Spinoza en Simon van der Stel (7): Las Simon van der Stel nu wel of niet Spinoza?

  • 0

Volgens de Zuid-Afrikaanse auteur Hymen Picard lag op Constantia, de beroemde wijnboerderij van gouverneur Simon van der Stel, de Ethica van Spinoza op tafel. Ook zou Van der Stel dagelijks een illustratie bij een hoofdstuk uit de Bijbel maken.

Waar haalde Picard zijn informatie vandaan? En hoe betrouwbaar waren zijn bronnen? In deze serie gaat Wim Goris op zoek naar het antwoord op die vragen. Daarbij maakt hij zelf gebruik van Spinoza’s ideeën over waarneming en kennis.i

Ik heb lang getwijfeld: wel of niet? Picard meende van wel. Ik denk dat Simon van der Stel niet daadwerkelijk Spinoza heeft gelezen. Ik zal het proberen uit te leggen met Spinoza’s vormen van Waarneming.

1 De mening van Picard

Kolbes korte verwijzing naar Spinoza: “oder auch in den Büchern Benedicti de Spinoza, die er doch gar nicht verstunde” (zie deel 2, paragraaf 1), moet zijn gelezen door Valentijn (in de zeventiende/achttiende eeuw) en door Picard (in de twintigste eeuw). Picard beschikte over een grote kennis over beide Kolbe en Valentijn. Maar, zoals gezegd, lijkt Picard zijn concrete kennis te hebben aangevuld met zijn imaginatie over de omstandigheden waarbinnen een en ander plaatsvond (zie deel 2, paragraaf 2). Het is de toevoeging van dit kader – de betekenis van Simon van der Stel in de geschiedenis van Zuid-Afrika – die mij steeds weer tot het artikel van Picard deed terugkeren.

Picard noemt Kolbe “an implacable enemy of Van der Stel” (Picard 1996:48). Hij vergelijkt Spinoza’s begrip van de “forbidden esoteric philosophy of the Kabbala” met Christian Rosencreutz, wiens leerlingen eveneens de Kabbala bestudeerden (zie deel 1; Picard 1996:49).

Voor mij staat voorop dat Picard het verhaal van Kolbe niet “voor zoete koek” heeft aangenomen en een eigen betekenis heeft gezocht. Picard neemt Kolbe immers niet letterlijk over, als een eerste vorm van Waarneming, “die wij hebben van horen zeggen of op grond van een of ander willekeurig teken” (Spinoza 1986:67).

Ik zie dat Picard zijn kennis over Simon van der Stel en Kolbe doortrekt bij associatie, zonder concreet bewijs. Ik zou dit kunnen benoemen als tweede vorm van Waarneming, namelijk “waarneming die wij putten uit de zwervende (vaga) ervaring, dat wil zeggen, uit de ervaring die nog niet bepaald is door het verstand” (Spinoza 1986:67).ii

Ik kom dan op Spinoza’s derde categorie van Waarneming, “waar het wezen van een zaak, zij het inadequaat, uit een andere zaak wordt afgeleid” (Spinoza 1986:67). Daarin zie ik hoe Picard zijn kennis over Kolbe en Van der Stel plaatst in een groter geheel, hem aangereikt door zijn vriend Max Stibbe. Het inadequate houdt in dat abstracte kennis door de imaginatio in verwarring kan worden gebracht en kan leiden tot dwaling.

2 “In de vierde plaats is er Waarneming, waar een zaak aanschouwd wordt door zijn wezen alleen of door de kennis van zijn naaste oorzaak”

Ik denk dat ik op enkele kleine punten een ingeving in de vierde categorie van Waarneming heb ervaren,  “waar een zaak aanschouwd wordt door zijn wezen alleen of door de kennis van zijn naaste oorzaak”.

Een voorbeeld daarvan is het onderzoeken van de “methode van waarneming” die Kolbe zegt te gebruiken bij de Khoikhoi. Dat zet ik naast de mening van anderen dat Kolbe een leugenaar is. Ook de mogelijkheid dat Kolbe raw data van ontevreden burgers weergaf in zijn oordelen over Simon van der Stel. Dat zet ik naast de mening dat Kolbe uiting gaf aan zijn onverklaarbare hekel aan Simon van der Stel. Beide voorbeelden heb ik niet strikt methodisch afgeleid van de logica van Spinoza.

Verder koos ik ervoor om het Spinoza Web te gebruiken als eerste stap naar mogelijke relaties met Van der Stel en om de eigen relaties van Van der Stel daar tegenover te plaatsen. Ik ben er nog niet uit of dit experiment misschien een werkvorm is van “noodzakelijk als het contradictoir is dat zijn natuur niet bestaat” (Spinoza 1986:80).

Vervolgens mijn besluit om de familiebetrekkingen van Johannes Hudde en Willem Adriaan van der Stel nog eens te onderzoeken in plaats van de uitkomsten van gedaan onderzoek eenvoudig over te nemen. Bij dit stukje onderzoek heb ik meer gedacht aan de levendigheid van Bachs Cantate BWV 70 Wachet! Betet! Betet! Wachet!, dan aan de definiërende logica van de jonge Spinoza. Het samenspel van afwisselend opgaande en neergaande lijnen in de muziek en de vaak repeterende en ineens niet repeterende namen leidden mij naar het herstel van de oorspronkelijke verbinding tussen het Land van Waveren en de Witsensbergen. Daaraan moet ik toevoegen dat Hudde en Witsen veel macht hadden en veel samenwerkten. Beide Hudde en Witsen waren bewindhebber van de V.O.C. Daarnaast was Hudde vanaf 1672 19 keer burgemeester van Amsterdam; Witsen was vanaf 1682 13 keer burgemeester en lid van de Staten-Generaal. De betekenis van een oude familierelatie van Willem Adriaan van der Stel aan moederszijde vind ik mede daarom geen waarschijnlijke oorzaak. Sterker nog: ik vind het Noodzakelijk dat het Land van Waveren is genoemd naar Johannes van Waveren Hudde, vanwege “kennis van zijn naaste oorzaak”. Het is geen grote vondst, maar het leverde mij een verrassende methodische conclusie op: het levendige denken is uiteindelijk meer betrouwbaar dan het bij herhaling citeren van ogenschijnlijk beproefde bronnen.

Tenslotte plaats ik de aantoonbare belangstelling van Van der Stels vrienden voor landgoederen in het licht van Simons verzoek om voor zichzelf een landgoed te mogen verkrijgen, het latere Constantia.

3 Terug naar de openingsvragen: over Spinoza, de Bijbel en Van der Stel

Spinoza’s filosofie zou voor Simon van der Stel best handig zijn geweest. Dat geldt des te meer voor Peter Kolbe, die ogenschijnlijk Spinoza kent “van horen zeggen”; dat is Spinoza’s laagste kenniscategorie.

Spinoza’s boeken waren verboden door de Nederlandse overheden in 1674 en 1677. Zijn doctrine “God is Natuur en Natuur is God” (deus sive natura) was niet aanvaardbaar voor het mainstream Nederlandse calvinisme. Dat, zo kan ik mij voorstellen, zou de autoritaire en nieuwsgierige Simon (en zijn zoon Willem Adriaan) er niet van hebben hoeven weerhouden om een exemplaar te bemachtigen – en de Kaapkolonie binnen te smokkelen. Maar alles overziend denk ik dat zij dat niet hebben gedaan.

Simon van der Stel was geen filosoof, maar een doener. Hij voelde zich verbonden met de Natuur en was heel succesvol met zijn “buitenplaats”, Constantia. Hij schreef geen gedichten, hooguit reisverslagen en moeizame brieven aan de VOC. Omdat het moest. Hij preekte niet, maar hij las wel en maakte tekeningen (als lofprijzing, denk ik) bij Bijbelverhalen.

Benedictus de Spinoza (1632-1677) (Bron: Wikimedia Commons)

Spinoza. 1677. Ethica. Uit: Opera Posthuma. Quorum series post praefationem exhibetur. Amsterdam: (uitgever onbekend).

Ik denk dat Simon van der Stel nog enigszins met de Nederlandse vertaling van de Ethica door Glazemaker had kunnen omgaan. De latere overzetting van Glazemakers zeventiende-eeuwse Nederlandse vertaling in moderne mathematische begrippen, zoals “Propositio / Voorstelling” in “Stelling”, “Demonstratio / Betoging” in “Bewijs” en “Corollarium / Byvoegsel” in “Bijkomende stelling” heeft de rechtstreekse lezing van Spinoza’s Ethica er niet gemakkelijker op gemaakt en zou – naar mijn inschatting – de best wel intelligente, muzikale en kunstzinnige Simon van der Stel boven zijn pet zijn gegaan.

Wordt Spinoza in Zuid-Afrika wel gelezen? Waarschijnlijk wel: Herman de Dijn was gast-professor aan de Universiteit te Stellenbosch; Nicholaas Gronum schreef een artikel (gepubliceerd in 2015); Spinoza wordt soms genoemd in een rijtje met andere filosofen. Maar verder heeft het boek van Spinoza, al dan niet op de tafel van Simon van der Stel, in Zuid-Afrika zo te zien weinig opgeleverd.

Den Haag, december 2018


 

Eindnoten

i Verantwoording van de gevolgde navorsingsmethodologie, door Wim Goris:

Het doel van mijn navorsing is om meer te weten te komen over Simon van der Stel (1639-1712), commandeur, gouverneur en vrijburger aan de Kaap de Goede Hoop. Mijn vertrekpunt is de Spinozahof in Den Haag. Het sleutelwoord voor mijn onderzoek is de verwijzing naar Spinoza door Peter Kolbe. De mogelijke opbrengst is een “handjevol grond” in de kennis over Simon van der Stel.

In het begin van dit navorsingsartikel ontmoet de lezer Hymen Picard, een journalist, auteur en historicus die tussen 1972 en 1996 enkele niet helemaal gesubstantieerde conclusies trekt uit zijn onderzoeksmateriaal. Zijn “ooggetuigen” zijn enerzijds Peter Kolbe (1675-1726), die door Picard wordt gekenschetst als “a man who mixed facts with fiction”, en anderzijds François Valentijn (1666-1727), die door zijn redacteur als “stubborn, with irritating self-esteem” wordt gezien.

Bij het doorspitten van de gegevens maak ik expliciet gebruik van de logica van Spinoza. Spinoza’s Tractatus de Intellectus Emendatione (TIE) is een niet voltooid en niet bij leven gepubliceerd jeugdwerk, opgenomen in Spinoza’s Korte Geschriften, p. 437-493. Ik hanteer twee gedeelten uit de vertaling van W.N.A. Klever, Verhandeling over de verbetering van het verstand (Spinoza 1986:67-8, 80):

Hoofdstuk II Het middel: de beste waarneming (perceptio)
I. Ten eerste is er de Waarneming, die wij hebben van horen zeggen of op grond van een of ander willekeurig teken;
II. Ten tweede is er de Waarneming die wij putten uit zwervende (vaga) ervaring…;
III. Ten derde is er de Waarneming waarin het wezen van de zaak, zij het inadequaat, uit een andere zaak wordt afgeleid (…). Abstracte kennis kan door de imaginatio in verwarring worden gebracht en leiden tot dwaling.
IV In de vierde plaats is er Waarneming, waar een zaak aanschouwd wordt door zijn wezen alleen of door de kennis van zijn naaste oorzaak (…).

Hoofdstuk IV De fictie
Ik noem een zaak onmogelijk als het contradictoir is dat zijn natuur bestaat, noodzakelijk als het contradictoir is dat zijn natuur niet bestaat, mogelijk als het bestaan of niet-bestaan in zijn natuur niet contradictoir is.

Ik stel mij voor dat de “vier vormen van waarneming (perceptio)” aldus “vier soorten van kennis (cognitio)” opleveren. Het merendeel van de informatie in de hoofdstukken over Hymen, Kolbe en Valentijn betreft waarnemingen van de eerste categorie (“van horen zeggen”). Ik schaar daaronder ook de kennis van anderen die door onderzoekers is geciteerd of opgeschreven (dat kan bij wijze van spreken ook de Ethica van Spinoza zijn). Voorlopige conclusies die “bijeengeharkt” zijn door associatie van twee gegevens rangschik ik als waarneming van de tweede categorie (“zwervende ervaring”).

Kees Schuyt grijpt met zijn nummering alvast vooruit naar de drie soorten kennis in de Ethica (Schuyt 2017: 41), maar dat is voor mij nog een stap te ver. Ik blijf schatplichtig aan W.N.A. Klever en houd vast aan “Vormen van waarneming” als letterlijke vertaling van Modi percipiendi (Spinoza 1986: 124):

1a. Kennis “van horen zeggen” of afgeleid uit tekens of woorden
1b. Kennis uit verspreide ervaring, ondervinding
2. Kennis uit redeneringen afgeleid en door het verstand gezuiverd
3. Kennis vanuit de essentie van een zaak; uit de naaste oorzaak

Een belangrijke rol ligt hier voor het “uitwieden” van fictie, ofwel het toetsen aan de drieslag Onmogelijk, Noodzakelijk en mogelijk. Als ik de beschikbare, onvolledige waarnemingen laat bewerken “door het verstand”, kan ik op die aldus bewerkte grond nadere kennis over Simon van der Stel laten groeien.

ii Het is geen belediging. Ik put hier weer uit de logica van Spinoza zoals hij die in zijn jonge jaren uiteenzette. Dit noemt hij “waarneming van de tweede categorie” (Spinoza TIE, hoofdstuk II Het middel: de beste waarneming (1986:67)).

Lees ook:

Spinoza en Simon van der Stel (1): Hymen Picard en de Orde van de Rozenkruisers

Spinoza en Simon van der Stel (2): De eerste ooggetuige, Peter Kolbe, "that learned liar"

Spinoza en Simon van der Stel (3): De tweede ooggetuige, Francois Valentijn, ''stubborn, with irritating self-esteem''

Spinoza en Simon van der Stel (4): Las Simon van der Stel Spinoza?

Spinoza en Simon van der Stel (5): Wie zou ooit aan Simon van der Stel boeken van of kennis over Spinoza hebben kunnen leveren?

Spinoza en Simon van der Stel (6): Land van Waveren, buitenplaatsen en landgoederen

Buro: IG
  • 0
Top