Het verhaal van het Afrikaans

  • 0

Links: Die Storie van Afrikaans. Deel  1*; Rechts: Die Storie van Afrikaans. Deel  2**

Deze twee boeken geven blijk van grote liefde voor een taal, het Afrikaans. Samen bevatten zij 1418 pagina’s hoofdtekst, met nog eens 164 pagina’s eindnoten en 175 pagina’s referenties, 41 kaarten in kleurendruk en talloze illustraties. Kortom, een enorm project, en ook nog eens met een zeer hoge informatiedichtheid. Vaak heeft het meer de stijl van een encyclopedie of leerboek met talloze verwijzingen, dan van een lopende “storie”.  Niettemin is het boeiend, met veel kernachtige formuleringen en pakkende voorbeelden.

Het boek is losjes gebaseerd op Nederlandse en Belgische voorbeelden o.m. van J.W. de Vries, Roland Willemyns en Nicoline van der Sijs, maar gaat al gauw veel verder dan deze voorbeelden door de huidige situatie en de perspectieven van de taal een belangrijke rol te geven, in Deel 2. Een andere bron van inspiratie was Raidt (1978), eigenlijk de basis voor Deel 1 van het huidige werk.

Met Edith Raidt als tweede auteur heeft Wannie Carstens vorm gegeven aan de twee boeken voor ons. De rode draad is: Afrikaans heeft zijn wortels in Europa, maar is ontstaan in Afrika, en behoort volledig in dat continent thuis.

Deel 1 focust dan ook op Europa en de talen van de wereld. De talen van Afrika worden wat stiefmoederlijk bedeeld. Zo staat er bijvoorbeeld op pagina 156 een stamboom waarbij er een Khoisan talengroep wordt vermeld die onderdeel zou zijn van de Niger-Congo talen (inclusief Bantu talen). De Khoi en de San talen vormen echter geen groep samen, waarschijnlijk, en behoren zeker niet tot dezelfde taalfamilie als het IsiZulu en IsiXhosa.

Hoofdstukken 2-5 geven een breed overzicht van de vergelijkende taalwetenschap waar relevant voor het Afrikaans, en daarna komt de focus op de Germaanse talen en het Nederlands in hoofdstukken 6-10. Deze onderwerpen zijn voor lezers in Nederland al wat bekender, maar de geboden informatie is indrukwekkend in de mate van detail. Een onderwerp als Poldernederlands komt kort aan de orde, bijvoorbeeld. Ik weet niet zeker of ik een opmerking als “Nederlanders het in die algemeen ’n taaltrots” (p. 379) helemaal kan onderschrijven.

Wannie Cartsens (Foto: Izak de Vries)

In het laatste hoofdstuk van Deel 1 wordt een blik vooruit geworpen op het tweede deel, want hier komt het ontstaan van het Afrikaans aan bod, een onderwerp dat in de beginhoofdstukken van het tweede deel nog eens vanuit een andere hoek wordt belicht.

Stamt het Afrikaans direct af van Nederlandse taalvariëteiten, of hebben andere talen ook een bijdrage geleverd aan het Afrikaans? Hoe wit is de geschiedenis van het Afrikaans? Het gaat dan om de talen van de Khoi-sprekende veehouders aanwezig op de Kaap toen de Nederlanders landden, de talen (inclusief Maleis en Portugees creools) van de Aziaten die als slaaf naar de Kaap werden gebracht, en het Duits en Frans van immigranten in de jonge kolonie.

Vaak wordt er ook gewezen op de bijdrage van allerlei Nederlandse dialecten en op processen van tweede-taalverwerving (vaak onder moeilijke omstandigheden). Het is goed mogelijk dat er geleidelijk aan een continuum ontstaan is van taalvormen, van tamelijk dicht bij het Europese Nederlands tot sterk afwijkend. In hoodstuk 11 wordt de theorie van o.m. Hans den Besten (2012), in navolging van onderzoekers zoals Christo van Rensburg, dat de Khoitalen en de talen uit Azië een belangrijke grammaticale bijdrage geleverd hebben nogal kritisch besproken. De auteurs blijven bij een vooral Eurocentrische visie op de wortels van de taal, zoals de ondertitel ook aangeeft. 

In het tweede deel wordt de geschiedenis van de jonge taal van de 17e eeuw tot de implosie van de Apartheid uitvoerig uit de doeken gedaan: de Grote Trek, de Boerenoorlog, de Afrikaanse taalbewegingen, de Nasionale Partij, de democratisering van de jaren 90, en de nieuwe Grondwet van 1996 (hoofdstuk 13-20). Hiermee geeft het boek ook een boeiende kijk in de geschiedenis van het land.

De auteurs proberen uit te leggen hoe het Afrikaans gekoppeld is geraakt aan kwalijke vormen van racisme en nationalisme, en hoe het zich hier weer van kan bevrijden. Hierbij wordt de opstand van Soweto in 1976 genomen als het keerpunt in de bevrijding van het Afrikaans uit het knellende korset van Afrikaner nationalisme. Hoofdstukken 21 en 22 gaan over de herpositionering van het Afrikaans in het nieuwe Zuid-Afrika, en de verwerking van het verleden van de taal in de Apartheid.

Erg indrukwekkend is het lange hoofdstuk 23 over toekomst van het Afrikaans. Hierin een voor Nederlanders interessant deel van het boek met een discussie over het steeds meer exclusieve gebruik van het Engels op de universiteiten (pp. 768-791); de argumenten komen ons vaak bekend voor. De kern is: studenten hebben het recht in hun eigen taal onderwijs te volgen, en het gebruik van het Afrikaans als academische taal helpt de taal zich te ontwikkelen.

Op pp. 796-818 worden 88 konkrete stappen voorgesteld die kunnen bijdragen aan het in stand houden van het Afrikaans. Voorbeelden zijn “4. Wees eerder ’n ambassadeur vir Afrikaans as ’n stok aan die been vir Afrikaans”, “10. Moenie toelaat dat Afrikaans gekaap word vir regse politiek nie, ..”, “13. Moenie polities vervreemdend optree nie.”, en “14. Moenie dom dinge in of names Afrikaans doen nie.” Identitaire politiek wordt gezien als bedreiging voor de brede aanvaarding van de taal.

De bloei van het Afrikaans als volwaardige taal hangt waarschijnlijk af van twee factoren: de ontwikkeling van Zuid Afrika als meertalige samenleving, en de loyaliteit van de bruine gemeenschap, traditioneel overwegend Afrikaans-sprekend, aan de taal. Terwijl de Grondwet van 1996 elf talen als volwaardig erkent, komt de ontwikkeling van de talen van de zwarte bevolking, de Bantu-talen, maar moeizaam van de grond.1 Niet alleen wetenschappelijk maar ook sociaal en politiek hebben de Bantu-talen weinig prestige.

Engels wordt gezien als de poort naar succes, en goed onderwijs in de eigen talen van de zwarte bevolking is zeldzaam. Dit terwijl de kwaliteit van het onderwijs in het land gezien het niveau van economische ontwikkeling mager is. Paradoxaal genoeg is de toekomst van het Afrikaans gekoppeld aan het slagen van de droom van de Grondwet van 1996, en dit vergt een actievere betrokkenheid bij alle elf talen van het land dan alleen wat vrome woorden.

Om een bredere acceptatie van het Afrikaans mogelijk te maken is een inclusieve benadering van het Afrikaans en zijn geschiedenis nodig, waarbij niet alleen een witte maar ook een bruine bril wordt opgezet. De marginalisering van de bruine sprekers van de taal wordt uitvoerig besproken, en het belang om de loyaliteit van die gemeenschap aan het Afrikaans te winnen.

Nu zien we geleidelijk aan het Engels als niet-etnische taal en taal van succes ook binnen de bruine gemeenschap oprukken. Het laatste hoofdstuk 24 van deel twee, probeert de blik op de geschiedenis van het Afrikaans te verruimen, en laat zien hoe op allerlei sleutelmomenten bruine Zuidafrikanen een belangrijke rol speelden,wat vaak in de geschiedenisboeken onderblicht bleef.

Zo weerspiegelen de hoofdstukken in de twee delen, eigenlijk resultaat van een denkproces van ruim veertig jaar, ook een geleidelijke ontwikkeling in het vertellen van de storie van het Afrikaans, vanuit een steeds meer inclusief perspectief. Hopelijk verschijnen er binnenkort andere boeken waarin het volle spectrum van de taaldiversiteit van Zuid-Afrika wordt getoond, inclusief de Khoi en de San talen, die te weinig sprekers hebben om officieel te worden erkend als nationale talen, maar een belangrijke rol gespeeld hebben in de geschiedenis van het land.2

*W.A.M. Carstens & E.H. Raidt (2017) Die Storie van Afrikaans: uit Europa en van Afrika. Biografie van ’n taal. Deel  1. De Europese geschiedenis van Afrikaans. Pretoria: Protea Boekhuis. ISBN 978-1-4853-0038-0

 **W.A.M. Carstens & E.H. Raidt (2019) Die Storie van Afrikaans: uit Europa en van Afrika. Biografie van ’n taal. Deel  2. De Afrikageschiedenis van Afrikaans. Pretoria: Protea Boekhuis. ISBN 978-1-4853-00686-3

  • Pieter Muysken, Radboud Universiteit, Nijmegen

Verwijzingen

Besten, Hans den (Ed. Ton van der Wouden) (2012) Roots of Afrikaans. Selected writings of Hans den Besten. Amsterdam: Benjamins.

Mesthrie, Rajend (ed.) (2002) Language in South Africa. Cambridge: Cambridge University Press.

Raidt, Edith (1978) Afrikaans en sy Europese verlede. Kaapstad: Nassou.

Veken, Eline van der, René Genis, Anne Aarsen (eds.) (2018) A Bibliography of South African Languages, 2008-2017. With an introduction by Ménan du Plessis. Leiden: Brill. Online op brill.com.


Eindnoten

1 De recente bibliografie van taalkundige publicaties over de talen van Zuid Afrika van Van der Veken e.a. (2018) vermeldt ongeveer evenveel publicaties in de periode 2008-2017 over het Afrikaans alleen, als over alle andere talen in het land samen (behalve het Engels).

2 Een eerste poging daartoe is Mesthrie (2002), maar dat is nu enigszins verouderd en niet systematisch van opzet.

Lees ook

Vijf vragen voor Wannie Carstens over Die storie van Afrikaans (Deel 2)

Wannie Carstens: voorzichtig optimisme over het Afrikaans

Wannie Carstens: “Die wit geskiedenis is nie die geskiedenis van Afrikaans nie”

Afrikaans: 10 kitsfeite

Buro: GvdB
  • 0
Top