Nederlandse koning laat eigen slavernijverleden onderzoeken

  • 0
De aankondiging komt vlak voordat de Nederlandse regering tegelijktijdig op meerdere plaatsen in het koninkrijk en de voormalige kolonie Suriname officieel excuses wil aanbieden voor het Nederlandse slavernijverleden.

De Nederlandse koning, Willem-Alexander, heeft opdracht gegeven tot een onafhankelijk onderzoek naar de rol van zijn eigen familie, het Huis Oranje-Nassau, in de koloniale geschiedenis.

“Diepgaande kennis van het verleden is essentieel om historische feiten en ontwikkelingen te kunnen begrijpen en de impact daarvan op mensen en gemeenschappen zo scherp en eerlijk mogelijk onder ogen te kunnen zien”, verklaart koning Willem-Alexander in een persbericht dat door de Rijksvoorlichtingsdienst is verspreid. “Ik vind het belangrijk dat deze kennis ook beschikbaar komt ten aanzien van de rol van het Huis Oranje-Nassau in de koloniale geschiedenis. Dit dient te gebeuren op basis van grondig, kritisch en onafhankelijk onderzoek, waartoe ik opdracht heb gegeven.”

Onafhankelijk onderzoek

De periode die onderzocht zal worden, strekt zich uit van de late zestiende eeuw tot nu. Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de Universiteit Leiden, de universiteit waar de koning zelf tussen 1987 en 1993 geschiedenis studeerde. Het onderzoek zal worden verricht door een commissie bestaande uit prof. dr. Gert Oostindie (voorzitter), emeritus hoogleraar Koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, tot eind 2021 directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zuidoost-Aziatische en Caribische Studies en auteur van een eerdere studie, De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën (2006); prof. dr. Henk te Velde, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden en voorzitter van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap; dr. Esther Captain, historicus en specialist op het gebied van de koloniale geschiedenis; en drs. Kathleen Ferrier, voormalig CDA-Kamerlid en deskundige op het gebied van mensenrechten, diversiteit en inclusie. De commissie begeleidt het onderzoek en draagt zelf met expertise bij, maar mag ook zelf andere medewerkers aantrekken. Na voltooiing van het onderzoek zullen de bevindingen vastgelegd worden in een openbare publicatie. Voor het onderzoek is drie jaar uitgetrokken.

Knullig optreden Nederlandse regering

De aankondiging komt vlak voordat de Nederlandse regering tegelijktijdig op meerdere plaatsen in het koninkrijk en de voormalige kolonie Suriname officieel excuses wil aanbieden voor het Nederlandse slavernijverleden.

De regering heeft lang volgehouden dat excuses niet nodig waren. De laatste jaren was er echter vooral bij minister-president Mark Rutte voortschrijdend inzicht te bemerken. Hoewel velen het erover eens zijn dat het, voorzichtig gesteld, al behoorlijk laat is voor excuses, voelen veel nazaten van slaafgemaakten zich, nu het eenmaal zover is, overrompeld door het initiatief. Het is namelijk de bedoeling dat het al heel snel gaat gebeuren: op 19 december. Zelfs de Surinaamse regering was hier niet over ingelicht en moest het nieuws uit de media vernemen. Betrokkenen vinden dat 1 juli een geschiktere datum is, omdat de slavernij in Suriname op 1 juli 1863 bij wet werd afgeschaft. Daarna moesten de slaven echter nog tien jaar voor dezelfde baas doorwerken om de transitie geleidelijk te laten verlopen. De slavernij kwam in Suriname dus pas op 1 juli 1863 echt ten einde. Dat is in 2023 honderdvijftig jaar geleden, en daarom wordt het slavernijverleden in Nederland volgend jaar uitgebreid herdacht. Of de geplande ceremonies op 19 december doorgaan, is door de verontwaardiging over het lompe optreden van de Nederlandse regering plotseling onzeker geworden. Donderdag 8 december overlegt premier Rutte hierover op het Catshuis met betrokken organisaties.

Onderzoek staat niet alleen

Inmiddels hebben de gemeentebesturen van de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht de afgelopen jaren het slavernijverleden van hun stad door wetenschappers laten onderzoeken. Ook De Nederlandsche Bank (DNB) en verschillende particuliere banken hebben zo’n onderzoek laten verrichten. Op 1 juni 2022, tijdens de Keti Koti-viering bij het nationaal monument Slavernijverleden in het Oosterpark in Amsterdam, hebben zowel de president van de DNB als de commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland excuses gemaakt. De burgemeesters van de vier grote steden waren hen al voorafgegaan.

Het is bekend dat het onderwerp koning Willem-Alexander bezighoudt. Die belangstelling heeft waarschijnlijk een impuls gekregen door de discussie over de Gouden Koets.

De Gouden Koets was een geschenk van de inwoners van Amsterdam bij de inhuldiging van de jonge koningin Wilhelmina in 1898. De koets is gemaakt van Javaans teakhout en ingelegd met Surinaams bladgoud. De koets werd van 1901 tot 2015 gebruikt door het Nederlandse Koninklijk Huis, met name op Prinsjesdag, wanneer de vorst (m/v) zich van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal op het Binnenhof liet rijden om de Troonrede uit te spreken. De koets raakte vanaf 2011 al hoe meer omstreden vanwege de voorstelling op een van de panelen, “Hulde der Koloniën”. Hierop zouden volgens critici “halfnaakte zwarte mannen en vrouwen” te zien, in een vernederende onderdanige positie. Sommige historici argumenteerden dat je deze allegorische voorstelling in het licht van zijn tijd moest zien (tegen de achtergrond van de zogenaamde “ethische politiek” rond 1900). Maar anderen stelden dat zo’n beeld eenvoudig niet meer van deze tijd was.

De commissieleden van het onafhankelijk onderzoek naar het Huis Oranje-Nassau en de koloniale geschiedenis. Van links: Gert Oostindie (voorzitter en hoofdonderzoeker), Esther Captain, Kathleen Ferrier en Henk te Velde. / Foto: Rijksvoorlichtingsdienst/Patrick van Katwijk

Na Prinsjesdag 2015 gaf koning Willem-Alexander opdracht tot een ingrijpende renovatie van de koets; de kosten van deze operatie zijn nooit bekendgemaakt. Toen de operatie in 2021 voltooid was, was het besef gegroeid – mogelijk mede door de opkomst, in de tussenliggende jaren, van de #BlackLivesMatter-beweging – dat de koets niet langer met goed fatsoen gebruikt kon worden voor de rijtoer op Prinsjesdag of andere officiële gelegenheden. Van juni 2021 tot februari 2022 stond de koets tentoongesteld op de binnenplaats van het Amsterdam Museum, zodat iedereen zich er een mening over kon vormen. Inmiddels is de koets teruggekeerd naar zijn staanplek in de Koninklijke Stallen in Den Haag.

De controverse rond de Gouden Koets was voor koning Willem-Alexander en koningin Máxima aanleiding om over het koloniaal verleden in gesprek te gaan met vertegenwoordigers uit het maatschappelijke en wetenschappelijke veld. In 2021 opende de koning de slavernij-tentoonstelling in het Rijksmuseum. En onlangs, in november 2022, kondigde het bestuur van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau al een onafhankelijk onderzoek aan naar de herkomst van koloniale objecten in de collectie. De verwachting is dat dit onderzoek minimaal anderhalf jaar zal duren.

Koning Willem-Alexander, koningin Maximá en prinses Beatrix in de Gouden Koets, Prinsjesdag 2007 / Foto: Toni [CC BY 2.0], via Wikimedia Commons

Gouden Koets, Prinsjesdag 2014; paneel “Hulde der Koloniën” / Foto: Minister-president Rutte [CC BY 2.0], via Wikimedia Commons

Wereldwijde betrokkenheid

Na de aankondiging dat de koning de rol van zijn eigen familie in de koloniale geschiedenis laat onderzoeken, heeft RTL Nieuws de Leidse historicus Karwan Fatah-Black, specialist op het gebied van slavernij en koloniale verhoudingen, om een reactie gevraagd. “Van de geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau weten we heel veel niet”, zegt Fatah-Black. “Van de stadhouders en koningen van vroeger zijn vooral de Europese activiteiten en belangen bekend. Maar over hun economisch-bestuurlijke rol in het grotere Rijk is weinig bekend.” (RTL Nieuws, 6 december 2022; mijn cursivering)

Het onderzoek kan volgens hem dan ook “een goed middel zijn om veel blinde vlekken in te vullen. We kijken bij zulke onderzoeken vaak naar de rol van handelaren, maar het is heel interessant om nu naar de bestuurlijke, politieke kant te kijken.”

Lees ook op Voertaal en LitNet:

Juni: Keti Koti maand – bezinningsmaand

Een "volkszaak" is de afschaffing van de slavernij in Nederland nooit geworden

“Wat gestolen is, zal terug moeten gaan” – Wat te doen met koloniale roofkunst?

Marcel van Kanten (Wortelzucht): "De wereld wordt een stukje leefbaarder wanneer wij beseffen dat we allemaal familie van elkaar zijn"

Slavernij zindert overal na: spraakmakende tentoonstelling in het Rijksmuseum, Amsterdam

Het slavernijverleden is deel van het verleden van álle Amsterdammers

Conservatoren slavernijtentoonstelling Rijksmuseum (2020): "Het slavernijverleden is van ons allemaal"

Amsterdam Museum schrapt de naam "Gouden Eeuw"

Amsterdam biedt excuses aan voor rol in slavernijverleden

Fort Nieuw-Amsterdam, Suriname: Gedeeld verleden, ander perspectief

Slavernij in Azië op de kaart

Het Nederlandse slavernijverleden nader verkend

Keti Koti

Amsterdam wil museum over Nederlands slavernijverleden

Van standbeeld naar schandpaal?

Op toekomstige expositie verdient ook Zuid-Afrikaans slavernijverleden een plaats

Intercontinental entanglements: slavery, Dutch colonialism and post-colonial identifications

Stichting Eer en Herstel: Abolishment of slavery commemoration

De stad als theater: Veranderende herinneringen op theatrale boottocht Sites of Memory

Persbericht: Archieven Surinaams-Nederlands slavernijverleden binnenkort digitaal te raadplegen

Black Heritage Tours (Amsterdam): an interview

Uit die argief: Die vrystelling van slawe

Herdenking van die afskaffing van slawerny

Buro: IG
  • 0
Top