Breyten schrijven #51: In gesprek met Robert Dorsman

  • 0

Postumiteiten is de titel van een schriftelijke gesprekkenreeks over de literaire nalatenschap van Breyten Breytenbach (1939-2024) en de impact op het schrijverschap van hedendaagse Afrikaans-, Engels- en Nederlandstalige dichters en ook op vertalers. Op 24 november 2026, twee jaar na het overlijden van Breytenbach, verschijnt de bundel Postumiteiten voor Breyten in de Lage Landen en in Zuid-Afrika (Skribis/Naledi), waarin de dialogen met dichters en vertalers van Breytenbach worden gebundeld.

In een tweede deel van de huldigingsbundel met dialogen komen Breytenbach-navorsers aan het woord. Ook die bijdragen zijn voorgepubliceerd op Voertaal.

De inleidende tekst met een toelichting bij de opzet van de dialogen over de literaire erfenis van Breyten Breytenbach kan hier worden gelezen: https://versindaba.co.za/2026/01/21/yves-tsjoen-postumiteiten-voor-breyten/.

De presentatie van het huldigingsboek heeft plaats op de vooravond van het internationaal symposium “Inter-Breyten. Breytenbach in context” (26-27 november 2026, Universiteit Gent: https://voertaal.nu/oproep-voor-referaten-inter-breyten-breytenbach-in-context/).

De dichters en vertalers ontvangen allen dezelfde vijf vragen over hoe zij zich in hun schrijf- en vertaalwerk verhouden tot het oeuvre van Breytenbach. In deze aflevering spreekt Robert Dorsman, een van de meest productieve vertalers uit de Zuid-Afrikaanse literatuur. Momenteel vertaalt hij een selectie uit de gedichten van Breytenbach die binnenkort worden gebundeld in de tweetalige bloemlezing De onburger (Koppernik, Amsterdam, 2026).

...
Laten we niet vergeten hoe divers de taaluitingen van het Nederlands zijn op de Antillen, in Suriname, Zuid-Afrika, Vlaanderen en Nederland. Een inclusieve canon, daar zou Breyten naar hebben gestreefd.
...

YT: Is in het lyrisch werk van Breytenbach voor jou een afzonderlijke bundel of zelfs een esthetische fase aan te wijzen die om een specifieke reden jouw uitgesproken voorkeur geniet? De schrijver heeft in drie omvangrijke delen zijn verspreid gepubliceerde bundels samengebracht: Ysterkoei-blues. Versamelde gedigte 1964-1975, Die ongedanste dans. Gevangenisgedigte 1975-1983 en Die singende hand. Versamelde gedigte 1984-2014. Welke Breytenbach is voor jouw loopbaan als schrijver en vooral ook vertaler van Breytenbach betekenisvol gebleken? Verkies je het vroege werk of de ‘late style’ in diens lyriek? Zou je zelf gewagen van een bepaalde literaire invloed, dus een moment of zelfs een gedicht dat jouw schrijverschap, dus ook het vertaalwerk, in enigerlei mate mee heeft gestuurd? Kun je een beeld geven van jouw vertaalwerk uit Breytenbachs oeuvre?

RD: Onmogelijke vraag om te beantwoorden. Breyten is er altijd geweest. Breyten was, is, en zal zijn. ‘Elk mens is een verborgen dichter’, met deze woorden doopte hij tijdens Poetry International in 1986 de grote, statige plataan aan de Westersingel tot monument voor vrije gedachten. Daar was ik bij, ik maakte daar kennis met hem. Daarna ontmoette ik hem in 1987 tijdens het festival Culture in Another South Africa (CASA; georganiseerd door de Anti-Apartheidsbeweging Nederland, AABN, waar ik aan meewerkte), hij signeerde toen een exemplaar van De andere kant van de vrijheid (vertaald door Gerrit de Blaauw en Maarten Polman). Later las ik Negen landschappen van onze tijd vermaakt aan ’n beminde, een tweetalige uitgave, met vertalingen van Adriaan van Dis, die Breyten heeft ontdekt voor het Nederlandse publiek. Later namen we Breytens gedicht ‘Poetry is’/‘Poëzie is’ op in een boekje met een brede keus aan Zuid-Afrikaanse dichters dat verscheen bij de destijds (1989) nog min of meer activistische uitgeverij De Geus van Eric Visser in Breda. Dat boekje was een samenwerkingsverband van het VADO-projekt (met een k) en de werkgroep Kairos in Utrecht, waar ik destijds een van de vrijwilligers was. Dat gedicht was al een openbaring voor me met regels als: “poëzie is een manier om vol te houden wat niet vol te houden is” en “poëzie is vertalen in wat geen taal is” en tot slot de prachtige uitsmijter: “het is goedkoper een dichter in leven te houden dan een poëziecomputer te programmeren”. Meer hierover is te vinden in een van jouw gedegen stukken (https://voertaal.nu/breytenbach-notitie18-de-poezie-van-breyten-breytenbach-trok-me-aan-adriaan-van-dis-vertaler-van-breytenbach/). Maar uiteindelijk is het toch Die ysterkoei moet sweet waarnaar ik steeds terugkeer. Antjie Krog noemt het in haar woord vooraf in De onburger zo: “Breyten Breytenbach landde niet gewoon met een sterke debuutbundel in de Afrikaanse letterkunde, maar met een meteoriet van een bundel, hij stortte als een bliksemflits op ons neer – het uiterlijk van die dichtbundel alleen al was een volslagen visuele mindfuck.”

Het behoeft geen betoog dat Breyten de hele dichtkunst in het Afrikaans heeft gerevolutioneerd. Door zijn blik naar buiten, naar Afrika, naar Europa, zijn vertrek naar Parijs in 1960, een “zelfopgelegde ballingschap”, ontmoetingen met Campert, Vinkenoog, Claus, Kousbroek, Schierbeek c.s., zijn komst naar Poetry International in Rotterdam later, zijn verblijven in New York, Spanje, Parijs, Rotterdam, Amsterdam maakten van hem een internationale persoonlijkheid, zijn verzet tegen apartheid, zijn huwelijk met een Vietnamese vrouw, zijn activiteiten in Afrika, zijn verzetspoëzie, bijvoorbeeld het prachtige gedicht ‘9 juni 1983’ over het ophangen van drie zwarte jongeren die werden veroordeeld wegens terrorisme: “… Marcus Motaung 27 jaar oud / vaar wel!/ Jerry Motsololi 25 jaar / vaar wel! / Simon Mogoerane 23 jaar jong / …vaar wel… / ik ben 43 jaar oud / ik moet huilen ik kan niet huilen / het is warm in Parijs met een bijna Afrikaanse hitte… / zondag zitten de beulen in de kerk / met fleurige dassen sprekend bloederige halsveertjes / ik moet huilen ik kan niet huilen / ik heb iets op het hart (…)”. Dat gedicht, ik schiet er nóg bij vol. Dat iemand van een verschrikkelijke executie zoiets ‘moois’ weet te maken. Ik ben dat gedicht nooit vergeten. Breyten heeft kortom een enorme invloed gehad. Ik maakte kennis met Breytens werk in Zuid-Afrikaanse context door de grote verzamelbundel SA in Poetry /SA in Poësie, samengesteld door Johan van Wyk, Pieter Conradie en Nik Constandaras. Die uitputtende bundel verscheen in 1988 met zo’n beetje álles wat de moeite waard was om op te nemen uit de hele brede Zuid-Afrikaanse poëzie, in alle talen. De samenstellers namen prekoloniale verzen op van de Khoi en de San, en dan gaat het vanaf 1666 verder met het anonieme gedicht ‘Ampliatie’ (“Soo werden voort en voort de rijcken uitgespreyt / soo werden al de swart en geluwen gepreyt”…) ter gelegenheid van de eerstesteenlegging voor het Kasteel aan Kaap de Goede Hoop. Honderden uren heb ik doorgebracht met SA in Poetry /SA in Poësie, waarin naast heel veel méér twee gedichten stonden van Elisabeth Eybers (‘Ontheemde’ en ‘Welvaart’), vier van Antjie Krog (‘demonstrasieles’, ‘Half ontklee staan ons’, ‘Kan ek jou dogtertjie wees’ en ‘ode to a perfect match’) en vier gedichten van Breyten met de veelzeggende titels: ‘(Taalstryd)’, ‘Die spanne vir die werkswinkel tree aan’, ‘die telling word gekontroleer, Sestiger’ en ‘Nie met die pen nie maar met die masjiengeweer’. Door zijn blik naar buiten, zijn lange verblijf in Parijs, zijn verzet tegen apartheid dat leidde tot zijn arrestatie, de omstreden rechtszaak, zijn opsluiting van 1975-1982, zijn vrijlating op voorspraak van de Franse president, François Mitterrand, zijn activiteiten op Gorée voor een democratisch Afrika, en talloze andere activiteiten, naast nog zijn enorme productie op het gebied van de beeldende kunst –  hoeveel levens moet je hebben om zo’n leven lang ook nog een enorm breed scala aan proza en poëzie voort te brengen. Des te woedender makend dat de Nobelprijs voor Literatuur niet aan hem is toegekend, maar aan in het Engels schrijvende Zuid-Afrikanen: Nadine Gordimer (in 1991, niet onterecht) en JM Coetzee (in 2003, ook niet onterecht overigens).

Breytenbach vertalen is moeilijk. Meulenhoff vroeg me een woordenlijst te maken bij de bundel liefdesgedichten Lady One (eerder waren dergelijke woordenlijsten gemaakt door Truida Lijphart en Adriaan van Dis). Ik heb te pas en te onpas werk van Breyten vertaald, onder meer voor Poetry International. In 1996 leidde ik een vertaalproject rond zijn poëzie, waaraan negenentwintig internationale dichters deelnamen. Een inspirerende ervaring. De avond van de presentatie, zaterdag 22 juni, viel samen met het Europees kampioenschap voetbal, met belangrijke wedstrijden, Spanje-Engeland en Nederland-Frankrijk. De meeste deelnemende dichters, Breyten incluis, zaten met het publiek voor een televisiescherm de duels te volgen. Mede dankzij dat voetbal werd het een gedenkwaardige avond.

YT: Naast de expliciete maatschappijkritische poëzie zijn er de gedichten waarin de verbeelding van Afrika vorm krijgt, de vele liefdesgedichten, de lyriek waarin verval, verrotting en de dood bepalende motieven zijn, het nomadische Middenwereld-discours, de Zenboeddhistische gedichten. Is er een facet in Breytenbachs poëzie dat je met bijzondere belangstelling of affiniteit hebt gelezen?

RD: De verbeelding van Afrika spreekt mij aan. Als geen ander heeft Breyten zich als dichter, als mens, als activist door Afrika bewogen. Hij ving de schrijvers op die in 1989 bij de Victoriawatervallen gingen praten met het ANC. Antjie heeft daar in Binnenrijm van bloed (2025, vertaling Robert Dorsman) mooi over geschreven: “Een groepje schrijvers in het Afrikaans wordt uitgenodigd voor een ontmoeting met uitgeweken schrijvers van het ANC. Die bijeenkomst vindt plaats bij de Victoriawatervallen. Aan de andere kant van de douane, op de verzengende luchthaven, wacht Breyten Breytenbach ons op – zichtbaar thuis op het continent op sandalen, in West-Afrikaans overhemd, met ogen van eboniet en een grijze stoppelbaard om de mond met zijn tovertong. In een brochure die we bij aankomst krijgen uitgereikt, staan prachtige gedichten van hem:

liberation – here I am this first day
shimmering bright among angel choirs;
afar the feathered folk sing psalms
yours all freaked free in the boweries of the night
yours where dolphins windsoftly wheel

In het gedicht ‘Ek is Afrika’ zegt hij heel treffend, heel politiek:

… dat ons die kleinmensstrukture van slawerny
en onkunde en afsondering moet verbrysel
om aan die vereistes van jou aard te voldoen:
            hoog en sterk omgord soos jou berge, ruig soos jou woude,
hard en ontembaar soos jou woestyne, ryk soos jou kuste,
vrugbaar soos jou waterlope, vry soos jou diere,
verantwoordelik soos jou letsels,
mens soos jou mense,
vir ewig mens soos jou mense ter wille van hul wonde:
Afrika, met die saad van rewolusie
sal ons jou aanvaar soos jy is:
’n dag en ’n nag waar mense woon

Afrika, waar drome swart is,
Afrika, ek huil omdat ek sterk is,
Afrika, tot siens

Wie zo lyrisch over Afrika kan schrijven, hoort er onmiskenbaar thuis. Zo’n ode aan Afrika, met als titel ‘Ik ben Afrika’ – welke witte dichter durft dat tegenwoordig nog te doen? Ook dit vers komt “uit de dampkring waaruit een gedicht wordt gekristalliseerd”.

YT: De schrijver heeft zich uitgedrukt in beschouwende en lyrische teksten. Daarnaast hield hij publieke toespraken, schreef zijn Notes from the Middle World, de trilogie met ’n Seisoen in die paradys, The True Confessions of an Albino Terrorist en Return to Paradise. De literaire genres waarin de schrijver zich uitsprak en een beeldrijk universum creëerde, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, wat ook over het schilder- en tekenwerk kan worden gezegd. Welke teksten kunnen jou tot vandaag begeesteren en welke leeservaring verbind je met particuliere teksten in het oeuvre?

RD: Die drie boeken, ’n Seisoen in die paradys, The True Confessions of an Albino Terrorist en Return to Paradise behoren denk ik tot de kern van zijn schrijfwerk. Maar er is zoveel meer. We hebben het aan Laurens Van Krevelen te danken dat er zoveel werk van Breyten in het Nederlands is uitgegeven. Denk aan Eklips. Die derde bundel van die ongedanste dans. Met daarin de afdeling ‘ENS’, met daarin:

17.1

Een Aap
Twee Gaap
Drie Nuipe
Vier Muppe
Vyf Gopsaf
Ses Abberjasse
Sewe Mefytters
Agt Niegôs
Nege Swane
Toen Pieftaan 

En:

19

en die gedig is die betekenis
van die gedig

YT: Hoe heb je zelf het werk van Breytenbach leren kennen? Welk beeld bewaar je van de kennismaking en is het in de loop van het leesparcours eventueel gewijzigd? Welke rol dicht je Breytenbach toe met betrekking tot het Afrikaans, dat hij een “basterdtaal” noemde – een creoolse taal en vooral als een taal van Afrika zag?

RD: Ik denk dat ik eerst bekend raakte met Breyten de activist en vervolgens met Breyten de dichter en beeldend kunstenaar. Hij exposeerde bij Galerie Espace. Onconventioneel als hij was, kameleontisch, veelzijdig en intelligent, moet Breyten al vroeg hebben beseft dat de gereformeerde mannenbroeders van de Broederbond en de Nasionale Party fout zaten met hun apartheidsbeleid. Met die term “basterdtaal” heeft hij de Afrikaner goegemeente natuurlijk diep gekwetst, met opzet! Dat geldt ook voor de term creoolse taal en natuurlijk ook voor de idee dat Afrikaans een Afrika-taal is, deel van de bodem en nooit meer roofzuchtig of op de vlucht. Misschien moeten we erkennen dat Breyten ons het Afrikaans heeft teruggegeven. Breyten is van ons allemaal die in het Nederlands wil zingen. Laten we niet vergeten hoe divers de taaluitingen van het Nederlands zijn op de Antillen, in Suriname, Zuid-Afrika, Vlaanderen en Nederland. Een inclusieve canon, daar zou Breyten naar hebben gestreefd. Denk aan Radna Fabias, Alara Adilow, Alfred Schaffer, Ramsey Nasr, Babs Gons, Mustafa Stitou, Benzokarim. Denk aan Ronelda Kamfer, Jolyn Phillips, Lynthia Julius, aan Lizette Ma Neza, Maud Vanhauwaert, Lotte Dodion, Maarten Inghels. We moeten niet langer met de rug naar elkaar toe staan, zoals Gerrit Komrij terecht opmerkte, maar elkaar opzoeken. De eerste beginnetjes zijn er. Laten we recht doen aan de poëzie in het Nederlandse taalgebied – in al haar geledingen. Of we het nu hebben over Anne Vegter, Rob Schouten, Antoine de Kom, Hester Knibbe, Erik Spinoy, Miriam Van hee, Charles Ducal of Paul Demets. En ik heb het niet van een vreemde hè. Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw (1994?) was ik bij het Grahamstadse Kunstefees. Er was een stroomstoring en we moesten allemaal de zaal uit waar een poëzielezing werd gegeven. Het was juli, winter in Zuid-Afrika en koud. Buiten in het pikkedonker – je zag alleen de rode kopjes van onze brandende sigaretten, met boven ons de ontzagwekkende sterrenhemel, sprak de lieve universiteitsdocent Afrikaans Tim Huisamen de onvergetelijke woorden: “Maar Robert! Die poësie in Nederlands behoort tog tot die mooiste van die hele wêreld!”

YT: Kun je in een paar zinnen het grensverleggende en zelfs de iconische betekenis van de dichter Breytenbach onder woorden brengen? Jij bent een van de vertalers die het werk in het Nederlandse taalgebied heeft bekend gemaakt. Anders gezegd: hoe zou je zelf voor toekomstige lezers van Breytenbach, in Zuid-Afrika en in de Lage Landen of elders, de poëzie aanbevelen?

RD:  Iconisch heeft betrekking op het beeld. Maar ook op beeldrijm, beeldtaal. Dat Breyten grensverleggend is geweest en van iconische betekenis staat buiten kijf. Waar ik altijd van versteld heb gestaan, is hoe deze kameleontische figuur met zijn vele schuilnamen, zijn hang naar geboorte, verval en dood, naar geboorte en oneindigheid zoveel levens heeft kunnen leiden. Als ik Breytens poëzie zou moeten aanbevelen, dan zou ik zeggen: laat je leiden door iemand die nieuwsgierig in de wereld stond, een liefhebber was van mensen, van het woord. Iemand die zichzelf relativeerde, wegcijferde. Iemand die Zen was.

Ik wil graag eindigen met woorden die Breyten sprak toen ik hem voor de vpro-gids interviewde. Hij sprak aan het einde van dat interview de volgende behartigenswaardige woorden: “Ik erger me aan het feit dat het tegenwoordig bon ton is om reactionair te zijn. De nieuwe rijken die deel uitmaken van een middenklasse zonder geheugen, die het milieu vernietigen met hun SUV’s en grote jachten, en maar rechts-populistische taal uitslaan en intussen niets doen aan de hemeltergende armoede in Zuid-Afrika, daar erger ik me aan. Ik reis, beweging is de bron van het bestaan. Ik ben een nomade. Ik trek door de tijd, door het landschap, door relaties, door woestijnen. Ik beleef de wereld waarin ik me beweeg door taal. Ik breng de topografie onder woorden. Zo zet ik stippen op de kaart van Google Maps en veranker ik mezelf niet in het landschap, door telkens elders te verschijnen. Ik ben eigenlijk één grote verdwijntruc.”

Lees ook:

Breyten schrijven #50: Conversation with Denis Hirson

Breyten schrijven #49: Gesprek met Georges Lory, de Franse vertaler van Breyten Breytenbach

Afrikaanse literatuur in de Lage Landen

Antjie Krog notitie #4: De beeldvorming van Krogs poëzie door het oog van Gerrit Komrij

  • 0
Verified by MonsterInsights
Top