"Vanuit mijn universitaire biotoop" ‒ Alwyn Roux in gesprek met Yves T’Sjoen

  • 0

......

“Ik zal uiteraard graag samenwerken met de Taalunie, zoals de afgelopen jaren, ook nauwlettend toezien, maar ik wil als academicus nog zoveel realiseren en de tijd is zo kort. Dat kan beter vanuit mijn universitaire biotoop dan als bemiddelaar op een hoge stoel in Den Haag ... De Taalunie kan voor enkele van die projecten zonder twijfel iets betekenen. Ik zal wanneer nodig aan de deur kloppen.”

......

Yves T’Sjoen is ʼn ambassadeur vir Afrikaans en Suid-Afrika in die Lae Lande. Hy het egter onlangs voor ʼn kruispad te staan gekom en moes ʼn keuse maak tussen sy hoogleraarpos by die Universiteit Gent en die Algemene Sekreratispos by die Nederlandse Taalunie (NTU). Alwyn Roux het meer uitgevind oor sy besluit. Yves vertel ook meer van sy internasionale bande met universiteite en die gepaardgaande projekte.

Yves T’Sjoen (Foto: Naomi Bruwer)

As deel van ʼn briefskryfprojek by die Universiteit Gent, het jy ʼn “coronabrief aan jou studente geskryf wat handel oor die vele gedaantes van stilte. Wat my van die brief opval, is die besondere meelewing wat jy met jou studente toon. Vertel asb. hoe die grendeltydperk jou onderrigtaak die laaste semester by die universiteit voor ʼn aantal uitdagings gestel het en watter stappe jy moes neem om dié probleme te oorkom? Ook: hoe het die studente die uitdagings ervaar?

Drie weken voor de paasvakantie, op het ogenblik dat de pandemie in Europa in alle hevigheid uitbrak, zijn de colleges op campus vervangen door digitaal afstandsonderwijs. De hoorcolleges over poëzie heb ik tot de laatste lesweek met livestream aangeboden vanuit het auditorium. Voor lege banken en met behulp van een chatbox. Studenten konden tijdens mijn college schriftelijk vragen formuleren. De lessen zijn audiovisueel opgenomen. Mochten studenten technische problemen ondervinden of over een wankele internetverbinding beschikken, kregen zij de kans de uiteenzettingen ook later te beluisteren en bekijken. Het was geen evidente situatie, vooral omdat interactie met en participatie van studenten voor mij van belang zijn. Of zoals ik meermaals zei: wanneer ik over poëzie praat en gedichten lees, wil ik de toehoorder in de ogen kunnen kijken. Tegelijk merkte ik veel begrip van onze studenten en de nodige flexibiliteit. Het was voor zowel studenten als docenten een plotse aanpassing (van “on campus” naar “online”). Het is voor het overige goed gegaan: elf colleges van 2,5 uur op een “lege plek om te blijven”, in een ruimte waar ik alleen de eigen stem door mijn headset hoorde. Nu zijn de examens van start gegaan – één “on campus” en het masterexamen mondeling “online”. Laten we hopen dat ook dit goed gaat.

......

“Mijn onderzoek gaat breder dan uitsluitend de studie van de Nederlandstalige literatuur. Ik bestudeer de Nederlandse letterkunde in het brede perspectief van cultuurgeschiedenis en -sociologie. In mijn transnationaal studiegebied (vanuit het perspectief van de Nederlandse letterkunde) krijgen literair-institutionele en poëticale onderzoeksvragen aandacht.”

......

Zoals je zegt: ik heb de afgelopen maanden de fysieke aanwezigheid van de studenten gemist. Ik werk graag met hen samen, ben nieuwsgierig naar hun zienswijze, hoe zij literatuur ervaren. Mijn “coronabrief” is gericht aan personeel en studenten. Ik pleit al langer voor meer stilte, als een antidotum voor het geruis waarin we elke dag verkeren. Mijn pleidooi gaat over méér poëzie, visueel aanwezig in de gebouwen van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Ik ben al langer bezig met een educatief project om de mens- en geesteswetenschappen aan de universiteit een breder forum te geven, met een keuzevak in alle opleidingen van de Alma Mater. Van cultuur wordt ieder beter. Kritisch denken, zorgvuldig spreken en schrijven: wie is er niet bij gebaat? We vormen docententeams over alle specialisaties heen (alfa-, bèta- en gammawetenschappen) en willen een vak creëren dat een dialogische structuur heeft: samenwerking met collega’s en studenten, ongeacht de opleiding, die elkaar veel te vertellen hebben. De muren tussen vakgroepen en faculteiten zijn hoog. De kunst bestaat erin bruggen te slaan.

Jy is die “taalverantwoordelike” van die Vakgroep Nederlands aan die Universiteit Gent. Sal jy ons asb. meer vertel van die samestelling van die vakgroep? Watter modules word in die vakgroep aangebied en vir watter modules is jy verantwoordelik? 

Naast de coördinatoren van de afdeling Nederlands (letterkunde en taalkunde) – een niet-officiële functie – is ooit een “taalverantwoordelijke” aangesteld voor elk van de negen talen in de opleiding Taal- en Letterkunde (plus Algemene Literatuurwetenschap en Algemene Taalwetenschap). De taak bestaat erin activiteiten die het Nederlands betreffen (samenstelling programmabrochure, organisatie informatiedagen etc.) mee te begeleiden. De opleiding is dan wel Taal- en Letterkunde, de twee disciplines zijn institutioneel gescheiden als respectievelijke vakgroepen. Die opsplitsing komt de samenwerking tussen taal- en letterkundigen niet ten goede, wanneer ik vergelijk met hoe het vroeger ging (zonder die disciplinaire verdeling). De vakgroep Letterkunde is dan nog eens verkaveld in taalgroepen, ieder met een eigen administratie, begroting, activiteiten. Ik bepleit al langer een intertalige vakgroep, méér samenwerking tussen collega-letterkundigen van verschillende taalentiteiten. De verkaveling van (de werkzaamheden van) vakgroep zorgt soms voor een onnodige competitiviteit en staat een gedegen meertalige samenwerking en een consistent beleid wel eens in de weg. Mijn onderwijsopdracht situeert zich in de opleiding Nederlands, met vooral Nederlandstalige poëzie en interbellumliteratuur, Afrikaanse letterkunde, editiewetenschap (bachelor en master). Daarnaast zijn er onderzoeksseminaries in de bachelor- en masteropleidingen, werkcolleges voor de derdejaars. En natuurlijk de vakken Afrikaans: taal- en letterkunde (BA3) en Talen en Literaturen van Zuid-Afrika (MA). Beide opleidingsonderdelen bieden een combinatie van taal- én letterkunde. Daar is van meet af aan voor geijverd. Het is trouwens de verdienste van mijn oud-collega Dirk Coigneau dat aan de UGent in de jaren negentig is gestart met een werkcollege Afrikaanse literatuur. Inmiddels is er een tweede vak bijgekomen, dankzij de oprichting van de leerstoel Zuid-Afrika: talen, literaturen, cultuur en maatschappij in de faculteit (sinds 2017) en het samenwerkingsverband, thans de onderzoeksgroep, Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika (sinds 2013). Deelname van onze Zuid-Afrikaanse collega’s-leerstoelbekleders zorgt ervoor dat we de opleiding verder kunnen uitbouwen. Nieuws hieromtrent hoop ik binnenkort te kunnen brengen – we bekijken thans een en ander.

Jy het ook onderrig- en navorsingsbande met universiteite in ander dele van Europa (Nederland, Tsjeggië, Hongarye en Pole), in Afrika (Suid-Afrika en Nambië) en Suid-Amerika (Suriname). Vertel asb. meer van jou internasionale bande met universiteite en die gepaardgaande projekte.

Internationale samenwerking is van cruciaal belang. Zeker in een kleiner vakgebied zoals de (letterkundige) neerlandistiek. Mijn onderzoek gaat breder dan uitsluitend de studie van de Nederlandstalige literatuur. Ik bestudeer de Nederlandse letterkunde in het brede perspectief van cultuurgeschiedenis en -sociologie. In mijn transnationaal studiegebied (vanuit het perspectief van de Nederlandse letterkunde) krijgen literair-institutionele en poëticale onderzoeksvragen aandacht. Het ligt dan ook voor de hand dat ik samenwerk met collega’s en studenten in het buitenland. Naast mijn aanstellingen in Stellenbosch (Departement Afrikaans en Nederlands) en Praag (Karelsuniversiteit) geef ik geregeld gastcolleges of blokcursussen in Midden-Europa, in november nog in Polen (met de steun van OPON, de Poolse neerlandistiek). Deelname aan internationale congressen draagt ertoe bij het onderzoek voor een breed belangstellend publiek te brengen. Een van de hefbomen om de internationale neerlandistiek dichter bij elkaar te brengen is naast de Taalunie Zomercursus Nederlands (waar ik altijd graag aan meewerk met de collega’s van het Universitair Centrum voor Taalonderwijs) het congres Cross-Over. Na passages in Poznan (2015), Oranjestad – Aruba (2017) en Paramaribo – Suriname (2019) zijn nu edities gepland in Praag (2021) en Zuid-Afrika (2023). Dergelijke congressen, in samenwerking met lokale platformen en neerlandistiekcollega’s, zijn stimulerend voor het vakgebied omdat ze intercultureel het gesprek over het Nederlands (in de wereld) mogelijk maken. Mijn deelname als mentor aan het VisionKeeper-programma van UNISA past perfect in dat kader. Ik ben dan ook zeer verheugd dat ik met jou kan samenwerken en dat UNISA het Breytenbach-project (“Om Afrika te verbeel”) mogelijk maakt. Er staat veel op stapel en daarover kan ik alleen maar opgewonden zijn.

Jou liefde vir die Neerlandstiek spreek vanself. Nie net beywer jy jou met groot sorg op jou taak as opvoeder nie, maar ook op internasionale terrein is jy ook ʼn ambassadeur vir die taal en bou bande tussen talle taalgemeenskappe. ’n Paar maande gelede het jy dit egter oorweeg om jou amp as hoogleraar by die Universiteit Gent vir vyf jaar op te skort. Dit volg nadat jy die werksaanbod oorweeg het om in die hoedanigheid van Algemene Sekretaris by die Nederlandse Taalunie (NTU) in Den Haag werksaam te wees. Vertel ons asb. meer van die betrekking. (Dit sal goed wees indien jy kan uitbrei oor die werksaamhede van die NTU en die samewerking van die NTU en SAVN.)

Ik noem mijzelf een “neerlandist” – misschien is dat taalkundig ook correcter dan “neerlandicus”. Momenteel publiceer ik een vijfdelig essay “Opperlandse overpeizingen van een neerlandist” op LitNet. In ieder geval draag ik al lang mijn liefde over voor mijn moedertaal en de literatuur die in het Nederlands wordt geschreven. Ik tracht met mijn bescheiden middelen samenwerking te bevorderen met collega’s die dezelfde onbaatzuchtige liefde delen. Het is ongelooflijk hoezeer buitenlandse studenten, die het Nederlands als vreemde taal studeren, de taal beheersen en met hun zienswijze interessante (cultureel gedetermineerde) zienswijzen toevoegen aan de perspectieven in het moedertaalgebied. Ik heb inderdaad op herhaald en vriendelijk verzoek van individuen die het goed voor hebben met het Nederlands in de wereld een dossier ingediend voor de vacante functie van Algemeen Secretaris van de Taalunie. Het gaat over een mandaat van vier jaar (een keer verlengbaar). Implicatie van de aanstelling is dat je in die periode van vier of acht jaar je ambt van hoogleraar niet kunt uitoefenen, dat wil zeggen: geen colleges, geen nieuw onderzoek. Dat ik de vacature überhaupt heb overwogen, heeft alles te maken met mijn passie voor het Nederlands, de internationale netwerken die ik de afgelopen twintig jaar kon opbouwen, de kansen die voor het grijpen liggen en het braakliggend terrein dat de Taalunie dringend moet behartigen. Na de passage van Algemeen Secretaris Hans Bennis staat de Taalunie voor nieuwe uitdagingen, zeker in het post-coronatijdperk en gelet op de toenemende digitalisering, de tanende belangstelling voor talenstudies, de geringschatting die het Nederlands soms te beurt valt in het moedertaalgebied, et cetera. De Zomercursus wordt in augustus voor het eerst online aangeboden, om maar iets te zeggen. Niet alleen met Zuid-Afrika (SAVN), de platformen Kaaps Forum en NKN, bestaan goede contacten. De Taalunie is er voor het Nederlands wereldwijd. De verdragsorganisatie bevordert (de studie van) de taal in alle werelddelen waar de taal wordt geleerd en gesproken. Tegelijk is de organisatie meer dan alleen gericht op de neerlandistiek – je hebt ook de Internationale Vereniging voor de Neerlandistiek. Beide instituten werken overigens samen. Ik heb zes lange maanden getwijfeld en de kat uit de boom gekeken, tijd gewonnen.

Uit bogenoemde kan gesien word dat jy nie voor ʼn maklike keuse te staan gekom het nie. Wat was jou finale besluit tussen die Algemene Sekretarispos by die NTU en die professorskap by die UGent en watter oorwegings het uiteindelik die deurslag gegee?

Dat ik mij finaal, na het doorlopen van het sollicitatieproces, uit de procedure heb teruggetrokken, heeft te maken met ontgoocheling en ook wel zelfbescherming. Als topambtenaar verbonden aan de Nederlands-Vlaams-Surinaamse verdragsorganisatie ben je zoals gezegd verondersteld het academisch onderwijs en wetenschappelijk onderzoek langere tijd “on hold” te plaatsen. Ik heb bevoegde ambtenaren en leden van de Raad nog voorgesteld er een gedeelde baan van te maken (met een Nederlandse en Vlaamse vertakking), zodat de hoogleraar die het ambt bekleedt (je hoeft geen docent te zijn overigens) voeling kan houden met het vakgebied. Een halftijdse baan. Dat bleek onmogelijk. Alle projecten die ik op stapel heb staan, ook de lopende projecten (zoals de leerstoel in Gent, het onderzoekscentrum, de editieprojecten etc.), kan ik zomaar niet “on hold” plaatsen: dat is niet fair voor de medewerkers, ook niet ten overstaan van de faculteit en de universiteit en alle internationale collega’s. Ik ben ook ontgoocheld. Niet alleen vanwege de infantiele manier waarop (bedrijfs)competenties worden gemeten. Te duur betaalde bureaus, zelfingenomen psychologen, onnozele bevindingen. Tijdens het laatste gesprek in Antwerpen, samen met ambtenaren van de ministeries Onderwijs en Cultuur in Nederland en Vlaanderen, is mij vooral duidelijk gemaakt dat de AS van de Taalunie “uitvoert”. Nadat ik kritische bedenkingen formuleerde bij het onderwijsbeleid in Vlaanderen, met een alternatief in gedachten, is mij klaar en duidelijk gezegd dat ik geen eigen persoonlijke opinies moet ventileren (over mijn opiniestukken over het Nederlands zijn al eerder vragen gesteld), maar vooral een uitvoerende overheidstaak ambieer. En dus ten uitvoer dien te brengen wat ministers, kabinetten en dus ambtenaren hebben goedgekeurd. De AS moeten overleggen met ministeries, dat is evident, en zeker niet voor eigen rekening fietsen. Iedere publieke uitspraak moet worden “gedekt”. Ik ben te eigengereid om aan die verwachting te voldoen. Daags nadien, op de terugweg van een mooie doctoraatsverdediging in Louvain-la-Neuve, heb ik de bevoegde sollicitatiecommissie laten weten dat ik mijn deelname aan de procedure wenste te staken. Het ambt is... te ambtelijk en niet zozeer berustend op wetenschappelijke expertise. Het bericht voelde als een bevrijding, men had mij toch niet gewild. Op die manier houd ik de handen vrij: vrijheid van meningsuiting, zonder ministers die toezien wat de AS al dan niet zegt. Vrijheid van onderzoek en onderwijs. Academische vrijheid – hoe relatief die soms ook is. Ik laat mij niet muilkorven liet ik een ambtenaar weten. Nadat de decaan en andere bestuursleden van de UGent, vrienden en getrouwen mij al op de wolfijzers en schietgeweren hadden gewezen, heb ik gelukkig voor mijzelf de knoop doorgehakt. Ik zal uiteraard graag samenwerken met de Taalunie, zoals de afgelopen jaren, ook nauwlettend toezien, maar ik wil als academicus nog zoveel realiseren en de tijd is zo kort. Dat kan beter vanuit mijn universitaire biotoop dan als bemiddelaar op een hoge stoel in Den Haag.

Na afloop van ʼn groot besluit, beskik mens oor ʼn nuwe soort helderheid – jy moes heelwat besin oor watter rigting jy volgende moet ingaan. Kan jy ons asb. meer vertel van jou toekomsplanne?

Dat zijn er vele, Alwyn. Onze samenwerking. Ik plan al langer een leerstoel Nederlands – meertaligheid en culturele diversiteit in Zuid-Afrika. Op 19 december 2019 is daarover vergaderd in het Zuid-Afrikahuis (Amsterdam), met deelname van collega’s van zes Nederlandse en twee Vlaamse universiteiten – waar Afrikaans en Zuid-Afrikastudie worden aangeboden – én de Taalunie. In Zuid-Afrika heeft hierover overleg plaatsgevonden. Ik ben vastberaden om met dat onderwijsproject van start te gaan in overleg met de “believers”. Interuniversitaire samenwerking tussen Nederland, België en Zuid-Afrika biedt hiervoor de mogelijkheden. Uit een verslag van de vergadering, waarvoor ik trouwens om onduidelijke redenen niet ben uitgenodigd, blijkt dat sommige collega’s in Zuid-Afrika obtakels zien, zelfs een gevraar voor het personeelsbeleid. Dat is het duidelijk niet: de leerstoelbekleder, aan te stellen bij UWK en inzetbaar waar er behoefte of belanstelling is, is complementair ten opzichte van de collega’s en het onderwijzend personeel verbonden aan de verschillende departementen. Dat is een van de institutionele projecten.

......

“Ik plan al langer een leerstoel Nederlands – meertaligheid en culturele diversiteit in Zuid-Afrika. Op 19 december 2019 is daarover vergaderd in het Zuid-Afrikahuis (Amsterdam), met deelname van collega’s van zes Nederlandse en twee Vlaamse universiteiten – waar Afrikaans en Zuid-Afrikastudie worden aangeboden – én de Taalunie. In Zuid-Afrika heeft hierover overleg plaatsgevonden.”

......

Daarnaast wil ik eindelijk mijn Breytenbach-boek voltooien, met Els van Damme (collega in Gent) nieuwe tekstedities tot stand brengen, de onderzoeksgroep POWEZIE. Centrum voor poëziestudie (UGent) uitbouwen, internationale colloquia (Cross-Over, Centrum voor het Afrikaans) organiseren. Ik ben ex officio betrokken bij SAVN en zetel in adviesraden van geaccrediteerde tijdschriften in Zuid-Afrika en Europa. Ook dat is een engagement. Te veel om op te sommen. Ik heb de handen vrij en de decaan van de faculteit is blij dat ik mijn opdracht in Gent verder waarneem. Ook de Denktank Humanities in de faculteit vergt samen met mijn collega’s aandacht. Momenteel schrijf ik een essay samen met Prof Gita Deneckere, decaan Letteren en Wijsbegeerte, over de urgentie van de geesteswetenschappen. Er is het universiteitsbrede keuzevak (werktitel “Universitas”), het literair-wetenschappelijk gespreksforum van de UGent Belezen Wetenschappers (met Kurt Defrancq), het internationale project Writer in Residence (met in 2021 Antjie Krog!), mijn engagement voor de alumnivereniging Bond van Gentse Germanisten, enzovoorts. Ik weet wat te doen de volgende jaren. De Taalunie kan voor enkele van die projecten zonder twijfel iets betekenen. Ik zal wanneer nodig aan de deur kloppen.

Alle waardering voor jouw aandacht.

Lees ook op LitNet en Voertaal

Opperlandse overpeinzingen van een neerlandist

Opperlandse overpeinzingen van een neerlandist II

Opperlandse overpeinzingen van een neerlandist III

Opperlandse overpeinzingen van een neerlandist IV

Opperlandse overpeinzingen van een neerlandist V

Nederlands in Suid-Amerika

Nederlandse leerstoel vir universiteite in Suid-Afrika beoog

T’Sjoen oor taalkwessies en noodsaak van "krachten bundelen, banden smeden, de bestaande expertise delen"

Buro: MvH
  • 0
Top