
Stefan Hertmans (zittend links) en Tom Lanoye (zittend rechts) in gesprek met hun Zuid-Afrikaanse vertaler Daniel Hugo (in het midden). Yves T’Sjoen staat rechts.
Deel 2
...
“Verhulst koesterde overigens na de oorlog sterke sympathie voor de gedachte van het ‘Afrikaanse broedervolk’ tijdens de apartheid, zoals de meesten uit het Vlaamse collaboratiemilieu.” (Stefan Hertmans)
...
Yves: Vijf jaar na Oorlog en terpentyn (Protea Boekhuis) is naar aanleiding van jouw zeventigste verjaardag een selectie van acht gedichten vertaald uit de bundel met liefdesgedichten Een beeld van jou. Mocht je zelf een keuze kunnen maken uit het verzameld werk, welke dichtbundel, roman of verhalen zou je bij voorkeur voorstellen aan een Afrikaanstalig lezerspubliek?
Stefan: Ik denk dat ik vooreerst de vertaling van De opgang zou voorstellen. Het boek bevat naast het verhaal van een opmerkelijk gezin en de carrière van een vooraanstaande Vlaamse SS-man in het Vlaanderen van de jaren dertig en veertig, wellicht veel psychologische elementen die ook in de periode van de apartheid de geest van witte mensen beheerste. Het racisme van de hoofdpersoon, Willem Verhulst, sluit ook aan bij de visie van de apartheid. Psychologisch is hij het prototype van de narcist die onvergeeflijke ideologische keuzes maakt om zich sterker voor te doen dan hij is. Verhulst koesterde overigens na de oorlog sterke sympathie voor de gedachte van het ‘Afrikaanse broedervolk’ tijdens de apartheid (die officieel in 1948 werd ingevoerd), zoals de meesten uit het Vlaamse collaboratiemilieu.
Verder denk ik dat het verhaal van De Bekeerlinge iets universeels heeft: een vrouwelijk hoofdpersonage dat door haar ongebruikelijke keuzes tot een outcast wordt en probeert te overleven in tijden van fanatisme, geweld en maatschappelijke verwarring, over alle culturele en maatschappelijke grenzen heen.
Yves: In hoeverre volg je de buitenlandse receptie van het vertaalde werk, in zoverre je natuurlijk de diverse doeltalen beheerst? Heb je bijvoorbeeld een indruk van lezersreacties in Zuid-Afrika (zie vorige bronverwijzingen)? Daniel Hugo gaf een paar jaar geleden nog te kennen dat hij graag De opgang zou vertalen. Hoe kijk je daar zelf tegenaan?
Stefan: Ik volg niet altijd alle recensies of besprekingen, mede omdat niet alle buitenlandse uitgevers de auteur op de hoogte houden. Vaak kom ik zelf jaren later toevallig belangrijke besprekingen op het spoor waarvan ik niet op de hoogte was. Recensies en kritieken in talen die ik niet beheers, zijn uiteraard moeilijker op te volgen. Ik heb geen idee wat er gebeurd is, bijvoorbeeld, met de vertalingen in het Hebreeuws, Arabisch of Chinees… Wat het Afrikaans betreft, was ik in de gelegenheid om met Daniel Hugo en Eureka Barnard te spreken over de receptie van Oorlog en terpentyn. Maar ik heb het zeker niet op de voet gevolgd, heb dus ook geen volledig zicht op de receptie van het boek.
...
“Poëzie-vertalers hebben een specifieke, veel meer op talige details, polysemie, allegorie en symboliek toegespitste blik.” (Stefan Hertmans)
...
Yves: In het vraaggesprek met Willem de Vries (2019) merkte Hugo op dat een dichter-vertaler poëzie anders vertaalt dan een professioneel opgeleide vertaler. Hij heeft het over “die moontlikheid [die] groter [is] dat sy eie stem kan deurskroei, juis omdat versvertaling ’n groter mate van vrye omgang met die bronteks vereis. ’n Alte letterlike vertaling het selde ’n volwaardige gedig in die doeltaal tot gevolg.” Je hebt zelf ook poëzie vertaald, als dichter. Kun je het met die inschatting eens zijn, namelijk “dat sy eie stem kan deurskroei” in de vertaling van de brontekst?
Stefan: Ik ben er in elk geval van overtuigd dat het vertalen van poëzie eigenlijk een apart beroep is. Beroepsvertalers van romans en non-fictie vertalen zelden poëzie, en poëzie-vertalers hebben een specifieke, veel meer op talige details, polysemie, allegorie en symboliek toegespitste blik. Poëtische taal vergt in beslissende gevallen een specifieke gevoeligheid, een zintuig voor wat we meestal noemen ‘afwijkend taalgebruik’ – zie bijvoorbeeld de specifieke problematiek van ‘onlogische’ enjambementen. Naarmate ook een prozaschrijver meer specifiek literaire taal gebruikt (in zinsbouw, idiomatische constructies, cultureel referentiekader) vergt het van de vertaler een toegespitst talent voor dit soort taalniveau. Het gaat niet om een hiërarchie tussen de genres, maar om een specificiteit (goedlopend functioneel proza is dan weer niet gediend van een al te ‘literaire’ vertaler). Naarmate taalgebruik in de brontaal idiomatischer is, wordt het vinden van een treffende tegenhanger in de doeltaal complexer. Dat omschrijft al een beetje het verschil tussen beide vormen van vertalen. Dan helpt het zeker wanneer een vertaler zelf de knepen van het poëzieschrijven beheerst – hoewel dan weer een zekere vorm van idiomatische toe-eigening kan dreigen. Het evenwicht kan enkel gevonden worden door nauwe samenwerking tussen auteur en vertaler.
...
“Coetzee las en lees ik zowel in het Engels als in het Nederlands, Brink in het Nederlands.” (Stefan Hertmans)
...
Yves: Op de literaire brug tussen Afrikaans en Nederlands heeft een productief grensverkeer plaats. De historische verwantschap van beide talen zorgt ervoor dat een aanzienlijke mate van toegankelijkheid bestaat, ofschoon het Afrikaans natuurlijk een heel ander tekensystem is dan het Nederlands. Ook de sociale en culturele context, de politieke geschiedenis en in het algemeen het verwijzingssysteem zijn volstrekt verschillend. Volg je de literatuur in het Afrikaans? Het zal mij niet verbazen dat je naast J.M. Coetzee of Nadine Gordimer, misschien wel The Promise (2021) van Booker Prize-laureaat Damon Galgut ook Antjie Krog en Breyten Breytenbach hebt gelezen, mogelijk ook andere vertaalde schrijvers onder wie Etienne van Heerden en Marlene van Niekerk. Ben je met meertalige literatuur van Zuid-Afrika vertrouwd? Lees je deze schrijvers in het Nederlands of toch liever in de brontaal?
Stefan: Ik volg de Afrikaanse literatuur niet op de voet, omdat ik breed lees en in functie van eigen projecten. Wel heb ik destijds in een essay over Medea verwezen naar André Brinks De andere kant van de stilte, heb ik uiteraard werk van Antjie Krog in het Afrikaans gelezen, Coetzee volg ik sinds jaren, Breyten Breytenbach las ik periodisch sinds mijn studietijd. Ik lees uiteraard wel vrij vlot Afrikaans, maar als het erop aankomt de ‘flow’ van een tekst aan te voelen in al zijn finesses, verkies ik toch te lezen in het Nederlands omwille van het effect op mijn eigen taalgevoel. Coetzee las en lees ik zowel in het Engels als in het Nederlands, Brink in het Nederlands.

Stefan Hertmans door Michiel Hendryckx
...
“Thema’s als discriminatie, displacement, ontworteling, de druk van ideologische dogma’s, rechten en plaats van de vrouw, de botsing tussen het belang van het individu met de maatschappelijke bewegingen – dat alles wordt in die romans gethematiseerd.” (Stefan Hertmans)
...
Yves: Welke is jouw inschatting van de (actuele) Afrikaanse literatuur, bijvoorbeeld in vergelijking met de Nederlandstalige literatuur? Past de keuze voor de Afrikaanse vertaling van Oorlog en terpentijn in het toch wel overwegend politieke en maatschappelijke frame waarin de Afrikaanse letteren doorgaans worden geplaatst? Literaire boeken die in Zuid-Afrika worden geschreven en uitgegeven zijn meer politiek en maatschappelijk georiënteerd en nodigen uit tot een intersectionele benadering (een lezing gefocust op onder meer ras, gender, cultuur, leeftijd), in vergelijking met wat we doorgaans lezen in/over Europese literatuur. Of zie je bepaalde parallellen tussen beide literatuursystemen, ondanks uiteenlopende literaire tradities, geografische en culturele divergenties?
Stefan: Ik ben me er sinds mijn bezoeken aan Zuid-Afrika sterk van bewust hoezeer de culturele context, en de plaats van literatuur daarin, verschilt van de situatie in noordelijk West-Europa. Toch gaat literatuur ook altijd over thema’s die universeel-menselijk zijn. Ik kan niet goed inschatten hoe Oorlog en terpentyn is ontvangen door Afrikaanse lezers. Wellicht hebben meer mensen in het Engelssprekende deel van de natie het boek in het Engels leren kennen of gelezen omdat het bereik veel groter is.
Omdat mijn drie ‘historiserende’ romans ook gaan over het menselijk drama en de manier waarop we kunnen omgaan met feiten uit het verleden, overstijgt de betekenis van die boeken het louter historisch-lokale belang. Thema’s als discriminatie, displacement, ontworteling, de druk van ideologische dogma’s, rechten en plaats van de vrouw, de botsing tussen het belang van het individu met de maatschappelijke bewegingen – dat alles wordt in die romans gethematiseerd. Zo dragen bv. veel van de vrouwelijke personages in die romans sporen van mijn werk rond Antigone en de positie van de vrouw (moeder Céline in Oorlog en terpentijn, Hamoutal in De bekeerlinge, Mientje in De opgang). Het Antigone-motief is zeker ook relevant voor de lezers in het Afrikaans (Zie bv. Antigone in South Africa (Betine van Zyl Smit, Essays in honour of Kevin Lee, 2006). Het hangt dus ook sterk af van de ‘bril’ waarmee men die werken leest, of men er enige maatschappelijke relevantie in terug zal vinden.
Bronnen
Tycho Maas, ‘Oorlog en terpentyn’ [recensie], Tydskrif vir Letterkunde 55(1), 2018, p. 193-195.
Désirée Schyns, ‘De vertaling van meerstemmigheid en meertaligheid’, Expertisecentrum Literair Vertalen: 22 februari 2024. https://literairvertalen.org/index.php/kennisbank/de-vertaling-van-meerstemmigheid-en-meertaligheid
Yves T’Sjoen, ‘Daniel Hugo: Vertaler op campus in Gent en Amsterdam’, Voertaal: 9 oktober 2018. https://voertaal.nu/daniel-hugo-vertaler-op-campus-in-gent-en-amsterdam/
Idem, ‘Hertmans en Lanoye in gesprek met Hugo’, Voertaal: 30 oktober 2018. https://voertaal.nu/hertmans-en-lanoye-in-gesprek-met-hugo/
Idem, ‘Ontschoten woorden. Hommage ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Stefan Hertmans’, Kwintessens: 5 februari 2021. https://www.humanistischverbond.be/blog/491/ontschoten-woorden/
Idem, ‘“Het meest vluchtige waar ik ondanks alles toch niet bij kan komen”. Wordingsgeschiedenis van een dichter’, Kwintessens: 31 maart 2021. https://www.humanistischverbond.be/blog/549/het-meest-vluchtige-waar-ik-ondanks-alles-toch-niet-bij-kan-komen/
Yves T’Sjoen en Daniel Hugo, ‘Lyriek van Stefan Hertmans in Afrikaans’, Voertaal: 13 april 2022. https://www.litnet.co.za/lyriek-van-stefan-hertmans-in-afrikaans/
Idem, ‘Quod erat demonstrandum: Nederlandse literatuur op de boekenmarkt in Zuid-Afrika – Afrikaanse en Engelse vertalingen’, Voertaal: 23 augustus 2024. https://voertaal.nu/quod-erat-demonstrandum-nederlandse-literatuur-op-de-boekenmarkt-in-zuid-afrika-afrikaanse-en-engelse-vertalingen/
Willem de Vries, ‘Uitnodiging na Gent lei tot wedersyds verrykende program vir vertaler en digter Daniel Hugo’, Voertaal: 13 februari 2019. https://voertaal.nu/uitnodiging-na-gent-lei-tot-wedersyds-verrykende-program-vir-vertaler-en-digter-daniel-hugo/
Marike van der Watt, ‘Oorlog en terpentyn deur Stefan Hertmans’ [recensie], LitNet: 1 maart 2017. https://www.litnet.co.za/oorlog-en-terpentyn-deur-stefan-hertmans/
*
De tweespraak wordt gebundeld in Twee overzijden. Vraaggesprekken op de literaire brug tussen Afrikaans en Nederlands (Academia Press, Gent, 2025). De reeks op Voertaal bevat dialogen met schrijvers en vertalers: Benno Barnard, Simone Atangana Bekono, Zandra Bezuidenhout, Dominique Botha, Breyten Breytenbach, Robert Dorsman, Babs Gons, Stefan Hertmans, Peter Holvoet-Hanssen, Lynthia Julius, Antjie Krog, Tom Lanoye, Lisette Ma Neza, Danie Marais, Charl-Pierre Naudé, S.J. Naudé, Fanie Olivier, Jolyn Phillips, Alfred Schaffer, Riana Scheepers, Francois Smith, Nicol Stassen, Marlies Taljard, Marc Tritsmans, Miriam Van hee, Etienne van Heerden, Marlene van Niekerk, Eben Venter, Peter Verhelst, Gert Vlok Nel en Ingrid Winterbach.
Lees ook:
Uitnodiging na Gent lei tot wedersyds verrykende program vir vertaler en digter Daniel Hugo
