Tweespraak van Alwyn Roux en Yves T’Sjoen
Deel 1
Alwyn: Van Februarie tot Mei 2025 het ek die voorreg gehad om in samespraak met jou ’n lesingreeks aan die Universiteit Leiden aan te bied. Dit het spesifiek gegaan oor die beeldvorming van Suid-Afrikaanse digters in die Lae Lande. Digters wat behandel is, sluit in die Dertigers soos NP van Wyk Louw en Elisabeth Eybers en die Sestigers met Breyten Breytenbach, Ingrid Jonker en Adam Small. Daarop is die vraag gevra na die wyse waarop hedendaagse digters kontak kan maak met die Lae Lande en ’n sekere beeld in die Nederlandse literatuur vestig. Daar is spesifiek uitgegaan van Alfred Schaffer en Robert Dorsman se vertalings in die Desember 2024-uitgawe van DW B en digters het ingesluit: Tom Dreyer, Lynthia Julius, Danie Marais, Klara du Plessis en Ronelda S. Kamfer. Hierdie lesingreeks is volledig beskikbaar op Voertaal by die volgende webblad: https://voertaal.nu/brief-en-repliek-inhoudsopgawe. Dit gaan ook as werkboek gepubliseer word in 2026 by Academia Press in Gent. Met Samespraak se nuwe jaargang beoog ons ’n voortsetting van die lesingreeks, behalwe dat dit spesifiek gaan om die beeldvorming van Nederlandstalige digters in Suider-Afrika. Wat gaan hierdie lesingreeks behels en hoe beplan jy om dit aan te benader?
Yves: In de Leidse lezingen was de focus gericht op de circulatie van en de beeldvorming over teksten van Zuid-Afrikaanse Afrikaanstalige schrijvers in de Lage Landen. Het resultaat van de brievenreeks (‘Brief en repliek’) die we opzetten en op Voertaal is gepubliceerd, zal komend jaar te lezen zijn in het werkboek Repliek. Trajecten van Zuid-Afrikaanse schrijvers in het Nederlands. Ook in de omgekeerde richting, met name van Nederlands naar Afrikaans, verdienen schrijversloopbanen in transnationaal en interlinguïstisch perspectief onze aandacht. In beide gevallen gaat het over cultuurtransmissie van literaire teksten, de bemiddelende rol van schrijvers, vertalers en uitgeverijen, subsidiënten van letterenfondsen en festivalorganisatoren, journalisten en academici. Deze actoren of literaire agenten dragen bij aan de aanwezigheid van auteurs in een ander taal- en cultuurgebied. Over de kritische én productiereceptie van Nederlandstalige literatuur in Zuid-Afrika en Namibië is uiteraard al veel vergelijkend onderzoek ondernomen. In 2019 is het tweedelige Verbintenis en venster. Die Nederlandstalige letterkunde van aanvang tot hede. ’n Literatuurgeskiedenis in Afrikaans (red. H.P. Van Coller) door Van Schaik Publishers op de Zuid-Afrikaanse markt gebracht met een uitgebreid literatuur-historisch panorama van de Nederlandse literatuur en met meer dan veertig auteursportretten (van onderzoekers in de Nederlandse en Afrikaanse letterkunde) in een Afrikaanse vertaling. In de lezingenreeks zal onder meer worden ingegaan op die uitgave en de kritiek die is geformuleerd op de gebruikte methodiek, opzet en doelstelling van het boekproject (zie Olf Praamstra in Internationale Neerlandistiek (58-1) en de reactie van Anthea van Jaarsveld op Neerlandistiek).
De voorbije decennia zijn primaire teksten van Nederlandstalige auteurs – recent Max Havelaar en Die tienduisend dinge van Maria Dermoût (vertaling Ena Jansen) – verschenen bij Protea Boekhuis, occasioneel ook een paar vertalingen bij Naledi en het boek Liedjes/Liedjies van Nachoem M. Wijnberg bij Imprimatur (vertaling Daniel Hugo). Uit de recente literatuur zijn werken van onder anderen Benno Barnard, Charlotte van den Broeck, Hugo Claus, Herman de Coninck, Saskia de Coster, Adriaan van Dis, Anna Enquist, Jef Geeraerts, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Tom Lanoye, Erwin Mortier, Harry Mulisch, Ilja Leonard Pfeijffer, Kris van Steenberge, Willem van Toorn, Gert Vlok Nel, Eddy van Vliet, Tommy Wieringa en Nachoem M. Wijnberg vertaald in het Afrikaans. Over de (representatie van) Nederlandstalige literatuur in Zuid-Afrika en meer in het bijzonder in het Afrikaans is een uitgebreide studie te schrijven. Geen land voor dromen. Geschiedenis van de Zuid-Afrikaanse Nederlandse literatuur (2023), de omvangrijke studie van Eep Francken en Olf Praamstra, is in dat opzicht van fundamenteel belang. De auteurs hebben zich in hun overzichtswerk vooral gericht op Nederlandse literatuur in de tijd van de Hollandse Kaapkolonie en in de negentiende en twintigste eeuw onder Brits bewind. Ook Nederlandstalige letteren tijdens en na apartheid komen aan bod in het chronologisch overzicht van literaire auteurs en teksten.
Onderzoek is natuurlijk nooit klaar. Wanneer de onderzoekslens transnationaal is bepaald, moeten de contouren en het perspectief van de transnationaal letterkundige studie worden gedefinieerd. Wordt de beeldvorming van een andere cultuur en maatschappij onderzocht in een anderstalige literatuur, gaat het overwegend over vertalingen die een brontekst in contact brengen met sprekers in een ander taal- en cultuurgebied? Worden de processen van cultuurtransfer in kaart gebracht met de nadruk op de rol van de intermediair of sleutelfiguur? Of moet het veeleer gaan over een combinatie van deregelijke onderzoeksvragen? De transnationale en vergelijkende letterkunde biedt tal van mogelijkheden, methodieken en theoretische frames om het transsystemisch en interlinguïstisch verkeer van teksten in kaart te brengen en diepgaand te beschouwen. Diverse benaderingsmetoden, zoals literair-institutioneel, imagologisch (zie bijvoorbeeld standaardwerken zoals De weg naar Monomotapa. Nederlandstalige representaties van geografische, historische en sociale werkelijkheden in Zuid-Afrika (1996) van Siegfried Huigen en Van Mafeking tot Robbeneiland. Zuid-Afrika in de Nederlandse literatuur 1896-1996 (1999) van Wilfred Jonckheere), vertaalwetenschappelijk, comparatief en netwerkanalytisch, kunnen de onderzoeker helpen om beelden te construeren van een in de loop van de tijd steeds wisselend complex van cultuurtransfers. Literair-culturele, maatschappelijke en zelfs politieke omstandigheden, zeker in de relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika, of andere cultuurspecifieke factoren (zelfs interpersoonlijke) hebben een aandeel in de frequentie en de keuzes van teksten en auteurs in dat trans- en interculturele verkeer. In het tweedelig werkboek Repliek, waarvan de fundamenten zoals gezegd zijn gelegd in de gastcolleges in Leiden (februari-mei 2025) en binnenkort worden besproken op het online discussieplatform Samespraak (september-december 2025), ligt de klemtoon op cultuurbemiddeling en de menigte van actoren die “agency” heeft in het taal- en cultuurgrensoverschrijdend proces of literaire gesprek.
Onderhouden met auteurs en vertalers zijn deel van het fundamenteel of documentair onderzoek. In de loop van de voorbije twee jaar mocht ik gesprekken voeren met literaire schrijvers en vertalers “op de brug tussen Afrikaans en Nederlands”. Het boek met de titel Twee overzijden (Academia Press) wordt thans afgewerkt en verschijnt over een paar maanden. In het verlengde van mijn gesprekkenreeks op Voertaal/LitNet worden op Samespraak door collega-onderzoekers en mijzelf gevalstudies gepresenteerd die de historische en actuele dialoog tussen Afrikaanse en Nederlandse letteren, naast de Lage Landen ook de Surinaams-Nederlandse, Antiliaans-Nederlandse en Indonesisch-Nederlandse literatuur, voor het voetlicht brengen. De doelstelling van deze casuïstiek is documentatie te verzamelen en een fundament te leggen voor wat uiteindelijk moet resulteren in een panoramische literaire contactgeschiedenis van Afrikaanse en Nederlandstalige litereatuur. Over dat begrip “contact” heb ik onze ‘Brief en repliek’ op Voertaal al uitgeweid. Een dergelijk project van menigvuldige literaire relaties, getuigt zonder meer van hybris, zeker gelet op een lange geschiedenis van taalcontacten en culturele uitruil, een proces van convergenties maar ook divergenties. Met ‘Repliek’ (gevalstudies in beide linguïstische richtingen) wordt een eerste staalkaart geboden van dergelijk intercultureel verkeer, waarbij methodologische en literatuurtheoretische uitgangspunten met collega’s worden besproken. Concrete casussen dienen zoals gesteld als documentair materiaal teneinde dergelijke discussies niet louter in theoretische termen te kunnen voeren. Het ligt niet in onze bedoeling om een exhaustieve bibliografie van literaire “uitruil” samen te stellen, maar wel aan de hand van transnationale onderwerpen van gedachten te wisselen over hoe een “transsystemische en interlinguïstische” contactgeschiedenis kan worden ontworpen (zie ‘Brief en repliek’ 2 voor een paar uitgangspunten: https://voertaal.nu/brief-en-repliek-2-teoretiese-vertrekpunte-vir-n-kontakgeskiedenis/ en ook de inleidende tekst van Twee overzijden [in productie]).
De gastschrijvers die in het tweede semester aan het woord komen, Simone Atangana Bekono en Veronique Jephtas, zijn onze gesprekspartners. Precies zoals in de voorbije jaren Lynthia Julius, Jolyn Phillips, Alfred Schaffer en Nachoem Wijnberg deelnemers waren aan het gesprek over culturele “bruggenbouwers” en deelnemers aan het transculturele gesprek over literatuur. Niet alleen literaire auteurs, vertalers en uitgevers, ook academici bijvoorbeeld spelen een actieve rol in dat transcultureel verkeer. We zullen ook met onze collega’s een dergelijke gesprekkenreeks opzetten en samenpraten op te organiseren wetenschappelijke colloquia (zoals destijds bij STIAS, 2024).
Alwyn: Gaan jy spesifiek in hierdie lesingreeks fokus op Nederlandstalige digters of gaan jy die ondersoek ook oopstel aan die ander genres? Indien wel, watter digters en/of skrywers het jy in gedagte en watter invalshoek gaan gebruik word om hulle werk in die Suider-Afrikaanse konteks aan die lesers oop te maak?
Yves: Het literaire gesprek omvat natuurlijk alle genres en beperkt zich beslist niet tot zogenaamde high brow literatuur. Ook kinder- en jeugdliteratuur, zoals de boeken van Tonke Dragt en Koning van Katoren van Jan Terlouw in de vertaling van Daniel Hugo of Lampie van Annet Schaap, vertaald door Zandra Bezuidenhout, of bijvoorbeeld de liedteksten in het Afrikaans van Stef Bos en Jacques Brel (recent vertaald door Naómi Morgan en geredigeerd door Bernard Odendaal), moeten worden betrokken in het onderzoek van contactmomenten tussen literaire culturen.
Door de transnationale lens, uitgaande van methodologische en theoretische bespiegelingen die in Leiden zijn gepresenteerd en waarvan de neerslag is te vinden op Voertaal (‘Brief en repliek’), wordt gekeken naar literaire gesprekken. De aandacht gaat naar beeldvorming van een tekst in een andere taal en cultuur, de vergelijkende receptiegeschiedenis, de bemiddelende rol van uitgever en vertaler. Het programma ligt nog niet vast, maar er worden interviews gepland met schrijvers en vertalers. Naar aanleiding van inleidende opmerkingen is er ruimte voor discussie onder academische onderzoekers en er worden zoals in Leiden ook specifieke gevalstudies gepresenteerd. De uitgeschreven gesprekken met de Nederlandstalige auteurs Simone Atangana Bekono, Babs Gons, Stefan Hertmans, Tom Lanoye, Alfred Schaffer en Peter Verhelst en met vertalers zoals Zandra Bezuidenhout, Robert Dorsman, Fanie Olivier en ook Alfred Schaffer “op de brug tussen Afrikaans en Nederlands”, eerder gepubliceerd op Voertaal, leveren mijns inziens gespreksstof. Die vraaggesprekken worden gebundeld in Twee overzijden.
Alwyn: Die skrywers-in-residensie vir hierdie jaargang is Simone Atangana Bekono en Veronique Jephtas. Ek het Jepthas se debuut bundel Soe rond ommie bos (2020) geresenseer vir Tydskrif vir Geesteswetenskappe. Hierin onderstreep ek soos volg die belangrikheid van haar werk:
Jephtas kry dit reg om te praat oor ongemaklike dog noodsaaklike rassekwessies. Hierin kan die titel ironies verstaan word, want Jephtas loop beslis nie ‘soe rond ommie bos’ nie, maar is prontuit en op die man af… Protes word aangeteken en onreg ten sterkste veroordeel. Jephtas se bundel ‘is ’n lopende optog’… as jy ienage iets wil change moet jy protest jy moetie vullis ytgooi jy moet tyres brand jy moet poems skryf al lees nieman mee rêragie. (Roux 2021: 950)
Wat volgens jou is die belang van Bekono en Jephtas by Samespraak vir die volgende jaargang? Wat leer dit ons van die transnasionale ruimte waarin ons werk probeer verstaan?
Yves: Het is van fundamenteel belang niet alleen teksten in verschillende genres, gaande van high brow tot middle of low brow, in het vergelijkend onderzoek te betrekken. Het gaat ook over een spectrum van literaire stemmen op het publieke forum. De rijkdom van de literatuur in het Afrikaans en het Nederlands is het polyfone, inclusieve en diverse karakter ervan, dus de reikwijdte van beide literatuursystemen en literatuurproductie. Schrijvers onder wie Lynthia Julius, Jolyn Phillips – in november en december Leerstoelbekleder Zuid-Afrika aan de Universiteit Gent – en verder Bekono en Jephtas laten de vitale kracht van een literatuur zien. Daarenboven schrijven de Zuid-Afrikaanse auteurs in een variëteit van het Afrikaans, al lang niet meer in de decennialang opgelegde (“witte”) norm van het Standaardafrikaans. De Afrikaanse literatuur heeft een toekomst net dankzij die vele variëteiten en het gegeven dat deze schrijvers van kleur voortaan in hun Afrikaans kunnen publiceren. Het zal verrijkend zijn om net met deze twee schrijvers in gesprek te gaan, hun poëzie te beluisteren en te praten over hoe zij literatuur beschouwen in de actuele maatschappelijke en politieke context. Het zal ook interessant zijn te vernemen van Simone Atangana Bekono hoe zij haar gastoptredens in Kaapstad heeft ervaren, de gesprekken met studenten en collega’s, de poëziefestivals waar ze te gast was. Daarenboven maakt zij deel uit van een project waarbij Nederlandstalige dichters worden vertaald in het Kaaps en het Afrikaans (met verder Babs Gons en Radna Fabias) en Afrikaanstalige dichters in het Nederlands (Lynthia Julius, Ronelda Kamfer en Jolyn Phillips). Over dat vertaalproject schreef ik eerder deze bijdragen: https://voertaal.nu/simone-atangana-bekono-radna-fabias-en-babs-gons-in-kaaps-afrikaans/ en https://voertaal.nu/inleidende-aantekeningen-bij-een-dialoog-met-simone-atangana-bekono-het-was-heel-interessant-om-te-merken-dat-ik-me-in-zuid-afrika-soms-mijlenver-voelde-achterlopen-op-een-discours-rondom-mi/. Je haalt terecht ook het DW B-nummer aan (“O se boloke/Bescherm ons”), samengesteld door Alfred Schaffer, waarin (Afrikaanse en Engelstalige) Zuid-Afrikaanse schrijvers een “blootstelling” krijgen voor een Nederlandstalig lezerspubliek.
De Zuid-Afrikaanse boekuitgave door Protea Boekhuis met de verzamelde bronteksten en vertalingen wordt zoals Nicol Stassen liet weten het eerste boek waarin poëzie in drie talen (Afrikaans, Kaaps en Nederlands) verschijnt. Antjie Krog schrijft de inleiding.
Wordt vervolgd.
Lees ook:
Brief en repliek 2: Teoretiese vertrekpunte vir ’n kontakgeskiedenis
Simone Atangana Bekono, Radna Fabias en Babs Gons in Kaaps/Afrikaans

