Jakes Gerwel Stigting-skrywersresidensie: ’n onderhoud met Vlaamse skrywer Miriam Van hee

  • 0

Bekroonde Vlaamse skrywers Rachida Lamrabet en Miriam Van hee is tans in Suid-Afrika vir hul Jakes Gerwel Stigting-skrywersresidensie by Paulet Huis in Somerset-Oos.

Dit is die eerste keer dat daar so ’n samewerkingsooreenkoms tussen ’n literatuurhuis in België (Passa Porta, ’n internasionale literatuurhuis in Brussel) en ’n Suid-Afrikaanse organisasie gesluit word.

Die Jakes Gerwel Stigting se eerste buitelandse gaste voltooi die skrywersresidensie saam met Suid-Afrikaanse skrywers Chase Rhys en Denver Breda.

Menán van Heerden gesels met Miriam Van hee oor haar werk.

Miriam Van hee (Foto: Michiel Hendryckx [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons)

Miriam, jy is in Gent gebore. Vertel vir ons meer oor die literatuurlandskap in Gent/Vlaandere? Byvoorbeeld, wie is jou gunstelingskrywer(s)?

Je kunt niet zeggen dat er een groep typisch Gentse schrijvers is, als je bedenkt dat de oppervlakte van de Oostkaap, waar ik nu verblijf, bijna 169.000 km² beslaat, en de gehele oppervlakte van Vlaanderen slechts 13.000 km², dan mag het duidelijk zijn dat wij één schrijversgebied vormen.

Ik kom evenzeer in aanraking met schrijvers uit het verre (!) Limburg, als met Antwerpse of West-Vlaamse auteurs. Een bijzonderheid is dat veel van onze belangrijke auteurs in Nederland worden uitgegeven. En bijzonder voor mij, als dichter, is dat in Gent het poëziecentrum gevestigd is, dat veel literaire activiteiten organiseert, zelf poëzie uitgeeft en een grote poëziebibliotheek herbergt.

Het bezit met name de nalatenschap van de Zuid-Afrikaanse dichter en academicus Ernst van Heerden. Dus, daar ontmoet ik geregeld collega-dichters die er een lezing geven of een boek presenteren. Zelf lees ik graag de gedichten van (ik beperk me tot Vlaamse dichters) Charles Ducal, Leonard Nolens, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, en ik was laatst erg onder de indruk van de nieuwe bundel van Paul Demets, De Klaverknoop. Maar er zijn ook boeiende jonge auteurs, zoals Sylvie Marie, Charlotte Van den Broeck en Joost Decorte.

Hoe het jou reis na Rusland jou poësie/loopbaan beïnvloed?

Mijn kennismaking met Rusland en de Russische literatuur was erg verrijkend en heeft gemaakt dat ik de Nederlandse literatuur en ook mijn eigen werk daaraan voortdurend kan toetsen. Maar poëzie is in de eerste plaats van taal gemaakt, en de Russische en Nederlandse taal en verstechniek verschillen grondig. Voor mij is dit vooral in “biografische zin” te merken. Al mijn buitenlandse verblijven of reizen leveren wel altijd enige gedichten op waarin de locatie een rol speelt.

Oor watter temas / aktuele kwessies skryf jy graag?

Ik schrijf over wat ik in mijn leven tegenkom, over familie, reizen, en de natuur. En dus ook over actuele thema’s, zoals de vluchtelingencrisis, waarmee wij in Europa nu geconfronteerd worden, maar alles in het licht van “de verandering”, in al haar gedaanten. Over het algemeen overheerst de ernst, maar soms duikt een bescheiden humoristische noot op, of een laconieke vaststelling. De melancholieke toon is verbonden met het thema “vergankelijkheid”.

Hoe het jy Suid-Afrika ervaar toe jy die land vir die eerste keer besoek het? 

Mijn eerste bezoek aan Zuid-Afrika dateert van bijna twintig jaar geleden. Het is altijd een overweldigende ervaring om hier te zijn. De ontmoeting met de andere, hier aanwezige schrijvers, waaronder twee uit Kaapstad, is erg verrijkend en helpt om het land te begrijpen.

De taal klinkt voor ons heel aantrekkelijk, met vertrouwde klanken, met een groot poëtisch potentieel, omdat voor ons die taal niet lijkt belast met historische elementen, maar ik begrijp dat dit voor moedertaalsprekers van het Afrikaans, gecompliceerd ligt. Gisteren hoorde ik het ruisen van de eiken en ik dacht terug aan mijn eerste bezoek aan Stellenbosch, ook toen viel mij de aanwezigheid van eiken langs de weg op. Alle bomen hebben hun eigen geruis. En ik ben erg ontvankelijk voor de geluiden van de vogels.

Wat ik hier mis is de mogelijkheid om te stappen in de natuur, de Stellenboschberg op te klimmen. Het wordt me afgeraden om alleen op pad te gaan en niemand weet of de paden goed onderhouden zijn. Ik houd van wandelen, dan komen bij mij vaak de beste gedachten bovendrijven.

Daniel Hugo en Philippe Noble het jou digbundel De bramenpluk (De Bezige Bij, 2002) vertaal. Wat is die grootste uitdaging(s) mbt vertaling?

Ik heb geluk gehad met deze vertalers, zij kennen Nederlands goed en hebben toegewijd en met kennis van zaken hun aandacht aan mijn werk besteed. Het is vroeger wel voorgekomen, in een eerste Franse vertaling (niet door Philippe Noble), dat door de keuze van de gedichten en de vertaalwijze een beeld van mij als dichter en mens naar voren kwam, waarin ik mijzelf niet herkende. Dat is hier niet het geval geweest.

Ik heb deze vertalingen als “getrouw” ervaren, al ben ik mij bewust van de moeilijkheden. Zo levert bijvoorbeeld mijn veelvuldig gebruik van de onvoltooid verleden tijd (ik zag, ik liep, wij spraken, wij droomden enz…) in het Afrikaans vertaalproblemen op, maar Daniel Hugo heeft goede oplossingen daarvoor gevonden.

………

Miriam Van hee het in 1978 met haar bundel Het karige maal gedebuteer, waarvoor sy dan ook die Letterkundeprys van die Provinsie van Oos-Vlaandere gewen het. Haar poësie is reeds in tien ander tale vertaal en haar tiende bundel is in 2017 bekroon met die Ultimaprys vir Letterkunde.

Lees ook

Identiteit en versweë geskiedenisse: ’n onderhoud met Vlaamse skrywer Rachida Lamrabet

Miriam Van hee in gesprek met haar vertalers

Buro: MvH
  • 0
Top