Alles is bespreekbaar als je de juiste woorden kent

  • 0

Er lijkt tegenwoordig een morele verplichting te bestaan om ons zo politiek-correct mogelijk uit te drukken. Dat geeft mensen soms het gevoel dat ze “niets” meer mogen zeggen. Is dat zo? In haar nieuwe boek bespreekt taalkundige Vivien Waszink de pijnpunten en laat ze zien dat de taal een schat aan woorden en strategieën bevat om het er tóch over te hebben.

Vivien Waszink kennen we van eerdere vlot geschreven taalboekjes als Kids, koffietjes, comfortzone. Waarom taal soms irritant is (2018) en Knuffelcontact & waterwappie: De kracht van nieuwe woorden (2021). Als onderzoeker verbonden aan het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden houdt ze een vinger aan de pols van de taal. Ze pluist allerlei eigentijdse tekstcorpora uit, waaronder kranten, talkshows en sociale media, op zoek naar nieuwe woorden. Die woorden zijn dikwijls een signaal van actuele ontwikkelingen in de maatschappij.

De titel Dat mag je óók al niet meer zeggen refereert aan het gevoel dat veel mensen hebben dat woorden en uitdrukkingen die vroeger heel gewoon waren, tegenwoordig hun onschuld hebben verloren. De wereld om ons heen verandert. We ontdekken dat woorden voor bepaalde groepen kwetsend kunnen zijn, of mensen buitensluiten. Sommigen zijn zich eerder bewust van dit soort gevoeligheden dan anderen. De meeste mensen hebben moeite met verandering. “Dat mag je óók al niet meer zeggen”, zeggen ze dan, en ze reageren wrevelig op nieuwe begrippen die juist wél recht doen aan verschillen. “Woke” is een scheldwoord geworden.

Niet minder, maar méér woorden

Maar wie goed kijkt, ziet dat er op de cover van Waszinks boek een paar woorden zijn doorgestreept. Laat “al niet meer” weg en er staat Dat mag je óók zeggen. Eigenlijk valt het aantal taboewoorden volgens Waszink wel mee. Het beperkt zich hoofdzakelijk tot verouderde woorden waarvan bijna iedereen inmiddels wel doorheeft dat die écht niet meer kunnen, zoals het “a-woord” en het “n-woord”. Waszink blijft niet hangen bij wat er zogenaamd allemaal níet mag. Ze kijkt liever naar nieuwe tendensen die ruimte creëren voor diversiteit en die de taal meer inclusief maken.

In hoofdstuk 2 staat ze bijvoorbeeld uitvoerig stil bij de huidige zoektocht naar genderneutraal taalgebruik. Voor wie de discussie hierover niet zo gevolgd heeft, legt ze nog eens uit wat het verschil is tussen sekse (biologisch geslacht) en gender (gevoeld geslacht). Om personen die zich anders identificeren of die niet willen kiezen (non-binair) tegemoet te komen, wordt er op dit moment in meerdere talen gezocht naar een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord. In het Engels wordt hiervoor al langere tijd de meervoudsvorm “they” gebruikt. In het Nederlands wordt soms ook de meervoudsvorm gebruikt, of het probleem wordt omzeild door in plaats van “hij” of “zij” het neutrale “die” te gebruiken. Een mooie oplossing is om de focus te verplaatsen van de persoon naar de handeling. Een paar jaar geleden veranderden de Nederlandse Spoorwegen bijvoorbeeld het begin van de aankondigingen op stations van “Beste dames en heren” in “Beste reizigers”. Voor de NS maakt het tenslotte niet uit of de mensen op het perron man, vrouw of nog iets anders zijn.

In de hoofdstukken die volgen, gaat Waszink in op andere taalzaken die gevoelig kunnen liggen: gender en geaardheid (wat is beter: “Iemand is een transgender” of “Iemand is transgender”?), beroepsnamen (noemen we iedereen “directeur”, of houden we “directrice” erin om te laten zien dat vrouwen wel degelijk een topfunctie kunnen krijgen?) en racistisch en discriminerend taalgebruik (wat is de redenering achter relatief nieuwe termen als “slaafgemaakte” en “persoon met een migratieachtergrond”?).

En passant raakt Waszink aan allerlei actuele discussies (zelfs de “zevenvinker” van Joris Luyendijk uit begin 2022 staat erin), inventariseert ze per thema neologismen die de laatste jaren ingang hebben gevonden, zoals “misgenderen”, “sapioseksueel”, “bakfietsmoeder”, “regenbooggezin”, “postcodediscriminatie” en “bicultureel”, legt ze uit waarom we sommige woorden liever niet meer moeten gebruiken (“inheems”, “eskimo”) en doet ze een boekje open over de werkwijze en afwegingen van woordenboekmakers.     

Woorden wennen

Net als de zoektocht naar een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord kan ook dit boekje, dat uitgegeven wordt door het Genootschap Onze Taal, opgevat worden als een (bescheiden) interventie. Waszink laat zien dat alles bespreekbaar is, mits je je bewust bent van de uitwerking die woorden kunnen hebben en je nieuwe, genuanceerde woorden tot je beschikking hebt waarmee je voorkomt dat je een ander tekortdoet of kwetst. Dit boekje kan daarbij helpen.

Taal is niet alleen een reflectie van maatschappelijke ontwikkelingen; taal kan die ontwikkelingen ook mede beïnvloeden. Woorden die nu voor sommigen misschien nog nieuw of moeilijk lijken, zullen geleidelijk deel worden van onze actieve woordenschat, terwijl andere passé raken en eruit wegzakken (en weer andere, zoals “lattevader”, uiteindelijk niet beklijven).

Dat de interventie “bescheiden” genoemd kan worden, heeft ermee te maken dat Vivien Waszink vóór alles taalkundige en woordenboekmaker is. Haar ambitie is niet om woke te zijn en de wereld te verbeteren. Ze oordeelt ook niet over woorden; ze signaleert en beschrijft ze. Net zoals bij haar vorige populairwetenschappelijke boekjes over jeukwoorden en de taal van 2021 slaagt ze erin te laten zien dat lexicografie geen stoffige wetenschap is, maar juist volop van deze tijd. Haar beschouwingen zijn soms herkenbaar en soms verrassend, maar altijd onderhoudend en dikwijls vermakelijk. Daarbij blijkt iedereen wel voorbeelden te kennen en een mening te hebben over taal.

Taal is, net als de maatschappij, voortdurend in transitie. Nieuwe woorden? Het laatste woord hierover is nog niet gezegd. En gelukkig maar.

Vivien Waszink, Dat mag je óók (al niet meer) zeggen. Den Haag: Genootschap Onze Taal, 2022. ISBN: 9789082885910. 136 pagina’s, prijs: € 14,99.

Lees ook:

Woorde wat dinge en gebeurtenisse vasvang

Wat beteken die + in LGBTQIA+?

Marie Luttig-gedenklesing: Die behoud van Afrikaans as inklusiewe taal

Buro: IG
  • 0
Top