddwalen.
Het daagde mij ondertussen uit. Waar nodig verbeterden mijn leerlingen me met een glimlach: hoe vlot hanteer je de verschillen tussen sj, zj, tsj en sjtsj? Uiteraard nestelde zich dat in hun prilste jaren in hun gehoor en uitspraak. Niet bij ons. Omgekeerd: onze korte en lange klanken die we zo graag aangrijpen om een verenkeling of verdubbeling in de schrijfwijze te verklaren klinkt voor hen even mysterieus. Een niet te negeren verschijnsel voor wie andere talen gaat (aan)leren.
Tot aan de zomer van 2022 bleef het bij de kleinsten toegespitst op woorden, letters, klanken. De oudsten vulden hun uur al snel met teksten begrijpend lezen en grammatica allerhande. Toen we in die maanden de melding kregen dat ze via een Belgische uitgever een Oekraïens leerboek gratis konden afdrukken kozen twee meisjes voor Oekraïense literatuur niveau laatste jaar lager onderwijs. De jongen van dertien opteerde voor Engels, niveau tweede jaar middelbaar. Het zien van die boeken bood al een stevige inkijk in hun onderwijs. Het handboek Oekraïense literatuur was zo’n 200 bladzijden dik. Af en toe prijkte er tussen de uitvoerige teksten een piepkleine illustratie. Literatuur was immers het onderwerp. En zelfs aan het einde van de lagere school doken daar voor mij toen nog onbekende namen als Taras Shevchenko en Lesia Ukrainka op. Zeg maar dat hun klassiekers aanwezig waren. Het leerboek Engels had qua dikte en inhoud hetzelfde niveau. Die 12-13-jarigen vonden vervolgens een plekje in een gespecialiseerde okan-school om een jaar intensief Nederlands te leren en dan naar het reguliere middelbare onderwijs te stappen. Daar lopen ze nog steeds met succes school. De andere twee vervolledigen op dit ogenblik stilaan hun lagere school en denken na over een richting in het middelbaar onderwijs.
Onvermijdelijk gebeurt er meer dan woorden en zinnen aanleren. Er mag al eens een grapje gemaakt worden. Een van de meisjes schoof me op een dag een woord toe: paljanytsja. Zij zou het lezen en ik mocht het herhalen. Doordat ik zelf al in flink wat richtingen had rondgesnuffeld wist ik dat de klanken waarmee je het woord uitspreekt onmiskenbaar duidelijk maken of je Oekraïens of Russisch als moedertaal hebt meegekregen. Mijn niet echt volmaakte uitspraak werd me vrolijk vergeven.
Pijnlijker was in hetzelfde groepje een andere situatie. Tijdens een les merkte ik al snel dat er rond de tafel een ongemakkelijke sfeer hing. Ik vroeg ze te verklaren wat er aan de hand was. “Wij willen weten waarom hij Russisch spreekt.” De gevoeligheid voor bepaalde klanken kon ik begrijpen. De jongen die naast me zat had een Oekraïense vader die ooit met zijn Russische geliefde getrouwd was en samen hadden ze altijd in Kyiv gewoond. Dat klanken in het spreken van de jongen al eens naar beide ouders wezen was jarenlang geen punt. De Russische oorlogsagressie veroorzaakte een probleem. Door daarover na te denken konden we een dag later toch weer aangenaam samen verder. Tot er weer zo’n onvoorzien moment opdook. Dan hangt er in hetzelfde groepje een droevige somberheid. We lezen. Ieder om beurt. Tussen die leesbeurten door verschijnen soms tranen. Zwijgen mag. Spreken ook. Het moet niet. Het mag. Er is gewoon de ruimte. Uiteindelijk deelt een van hen mee: “Mijn vriendin is weg en ik wil ze terug.” Wat zeg je dan als je weet dat die vriendin samen met haar ouders in hun auto door een Russische granaat uit deze wereld zijn weggeblazen? Dan is er ruimte nodig. Stilte. Zwijgen. Vooral aanwezig zijn.
Ze is al vermeld: de Oekraïense literatuur. Als je activiteiten een brug tussen twee talen leggen, dan is de afstand naar elkaars auteurs erg kort. Andrej Koerkov schrijft vanuit zijn gemengde origine in het Russisch maar is een kopstuk van de literatuur van Oekraïne. Serhij Zjadan, dichter, zanger, romancier en nu veelzijdig oorlogsvrijwilliger is vertaald en zeer bereikbaar. Met naast het Nederlands nog wat kennis van Frans, Engels of Duits ligt er een rijke bibliotheek te wachten. Dat lezen draagt dan weer meer inzicht aan en de betrokkenheid groeit alleen maar.
Een bijzondere ervaring vond ik een boekvoorstelling in november 2022 tijdens de jaarlijkse boekenbeurs op school. Enkele leerlingen van het zesde leerjaar brachten in een toneeltje het prentenboek “De dag dat Oorlog naar Rondo kwam” van de Oekraïense auteurs Romana Romanyshyn en Andriy Lesiv. Daar hadden we enkele gedichten van Serhij Zjadan en Yuri Izdryk aan toegevoegd. Matviy en ik lazen de in elkaar gevlochten versregels in onze moedertalen.
deze oorlog is geen oorlog – het is een kans om niemand te doden
deze liefde is geen liefde tot de dood – het is zolang ze duurt
elkaar beschermen is alles wat deze gelegenheid vraagt
(uit “Houden van” van Yuri Izdryk)
Is de invasie slechts een “speciale operatie” die lang geen oorlog mocht genoemd worden? In Kyiv kent men een vervelend lange reeks van dat soort speciale operaties. Taras Shevchenko en Lesia Ukrainka hebben ooit ervaren wat verbanning en schrijfverbod inhield. Bloeide de literatuur rond 1920, dan werd die renaissance in de jaren 30 figuurlijk en letterlijk het zwijgen opgelegd. Meer dan 200 auteurs werden toen geëxecuteerd of verdwenen in de strafkampen. Die Russische schoonmaak van de letteren duurde tot aan de ineenstorting van het sovjet regime. Stalin, het lichtende voorbeeld voor de huidige bewoner van het Kremlin, voerde in 1933 een gedwongen collectivisering van de Oekraïense landbouwbedrijven door. Het resultaat heet Holodomor: een vijfde van de bevolking kwam van honger of door executie om. De voorbije jaren verschenen enkele werken van Stanislav Aseyev. Daarin lees je dat in de sinds 2014 bezette delen van de Donbas heuse concentratiekempen werden opgericht. Soms was het regime zo ongenadig dat de commandant van het kamp in de Paradijsstraat wegens te vreselijk moest opkrassen. Niet moeilijk dat een Fins spotlied uit 1939, “Nej Molotov”, vandaag een heropleving kent: “Nej Vladimir”.
Het hartverwarmende van al deze taalactiviteiten wordt vaak erg voelbaar in kleine dingen. Twee jaar geleden werd er op kerstdag bij me aangebeld. Vader en zoon kwamen een deel van hun traditionele kerstmaal delen. Kutja, opperde ik. De avond voordien had ik de samenstelling van het traditionele kerstmaal nog bestudeerd. Neen, pompusjka, antwoordde de vader. Hij was toen zelf amper een jaar in België en dat waren de enige twee woorden Oekraïens die er toen gesproken zijn. Met een – wat mij betreft erg overbodige – verontschuldiging voor zijn nog wat wankele kennis van het Nederlands. Of, op een zomerdag ontving ik twee broertjes met hun opa. Die opa was enkele weken op bezoek en wilde toch graag kennismaken. Met twee jonge tolken lukte het gesprek en werd het een mooie ontmoeting.
De leerlingen groeien en bloeien ondertussen in hun nieuwe taal. De verruiming van mijn wereld zit minder in de taal, meer in het land en het volk die mijn sympathie en betrokkenheid met veel liefde wegdragen.
*
Enkele boeiende titels die in vele talen beschikbaar zijn en de bezetting van delen van de Donbas en de Krim tussen 2014 en 2022 ongenadig tonen:
- Stanislav Aseyev: Het concentratiekamp in de Paradijsstraat
- Serhij Zjadan: Het internaat
- Andrej Koerkov: Grijze bijen
