Belgisch poëziedebuut van Breytenbach in Yang Kahier (1968)

  • 0

......

Op 16 december 2020 organiseert het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika (Universiteit Gent) een eerste webinar.

Met de titel ‘Langs Vlaamse wegen. Breyten Breytenbach en het Gentse tijdschrift Yang’ praat Yves T’Sjoen met Alwyn Roux (UNISA) en Louise Viljoen (Universiteit Stellenbosch) over de beeldvorming van Breytenbach in de Lage Landen.

De bijdrage over Breytenbach in Yang Kahier (1968) is
uitgangspunt voor het gesprek.

......

In Vlaanderen bestaat sinds het midden van de jaren zestig, kort na het debuut in Zuid-Afrika (Die ysterkoei moet sweet en Katastrofes, 1964), aandacht voor politiek en poëzie van Breyten Breytenbach. Op 27 oktober 1966 verscheen in de Gentse socialistische krant Vooruit een interview afgenomen door Julien Weverbergh, later gepubliceerd in het censuurnummer van Kentering (maart 1967, pp. 49-52). Fernand Auwera, redacteur van het maatschappijkritische periodiek Yang, voerde voor Schrijven of schieten? (1969) een gesprek met de schrijver (T’Sjoen 2019). Over de connectie tussen Breytenbach en Yang, meer bepaald de drie bijdragen die hij heeft geleverd, is op een kleine uitzondering na (Galloway 1990) niet zoveel bekend. Ik baseer mij initieel op een overgeleverd maar misleidend document in het archief Adriaan van Dis.

Breyten Breytenbach (Foto: Tessa Louw)

Gedichten in Yang

Het Vlaamse tijdschrift Yang had sinds de oprichting in 1963 nog geen “bewuste en systematische Nieuw-realistische optiek”. Pas vanaf nummer 27 (1969) werd het een programmatisch periodiek met als titel ‘Tijdschrift voor literatuur en kommunikatie’ (De Geest & Evenepoel 1992:26 resp. 45). Vermoedelijk kan ik met de volgende korte notitie een aanvulling presenteren op de gedetailleerde Breytenbach-bibliografie. In 1968, mogelijk nog vóór de schrijver is geïntroduceerd in Nederland (interview met Bibeb [ps. Elisabeth Maria Lampe-Soutberg] in Vrij Nederland, Reina Prinsen Geerligsprijs voor Die huis van die dowe [jurysamenstelling: Ernst Lindenberg, WEG Louw en DJ Opperman], eerste literaire publicatie; Van den Bergh 2003 & Recourt 2008), zijn twee gedichten van Breytenbach opgenomen in het maatschappijkritische Yang Kahier. Werkschrift voor literatuur (‘kritiek en de common reader’, nummer 24). Het gaat over ‘klein dialektiek’ (p.22) en ‘bid vir hanoi’ (p.23). Het eerste gedicht bleef in zoverre ik bibliografisch kon nagaan ongebundeld, het andere is opgenomen in Oorblyfels. Uit die pelgrim se verse na ’n tydelike (1970).

Universiteitsbibliotheek UGent

  • Download hier de pdf-versie: BB & Yang
  • Foto’s: Universiteitsbibliotheek UGent

Dit is de informatie die ik aantref in een typoscript (Archief Van Dis), waarvan hier een facsimile is gemaakt (Literatuurmuseum, Den Haag). Het document spreekt over de publicatie van in totaal drie gedichten in Yang (november 1966). Er wordt melding gemaakt van ‘My broed van gaas tot geur’, ‘Die brandende amandelboom’ en ‘My storie is uit’. De gedichten komen voor in Die huis van die dowe (1967), respectievelijk in de begin- en slotafdelingen ‘Eet my woorde, trooswoorde’ (1 en 2) en ‘Wit vlieg’ (3). De schrijver trad volgens dezelfde bron op 28 september 1968 op in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel tijdens een poëziemanifestatie. Deze bibliografische gegevens zijn echter niet correct.

Een document in het Archief Adriaan van Dis (Literatuurmuseum Den Haag)

Breytenbach als medewerker van Yang Kahier

Francis Galloway verwijst in haar uitgebreide monografie kort naar Breytenbachs medewerking aan het Yang Kahier (‘Antwoord aan Zuid-Afrika’). In het themanummer, in 1968 samengesteld door redacteur Fernand Auwera, heeft Breytenbach een vier pagina’s tellende prozatekst gepubliceerd met als titel ‘Aan die Hollandse en Vlaamse skrywers’ (p. I-IV). Het is een bijdrage, aanleiding voor het dossier van Yang Kahier, “waarin hy aktiewe en geldelike steun vir die ‘vryheidsfronte’ aanmoedig” (2019:205, zie ook 1990:77).

Breyten werkte al mee aan een vorig Yang KahierWerkschrift voor Literatuur 22-23 (‘Een generatie komt aflossen: het nieuwste proza’). Hierin publiceerde hij een reactie op Coenie Rudolphs tekst ‘in gesprek met breytenbach: die ander perspektief’, geschreven naar aanleiding van het vraaggesprek van Julien Weverbergh, opgenomen in Vooruit (27 oktober 1966, later in Kentering, 1967). In het onderhoud praat Breytenbach over de beweging van Sestig, de behoudsgezinde Afrikaanse literatuur, de hetze over de literaire prijs van de Afrikaanse Persboekhandel, staatscensuur en een verhoopte revolutie in Zuid-Afrika. Rudolf, bekend schrijver en pedagoog, was op dat ogenblik redacteur van Tydskrif vir Letterkunde en Klasgids. Hij maakte sinds 1963 deel uit van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns. De uitgebreide repliek van de politiek-activistische Breytenbach, tegen Rudolphs goedpraten van “’n sekere [l]iterêr-kulturele Afrikaanse klimaat”, dat wil zeggen “propaganda vir die Afrikaans-aanvaarde ingestelde en uitgevoerde politieke beleid en bedeling”, heeft als titel ‘Mooi doekies óm mooi broodjies’ (pp. 62-65). Breytenbach wil met zijn beschouwing voor een Vlaams lezerspubliek “aantygings aan die kaak stel en sodoende my eie opvattings duideliker maak”. Hij heeft het over “[t]otalitarisme [als] ’n selfbevuilende en selfvernietigende verskynsel”, waarvan ook schrijvers het slachtoffer zijn, en veroordeelt in scherpe bewoordingen het politieke en culturele klimaat in zijn vaderland. In afsluitende notities komen de vermelde APB-prijs voor zijn dubbel debuut aan bod en het ontvangen prijzengeld, het geweigerde visum voor zijn echtgenote Yolande, polemieken, de beschuldiging door gezagsgetrouwe Afrikaner critici van volksverraad en pleidooien, zoals van Rudolph, voor een ‘echte volksdichter’ (Galloway 2019:201-207). Het interview van Weverbergh met Breytenbach heeft in Vlaanderen geleid tot een polemiek met Rudolph, zodat ook Vlaamse lezers op de hoogte zijn gebracht van de felle literaire en politieke debatten in Zuid-Afrika.

Universiteitsbibliotheek UGent

  • Download hier de pdf-versie: BB & Yang
  • Foto’s: Universiteitsbibliotheek UGent

Kort nadat in Nederland de eerste literaire prijs aan de Sestiger Breytenbach is toegekend (voor de bundel Die huis van die dowe, Van den Bergh 2003:345-346) en de publicaties in Raster (in de jaren 1969-1972) circuleerden dus al teksten van Breytenbach in Vlaanderen. Naast het politiek getinte opstel, als reactie tegen Coenie Rudolphs “skimpe” en diens vergoelijking van het conservatieve literaire en politieke klimaat in Zuid-Afrika, en de oproep aan Nederlandse en Vlaamse schrijvers in het Zuid-Afrikadossier van Yang Kahier zijn dat zoals gezegd ook twee gedichten.

‘Antwoord aan Zuid-Afrika’

In een redactionele noot onder de repliek van Breytenbach, met name de reactie op het stuk van Rudolph, staat vermeld dat in januari 1968, in de tweede jaargang van Yang Kahier, een themanummer verschijnt “van meer dan 140 blz.” getiteld ‘Suid-Afrika’. Het is in het dossier ‘Antwoord aan Zuid-Afrika’ dat Breyten zich richt tot Nederlandstalige collega-auteurs en vraagt publicatiegelegenheden te scheppen voor auteurs wier werk in Zuid-Afrika, op grond van de Publicatiewet (1964), wordt gecensureerd of verboden. Hij heeft het over een “reaksionêre en totalitêre vesting van blanke baasskap in Afrika” en “’n suiwer polisiestaat”, een “inkwisisie” onder het mom van een “‘Afrikaanse Kultuur’ en die volkseie”, “’n algehele intellektuele en morele verrotting” in Zuid-Afrika. Het cahier omvat bijdragen van onder anderen Jan Deloof, Jef Geeraerts, René Gysen en Eddy van Vliet. Bij de ongunstige reacties in Zuid-Afrika op Breytenbachs betoog in Yang maakte Galloway aantekeningen (1990:83-84).

Universiteitsbibliotheek UGent

Breytenbach roept als ANC-militant schrijvers op, ook in Vlaanderen, om zich te distantiëren van “die rassepolitiek wat die Suid-Afrikaners namens Westerse beskawingsnorme volg”. Tot slot vraagt hij een petitie te houden waarin “(i) u eie houding teenoor die situasie en die stryd wat reeds begin is duidelik maak; (ii) die Afrikaanse skrywers daarop attent maak dat hulle huidige gebrek aan kritiek en die uitbuiting van die meerderheid deur ’n minderheid ook op kulturele gebied op die lange duur skadelik gaan wees vir hulle eie werk en die voortbestaan van Afrikaans in gevaar kan stel; en waarin u (iii) u op ’n simpatieke manier gewillig verklaar – in samewerking met u uitgewers – om publikasiemoontlikhede te skep (in letterkundige blaaie bv.) vir Afrikaanse werk van waarde wat in Suid-Afrika verban kan word of reeds verban is”. Breytenbach heeft van de publicatiemogelijkheden in de Lage Landen sinds eind jaren zestig dankbaar gebruik gemaakt.

De receptie van Breytenbach in Nederland is in kaart gebracht en becommentarieerd. De aanwezigheid in het Vlaamse literaire landschap, precies in hetzelfde jaar van Breytenbachs literaire introductie in Nederland, verdient zonder meer evenveel aandacht.

Met dank aan de Universiteitsbibliotheek Gent en het Literatuurmuseum Den Haag.

Bronnen:

Annemiek Recourt, ‘Niet te véél aksent op het ‘Zud-Afrikaanse’ als-je-blieft’. De materiële en symbolische productie van het oeuvre van Breyten Breytenbach in Nederland. Ongepubliceerde masterscriptie, Universiteit van Amsterdam, academiejaar 2007–2008.

Dirk de Geest en Stefaan Evenepoel, ‘Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen. Ontstaan, doorbraak en profilering van een literaire beweging’. Spiegel der Letteren, 34 (1992) 1, pp. 1-88.

Erik van den Bergh, ‘17 juni 1972. De Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach ontvangt de Van der Hoogtprijs’. In Maaike Meijer & Rosemarie Buikema (red.). Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging 1900-1980. Den Haag: Sdu uitgevers, 2003, pp. 345–360.

Francis Galloway, Breyten Breytenbach as openbare figuur. Pretoria: HAUM-Literêr, 1990.

Francis Galloway, ‘Breyten Breytenbach: Fragmente van sy loopbaan as skrywer en openbare figuur’. In Francis Galloway (red.). woordenaar en woordnar. ’n Huldiging Breyten Breytenbach. Pretoria: Protea Boekhuis, 2019, pp. 196-313.

Jaap Goedegebuure, ‘“De weerklank wordt door de situatie bepaald”. Breyten Breytenbach in de spiegel van de Nederlandse kritiek’. Literatuur, 1993 (4), pp. 217–222.

Wilfred Jonckheere, Van Mafeking tot Robbeneiland. Zuid-Afrika in de Nederlandse literatuur 1896-1996. Nijmegen: Vantilt, 1999, pp. 171-179.

Yves T’Sjoen, ‘Schrijversengagement in Vlaanderen en apartheid. Phil du Plessis en Breyten Breytenbach’, LitNet/NeerlandiNet, 20 juni 2019 (https://www.litnet.co.za/schrijversengagement-in-vlaanderen-en-apartheid-phil-du-plessis-en-breyten-breytenbach/).

Lees ook:

Persbericht: Webinar van het Gents Centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika

GAZ-webinaar: Martina Vitackova vertel van ’n Gentse webinaar oor Afrikaanse letterkunde en komende publikasies

GAZ-webinaar: Studie van Afrikaanse letterkunde baat by buiteperspektief en meertaligheid – Marni Bonthuys

Francis Galloway se teks oor Breyten Breytenbach vir die publiek beskikbaar

Buro: NM
  • 0
Top