Mira Feticu: “Het is een cadeau van het leven, Zuid-Afrika”

  • 0

Mira Feticu is een van de ambassadeurs van het Festival voor het Afrikaans (22 en 23 september in De Brakke Grond in Amsterdam). Feticu ziet allerlei overeenkomsten tussen Zuid-Afrika en haar geboorteland, Roemenië. Maar het belangrijkste is: Zuid-Afrika maakt haar blij. Het land geeft haar energie. Of in haar woorden: “Ik wás een Nokia en nu ben ik een Apple.”

Mira Feticu
Foto: Irwan Droog

Mira Feticu (1973) komt uit Roemenië. Ze is opgegroeid in een dorp aan de voet van de Karpaten, onder het communisme. Toen ze dertien jaar oud was, stuurden haar ouders haar naar een internaat. Dat was haar “eerste emigratie”, vertelt ze. “Maar we hadden er in die tijd geen idee van dat achter het IJzeren Gordijn allerlei andere landen lagen. Daarom ben ik zo verbaasd dat ik nu zelfs al in Zuid-Afrika ben geweest!”

Het skelet van een universele taal

In haar eigen land was Feticu een bekende dichteres en radiopresentator. In 2005 bracht de liefde haar naar Nederland. De eerste jaren waren niet makkelijk. Naast Roemeens sprak ze vloeiend Frans, maar daarmee kon ze in Nederland niet terecht. Haar kennis van het Engels was beperkt. En dat Nederlands … “Als ik Nederlands probeerde te spreken, had ik het gevoel dat ik ging spugen. Alsof je een keelziekte hebt. Maar inmiddels klinkt het als hardrock, met al die g’s.”

Terwijl ze nog worstelde met de uitspraak van de taal, leerde ze het Nederlands wel op een andere manier waarderen. Ze had een baantje gevonden in de Centrale Bibliotheek in Den Haag. In haar pauzes las ze NRC Handelsblad, met een woordenboek ernaast. In de kolommen van het NRC vond ze woorden terug die ze nooit tegenkwam in de spreektaal, en al helemaal niet in het plat Haags. Een woord als “ludiek” bijvoorbeeld, dat via het Frans in het Nederlands terecht is gekomen. Voor veel Nederlanders is dat een moeilijk woord. Maar voor Feticu klonk het vertrouwd. Zij kende het al, omdat het Roemeens net als het Frans tot de Romaanse taalfamilie behoort. “Een moeilijk woord in het Nederlands is makkelijk voor mij”, lacht Feticu. “Het was alsof ik achter deze muur van woorden het skelet van een universele taal terugvond. De taal van intellectuelen, van mensen die over boeken praten. En ik wist: eens zal ik weer over boeken kunnen praten.”

Al snel voelde Feticu de behoefte om zelf ook weer te gaan schrijven. Het was een vlucht naar voren. Maar ze deed haar hele leven al dingen waarvan iedereen zei dat ze te moeilijk voor haar waren. Een belangrijk gevolg van haar besluit om in het Nederlands te gaan schrijven, is dat ze “een contract met de taal” heeft gesloten. Het maakte de urgentie om de taal te leren en hierin haar eigen stem te vinden, des te groter.

Inmiddels heeft Feticu drie boeken in het Nederlands gepubliceerd: Lief kind van mij (2012), De ziekte van Kortjakje (2013) en Tascha (2015). Ze is producent van het literatuurprogramma Literatuur Late Night en was afgelopen zomer gastcolumnist voor het dagblad Trouw. Of het de juiste beslissing is geweest om het Roemeens los te laten en voortaan in het Nederlands te schrijven, moet de tijd leren. Zelf denkt ze van wel. “Want ik heb een nieuw publiek en ik ben zelf ook veranderd. De taal, het Nederlands, heeft mij veranderd.”

Dat laatste klinkt misschien vreemd, maar Feticu is ervan overtuigd dat taal een enorme kracht heeft. “Als schrijver voel je dat. En als spreker ook. Taal is een dier met een enorme power. Honderdduizend keer sterker dan jij. Ik kan de taal gebruiken en ermee spelen. Maar de taal vertelt me altijd iets nieuws. De kracht van de taal is een energie die ik nooit zal bezitten.”

Het verloren paradijs

In 2017 was Feticu deel van een Nederlandse schrijversdelegatie die optrad bij het Vrystaat Kunstefees in Bloemfontein. Zuid-Afrika was een openbaring voor haar. Het was alsof ze er – na het misschien wat koude en stijve Nederland – iets van Roemenië terugvond: “De warmte van de mensen. Een soort elektriciteit. Liefde”. Daarbij zou ze keer op keer verrast worden door de pioniersgeest die je in Zuid-Afrika nog op allerlei terreinen van het leven tegenkomt. “Het lijkt wel alsof de wereld in Zuid-Afrika nog maar net is begonnen”, zegt ze verwonderd. “Alsof alle mogelijkheden nog openliggen. Je kunt er zo veel doen. Er is zo veel potentie. Daar krijg ik geweldig veel energie van.”

Feticu was bijvoorbeeld gefascineerd door de passie van de Afrikaners voor hun taal, het Afrikaans. “Terwijl ik juist afstand heb gedaan van mijn taal, het Roemeens. In het contact met deze mensen had ik voor het eerst het gevoel dat ik een probleem had. Waarom had ik mijn eigen taal weggeduwd en een nieuwe aangetrokken?”

Feticu genoot ook van de omgang met mensen uit allerlei verschillende bevolkingsgroepen. Ze werd voortdurend herinnerd aan de inwoners van haar dorp in Roemenië. “Ik had in Zuid-Afrika verschillende ‘omaatjes’, ik wilde iedereen wel kussen en omhelzen.”

Het land maakte een stortvloed aan emoties in haar los, die hun weg vonden naar haar poëzie. Deze gedichten komen in een bundel die in de loop van volgend jaar verschijnt. Zuid-Afrika neemt ook een belangrijke plaats in in haar nieuwe roman Al mijn vaders, die in januari 2019 uitkomt. Ze licht alvast een tipje van de sluier op. “Ik heb me nooit ergens thuis gevoeld”, zegt ze, “ik ben een emigrant. Misschien komt dat doordat mijn ouders me op jonge leeftijd naar een internaat hebben gestuurd. Alsof ik verbannen werd uit het paradijs. Mijn dorp in Roemenië is in zekere zin het verloren paradijs. En het is alsof ik dat paradijs een beetje heb teruggevonden in Zuid-Afrika.”

Engagement

Natuurlijk is Feticu zich bewust van de vele problemen waar Zuid-Afrika mee kampt. Maar die schrikken haar niet af. Want ook daarin herinnert Zuid-Afrika haar aan Roemenië. Twee landen met een problematische geschiedenis en een problematisch heden.

“Engagement heet het”, verduidelijkt ze. “Ik woon nu in een land waar iedereen het goed heeft. Een land met weinig problemen. We kennen wel racisme, maar op een andere schaal dan in Zuid-Afrika of Roemenië. En ik herken in Zuid-Afrika veel problemen van Roemenië. De armoede. Ik ben zelf ook in armoede geboren, al is de armoede in de townships iets van een andere schaal. Maar ik herken ook de energie waardoor je iets kunt bereiken. Die je nodig hebt om te overleven, maar waardoor je ook iets kunt veranderen. Je weet dat je iets moet doen. Iets moet zeggen.”

Ook al woont ze nu in Nederland, ze is haar gedrevenheid nog niet kwijtgeraakt. “Ik ben een vechter, dus ik vecht. Alsof ik een machine ben die zo is ingesteld.” Door de emigratie heeft ze een nieuwe verbondenheid ontdekt. Met migranten, vrouwen, kinderen. “Het is zoals Antjie Krog schreef”, haalt Feticu aan. “‘Ik ben er een van jullie, ik ben meer, ik ben niet meer mezelf’. Ik voel me een van veel mensen. Ik ben solidair, ik wil steunen, helpen. Je kunt ook zeggen: ik bemoei me met alles. Ik kan niet meer in mijn hok zitten. De deur is open.”

Een andere groep waarmee Feticu zich verwant voelt, zijn de migrant-schrijvers. “Abdelkader Benali, Kader Abdollah… We behoren allemaal tot dezelfde generatie van pioniers. Ik denk dat degenen die ná mij komen geweldige literatuur zullen schrijven. Maar wij kunnen nu al een andere kant laten zien. Ik heb een verhaal te vertellen en het kan me niet schelen dat ik de taal niet honderd procent beheers. Ik heb een missie. Ik vraag niet van mezelf dat ik het perfect doe. Ik vraag van mezelf dat ik alles doe. Boeken schrijven. Mijn verhaal geven. Moed geven aan degenen die na mij komen.”

Een land van pioniers

Terug naar haar liefde voor Zuid-Afrika. Want Feticu – de Nederlandssprekende Roemeense – is verliefd geraakt op Zuid-Afrika, en op het Afrikaans. “Het Afrikaans ontroert mij”, zegt ze. Ze verbaast zich erover dat de taal nog zo “jong” is. “Dat kennen we in Europa niet meer. Hier denken we dat alle talen oud zijn. We hebben een klassement van talen die op sterven liggen. Het Afrikaans heeft dat allebei in zich: bedreigd, maar ook jong. En welke taal heeft nog het vermogen om allerlei nieuwe woorden te scheppen?”

Ze volgt inmiddels een cursus Afrikaans in het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam, waardoor ze ook meer te weten komt over de geschiedenis van de taal. “Alle Nederlanders zouden Afrikaans moeten leren omdat het iets van het Nederlands heeft. Een dochter, een zusje, een tante. Iets verwants, iets dat in de familie zit. Je verstaat het, maar toch ook weer niet. Maar de muziek en de kamers van de taal ken je. Alsof je door de verschillende zalen van een paleis loopt en ziet: dat komt uit het Engels, dat uit het Maleis, dat uit het Nederlands. Het is anders, maar toch begrijp je het en kun je de kracht van de taal voelen. Ik ben ervan overtuigd dat het Afrikaans een toekomst heeft.”

Feticu is een groot bewonderaar van dichteres Antjie Krog. Maar ze houdt ook van het werk van nieuwe dichters, zoals Danie Marais, Pieter Odendaal en Toast Coetzer, die al een paar van haar gedichten in het tijdschrift Ons Kleintji heeft opgenomen.

Een recente ontdekking is Sol Plaatje. Tijdens het laatste Vrystaat Kunstefees mocht Feticu een inleiding verzorgen bij de Sol Plaatje-lezing door Francis Petersen, rector van de Universiteit van die Vrystaat. Ook Plaatje herinnert haar aan Roemenië. Het beeld van de journalist uit het begin van de twintigste eeuw die negen talen sprak en die Shakespeare in het Setswana vertaalde, doet haar denken aan de “48’ers”, een generatie schrijvers die aan de basis stonden van de Roemeense literatuur. Sol Plaatje was ook zo’n pionier, vindt Feticu. “Het was alsof ik hem al kende. Hij is een van die geweldige mensen die iets willen opbouwen. Een fundament leggen. Een cultuur beginnen.”

In het Bloemfontein van nu vond ze diezelfde pioniersgedachte terug tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de onlangs overleden Sesotho-dichter Flaxman in letterkundig museum NALN. Daar ontdekte ze dat Flaxman ook een pionier was geweest. “Een van de weinige schrijvers in het Sesotho. De boekjes die hij publiceerde, zijn heel dun, bijna niets. Maar dat is weer het begin van een literatuur. Ik kom van het oude continent Europa, maar deze mensen hebben de toekomst. Over vijfhonderd jaar heb je een fantastische Dante in het Sesotho.”

Over haar eigen toekomst is Mira Feticu stellig. Ze weet zeker dat die toekomst mooi zal zijn, nu ze Zuid-Afrika “erbij heeft gekregen”. “Omdat Zuid-Afrika nu deel van mijn leven is, wil ik ook deel van Zuid-Afrika zijn en op mijn manier alles voor Zuid-Afrika doen. Ik kan niet eens zeggen dat ik elke dag wel een keer aan Zuid-Afrika denk. Nee, Zuid-Afrika is deel van mij. Het is niet mijn tweede natuur geworden. Het zit in mijn eerste natuur; in mijn zijn. En ik hoop dat ik meer en meer Zuid-Afrika in mijn leven zal krijgen. Ik ben niet langer alleen een Roemeense die in Nederland woont. Nee, ik ben ook een beetje Zuid-Afrikaans geworden.”

Lees ook

Churchil Naudé oor Festival voor het Afrikaans 2018

Zelda la Grange oor Festival voor het Afrikaans 2018

Sandra Prinsloo oor Festival voor het Afrikaans 2018

Laurika Rauch oor Festival voor het Afrikaans 2018

Frazer Barry oor Festival voor het Afrikaans 2018

22‒23 september: Vierde editie ''Festival voor het Afrikaans'' in De Brakke Grond

Buro: IG
  • 0
Top