Radiofonische blik op Nederlandstalige lyriek

  • 0

...
In het intercontinentale grensverkeer tussen poëziesystemen van het Afrikaans en het Nederlands, met uiteenlopende literaire culturen in Nederland en Vlaanderen, is de bemiddelende rol van vertalers fundamenteel.
...

Het radioprogramma Vers en Klank van RSG, iedere week op dinsdagavond wereldwijd te beluisteren, wijdde op 22 februari de uitzending integraal aan de Nederlandstalige dichtkunst. Genodigde in de studio in Kaapstad was Daniel Hugo, veelgelezen dichter, belezen chroniqueur van de Afrikaanse letteren, bekende radiostem en meermaals bekroond vertaler (Sprakeloos van Tom Lanoye en Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans). In het onderhoud met Frieda van den Heever sprak Hugo, eertijds zelf presentator van het programma toen het nog Versalbum was, over acht van de in totaal elf Nederlandse en Vlaamse dichters wier werk door hem is vertaald in het Afrikaans. Aan de hand van de geselecteerde teksten liet het programma een specifiek spectrum zien van recente Nederlandstalige dichtkunst: Benno Barnard, Herman de Coninck, Gerrit Komrij, Leonard Nolens, Marc Tritsmans, Charlotte van den Broeck, Miriam Van hee en Eddy van Vliet. In de uitzending ontbraken de gedichten van Rutger Kopland, ook door Hugo vertaald. Uitgezonderd het debuut Kameleon van Van den Broeck zijn dit overwegend romantische stemmen die zich in mindere of meerdere mate houden aan een regelmatig metrum, klassieke strofebouw, een narratieve structuur waarin Eros en Thanatos een prominente rol bekleden. Niet alle vertaalde dichters bedienen zich van rijmpatronen of vooropgezette metrische structuren; poëticaal en thematisch is er daarentegen wel een analogie op te merken. Voorts vertaalde Daniel Hugo dichters die weliswaar niet in het programma aan bod kwamen, maar een heel andere stem vertolken: Alfred Schaffer en recent Nachoem M. Wijnberg, met niet te vergeten verspreid gepubliceerde losse gedichten, onder anderen van Jean-Pierre Rawie, Tom Lanoye en Stefan Hertmans (eerstdaags te verschijnen op LitNet). Met dit indrukwekkend palmares mag Hugo zich de meest productieve en bedreven Zuid-Afrikaanse vertaler noemen uit de Nederlandstalige dichtkunst.

In Zuid-Afrika is het werk van méér dichters uit de Lage Landen beschikbaar. Bundelpublicaties van onder meer Anna Enquist (Zandra Bezuidenhout), Luuk Gruwez (Hennie van Coller), Annie M.G. Schmidt (Philip de Vos) en Willem van Toorn (Heilna du Plooy) zijn opgenomen in het fonds van Zuid-Afrikaanse uitgeverijen. In het intercontinentale grensverkeer tussen poëziesystemen van het Afrikaans en het Nederlands, met uiteenlopende literaire culturen in Nederland en Vlaanderen, is de bemiddelende rol van vertalers fundamenteel. Dat die mediërende functie niet neutraal is of waardenvrij, spreekt voor zich. Vertalers hebben poëticale denkbeelden, ze beschikken over kennis van anderstalige literatuur en de literatuur van het moedertaalgebied, er zijn steeds particuliere strategieën die de vertaalslag bepalen. Zij zijn natuurlijk vooral lezers, sommigen beweren zelfs de meest indringende lezers, van de brontekst die ze bewerken. Met hun vertaalarbeid dragen ze bij tot het complexe creatieve productieproces van de literatuur: teksten ondergaan in andere talen, in het raamwerk van anderstalige lezers, een metamorfose. Niet enkel omdat het vocabularium verschilt, maar omdat talen nu eenmaal verschillende klankkleuren hebben, anders cultureel-referentieel zijn ingebed, beantwoorden aan cultuur-gerelateerde conventies (of ervan afwijken). Er moeten in dat complex van cultuurtransfer van literatuur en teksttransmissie (beeld)bepalende keuzes worden gemaakt, niet uitsluitend van linguïstische aard maar zoals Daniel Hugo stelt moet de brontekst in eerste instantie “vertaalbaar” zijn. In het radioprogramma sprak hij behalve over verstechnische aspecten en de noodgedwongen creatieve aanpassingen in de tekst  vooral over vertaalbaarheid.

Behalve de zakelijke uitgever, die op grond van markteconomische overwegingen en verworven subsidies een vertaalopdracht toekent, is er het beeldbepalende optreden van de vertaler. Poëticaal-esthetische opvattingen van de schrijver-vertaler liggen ten grondslag aan het vertaalproces. Ze begeleiden het selectieproces. Zo bepalen naast de uitgever de vertalers welke dichters worden vertaald, vooral hoe ze worden bekend gesteld in een ander taalgebied. Niet alleen de tekstkeuze wordt door de idiosyncratische blik bepaald of dus bepaalde esthetische voorkeuren. Zo koos Daniel Hugo in Die trouservies van Benno Barnard voor een keuze uit de gelijknamige bundel in het Nederlands; hij voegde uit eigen overwegingen een gedicht toe uit Krijg nou de lyriek. Die lenige liefde van Herman de Coninck in het Afrikaans is geen vertaling van de debuutbundel De lenige liefde. Ook voor Na die wette van Afskeid & Herfs, genoemd naar Na de wetten van Afscheid & Herfst (1978), is een selectie gemaakt uit het dichterlijk oeuvre van Van Vliet. Die keuzes worden bepaald door de vertaler. Niet alleen de samenstelling van de door Daniel Hugo vertaalde poëzie, waarvoor doorgaans een titel wordt gekozen uit het oeuvre die in het Afrikaans tekstueel niet (helemaal) overeenstemt met de Nederlandse brontekst (een uitzondering is Kameleon van Van den Broeck), ook in het tekstpatroon van het gedicht zelf wordt ingegrepen. De vertaler neemt beslissingen in de wijze waarop bijvoorbeeld een metafoor, een uitdrukking of een bepaalde wending in een andere taal kan functioneren.

Hoewel Afrikaans en Nederlands een aanzienlijke mate van verwantschap vertonen, laat een blik op tweetalige uitgaven zien hoe anders de teksten in het Afrikaans respectievelijk het Nederlands zijn op het vlak van grammatica, klankstructuur en ritme, op lexicaal en morfologisch gebied. Van alle vermelde vertalingen bevat alleen de uitgave Kameleon van Charlotte van den Broeck uitsluitend de Afrikaanse teksten, niet de originele Nederlandstalige gedichten. Daniel Hugo stelt in het radiogesprek met Frieda van den Heever dat beide standaardtalen almaar verder van elkaar verwijderd geraken, zeker wanneer dichters bijvoorbeeld het Kaaps gebruiken als schrijftaal. Het is voor dichtwerk in vertaling mijns inziens steeds van belang gedichten in beide talen te op te nemen. Precies zoals in de omgekeerde richting van het Afrikaans-Nederlandse grensverkeer bundels van en/of bloemlezingen uit het werk van Breyten Beytenbach, Ronelda Kamfer, Antjie Krog, Gert Vlok Nel, Wilma Stockenström en Marlene van Niekerk in tweetalige edities verschijnen.

De radio-uitzending met Daniel Hugo maakt duidelijk hoezeer de poëzie in Nederland en Vlaanderen, weliswaar een beperkte en zelfs idiosyncratische keuze van uitgever en/of vertaler, aandacht krijgt in Zuid-Afrika. Deze week heeft op het digitaal platform Samespraak een gesprek plaats met de Nederlandse dichter en P.C. Hooftprijslaureaat Nachoem M. Wijnberg, de uitgever en dichter Martjie Bosman (Imprimatur) en Daniel Hugo, de vertaler van Liedjes/Liedjies. Bij uitbreiding kan de Nederlandstalige literatuur, vooral romans, op welwillende aandacht rekenen in het Afrikaanse taalgebied. Naar aanleiding van het vraaggesprek, waarin aan de hand van zorgvuldig uitgekozen gedichten een poëziestaalkaart van het Nederlands de revue passeerde, verdient het aanbeveling een nieuwe bloemlezing samen te stellen. Daarin kan de rijke geschakeerdheid van wat vandaag, pakweg sinds het jaar 2000, in het Nederlands wordt geschreven een platform krijgen. Een keuze kan worden gemaakt uit de poëzieproductie van de voorbije twee decennia. Met de steun van de letterenfondsen in de Lage Landen, die voor de vertaalsubsidie zorgen, moet een uitgave te realiseren zijn bij een van de belangrijke uitgevershuizen in Zuid-Afrika. Dat vervolgens de vertaler, die steevast kwalitatief hoogstaande vertalingen bewerkstelligt, hiervoor wordt aangezocht is evident. Hugo’s betrokkenheid, bij wijze van kwaliteitslabel, zal de doorwerking van en de promotie voor het werk van dichters in Nederland, Vlaanderen en wat mij betreft ook uit Caribisch gebied aanzienlijk bevorderen. Zuid-Afrikaanse literaire festivals en kunstenfeesten in de post-pandemische wereld zullen ook weer schrijvers uit de Lage Landen uitnodigen. De driedelige uitgave van het Poëziecentrum in Gent, met “bundels”, “dichters” en “gedichten” van het nieuwe millennium, kan fungeren als leidraad. Dat er voor de Nederlandse literatuur in het Afrikaans, naast de academische studies en vele vertalingen, ook vandaag interessante perspectieven bestaan, staat buiten kijf. Hetzelfde geldt voor de Afrikaanse letteren in het Nederlands, zoals de bijzonder gunstige ontvangst van het pas verschenen Roerige tijden door Ingrid Winterbach aantoont (in een vertaling van Robert Dorsman).

Lees ook:

’n Videogesprek met Daniel Hugo

Daniel Hugo, ’n digter van vers en klank

Die vertaler ontbind, verklaar en bewaar ’n ruimte tussen tale

In vertaling verlore? In vertaling gevind?

Studio SASNEV | Daniel Hugo, brugbouer tussen Nederlands en Afrikaans

Guido Gezelle en Zuid-Afrika: "Die nasionale digter van Vlaandere in ons verre Suid-hoek"

  • 0
Top