De nieuwe leerstoel in Zuid-Afrika gaat verder dan de traditionele neerlandistiek

  • 0

..........

“Beide talen openen voor studenten een venster naar een andere wereld, verschillende culturen, een rijke en levendige literatuur.”

..........

De Gentse hoogleraar Yves T’Sjoen is de drijvende kracht achter een nieuwe Zuid-Afrikaanse leerstoel “Nederlands in een meertalige context”. Als het lukt om de benodigde financiering te vinden, zal er elk jaar een nieuwe “mobiele leerstoelbekleder” aangewezen worden die een rondgang zal maken langs meerdere Zuid-Afrikaanse universiteiten.

De nieuwe hoogleraar zal niet het Nederlandse of Vlaamse standaardrepertoire afdraaien. De inhoud van de colleges wordt vastgesteld in gelijkwaardig overleg met de ontvangende departementen, en inspelen op de vragen die daar leven.

Yves T’Sjoen (Foto: Naomi Bruwer)

In de wandelgangen hoor ik geruchten over een leerstoel Nederlandse taal- en letterkunde in Zuid-Afrika. Van welke instellingen gaat dit initiatief uit?

Voor de duidelijkheid: dit is geen leerstoel Neerlandistiek of dus Nederlandse taal- en letterkunde. De werktitel is voorlopig “Nederlands in een meertalige context – culturele diversiteit”.

De leerstoel richt zich op het Nederlands, in contact met andere talen in Zuid-Afrika. De invulling van de leeropdracht richt zich méér op culturele studies dan louter op het Nederlands. Ook in het Nederlandse taalgebied ligt de focus van een opleiding Nederlands niet uitsluitend meer op de literaire productie of de taalgeschiedenis en taalkunde van het Nederlands.

..........

“Gezien de belangstelling in Zuid-Afrika en in de Lage Landen denk ik dat we het ijzer moeten smeden terwijl het heet is.”

..........

Nederlands in de eenentwintigste eeuw, in een compleet andere sociale en culturele context dan pakweg twee decennia terug in de tijd, is een linguïstisch amalgaam waar verschillende culturen en talen in participeren. Die (culturele) diversiteit van het Nederlands zullen we met de leerstoel uitdragen: Nederlands als inclusieve taal waarin mensen van verschillende culturele en etnische achtergronden zich thuis voelen. De culturen in Nederland en Vlaanderen vandaag zijn divers – dat waren ze altijd al – en in een geglobaliseerde wereld moet er aandacht zijn – ook en vooral in opleidingen Nederlands – voor méér meertaligheid en interculturele dialogen.

Het initiatief is genomen door de Universiteit Gent in samenspraak met de Taalunie. Na de bevraging van departementen in Zuid-Afrika – in september 2018 en ook vorig jaar (UWK en Stellenbosch) – is een plan voorgelegd aan collega’s van zes universiteiten in de Lage Landen waar Afrikaans (taal- en/of letterkunde) en Zuid-Afrika-studie wordt aangeboden: Amsterdam, Antwerpen, Gent, Groningen, Leiden en Utrecht.

Nadat ik een mandaat kreeg van de directeur Internationalisering van de UGent, professor Guido van Huylenbroeck, na overleg met de Gentse collega’s Timothy Colleman, Jacques van Keymeulen en Annelies Verdoolaege, kon ik samen met Margriet van der Waal, leerstoelbekleder in Amsterdam, een vergadering bijeenroepen.

Het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam faciliteerde op 19 december 2019 het overleg. De collega’s van de Taalunie (Hans Bennis, Karlijn Waterman, Jo Sterckx) en ik zijn conform de beleidsprincipes van de Taalunie van oordeel dat in de Lage Landen een Nederlands-Vlaams interuniversitair draagvlak moet bestaan om een leerstoel voor Zuid-Afrika te concipiëren.

Over financiën wordt thans nog gepraat. Bilaterale raamakkoorden en ook EU-fondsen kunnen worden aangewend om het ambt te betoelagen. De Taalunie financiert geen leerstoelen, maar is wel bereid de binnenlandse reizen van de leerstoelbekleder te vergoeden. Ook bij andere instanties in Nederland, België en Zuid-Afrika wordt momenteel aangeklopt.

..........

“Die (culturele) diversiteit van het Nederlands zullen we met de leerstoel uitdragen: Nederlands als inclusieve taal waarin mensen van verschillende culturele en etnische achtergronden zich thuis voelen.”

..........

De leerstoel wordt voor een termijn van vijf jaar opgericht. De leerstoelhouder zal drie of vier maanden in Zuid-Afrika actief zijn. Afhankelijk van de evaluatie door collega’s in Zuid-Afrika en de Lage Landen wordt later bekeken of het initiatief voldoende productief is, aan de verwachtingen voldoet en al dan niet zal worden gecontinueerd.

Ik begrijp dat de leerstoel telkens door een andere hoogleraar bekleed zal worden, net als bij de Afrikaanse leerstoel in Gent. Voor welk termijn zal een hoogleraar aangesteld worden? Is het al bekend wie de eerste leerstoelhouder wordt en wanneer gaat hij/zij beginnen?

We spreken inderdaad over een “rondreizend docent”, een mobiele leerstoelbekleder. Mogelijk is de vestigingsplaats UWK en/of Stellenbosch. Een andere mogelijkheid is dat ieder jaar opnieuw naar een andere universiteit wordt uitgekeken waar de docent een aanstelling heeft. Wij gebruiken voor de leerstoel in Zuid-Afrika inderdaad het “Gentse model”, met een wisselhoogleraar en met expertises die elkaar afwisselen (taal- en letterkunde; ook bijvoorbeeld geschiedenis, culturele studies, vertaalwetenschap etc.).

Ieder academisch jaar wordt aan de UGent door de raad van advies van de leerstoel, daarin gevolgd door de commissie gastprofessoren (Commissie Wetenschappelijk Onderzoek) en de faculteitsraad, een Zuid-Afrikaans onderzoeker-lesgever aangesteld voor een periode van drie maanden. Afwisselend komen taal- en letterkunde aan bod.

Foto: Unsplash.com

Gedurende één semester is de docent inzetbaar aan verschillende universiteiten in Zuid-Afrika, in overleg met de collega’s en afhankelijk van de lokale noden en verzuchtingen. Er wordt ook nagedacht over langeafstandsonderwijs (MOOC), maar die formule is duur en vergt jaarlijks een actualisering. Ik denk persoonlijk dat de aanwezigheid van een docent en het contact met collega’s en studenten heilzamer is, méér zoden aan de dijk zet. Vooral gezien het opzet van de leerstoel die contacten moet bevorderen.

Er is nog geen naam omdat er nog geen consensus is over de invulling van het ambt, laat staan een profiel. De betrachting is in ieder geval in 2020 van start te gaan. Gezien de belangstelling in Zuid-Afrika en in de Lage Landen denk ik dat we het ijzer moeten smeden terwijl het heet is. Dat momentum is nu, denk ik.

Je zei al dat de leerstoelhouder meerdere Zuid-Afrikaanse universiteiten zal bedienen. Om welke universiteiten gaat het?

Alle departementen Afrikaans en Nederlands (en soms méér talen) van Zuid-Afrikaanse universiteiten kunnen een beroep doen op de rondreizende leerstoelbekleder. Deze regeling vergt een hele organisatie, maar we willen er in ieder geval voor zorgen dat de ambtsbekleder betrokken is bij zoveel mogelijk instellingen waar belangstelling bestaat. Het is geenszins de bedoeling vanuit het Nederlandse taalgebied wat dan ook op te leggen.

..........

“De colleges worden afgestemd op het doelpubliek, rekening houdend met het curriculum van de betrokken departementen.”

..........

In dialoog met onze partners in Zuid-Afrika – een evenredige dialoog – bekijken we wat mogelijk en wenselijk is. Aangezien er in Zuid-Afrika interesse is voor dit plan, spreekt het voor zich dat de docentenplatforms (Kaaps Forum en Noordelijk Kennisnetwerk), samen met SAVN en SASNEV, direct betrokken zijn. Met de docentenverenigingen zijn contacten gelegd en de waardering voor het plan is groot.

Zal de leerstoelhouder alleen college geven aan studenten, of bijvoorbeeld ook workshops aan collega’s geven, onderzoek doen, onderzoek (MA en PhD) begeleiden en samenwerkingsprojecten opzetten? Kunnen we openbare optredens verwachten, bijvoorbeeld tijdens kunstefeeste? En deelname aan het publieke debat?

De collega die het ambt bekleedt, zal niet alleen colleges geven. Ook studiebegeleiding (zoals scriptie- en promotieonderzoek) wordt door de docent waargenomen. Zoals de collega’s bij UWK het stellen, is het van belang dat in overleg met het departement, mede afhankelijk van het onderwijsaanbod, de cursussen worden geconcipieerd. Of zoals collega’s opperden tijdens het overleg in het Zuid-Afrikahuis: het ligt niet in de bedoeling van het ambt op “ouderwetse wijze” in Zuid-Afrika Bredero of Multatuli te onderwijzen (“top down”).

De colleges worden afgestemd op het doelpubliek, rekening houdend met het curriculum van de betrokken departementen. De scriptiebegeleiding van studenten moet ook na de ambtstermijn van drie of vier maanden worden voortgezet. Op die manier wordt gezorgd voor continuïteit en betrokkenheid die niet eindigt met het aflopen van de aanstellingstermijn.

Van meet af aan is duidelijk gemaakt dat de docent affiniteit moet hebben met het academische én culturele landschap. Bezoek aan en optredens bij kunstefeeste liggen voor de hand. De docent zal niet in een ivoren toren plaatsnemen, afgesneden van het maatschappelijk leven, en alleen periodiek zijn of haar cursussen aanbieden.

..........

“Het is geenszins de bedoeling vanuit het Nederlandse taalgebied wat dan ook op te leggen. In dialoog met onze partners in Zuid-Afrika – een evenredige dialoog – bekijken we wat mogelijk en wenselijk is.”

..........

Betrokkenheid bij het sociale en culturele leven spreekt voor zich. Bovendien zal een dergelijke ingesteldheid het contact met collega’s en studenten bevorderen en ertoe bijdragen dat de gastcolleges op maat van de regio en de plaatselijke verwachtingen worden geconcipieerd. In dat opzicht is een bijdrage aan het publieke debat wenselijk. Ieder die het ambt bekleedt, zal een andere invulling geven. Het profiel moet niet strak worden geformuleerd, maar enkele criteria of basisvereisten zijn wat mij betreft wel noodzakelijk. Samen met professor Margriet van der Waal, leerstoelbekleder in Amsterdam, denk ik dat dit de bewegwijzering kan zijn.

Hoe luidt de leeropdracht? Welke aspecten van de neerlandistiek zullen behandeld worden?

De leeropdracht is dus breed en divers geformuleerd. En nogmaals – ik kan het niet genoeg benadrukken – het gaat niet over een leerstoel neerlandistiek (in de smalle betekenis van deze wetenschapsdiscipline). Zoals we in Gent geen leerstoel Afrikaans hebben, maar Zuid-Afrika: talen, literaturen, cultuur en maatschappij. Het gaat om dat meervoud (Afrikaans in contact met andere talen): veeltaligheid en culturele diversiteit. Het is precies ook op die manier dat Margriet de Waal in Amsterdam invulling geeft aan haar ambt bij de Universiteit van Amsterdam.

Hoeveel belangstelling verwacht je voor deze nieuwe buitenpost van de neerlandistiek in Zuid-Afrika? Waarom zouden Zuid-Afrikaanse studenten van vandaag Nederlandse taal- en/of letterkunde willen studeren? Wat kunnen ze daarmee worden? Waar liggen de kansen?

Momenteel zijn in de Lage Landen zoals gezegd zes universiteiten betrokken bij het initiatief. Ook de Taalunie is betrokken bij de besprekingen. Wij hopen met de opvolger van Hans Bennis, algemeen secretaris van de Taalunie, op de ingeslagen weg verder te gaan. De Universiteit Gent steunt bij monde van het bestuur (directie internationalisering) dit plan. Zodra de leerstoel is opgericht en concreet invulling wordt gegeven aan het ambt, conform de inzichten en verwachtingen van de betrokken universiteiten, denk ik dat de belangstelling nog zal toenemen.

Het is al lang bekend dat het Afrikaans als instructie-, wetenschaps- en publicatietaal onder druk staat aan Zuid-Afrikaanse universiteiten. Ook in de Lage Landen is een debat gaande over de positie van het Nederlands in een meertalige context. Er zijn nog steeds vele studenten die in Zuid-Afrika opteren voor een opleiding Afrikaans (en Nederlands).

..........

“Nu er twee leerstoelen Zuid-Afrika bestaan in de Lage Landen, is het goed dat ook in Zuid-Afrika een wisselleerstoel wordt opgericht, zodat de dialoog optimaal wordt gevoerd.”

..........

Bij Unisa (Universiteit van Suid-Afrika) zijn circa 15000 studenten ingeschreven voor Afrikaans. Beide talen zijn historisch verwant en openen voor studenten in Zuid-Afrika respectievelijk de Lage Landen (of waar ook Nederlands wordt bestudeerd als vreemde taal) een venster naar een andere wereld, verschillende culturen, een rijke en levendige literatuur.

Aan de reguliere universiteiten neemt het aantal inschrijvingen af, zoals voor de opleidingen Nederlands aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Ook de personeelsbezetting krimpt in: er is minder geld voor departementen Afrikaans. Nochtans is het noodzakelijk dat de taal van zovele mensen (Afrikaans in Zuid-Afrika: 13,5% van de bevolking, overwegend bruin mense) en bijvoorbeeld de literatuur in die taal op universitair niveau blijvend worden bestudeerd.

Dat kan vandaag niet meer zoals vroeger. Het geldt ook voor de studie Nederlands. Wie zich vandaag alleen nog beperkt tot de literatuur van de regio en geen internationaal vizier hanteert (translational en transnational studies), sluit zich op in een provincialistisch denkkader.

Wie talen studeert, is een rijker mens. Meertaligheid is fundamenteel voor het goed functioneren in de samenleving. Communicatieve vaardigheid is essentieel, voor welk beroep dan ook. Méér talenstudies is het devies.

Het Afrikaans ligt aan Zuid-Afrikaanse universiteiten onder vuur. Historisch is het Nederlands in Zuid-Afrika een koloniale taal. Zou een nieuwe opleving van de neerlandistiek ook op protest kunnen stuiten? Hoe zou je eventuele bezwaren kunnen weerleggen?

Indien neerlandistiek op die smalle manier wordt betekenis gegeven, denk ik dat het protest terecht zou zijn. Indien de studie van het Nederlands in een breder (veeltalig, multiperspectivistisch) kader wordt aangeboden, dan is er aanzienlijk minder reden om dit initiatief te contesteren. Daarenboven is dit een leeropdracht die in samenspraak wordt bepaald, en absoluut niet opgelegd vanuit de Lage Landen.

Nu er twee leerstoelen Zuid-Afrika bestaan in de Lage Landen, is het goed dat ook in Zuid-Afrika een wisselleerstoel wordt opgericht, zodat de dialoog optimaal wordt gevoerd. Meertalige context en culturele diversiteit zijn de uitgangspunten van de drie ambten, in Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika. Met een modewoord kun je spreken over bevordering van de inclusiviteit. Het is aan de betrokkenen om hieraan een optimale invulling te geven.

Hoe verloopt de sollicitatieprocedure? Kunnen belangstellenden zich melden, of wórdt de hoogleraar gevraagd? Wie zitten er in de benoemingscommissie?

Voorlopig zijn hieromtrent nog geen beslissingen genomen. Er zal een oproep worden verspreid met functiebeschrijving en vereiste competenties. Een raad van advies is nodig die toeziet op de concrete invulling. Collega’s van universiteiten in de Lage Landen en in Zuid-Afrika zullen zetelen in dat gremium. Over de specifieke werkwijze laat ik mij niet uit omdat dit nog onderwerp van interuniversitair gesprek is.

Overigens is het nu aan de universiteiten om een inventaris te maken van alle samenwerkingsakkoorden met Zuid-Afrikaanse partnerinstellingen. Een overzicht van bilaterale akkoorden en projecten is fundamenteel om voort te bouwen. Met de collega’s is afgesproken dat we alvast informatie verzamelen en met elkaar delen. Vervolgens zal een tweede overleg plaatsvinden teneinde spijkers met koppen te slaan.

..........

“Wie zich vandaag alleen nog beperkt tot de literatuur van de regio en geen internationaal vizier hanteert, sluit zich op in een provincialistisch denkkader.”

..........

Wellicht zullen we van bestaande raamakkoorden gebruik kunnen maken om de eerste leerstoelbekleder(s) aan te stellen, afhankelijk van de bepalingen in de bestaande contracten (docentenmobiliteit). Ik voeg er nog aan toe dat in overleg met SAVN, Stichting Zuid-Afrikahuis Nederland en de Taalunie wordt bekeken of méér Zuid-Afrikaanse studenten van de uitwisseling gebruik kunnen maken.

Voorlopig reizen studenten vooral naar Amsterdam, Leiden of Utrecht. Ook in Antwerpen en Gent (Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika) zijn deze studenten natuurlijk zeer welkom. De beurzen gelden voortaan ook voor Vlaamse universiteiten.

Ik denk dat jij zelf een logische en terechte kandidaat zou zijn. Als jij vroeg of laat de leerstoelhouder zou worden, welke doelen zou je dan voor je zelf stellen? Wat hoop je te brengen, en wat hoop je zelf uit die tijd mee te kunnen nemen? 

Om alle eventuele misverstanden de wereld uit te helpen. Dit initiatief is niet genomen voor persoonlijke doeleinden. Momenteel ben ik aangesteld als buitengewoon hoogleraar in Stellenbosch, promotor van de leerstoel Zuid-Afrika in de faculteit Letteren en Wijsbegeerte (UGent) én ik ben aangesteld als mentor van het VisionKeepers-project van Unisa (dr. Alwyn Roux).

Ik zelf zal het ambt dus niet bekleden. Mijn rol is vooral coördinerend, hoogstens ben ik een bemiddelaar en vertolk een brugfunctie. Door gesprekken te faciliteren met collega’s van verschillende universiteiten, tracht ik in overleg een mooi project tot stand te brengen. Omdat ik samen met de collega’s overtuigd ben van het belang van een dergelijk mandaat, zet ik er vastberaden mijn schouders onder.

Binnenkort heeft een gesprek plaats met Conrad Steenkamp (Afrikaanse Taalraad): de Taalunie en de ATR sluiten in Den Haag eerstdaags een samenwerkingsakkoord. De geplande leerstoel in Zuid-Afrika kan in die samenwerking een actieve rol spelen. Ik heb daar zelf geen belang bij, maar wil het initiatief helpen realiseren. Het is aan de collega die het ambt invult, om er een spannend verhaal van te maken dat aanspreekt in Zuid-Afrika. Studenten en collega’s moeten het optreden van de leerstoelbekleder ervaren als zinvol en stimulerend.

Lees ook 

Nederlandse leerstoel vir universiteite in Suid-Afrika beoog

T’Sjoen oor taalkwessies en noodsaak van "krachten bundelen, banden smeden, de bestaande expertise delen"

Gentse intreerede Louise Viljoen in het teken van "waagmoed"

Wannie Carstens: "Iedereen verliest bij een te dominant Engels"

Nuwe leerstoel in Gent toonbeeld van internasionalisering deur Nederlands én Afrikaans, sê Hein Willemse

In Afrikaanse letterkunde word ons globale verbondenheid steeds meer sigbaar, sê Margriet van der Waal

Spreken en gehoord worden

Hoogleraar Margriet van der Waal bekyk geskiedenis van SA leerstoel in Amsterdam en die rol daarvan vandag

Buro: IG
  • 0
Top