De brandstichter
Egon Hostovský
Oorspronkelijke titel: Zhár (1935)
Vertaald uit Tsjechisch door Edgar de Bruin
Z.pl.: Zirimiri Press
2024207 blz.
Een intrigerende roman met rake typeringen spelend in een grensstadje in de bergen van Oost-Bohemen in 1935.
- “Doortrokken van het onbehagen in het interbellum. De naijver, het wantrouwen tussen Tsjechen en Duitsers, de achterdocht tegen de joden en verwijzingen naar radicale politieke ideologieën (...).”
- Een tijdbeeld en beeld van dorps- en familiepatronen en omgangsvormen.
- Vertaling goed leesbaar. Een enkele slordigheid: “Hij had genoegd gehuild.” (84)
Opmerkelijke passages
- “Hij was de ideale cafébaas: hij geloofde niemand en knikte instemmend met iedereen mee. Hij hield zich slechts bij een enkel recht: het recht op gastvrijheid.” (14–15)
- “En toen verscheen voor de eerste keer de brandstichter op het toneel. (/) De afgejakkerde tijd sleepte zich langzaam voort, de nacht verflauwde, de wind blies de duisternis in en onthulde zachtjes het geraamte van het landschap.” (58)
- “Er hadden zich in hem al te veel eenzaamheidsmonologen opgehoopt waarmee hij zich geen raad wist.” (63)
- “'Als er geen joden waren geweest en slechte regeringen, jongeman, dan zou het een paradijs op aarde zijn!” (80)
- “De angst kruipt uit de holen en spitst zijn oren.” (154)
- “Laten we (...) eens recapituleren wat er gebeurd is: eerst brandde Horníks boerderij af. Kort daarvoor was de Pruis met zijn dreigende taal ten tonele verschenen. Daarna was het negen dagen lang pais en vree. De tiende dag vond de barbier het eerste dreigement en het werd prompt uitgevoerd. Gisteren opnieuw een dreigbrief. (…) Op wie van de inwoners van Zbecnov valt de verdenking? Op iedereen en op niemand, het minst nog op de gasten die in De Zilveren Duif zaten toen de dreigementen werden opgeplakt.” (155–157)
- “Kent u die momenten van ontgoocheling, wanneer je het woord zoekt dat de wereld zou redden? Het is vlakbij, de regen tikt tegen het raam, de wind fluistert tegen de twijgen, de vleugels van de melancholie openen zich ervoor, maar op de lippen – helaas – smelt het. Het hele land is onherkenbaar veranderd in een koninkrijk van schaduwen, zo verschillend van de vormen die ze werpen. Je vertrouwt je herinneringen niet langer, je vertrouwt je geheugen niet. Alleen jij blijft onveranderd in het brandpunt van de gedaanteveranderingen staan. Je lijdt aan een gebrek aan mededeelzaamheid. Kent u die momenten? Het verlossende woord cirkelt om je hoofd, het is fragieler dan het donker, timider dan een briesje, lichter dan een regendruppel.” (186)
Lees ook:
Leesimpressie: Het liefdespaar van de eeuw door Julia Schoch

